[p. 321]

23. Latijns gedicht op de stichting van de Universiteit van Utrecht 652  

Anna Maria van Schurman feliciteert de eerbiedwaardige en beroemde stad Utrecht met de zojuist opgerichte universiteit.

 U die stad en ommeland machtig en volgens wet regeert
 en die uw hoge torens tot de sterren toe uitstrekt,
 uw hoogste doel is het om het intellect licht te brengen
 en om met de wapens van Pallas de trage barbarij te verdrijven.
 Laat de schade door de gehoornde rivier de Rijn u toegebracht u niet ontstellen en ook niet
 dat onwelkome golven uw woningen hebben overspoeld.
 Laat de onbestendige handel van gretige massa' s mensen u niet van u stuk
 brengen noch het wispelturig lot dat vleugels aan uw rijkdom gaf.
 Kijk, de watermassa' s gaan onder in de terugtrekkende rivier,
 zodat uw velden door eeuwige bronnen bevochtigd worden.
 Blij en met een stralend gezicht ziet u alles beginnen te schitteren
 en ziet u dat nu gebeden met al hun beloftes verhoord worden.
 Vast en zeker boort de meegaande Pegasus nieuwe bronnen voor u aan
 en zorgt de lieflijke Muze voor Castalische wateren.
 Hieruit zullen de Nederlandse inwoners die naar inheemse nectar dorsten, drinken.
 Hieruit zullen ook allen die tussen de twee Polen wonen, drinken.
 Hieruit zal ook u, Utrecht, de vreedzame rijkdom van Minerva
 - de produkten van de geest - putten door de welsprekende monden der ingewijden.
 Maar, vraag je misschien, wat zit er dwars?
 Wel, deze heiligdommen zijn ontoegankelijk voor vrouwen!
 Voor iedereen wordt hier gezaaid en gemaaid,
 652  Het gedicht is voor het eerst gedrukt in: Academiae Ultrajectinae inauguratio una cum orationibus inauguralibus. Ultrajectum, 1636, fH 2 r-v. Zie voor andere uitgaven van het gedicht: Van Beverwijck 1639b:98, 190; Van Beverwijck 1643:192; Opuscula 1648:262-3; Opuscula 1652:300-301 en verder in alle volgende drukken van de Opuscula. Schotel 1853:90-91; Algemeene Feestwijzer voor het tweede eeuwfeest der Utrechtse Hoogeschool 1636-1836. Utrecht, 1836:83-84.


[p. 322]

 
 opdat de voedende en vriendelijke Themis
 de tweedrachtige Chaos buiten de vreedzame wereld mag sluiten,
 opdat de goddelijke wetenschap door getrouwe beoefening mag
 stralen en een altaar voor de hoogste God overal mag branden.
 Dit is het doel, hier eindig ik;
 het is genoeg geweest om mijn eigen vreugde geuit te hebben
 temidden van de algemene feestvreugde van de wereld.
 Gegroet, o hoop van het volk, begin van een beter geslacht
 op wie de Zon der Gerechtigheid het eerste scheen.
 Nogmaals gegroet, o Licht dat zo nieuw is opgegaan over de verbaasde eeuw.
 Mag de Zon der Gerechtigheid voor u nooit ondergaan! 653  
 653  Zie voor een parafraserende, negentiende-eeuwse Nederlandse vertaling Schotel 1853:90-92. Een grove vertaling in Birch 1909:47-48.