[p. 317]
22. Gedicht op de geruchten
Verdediging van Anna Maria van Schurman tegen bepaalde misleidende geruchten waardoor op grond van dezelfde naam van Van Schurman, geloofd wordt dat zij de l'Astrée van d'Urfez uit het Frans in het Nederlands vertaald zou hebben.
- Waarom gaat dat gerucht over frivole geschriften geschreven onder mijn naam?
- Waarom heeft men geloof gehecht aan dit boze gerucht?
- Kan de naamsverwarring tot zoveel twijfel leiden dat men gelooft dat ik mijn verstand verloren heb?
- Het kan niet wezen dat al die mensen dezelfde schrijfster in gedachten hebben.
- Zo'n werk verdient gevlochten myrrekransen die ik nooit verdiend heb.
- Ik ben niet jaloers op de schrijfster, laat zij zelf maar de onderscheidingen van haar lieftallige werk dragen.
- Liefde voor een ander soort kunst neemt mij in beslag.
- Het doet me genoegen om dit openlijk te zeggen;
- Laat Venus mij maar verwijten dat ik de onoverwinnelijke Muzen niet onder haar scepter gesteld heb.
- Ook denk ik niet dat ik uw wetten, Astraea 640 , heb overtreden.
- Gij beveelt immers om ere te geven wie ere toekomt.
|
640 Astraea: dochter van Zeus en Themis, godin van gerechtigheid. Tijdens de zogenaamde Gouden Eeuw verbleef zij onder de mensen; toen echter de mensheid steeds meer onder de ban van het kwaad kwam, verdween zij van de aarde en werd zij een sterrenbeeld.
|