De lof die Van Schurman de koningin als Roos-Godin toewuift zit in de wens dat ze maar veel rozengoden en rozengodinnetjes mag voortbrengen.
De echo is zeer functioneel in dit prachtige lofgedicht dat tot het genre van de Echo behoort. Volgens Schotel was het genre Echo niet klassiek, maar kwam het pas in de zeventiende eeuw in zwang. Hij citeert dan ene Managiane: ‘Je n'ai point lu d' Echos chez les Anciens, comme on a effecté d' en faire dans ces derniers temps. C'est une badinnerie que les Echos’.614 Toch werd er ook al in de oudheid veel gebruik gemaakt van die techniek, al was het inderdaad geen apart genre.615 Van Schurman maakte nog een ander echo gedicht, het gedicht op haar levensspreuk (nr. 23 ) en een tweeregelige echo op de Echo's van Janus Dousa.616
In dit gedicht geeft ze via de Echo-techniek drie keer een roos weer, in r.2 (perosa. rosa, roos vol haat tegen de winter), r.4 (generosa. rosa, adellijke, edele roos) en r. 6 (operosa. rosa, weelderige, uitbundig bloeiende hardwerkende roos). Zo worden de drie rozen die het koningshuis Stuart, waarvan Henriette koningin was, in het schild voerde, knap in dit gedicht vervlochten.617 Die drie rozen van het Britse koningshuis stonden trouwens ook al in de titel aangegeven. Ook al hebben de echo-woorden die een elliptische zin vormen, syntactisch gezien geen verband met het voorafgaande, toch lees je onwillekeurig perosa rosa, generosa rosa, operosa rosa samen, ook al weet je dan dat perosa op Flora slaat, generosa op de koningin en operosa ook op de koningin.
Het gedicht is opgenomen in een handschrift van Van Schurmans stadgenoot A. Buchelius, ofwel Aernout van Buchell, Poemata Errantia.618 Later werd het in de Opuscula van 1648 en de daaropvolgende drukken opgenomen.619