terug  begin  verderprepost

Noord-Holland (Noordoostelijk gedeelte).

Beredden voor begraven.
Beschieten voor opbrengen, afwerpen. In dezen zin wordt het niet alleen van den oogst gebezigd, maar ook van andere dingen. B.v. ditmaal beschiet de kermis niet veel; d.i.: zij is niet voordeelig. Ik ben op de vergadering geweest, maar 't beschoot niets; d.i.: het resultaat was onbeduidend.
Boos, erg, zwaar. B.v. ik ben boos verkouden. Ook in gunstigen zin: 't ging boos voorspoedig.
Guiten = schreien.
Loeven = walmen (van een lamp, die stoomt).
Rooien = gelijken. ‘Hij rooit wel iets op hem.’
Warschippers = waardschappen, uit logeeren gaan. Warschippers zijn logeergasten. ‘Ik heb warschippers.’
Mogen van iemand: van iemand verlof hebben. B.v. ik mag niet van vader. In Zuid-Holland komt deze uitdrukking ook voor; het zelfstandig naamwoord staat daar in den genitief: ‘ik mag niet van vaders, van moeders.’
Het mag wel zoo wezen. In Zuid- en Noord-Holland gezegd aangaande zieken, waar de toestand verre van bevredigend is.
Er diep in liggen = zwaar ziek zijn.
In 't labyrinth zijn, (te Edam) = ziek zijn. ‘Hij is heelemaal in 't labyrinth’ = hij is erg ziek.
Weerschoon (schijnt uit te sterven): de of te weerschoon! Bastaardvloek voor ‘Wat weerlicht!’ of ‘Te weerlicht’. Elders heet het ‘te weerschaen’.
[p. 250]

Uitspraak.

Zeer sterk is de weglating van de letter h, of de bijvoeging waar zij niet behoort, te Enkhuizen en te Maassluis.

Niet alleen te Edam wordt ‘ge’ voor het verleden deelwoord weggelaten. Dit geschiedt in geheel West-Friesland.

In West Friesland wordt de sch uitgesproken als sk. Skool voor school. Warskippen voor warschippen of wachtschippen, d.i. te waardschap of in waardschap zijn; de gastheer is de waard, vgl. hgd.

 

Edam.

J.W. VAN HOOGSTRATEN.

prepostterug  begin  verder