No. 15. Verklaring der Vlaamsche spreuk: ‘Zij komen overeen gelijk Manten en Kalle’. Boven op de oude hal van Kortrijk bestond oudtijds een beeld, voorzien van een uurwerk, een meesterstuk in zijne soort. Door den hertog van Bourgondië werd dit beeld naar Dijon gevoerd. Later werd er echter een ander in de plaats gesteld, dat nauwkeurig op het eerste moet geleken hebben. Dit tweede beeld heette Manten en het eerste hoogstwaarschijnlijk (de bewijzen bestaan, maar zijn niet voor den schrijver toegankelijk geweest) Kalle. - Vandaar de spreuk. Zoo komen de spreekwoorden in de wereld; een bewijs te meer, dat voor de verklaring er van, de geschiedenis somwijlen hoogst noodig is.
Sprokkelingen: Dimanche des brandons; merkwaardige bijdragen tot de zeden en de taal der vorige eeuwen, o.a. ‘een Huwelijkscontract van 1601.’
No. 16. Najaarsliefde, kindergedichtje in Veurne's dialect, over het pimpampoentje, ons zoogenaamd Onze-Lieve-Heere-beestje, door Herman Ronse. - Bijdragen tot de geschiedenis der gemeenten van Vlaanderen: Tielt en Dentergem. - Belangrijk als bijdrage voor taal en zeden. -
Spreekwoorden: Ge zult nog met onze beenen noten knuppelen, d.i. ‘Ge zult nog eenige jaren langer leven dan wij’. In de voorgaande eeuwen was het kerkhof te Tielt beplant met noteboomen. De straatjongens zorgden hiervan hun deel te krijgen. Nu zijn knuppels meer geschikt om noten af te werpen dan steenen; daarom
namen de bengels hun toevlucht tot de beenderen, die hier en daar op 't kerkhof verspreid lagen. Om echter met iemands beenen noten te knuppelen moet men eenige jaren, en natuurlijk niet weinige, langer leven. - Verschenen werken, mengelingen. -
Met moed en degelijkheid blijft de Vlaamsche Wacht waken voor Vlaanderens taal en zeden. Het eerste artikel ‘Fransch Vlaamsch’ geeft ons eene bespottelijke bijdrage omtrent het verbasterd Vlaamsch te Kortrijk in 't begin dezer eeuw. ‘Solide tenten waeren geconstruiseert om een ieder van d' influentien der frissche locht te komen preserveeren. Deeze waren ghedecoreert in eenen gedistingueerden stijl, met blanke plafonds, cristaele lustres en groenplanten. Den fond van de eene was gegarniert met diversche analogue trophéen, gesurmonteert met 't waepen van 's lands augusten monark; d' andere extremiteyt was g'embélisseert door de facade van eenen tempel, gededieert aan Cupido’. - Doch waartoe dergelijke onzin meer? Verder een artikel getiteld ‘Moed en volharding,’ waarvan dit staaltje:
‘Droef, als eene moeder droef kan zijn, die om het verlies harer dierbaren treurt, zat eene reeds bejaarde vrouw te schreien voor hare deur. Blijkbaar was het dat eene innige smart haar hert doorvlijmde en dat hare edele ziel tegen de angstbarende wisselvalligheden des noodlots te strijden had. Arme moeder! Eilaas, zij ook, ondanks het edel bloed, dat haar door de aderen stroomde, zij ook werd het slachtoffer van de nijdigheid en blinderhaat! Jaren en jaren had zij te strijden tegen roekelooze vijanden, jaren lang werd zij het voorwerp van blinde kleinachting en vermetele versmading .........
Vlamingen! Herkent gij in dit beeld der bedrukte vrouw onze Moedertaal?’ - Wij konden ons niet onthouden, het begin en het einde van deze klaagrede, maar tevens opwekkende woorden, af te schrijven. Zij strekken ten bewijze hoe ernstig de Vlaamsche Wacht den strijd opvat.