7. Brief van Meletios
Meletios, bisschop van Efeze, stuurt de adellijke en bijzonder intelligente vrouwe Anna Maria een zegen van de Heer onze God en een gebed in nederigheid.
Van alle kanten hoorde ik over je hoogstaande morele leven en ook over je filosofische instelling en opleiding in Grieks.Vooral hoorde ik over je religieuze studies, maar ik stond in volle bewondering voor je maagdelijkheid, Anna Maria, beeldschone, gezegende en bijzonder wijze maagd. Eervolle woorden vallen met jouw daden samen. Toen ik dus - stellig met instemming van Boven - uit het Oosten naar jouw Westen kwam, gebeurde het onder andere, dat ik ook van velen hoorde over jouw talenten en studies. Je prestaties hierin moeten uitmuntend zijn. Nadat ik daarom bewondering kreeg voor jouw hoogstaande levenswandel en manier van leven die bijna spiraalsgewijs opstijgt, heb ik onmiddellijk de allerhoogste God gedankt omdat er nu, aan het einde der dagen, net als vroeger, nog dochters zijn die, getrouw aan ontberingen, niet alleen in de deugd van wijsheid, maar ook in die van maagdelijkheid uitblinken en schitteren. Toen leek het me juist om je een zegen te sturen omdat je zulke grote ontberingen en verstervingen moet verduren en zo moet afzien.
Ja, dit was voor mij de hoofdreden om jou te schrijven opdat ik, de vreemdeling, jouw integriteit naar behoren prijs door middel van een brief. Ik bid God voor je heil en gezondheid en breng je het ‘wees gegroet’ en verkondig je de vrede van onze Heiland Christus. De schitterende reputatie van jouw leven en van je maagdelijk-wijze intelligentie spoorde mij dwingend aan om dit te doen.
Zou iemand al menen dat het vrijpostig van hem zou zijn om aan een onbekend persoon te schrijven, toch overschrijdt hij daarmee de grenzen van het fatsoen niet. Ik wil immers de deugd prijzen en spreek haar blij en vrijmoedig aan: O maagdelijkheid, engelachtige eigenschap! (zij is immers eigen aan wezens zonder lichaam); o wijsheid, goddelijk eigenschap (zij is immers niet vreemd aan maagden). Want wat anders is in de ogen van God gelukkigzaliger en nuttiger in het leven, wat is eerbiedwaardiger en zaliger in de wereld dan dat minnaars van het goddelijke zich op de studie toeleggen in maagdelijkheid en vroomheid,