[p. 310]

21. Commentaar

Boven het gedicht staat:

In Symbolum suum ο εμος ερως εσταυρωται
Op haar eigen levensspreuk mijn liefde is gekruisigd.

Volgens de negentiende eeuwse biograaf Schotel nam Anna Maria van Schurman deze spreuk als lijfspreuk over nadat ze een belofte aan haar vader op zijn sterfbed had gedaan:

Gedurende zijn leven had Frederik van Schurman zijn dochter dikwerf over de hooge waarde van een onbevlekt en maagdelijk leven onderhouden en op zijn sterfbed bad hij haar ernstig en vurig zich van het huwelijk te onthouden ‘opdat zij zich niet onvoorzigtig in de strikken der wereld mogt wikkelen’. Zij die haren vader nooit ongehoorzaam was geweest, offerde aan deze waarlijk strenge begeerte het uitzigt van een gelukkig huwelijk, op de ondersteuning en hulp van een liefderijk echtgenoot en op de herleving in een bloeijend kroost gewillig en met welgevallen op...Het was dus niet gelijk sommigen meenden de vrees dat zij in hare studien zou belemmerd worden, die haar bewoog alle aanzoek tot het huwelijk af te wijzen, maar de belofte aan haren vromen vader op zijn sterfbed gedaan. Sedert nam zij het schoone gezegde van Ignatius ο εμος ερως εσταυρωται mijn liefde is gekruisigd over. Die zinspreuk vindt men onder hare schoonschriften, tekeningen, schilderijen, op albumbladen. 621  

In haar autobiografie Eukleria vertelt Van Schurman dat ze op zestien jaar haar vader op zijn sterfbed had moeten beloven om nooit te trouwen, ze moest die onontwarlijken verdorven wereltschen huwelijksbant (ab inextricabili conjugi mundani corruptissimo inculo) vermijden. 622   Nu blijkt na lezing van de Continuatie van de Eucleria dat ook haar broers zich liever niet in die strikken van de wereld moesten laten vangen:

 621  Schotel 1853:85.
 622  Eukleria 1673:25; Eucleria 1684:35-36.


[p. 311]

Ao. 1623 quam haar Vader te sterven/ na dat hy zyne zoonen/ en in zonderheit zyne Dogter/ veel wyze en Christelyke lesse gegeven hadde / om de werelt en haren zondigen ommegang te vlieden en zig niet ligtelyk in den band des Huwelijks in te laten / dewelke gemeenlyk/ zo als die nu doorgaans veel ingegaan werdt / meer aan de aarde / als aan God verbindt. 623  

Broer Willem stierf jong als kind, broer Hendrik overleed ongetrouwd in zijn dertigs, en ook de enige overlevende broer Johan Godschalk van Schurman is dan ook net als Anna Maria zelf nooit getrouwd. 624   Op de vraag waarom die vader dit dringende verzoek stelde, ga ik niet verder in, omdat over het verschijnsel van het celibaat in gereformeerde kringen nog nauwelijks iets bekend is. 625  

Van Schurman nam die spreuk over van Ignatius, niet van Ignatius van Loyola zoals Van der Stighelen beweert, 626   maar rechtstreeks van Ignatius van Antiochië zoals Mollerus de achttiende eeuwse biograaf van Van Schurman meldt:

Adjectum ei plerumque est Apophthegmata Ignatii, episcopi Antiòcheni et Martyris sanctissimi, decantatissimum: ο εμος ερως εσταυρωται quod ipsa, piae devotionis impulsu, Symboli loco usurpabat et Carmine inter Poemata, Opusculis inserta, obvio, illustravit. Cui Epigrammata Joh. de Laet fili et Rob Keuchenii in idem Latina, Philippique Zesii Oda Germanica possunt adjungi.
Hierbij gevoegd wordt de dikwijls gehoorde korte spreuk van Ignatius, bisschop van Antiochië en een zeer vroom martelaar, nl. mijn liefde is gekruisigd. Zij heeft dat door vrome neiging als symbool gebruikt. Ze heeft er ook een gedicht opgeschreven dat gemakkelijk onder haar gedichten in de Opuscula te vinden is. Ook zijn er epigrammen
 623  Van Schurman 1740:77.
 624  Mollerus 1744:810.
 625  Van Beek 1997b. Zie over celibaat in Rooms-Katholieke kring o.a.: Monteiro 1993, Monteiro 1996.
 626  Van der Stighelen 1987a:124.


[p. 312]

van Joh. de Laet en van Rob. Keuchenius in het Latijn en oden in het Duits van Philippus Zesius op deze spreuk geschreven. 627  

Volgens Mollerus had ze deze spreuk van Ignatius van Antiochië in een vrome opwelling als symbool overgenomen. Hij heeft het dus helemaal niet over de belofte bij een sterfbed gedaan. De spreuk staat in de brief van Ignatius aan de Romeinen, Par.7.

Daar er nogal verschil in interpretatie in deze spreuk is, geef ik het (uitgebreide) citaat van Ignatius:

Als levend mens schrijf ik u terwijl ik verlang te sterven. Mijn verlangen is gekruisigd en er is in mij geen vuur dat voedsel zoekt. Er is slechts stromend water in me dat spreekt en binnen in me zegt: Hierheen, naar de Vader! Ik schep geen behagen in het voedsel van vergankelijkheid en de genietingen van dit bestaan. Ik verlang naar het brood van God, dat is het vlees van Jezus Christus. Hij is uit het geslacht van David. Als drank verlang ik naar zijn bloed, dat is de onvergankelijke liefde. 628  

Met betrekking tot ερως geeft de ene vertaling ‘lust’, de andere ‘verlangen’, de derde weer ‘liefde’. 629   Origenes startte een lange traditie waarin mijn liefde werd opgevat als Christus. Mijn liefde is gekruisigd is dan Christus, mijn liefde, is gekruisigd. Maar moderne commentatoren op Ignatius willen juist de parallellen met de volgende bijbelteksten laten zien, zoals Galaten 5:24: ‘Maar die van Christus zijn hebben het vlees gekruisigd met de bewegingen en begeerlijkheden’ en Galaten 6: 14: ‘Maar het zij verre van mij dat ik zou roemen anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus door welken de wereld in mij gekruisigd is en ik der wereld.’

Volgens Schoedel betekent de uitspraak ο εμος ερως εσταυρωται in het bovenstaand verband:

He longs or loves to die, but his longing or love (eroos) has been crucified.
 627  Mollerus 1744:810.
 628  Klijn 1966:100.
 629  The Apostolic fathers 1975:235; Klijn 1966:100; Mollerus 1744:810.


[p. 313]

Hij geeft verder deze aanvulling:

Origen initiated a long tradition of interpretation of the passages according to which Christ is spoken of as the soul's longing that was crucified. But the use of the imagery of crucifixion in Gal. 6:14 and the parallel expression that follows in Ignatius - matter-loving fire - makes it clear that he has in mind a ‘longing’ for the things of the world. This negative assesment of love (eroos) has been viewed as Gnostic, but Philo in a number of instances deals with love and the longing for earthy things just as negatively. 630  

Ook W. Bauer en H. Paulsen komen tot diezelfde conclusie:

Von der Liebe zum Tode kommt Ignatius [...] auf das stürmische Verlangen nach der Welt und ihren Güttern, zu denen auch das leibliche Leben gehört. Denn nur das kan eroos meinen, nicht aber, wie schon Origenes (Prol. in Cant. XIV, 302) wollte, Christus. 631  

Mijns inziens heeft Anna Maria van Schurman juist dit levenssymbool (mijn liefde is gekruisigd) van Ignatius van Antiochië overgenomen omdat zij op zestienjarige leeftijd, bij het sterfbed van haar vader, had moeten beloven om nooit te trouwen. Ze zou dus nooit uiting mogen geven aan lichamelijke liefde. De liefde die haar overbleef, was de geestelijke liefde voor de Gekruisigde, voor Jezus. Zij volgt mijns inziens dus de interpretatie van Origenes. Die is in haar geval alleszins toepasselijk.

Dat ze zijn visie overnam blijkt uit het gedicht, maar het blijkt ook uit de interpretatie van de lofdichten op haar spreuk. Ze zou die toch nooit in de Opuscula hebben opgenomen als die tegen haar eigen bedoeling ingingen? Of het nu inderdaad de sterfbedbelofte is geweest die haar aangezet heeft - van broerlief die dezelfde waarschuwing aan moest horen weten we niets - tot het celibaat of dat ze er pas later toe bekeerd is, weten we niet. Haar vader overleed in 1623. De spreuk ο εμος ερως εσταυρωται verschijnt vaak op de prachtige calligrafische kunststukjes van

 630  Schoedel 1985:184.
 631  Bauer und Paulsen 1985:76-77.


[p. 314]

Van Schurman, meestal album amicorum-bijdragen of schoonschriften, net boven haar naam. Maar de vroegste keer dateert eerst uit 1634. 632  

Van Schurman geeft expliciet haar interpretatie van de spreuk in dit Latijnse gedicht In symbolum suum. Dat gedicht is een echo-gedicht, net als dat voor de koningin van Engeland. Ook hier een echo in regel 2, 4 6, maar niet zo fraai als die van de roos. Ze begint met een rethorische vraag. Dan geeft ze zelf het antwoord en voert de Echo in:

clamat amat
moriens oriens
fide fide.

De laatste echo is dus een repetitio, een herhaling die dan ook een versterkend effect heeft: geloof dubbel en dwars.

Ook anderen bevestigen dat Van Schurman de opvatting van Origenes deelde. Zoals uit een negentiende eeuwse vertaling van dit gedicht door J.P. Hasebroek blijkt:

 Wie zou den Christus niet met liefde tegentreden,
 Wien al wat aadmen kan den lof der liefde geeft?
 Wie heeft ons lief als Hij, die met zijn bloed ons `t Eden
 herwon, en van de hel ons vrijgestreden heeft?
 Geef dus Hem 't hart, o bruid, en vreemd aan zelfbetrouwen
 Blijf slechts op hem alleen als uwen Bruigom bouwen. 633  

Opvallend is dat de klassieke figuur van Echo weggelaten wordt, evenals de echo's zelf. Het gedicht wordt ook helemaal gekerstend, Tartarus wordt hel.

Baillet schreef dat Van Schurman

voua sa virginité à J.C. et elle lui garda en ce point une fidelité invioable jusqu'a la fin 634  
 632  Briels 1988:53-61.
 633  Schotel 1853:86.
 634  Geciteerd door Schotel 1853:85.


[p. 315]

Van Schurman offerde haar maagdelijkheid aan Jezus Christus en zij bewaarde wat dit betreft een ongeschonden trouw tot aan het einde.

Ook anderen hebben op haar zinspreuk gedichten vervaardigd: Robertus Keuchenius en Johannes de Laet Latijnse en Franse epigrammen. 635   De Duitse dichter Philip von Zesen (1619-1689) dichtte een Spruchlied auf der Wohl-ädel-gebohrnen Hochgelehrten Jungfrauen Annen Marien von Schürman bildnüs, en nam die op in zijn Dichterische Jugendflamme in etlichten Lob-, Lust- und Liebesliedern zu lichte gebracht. 636   Nog een bewijs dat Van Schurman de interpretatie van Origenes volgde en dat haar lezers en bewonderaars dit ook zo opvatten, bevindt zich in een boekje vol met epigrammen dat in 1649 ter ere van Van Schurman in Utrecht werd uitgegeven: Epigrammes Consacrez à la vertu de Mademoiselle, Mademoiselle Anne Marie de Schurman par le Sieur des Hayons. A Utrecht chez Jean Waesbergue 1649. Het negende epigram (er zijn er dertien plus een anagram) is gewijd aan Sur sa Devise: Amor meus crucifixus est en het luidt als volgt: 637  

 La mort de l'amour immortel
 ANNE, a donc fait naistre ta flamme
 Et sa croix a servy d'autel
 Au sacrifice de ton ame
 O prodige de verité!
 Que pour vivre en virginité
 Tu suives les loix conjugales!
 Que ton père soit ton espoux
 Et que ton coeur soit moins jaloux
 Quand plus il aime tes rivales!
 635  Schotel 1853:86.
 636  Schotel 1916:108.
 637  Schotel 1853:aanteek 17.


[p. 316]

 De dood van de onsterfelijke liefde,
 Anna, heeft dus aan jouw vlam geboorte gegeven
 en zijn kruis heeft als altaar gediend
 voor het offer van je ziel
 O wonder van waarheid!
 Dat om in maagdelijkheid te leven,
 jij de huwelijkswetten volgt!
 Dat je vader jou tot een Bruidegom is
 en dat jouw hart minder jaloers is
 wanneer hij meer houdt van je rivalen. 638  

Caspar Barlaeus had gelijk toen hij aan Huygens schreef:

Quae quia nil nisi divinum sapit et excellens, hominibus nubere non vult et Deos amasios expectat.
Een vrouw die, omdat zij slechts van het goddelijke en het verhevene weet, niet met mensen wil trouwen maar goden als minnaars verwacht. 639  
 638  Schotel 1853:aanteek.17, 87.
 639  Geciteerd door Van der Stighelen 1978a:258.