Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen


auteur: Taco H. de Beer en Eliza Laurillard


bron: Taco H. de Beer en Eliza Laurillard, Woordenschat, verklaring van woorden en uitdrukkingen (ed. Ewoud Sanders). Verba, Hoevelaken 1993 (facsimile van uitgave 1899)


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 975]

R

[R.]

R., Romanus = Romein en Romeinsch.

[R.]

R., Rufus.

[R]

R, op Fransche munten, duidt aan, dat ze te Orleans geslagen zijn; op Spaansche wolbalen beteekent R, dat de wol van de fijnste soort is.

[R.A.]

R.A., (eng.), Member of the Royal Academy.

[Rb]

Rb, roebel(s).

[R.F.S.V.P.]

R.F.S.V.P., (fr.), réponse favorable, s'il vous plaît, d.i. men verzoekt een gunstig antwoord. Ironisch: restez ferme sur vos pieds! = sta vast in je schoenen!

[R.I.P.]

R.I.P., (lat.), zie Requiescat.

[R.M.T.]

R.M.T. Onder de regeering van Willem III in Engeland werden alle kinderdieven, die gevat waren, met vuurroode letters gebrandmerkt: R (rogue = schelm), op den schouder; M (manslayer = menschendooder), op de rechterhand; T (thief = dief), op de linkerhand.

[R, P, ד]

R, P, ד, de Latijnsche, Grieksche en Hebreeuwsche R achter elkander, en uitgesproken Er-ro-res, was het antwoord, dat een zeker godgeleerde aan Balthasar Becker schreef, na de toezending van diens Betoverde Wereld; hij wilde daarmede te kennen geven, dat het boek niets dan dwalingen, errores, behelsde.

[Ra']

Ra', (rah, rang), (hebr.), boos, slecht. Laschoon ra' of hora' = booze tong, laster, kwaadsprekerij. Ajin hora' = het booze oog; geest van nijd. Rieach ra' = leelijke reuk. - In deze uitdrukkingen heeft de volkstaal het woord ho-ra' vaak verbasterd tot horre, looschen horre spreken = lasteren, kwaad spreken, ajin horre hebben = nijdig op iets of iemand zijn.

[Raad van louter goden]

Raad van louter goden,
Romeinsche Raad, gij die voorheen
Een raad van louter goden scheen! zegt Maurits Cornelis van Hall (1768-1858), in Marcus Tullius Cicero. De dichter gaat verder dan de gezant van Pyrrhus, wien die raad eene vergadering van enkel koningen had toegeschenen.

[Raad (Berg van den Boozen -]

Raad (Berg van den Boozen -, heuvel aan de overzijde van het Hinnomdal (z.a.), dus geheeten omdat, volgens de legende, Kajaphas daar zijne villa had, waar met Judas Iskarioth onderhandeld en tot den dood van Jezus besloten werd. (Vgl. Matth. XXVI:14-16 en vs. 394).

[p. 976]

[Raadselwapen]

Raadselwapen, armes fausses, armes à enquérir of cas à enquerre, d.i. een wapenschild, waarin men metaal op metaal of kleur op kleur ontmoet. Hetgeen schending is van den heraldieken hoofdregel, volgens welken steeds kleur op metaal en metaal op kleur moet staan. De wezenlijke of eigenlijke raadselwapens moesten ten teeken dienen, dat de vorst, om de gedachtenis van een of ander roemrijk bedrijf levendig te houden, den beschouwer door die schending heeft willen noodzaken, onderzoek naar de aanleiding er van te doen. Hierop toch zinspeelt de Fransche benaming ‘armes à enquérir’, ‘cas à enquerre’ (geval om te onderzoeken). De waarheid is echter, dat wapens in de Middeneeuwen niet door vorsten verleend, maar door de dragers zelve aangenomen werden; en dat het inachtnemen der regels slechts zoo ver reikt, als de invloed der Fransche beschaving in 't algemeen.

[Raaf]

Raaf of Lijmelaar, (barg.), geestelijke.

[Raaf]

Raaf, (hebr.), zie Raaw.

[Raaf]

Raaf, mrv. raven, priester van den zonnegod Mithra. Aldus bij de Magiërs, omdat op den mantel van dien god eene raaf zit als zinnebeeld der alwetendheid.

[Raaf]

Raaf, in de Grieksche mythologie als het symbool der zon, gewijd aan Apollo; in de Germaansche godenleer het zinnebeeld van Wodan's alwetendheid. Ze gold weleer voor een geluksvogel; haar gekras werd als een gelukkig voorteeken beschouwd. Het Christendom maakte ze tot een duivelsvogel, als symbool en gezel van den duivel; ja, Augustinus vereenzelvigde het ‘kras, kras’ der raven met lat. cras = morgen! (uitstel van bekeering).

[Raapkoppen]

Raapkoppen, spotnaam voor de bewoners van Sint Anna-Parochie bij Franeker.

[Raapzaad (Met den duivel om - gaan]

Raapzaad (Met den duivel om - gaan, sterven.

[Raasdonders]

Raasdonders, (mil.), grauwe erwten.

[Raasmaandag]

Raasmaandag, oude benaming in Gelderland voor Koppermaandag (z.a.).

[Raaw]

Raaw, (raab), (hebr.), letterl. leeraar, titel van een opperrabbijn, zie Rabbi. - De echtgenoote des opperrabbijns wordt genoemd Rebbe-tsin, zie Rabbi. - Het Hebr. woord raaw (raab), beteekent ook veel, genoeg, en wordt ook soms in dien zin in de volkstaal gebruikt.

[Rabagas]

Rabagas, staatsman van verdacht allooi; naar den held van een tooneelspel van Sardou, in 1871 voor 't eerst in den Vaudeville-schouwburg te Parijs gespeeld, een volksmenner in Monaco, die tot de hofpartij wordt overgehaald door middel van eene uitnoodiging tot een diner aan 't hof, enz.

[Rabbanieten]

Rabbanieten, zie Karaïeten.

[Rabbi]

Rabbi, (hebr.), letterl. mijn meerdere, mijn heer, mijn leeraar, mijn meester. Titel van een Joodsch geleerde. In het Nederl. taaleigen Rabbijn. In de volkstaal der Nederl. Joden verbasterd tot Rebbe; in die der Portug.-Israel. Nederl. Joden tot Ribi of Ribbi; in die der Duitsch-sprekende Joden vaak tot het korte Reb. Het gebruikelijk meervoud is Rabboniem (Rabbanim; eigenlijk meerv. van Rabban = onze leeraar) = leeraren. Met aanroep: Rabbousai (rabbotai), mijne leeraren, ook gewoon in den zin van mijne heeren.

Het gebruikelijk vrouwelijk woord is (met den Poolsch-Litthauschen vrouwel. uitgang -zin), Rebbetzin (Rebbe-tseen) = vrouw van den leeraar, vrouw van den opperrabbijn. Verg. het Nederl. pastoorsche, domineesche.

[Rabbiem]

Rabbiem, (hebr.), velen [zie Raaw, (Raab)]; vandaar term voor: meervoud; ook term voor: het publiek. Tsorchei rabbiem = openbare aangelegenheden, gemeente-zaken. Bifné rabbiem, voor het publiek, in het openbaar.

[Rabboniem]

Rabboniem, zie Rabbi.

[Rabbousai]

Rabbousai, (Rabbotai), zie Rabbi.

[p. 977]

[Rabelais (De Engelsche -]

Rabelais (De Engelsche -, Jonathan Swift, door Voltaire aldus genaamd.

[Rabelais (Le quart d'heure de -]

Rabelais (Le quart d'heure de -, zie Le quart d'heure enz.

[Rabenstein]

Rabenstein, (hgd.), gerichtsplaats, galgeveld. Eig. ravenstins of ravenslot, omdat de raaf het doode aas zoekt.

[Rabienus]

Rabienus, zie Labienus.

[Racaille]

Racaille, (hand.), het onzuivere, het bedorvene, het uitschot.

[Racaille des grandes villes]

Racaille des grandes villes, (fr.), schuim der groote steden. Deze woorden werden in de zitting van de Belgische Kamer der Volksvertegenwoordigers van 3 Maart 1893 door den heer Vanderkindere, der gematigde linkerzijde, gebezigd, ter aanduiding van den minderen man, die door verleening van het algemeen stemrecht kiezer zou worden. Men heeft hem die uitdrukking later dikwerf verweten.

[Raccourci]

Raccourci, (fr. wap.), zie Verkort.

[Racer]

Racer, (eng.), wedrenner, naam van een Schotschen sneltrein van den London- and North-Western-spoorweg, die 't in Juli 1896 bracht tot eene snelheid van 105 mijlen in 105 minuten.

[Races]

Races, (eng.), wedrennen.

Goodwood-races, aldus genaamd naar het Goodwood-Park, waarin ze gehouden worden. Ze beginnen den laatsten Dinsdag van Juli en duren vier dagen, waarvan de Donderdag (de cup-day) de belangrijkste is. Deze races zijn zeer gezocht. Het Goodwood-Park werd aangekocht door Charles, first duke of Richmond.

De zeven jaarlijksche race-meetings te Newmarket. (1) The Craven; (2) first spring; (3) second spring; (4) July; (5) first October; (6) second October; (7) the Houghton.

The Epsom. Aldus genaamd naar Epsom Downs, waar ze gehouden worden. Ze duren vier dagen.

The Derby. De 2e dag (Woensdag) van de groote Mei-meeting te Epsom, in Surrey; aldus genaamd naar den Earl of Derby, die deze races in 1780 invoerde.

The Oaks. De vierde dag (Vrijdag) van de groote Epsom-races; aldus genaamd naar ‘Lambert Oaks’, in pacht opgericht door de ‘Hunter's-Club’. De Oaks-bezitting ging op de familie Derby over, en de twaalfde graaf was de invoerder van de bovengenoemde races.

St. Leger. De groote races te Doncaster; aldus genaamd naar kolonel St. Leger, die deze in 1776 invoerde.

Ascot, gehouden te Ascot Heath, in Berkshire. In Nederland: bij Clingendaal. In Frankrijk: bij Longchamps.

[Rachel (Wij meenen om - te dienen, en worden met de leepe Lea bedrogen]

Rachel (Wij meenen om - te dienen, en worden met de leepe Lea bedrogen, zinspeling op het verhaal van Gen. XXIX:16-25. In huwelijkszaken ziet men zich soms bitter teleurgesteld. Leep in dit spreekw. z.v.a. druipende, tranende oogen; Gen. XXIX:17 spreekt nochtans van teedere (doffe en matte) oogen.

[Racheltje's wasschop]

Racheltje's wasschop, sobere bruiloft. Wasschop (m. ned.) = bruiloft, echtverbintenis. Volg. Gen. XXIX:28 liep Jacob's echtverbintenis met Rachel zeer stil en eenvoudig, zonder omslag af; terwijl Laban, haar vader, van die met Lea veel werk had gemaakt (zie Gen. XXIX:22).

[Rachem]

Rachem, (hebr.), zich ontfermen, zich merachem zijn over iemand = zich over iemand ontfermen, met iemand medelijden hebben en hem helpen.

[Rachitis]

Rachitis, zie Engelsche ziekte.

[Rachmon]

Rachmon, (hebr.), (van rachem, zich ontfermen), iemand die medelijdend, barmhartig is. Rachmonoes, (rachmanoeth), (hebr.), medelijden, medegevoel. Joodsch rachmonoes = zulk medegevoel voor armen en ongelukkigen, dat niet al te deftig en te voorzichtig redeneert, maar broederlijk onder den arm grijpt en helpt.

[Rachmonoh litzlon]

Rachmonoh litzlon, (rachmanah litzlan), Chaldeeuwsche uitroep van schrik of angst. De Albarmhartige moge redden! (Zie Rachmon).

[p. 978]

[Racine de la chaire (Le -]

Racine de la chaire (Le -, (fr.), de Racine van den kansel, Jean Baptiste Massillon (1663-1742).

[Racine der romantische periode (De -]

Racine der romantische periode (De -, Alfred de Vigny (1799-1863).

[Racine passera comme le café]

Racine passera comme le café, (fr.), Racine zal voorbijgaan (d.i. uit de mode raken) evenals de koffie. Volgens Voltaire in de voorrede van Irène een woord van Mad. de Sévigné (1626-96), die 't echter niet gezegd heeft. Zij schreef 16 Maart 1672 aan hare dochter: ‘Racine fait des comédies pour la Champmeslé; ce n'est pas pour les siècles à venir: si jamais il n'est plus jeune, et qu'il cesse d'être amoureux, ce ne sera plus la même chose. Vive donc notre vieil ami Corneille!’ Vier jaar later, den 10en Mei 1676, schreef zij weer aan hare dochter: ‘Vous voilà donc bien revenue du café; mademoiselle de Méri l'a aussi chassé de chez elle honteusement. Après de telles disgrâces, peut-on compter sur la fortune?’ In zijn geheugen verward, vond Voltaire deze spreekwijzen terug en te goeder trouw schreef hij die aan Mad. de Sevigné toe, waartegen de laatste nooit heeft kunnen opkomen, omdat zij reeds tachtig jaar dood was, toen Voltaire dit bericht de wereld inzond.

[Racingman]

Racingman, (sport.), wielrenner.

[Rad agama]

Rad agama of rad madsdjid, hetzelfde als Landraad agama = priesterraad. Volgens art. 3 Recht Organ. en 78 K.R. blijven de tusschen Inlanders of tusschen met deze gelijkgestelde personen van gelijken landaard gerezen burgerlijke geschillen, nl. alleen die omtrent huwelijkszaken en boedelscheidingen, welke volgens de godsdienstige wetten of de zeden en oude herkomsten van die personen, ter beslissing staan van hunne priesters of hoofden, daaraan bij voortduring onderworpen. Nevens elke landraad op Java en Madura is nu eene priesterraad of Landraad Agama (agama = godsdienst) gevestigd, wiens ressort gelijk aan dat van den Landraad. Die priesterraad is saamgesteld uit den penghoeloe van den Landraad (d.i. de penghoeloe of priester die zitting heeft in den Landraad) als voorzitter en minstens 3 of hoogstens 8 Mohammedaansche priesters als leden.

[Radden]

Radden, (barg.), rijksdaalders.

[Rade]

Rade, in Herkenrade, soms ray, rode of rooi: Venray, St. Oedenrode, Wanrooi, duidt een grond aan, die omgeploegd en voor den bouw toebereid is.

[Radeloos, redeloos, reddeloos]

Radeloos, redeloos, reddeloos, beoordeeling van den toestand in 1672, bij de overrompeling van ons land door de Franschen onder Lodewijk XIV. De overheid was radeloos, het volk redeloos en het land reddeloos.

[Radèn]

Radèn, (jav.), titel van personen van vorstelijke afkomst.

Raden Mas, titel der zonen van den vorst en van een pangéran in hunne kinderjaren.

Raden mas goesti, titel der echte zonen van den vorst in hunne kinderjaren.

Raden ajoe, titel der echte dochters van den vorst; ook van zijne onechte dochters, kleindochters en achterkleindochters, nadat zij gehuwd zijn.

Raden adjeng, titel dezer dochters enz. voordat zij gehuwd zijn.

[Radiant]

Radiant, (fr. wap.), zie Stralend.

[Radicaal]

Radicaal, aanhanger eener staatspartij die eene geheele verandering der staats- of maatschappelijke inrichting verlangt, zoodat niet slechts het uitwendige, bijkomstige, maar de wortel (radix) worde hervormd. Het woord werd het eerst toegepast op Henry Hunt en Majoor Cartwright en anderen, die eene radicale hervorming, van lat. radix (wortel), dus met wortel en al, grondig, wenschten in te voeren in het stelsel van vertegenwoordiging, en niet enkel een paar steden van het recht van vertegenwoordiging wenschten te voorzien.

[Radié]

Radié, (fr., herald.), gepunt (vijf- of zevenmaal). Van den gouden ring met even zoovele punten, waarin de antieke kroon (couronne à l'antique) bestaat. Radié wordt ook wel in de heraldiek gebezigd als rayonnant = stralend.

[p. 979]

[Radiographeeren]

Radiographeeren, zie Röntgenstralen. Uit lat. radius (straal); dus letterl. straal-schrijven.

[Radja]

Radja, (mal.), regeerder, vorst. Voorts is radja moeda = onderkoning, troonopvolger; radja perampoean = vorstin, maharadja, groote, verheven koning.

[Radjeb]

Radjeb of redjeb, (arab.), naam der 7e maand van het Mohammedaansche jaar. (Zie Maanden).

[Radjetoe]

Radjetoe, zie Rats.

[Raffinement]

Raffinement, (hand.), het uitpluizen, vitten, spitsvondigheid, gezochtheid.

[Raglan]

Raglan, een zeer wijde mantel, aldus genaamd naar Lord Raglan (1788-1855), een der voornaamste helden in den Krimoorlog, die zulk een mantel bij voorkeur droeg.

[Ragnarokr]

Ragnarokr, (noordsche myth.), godenschemering, de dag, waarop de wereld zal vergaan en de heerschende goden in hun strijd, tegen de booze machten zullen bezwijken; de groote omwentelingsdag, waarna Surtur (z.a.) de overwinning behaalt en een nieuwen hemel en eene nieuwe aarde sticht.

[Ragulé]

Ragulé, (fr. wap.), zie Schuingetinneerd en Knoestig.

[Ragzon]

Ragzon (verbasterd tot ragzen), (n. hebr.), (van hebr. rouges) rogès = toorn), een toornig mensch, een driftkop; zich meragges zijn = zich over iets boos maken.

[Raiffeisensche banken.]

Raiffeisensche banken. In de jaren van schaarschte 1846 en '47 besloot ‘Vader Raiffeisen’ (1818-88), burgemeester van Flammersfeld, eene armoedige gemeente in het ruwe Westerwald (Hessen en Nassau), tot de oprichting eener coöperatieve bakkerij; later eene tot aankoop van vee. Zoo werden de woekeraars teruggedrongen, ter schulddelging richtte Raiffeisen in 1849 zijne eerste Landbouwbank op, met slechts f 3600, en bood geldelijken steun aan ieder, die zich met zijn reglement kon vereenigen. Eerst in 1854 werd de tweede Bank opgericht te Heddesdorf, bij Neuwied, waar Raiffeisen toen burgemeester was; in 1862 de derde, in 1868 de vierde en eerst in 1880 was het pleit gewonnen. In 1885 telde men 245 Banken, in 1889 610, in 1891 885, (1897) in Duitschland 3800 met ruim 300.000 leden; voorts bezaten Italië (1896) 536, Frankrijk (1895) 281, Oostenrijk-Hongarije (1897) 800 en België (1897) 100 dergelijke banken. En bij al het werk, dat reeds is gedaan, heeft nog nooit éen crediteur of éen lid van de Raiffeisensche Banken éen pfennig verloren: zoo uitstekend is alles ingericht.

De bank wil: werken op een klein gebied, geld uitleenen aan hare leden, die met zorg gekozen worden, geen zakelijk onderpand eischen, maar toezien, dat het geleende nuttig besteed worde, geen winsten najagen, maar alle verliezen vermijden, door groote gestrengheid.

[Railroad City]

Railroad City, (am.), spoorwegstad, naam voor Indianopolis, hoofdstad van den staat Indiana; naar de talrijke spoorwegen, die hier samenkomen.

[Railroad State]

Railroad State, (am.), spoorwegstaat, naam voor New-Jersey (vgl. New Spain), naar de overtalrijke spoorwegen.

[Raines bill]

Raines bill, (am.), nieuwe drankwet, op 5 April 1896 te New-York in werking getreden. In deze wet is voorgeschreven, dat van middernacht af tusschen Zaterdag en Zondag tot vijf uur op Maandag-ochtend geen restauratiehouder iemand wijn bij zijn diner verschaffen mag, en alle saloons (dranklokalen) en restauraties, hotels uitgezonderd, gedurende dien tijd gesloten moeten zijn.

[Rais d'escarboucle]

Rais d'escarboucle, (fr. wap.), zie Karbonkel.

[Raisonneur]

Raisonneur, (toon.), redeneerende rol, de bedaarde, verstandige man, de scherpzinnige raadgever, vertegenwoordiger van het gezond verstand.

[Raka]

Raka, of eigenl. rèka, (bij Matth. V:22), leeghoofd, onbeduidend mensch, domoor! In den Talmud komt het woord

[p. 980]

vaak voor, in den aangegeven zin. Het is Chaldeeuwsch.

[Raketten]

Raketten, (barg.), traliën der gevangenis.

[Rakit]

Rakit, (mal., ook jav.), in orde, uitgerust; eene stelling, een stellage, een vlot.

[Rakkers]

Rakkers, schimpnaam voor de inwoners van Gouderak en Langerak; - in de 17e en 18e eeuw waren ‘rakkers van den schout’ de schoutendienders of agenten van policie.

[Rakoczymarsch]

Rakoczymarsch, volgens sommigen de lievelingsmarsch van Frans II Rakoczy, die hem na den rampspoedigen slag bij Zsibo in 1705, het eerst moet hebben hooren spelen door den zigeuner Michaël Barna; werd door Wenzel Ruszsiczka († 1823), in den tegenwoordigen vorm gebracht. Deze marsch had gedurende de omwenteling van 1848 en '49 in Hongarije eene gelijke uitwerking als vroeger de ‘Marseillaise’ in Frankrijk.

[Raksi]

Raksi, geparfumeerd. Minjak raksi (minjak mal. = olie), kokosolie, die geparfumeerd is met welriekende bloemen. Meraksi = parfumeeren.

[Rallentando]

Rallentando, (it., muz.), afgekort rallent., rall., langzamer wordend.

[Ralliés]

Ralliés, éene der hoofdgroepen van de afgevaardigden in de Fransche kamer van vertegenwoordigers, en wel die der monarchalen die zich met den republikeinschen regeeringsvorm hebben verzoend (of, volgens hun tegenstanders, er voorloopig genoegen mede nemen).

[Ralliez-vous à mon panache blanc]

Ralliez-vous à mon panache blanc, (fr.), zie Enfants, si les cornettes enz.

[Ram]

Ram, (wap.), zinnebeeld van kracht. Deze heraldieke figuur behoort eigenaardig te huis op de Veluwsche heide. De familie v. Delen voert ramskoppen in haar wapen; Gaymans (te Arnhem, 15e eeuw) voert drie ramskoppen, en v. Hoeckelum (te Bennekom, ao 1227 enz.) een springenden ram.

[Rama]

Rama, (ind. myth.), eene der vleeschwordingen of incarnatiën van Vischnoe; hij was de koning van Ayodhyâ en veroveraar van Ceylon.

[Ramadan]

Ramadan, ook ramasan, zie Ramelan.

[Ramadoux]

Ramadoux, de fijnste soort van Limburgsche kaas.

[Ramasser une pelle]

Ramasser une pelle, (fr.), letterl. een spade oprapen, in werkelijkheid, van een fiets vallen.

[Rambaja]

Rambaja of rembaja, (mal.), schuit, overdekt vaartuig, voor staatsie dienend, in de Molukken in gebruik, door de Europeanen orembaai (z.a.) genoemd.

[Rambouillet (Hôtel de -]

Rambouillet (Hôtel de -, een paleis te Parijs van Cathérine de Vivonne, markiezin de Rambouillet (1588-1665). Sedert 1620 was 't langen tijd de verzamelplaats van dat deel der Fransche aristocratie, hetwelk zich toelegde op fijne beschaving, keurigheid van taal, uitwendig onberispelijke zeden en de beoefening van kunsten en wetenschappen. Vernuften als Malherbes, Racan, Balzac, Voiture, Corneille, Chapelain, Scarron, La Rochefoucauld, Mad. de Scudéry, de Markiezin de Sablé, Mad. de Sevigné en vele anderen meer, hadden toegang tot dit middelpunt van geestesbeschaving. Doch de bijnaam ‘les Précieuses’, eens de eeretitel der begaafde vrouwelijke bezoeksters van het Hotel de Rambouillet, veranderde later, toen geest en vernuft tot pedanterie waren ontaard, in een spotnaam, en Molière († 1673) maakte haar tot een onderwerp van spot in zijne ‘Précieuses ridicules’ en ‘Femmes savantes’. In figuurlijken zin wordt de naam toegepast op eene vereeniging, waar fijn vernuft en hoofsche manieren hand aan hand gaan.

[Ramé]

Ramé, (fr. wap.), zie Getakt (gewei).

[Ramelan]

Ramelan (arab. ramadsan), de 9e maand van het Mohammedaansche jaar, de heilige maand der Muselmannen; de vastenmaand in Ned.-Indië; ook Boelan Poewasa genaamd, zie Poewasa.

[p. 981]

[Ramesseum]

Ramesseum, tempel, gewijd aan Ra, den Egyptischen zonnegod. Ra - me - se - soe = se - soe - ra = Sesostris = Ramses de Groote. Het werd gesticht door koning Ramses den Groote; hij plaatste er een reuzenbeeld, grooter dan eenig ander, uit éen stuk rose graniet gebeiteld; de wijsvinger er van is éen meter lang. Het had eene lengte van 17½ M, en moet 20.000 centenaars gewogen hebben.

[Rammelt (Dat -]

Rammelt (Dat -, (schild., toon.) = er is te veel afwisseling, veel wat niet bij elkaar past; te weinig eenheid.

[Rammevreters]

Rammevreters, spotnaam voor de bewoners van St. Jacobiparochie.

[Rammoï]

Rammoï, (hebr.), bedrieger, in de volkstaal verbasterd tot ramme. Van het hebr. ww. rimma = bedriegen. Iemand meramme zijn = iemand bedriegen.

[Ramnes]

Ramnes, een der drie oorspronkelijke stammen of tribus van het Romeinsche volk, waaruit de drie riddercenturiën van dezelfde namen gevormd waren; fig. de ridders = het voorname jongere geslacht. Zie bij Lucères.

[Rampah-rampah]

Rampah-rampah, (mal.), kruiderijen; bij de rijst gebruikt.

[Rampant]

Rampant, (fr. wap.), zie Klimmend.

[Rampas]

Rampas, (mal. en jav.), met geweld afnemen, ontnemen, in beslag nemen, verbeurdverklaren, rooven, buitmaken, enz. Verhollandscht in rampassen.

[Rampasan]

Rampasan, buit, roof; ook, wat in beslag genomen is.

[Ranch]

Ranch, (am.), boerderij, veehoeve, klein landgoed, van sp. rancho.

[Rangé]

Rangé, (fr. wap.), gerangschikt op éene rij.

[Ranggon]

Ranggon, (bat. jav.), open hutje, wachthuisje, op hooge stijlen. te midden der rijstvelden.

[Rangier]

Rangier, (fr. wap.), het kromme, scherpe ijzer van de zeis.

[Ransel (Met gepakten -]

Ransel (Met gepakten -, (mil.), met een dikken buik.

[Ransen]

Ransen, (barg.), stelen. In onze volkstaal ratsen (behendig iets wegkapen).

[Rantsoen]

Rantsoen, of losgeld is de som, waarvoor weleer krijgsgevangenen werden losgekocht of veroverde schepen teruggegeven. Het Wetboek van Koophandel zegt in art. 483: ‘Schip en lading gerantsoeneerd of vrijgekocht... zijnde, is, voor zoo verre de reis niet kan worden ten einde gebragt, de vracht verschuldigd tot de plaats, waar het schip genomen is, in evenredigheid der bedongene vracht. - De vrijgekochte of gerantsoeneerde goederen ter plaatse der bestemming door den schipper bezorgd wordende, heeft de vervrachter of de schipper regt tot de geheele vracht’.

[Ranz des vaches]

Ranz des vaches, (fr.), de Zwitsersche koereien (hgd. Kuhreigen), een bij de Zwitsers geliefde melodie, welke de koeherders op den koehoorn spelen.

[Raoulsche pas]

Raoulsche pas, (milit.), wijze van marcheeren of snelloopen, la marche et la course en flexion, ontdekt door den majoor Von Raoul in 1872. In tegenstelling met onzen loodrechten stijven parademarsch, helt daarbij het lichaam naar voren, de knieën worden sterk gebogen en de voeten laag opgetild. Men glijdt dan over den bodem heen met de snelheid en vlugheid van eene kat.

[Rapat]

Rapat, (mal.), dicht, goed sluitend (als timmerwerk), van éen gevoelen, raadsvergadering. Benaming van de Inl. rechtbanken ter Sumatra's Westkust.

[Raphael wäre ein grosser Maler geworden, selbst wenn er ohne Hände auf die Welt gekommen wäre]

Raphael wäre ein grosser Maler geworden, selbst wenn er ohne Hände auf die Welt gekommen wäre, (hgd.), Raphael zou een groot schilder zijn geworden, zelfs wanneer hij zonder handen ter wereld ware gekomen; naar Lessing, Emilia Galotti I, 4, waar het gezegde aldus luidt: ‘Oder meinen Sie, Prinz, dass Raphael nicht das grösste malerische Genie gewesen wäre, wenn er unglücklicher Weise ohne Hände wäre geboren worden?’

[p. 982]

[Rapiamus]

Rapiamus, klad van thesauriersrekeningen, zooals die nog in de archieven aanwezig zijn; van lat. rapio = zich reppen.

[Rappe]

Rappe, Zwitsersche koperen munt, het honderdste deel van een franc, dagteekent reeds uit de 15e eeuw. De oudste, Freiburgsche, rappen prijkten met den kop van een raaf, Rabe; vandaar de naam.

[Rappelkops]

Rappelkops, (z. afr.), duizelig; vgl. hgd. rapfelköpfisch.

[Rappo (Een -]

Rappo (Een -, d.i. een sterk man; vgl. Rapponische krachten.

[Rapponische krachten]

Rapponische krachten, de krachten van den athleet Carl Rappo, die in het begin dezer eeuw leefde en ook de Nederlandsche kermissen placht te bezoeken; een zijner naamgenooten, een zekere François Rappo, een bekend athleet, stierf in 1874 in het Ziekenhuis te Hamburg.

[Rapport houden]

Rapport houden, (mil.). De chefs van korpsen houden rapport, d.i. houden op een bepaald uur zitting om rapporten aan te nemen, diensten te bevelen, straffen uit te deelen enz.

[Raptim]

Raptim, (lat.), in haast, in allerijl, vluchtig.

[Rara avis]

Rara avis, (lat.), een zeldzame vogel, vandaar = iets zeldzaams. Juvenalis, Satirae VI, 165, en elders.

[Rarement à courir le monde,
On devient plus homme de bien]

Rarement à courir le monde,
On devient plus homme de bien,
(fr.), ons op een rollenden steen groeit geen gras, maar in zedelijken zin. Zoo althans werden die woorden gebezigd door Régnier. - Desmarais (1632-1712), in diens Voyage à Munich, bij de opsomming der godsdiensten, die de Donau op haren loop ontmoet. Gresset (1709-77), zinspeelde waarschijnlijk op dat gezegde, toen hij in Vert-Vert schreef: Dans maint auteur de science profonde, J'ai lu qu'on perd à trop courir le monde = bij menigen schrijver van groot verstand heb ik gelezen, dat men verliest door veel te reizen.

[Rari nantes in gurgite vasto]

Rari nantes in gurgite vasto, (lat.), eenige weinige (schipbreukelingen) zwemmende, de een hier, de ander daar, in den wijden oceaan. Vgl. Aeneis I, 118. Gewoonlijk zegt men alleen rari nantes. De uitdrukking wordt bijna altijd gebezigd in ironischen zin, bv. van enkele gelukkige gedachten in een oceaan van onzin; van enkele weinige leden in een groote vergaderzaal, enz. Zie ook op Apparent enz.

[Rasji]

Rasji, mnemo-technische naam, aanduidende den naam van R. Sjelomo Jitschaki, een beroemd Bijbelverklaarder, die in de 12e eeuw in Frankrijk leefde. - Ook zijne verklaringen van de H. Schrift worden met dien naam aangeduid. Vandaar in het algemeen: commentaar; bv. in de uitdrukking: een Rasji op iets zeggen = eene breede uiteenzetting van eene zaak geven.

[Raskol]

Raskol, gemeenschappelijke naam der tallooze sekten, die de Russische godsdienst heeft. In éen Russisch dorp vindt men soms tien Grieksche sekten vertegenwoordigd. Er zijn allerwonderlijkste sekten onder, met en zonder priesters aan het hoofd; men vindt er die Napoleon I aanbidden, die het Avondmaal in den vorm van rozijnen ontvangen, die zichzelve geeselen, ontmannen, ja verbranden, zich in muren laten inmetselen, enz. enz.

[Raskolniken]

Raskolniken, d.i. scheurmakers, ketters, in de Russisch-Grieksche kerk de aanhangers eener partij, die zich van de staatskerk heeft afgescheiden.

[Rasoel]

Rasoel, (ar.), gezant, afgezant. Rasoel Allah, afgezant Gods, benaming van Mohammed.

[Rasphuis]

Rasphuis, tuchthuis te Amsterdam, waarin bedelaars, landloopers enz. werden opgenomen (niet te verwarren met het daarachter gelegen ‘'t Huijs van verbetering voor gedebaucheerde jonge Lieden) (Wittebroodskinderen), sulcke als onverbeterlijk zijn en den Ouderen of Wetten ongehoorsaem’. Het rasphuis was tot in 1595 een klooster voor de nonnen van St. Clara. De benaming is ontleend aan het raspen van Brazi-

[p. 983]

liënhout, dat na aldus bewerkt te zijn, tot het bereiden van verfstoffen dient, welken arbeid de gevangenen genoodzaakt waren te verrichten, of zooals in de ‘Naukeurige en gedenkwaerdige Reijsen van Edward Brocon, M. Br. Door Nederland etc. aengevangen 1668. Uit het Engels vertaelt’. - vermeld staat: ‘hebbende ieder dag een sekere takx, doen soo harden werk dat se naakt en besweet, en 't stof van 't Brasilien hout haer op 't lijf vliegende, het gantsche Lijf over van een schoone roode verwe beschildert hebben’. Als ‘Huis van Arrest en Bewaring’ is het voormalige rasphuis in 1895 afgebroken; op dezelfde plaats (Heiligenweg) bevindt zich thans eene overdekte baden zweminrichting.

[Rassolink]

Rassolink, Russische soep, uit bouillon met nieren, augurken en aardappels. Werd o.a. gebruikt bij de kroning van Czar Nicolaas II, Mei 1896 te Moskou.

[Rastadter Gesandtenmord]

Rastadter Gesandtenmord, de moord op de Fransche ambassadeurs Bonnier en Roberjot, op 28 April 1799, tijdens het Vredescongres. Het ware licht is over deze zaak nog niet opgegaan; maar zóoveel is zeker, dat graaf Lehrbach last had gegeven alle papieren van de afgezanten op te eischen, en dat de huzaren zich niet uitsluitend aan dit bevel hebben gehouden.

[Rastaqouère]

Rastaqouère, of rastacouère, (fr.), iemand die door opzichtige kleedij de aandacht trekt. Vandaar een vreemdeling, wiens middel van bestaan raadselachtig is. Volgens Roqueplon komt de uitdrukking van ras ca cuero, zooals men in de Pampas den persoon noemt, die de huiden der gedoode buffels afkrabt. Volgens anderen is de uitdrukking herkomstig van den bekenden komiek Brasseur. Deze had in het stuk Le Brésilien van Meilhac en Halevy, den 9n Mei 1863, in den schouwburg van het Paleis Royal voor 't eerst opgevoerd, de hoofdrol te vervullen. Zooals hij dikwerf deed, voegde hij daaraan veel toe, wat door den tekst niet was voorgeschreven. Ditmaal waren het o.a. vloeken, in zoogenaamd Portugeesch, waarvan een als het aangehaalde woord klonk. Men zegt ook bij verkorting rasta.

[Rat]

Rat, (am.), werkman, die beneden het, met zijne vakgenooten overeengekomen loon werkt; ontrouw lid eener vereeniging.

[Rata]

Rata of rate, (hand.), het bedrag of aandeel, waarvoor iemand aan eene gemeenschappelijke zaak deel heeft; - pro rata, naar evenredigheid of verhouding van ieders aandeel.

[Ratatouille]

Ratatouille, (mil.), voornaamste schotel in de kazerne; daarnaar werd verbasterd ratjetoe en daarnaar rots.

[Ratel]

Ratel, roest in het tabaksgewas, die door langdurige natte weersgesteldheid ontstaat.

[Ratichon]

Ratichon, (fr.), in de volkstaal, een R.K. priester. Verhaspeling van ratissé (geharkt) en rasé (geschoren), waarbij op afgeschoren baard en kruin wordt gezinspeeld.

[Ratificatie]

Ratificatie, goedkeuring door den Souverein van een door zijnen gezant gesloten verdrag.

[Rationalisme]

Rationalisme, het systeem van hen, die uitsluitend de rede als bron van kennis huldigen ook op godsdienstig gebied, en op grond daarvan al wat de rede te boven gaat verwerpen: geheimen en wonderen, geloof en openbaring. Het rationalisme vond zijne voorstanders in de Engelsche Deïsten en bij de Vrijgeesten (esprits forts) in Frankrijk. In Duitschland was de beroemde wijsgeer Immanuel Kant de groote kampioen voor het rationalisme.

[Ratjetoe]

Ratjetoe, zie Rats.

[Ratoe]

Ratoe, (mal.), titel van vorsten (ook van vorstinnen), jav. id., waarschijnlijk hetzelfde woord als datoe (mal.) = familiehoofd, overgrootvader; titel van hoofden en beambten; ook oud man.

[Rats]

Rats, ook ratjetoe, verbastering van fr. ratatouille, (mil.), dooreen gekookt eten (aardappelen met groente dooreen gestampt).

[p. 984]

[Ratsen]

Ratsen, (k.m.a.), teekenen, bv. lijnratsen = lijnteekenen.

[Ratten]

Ratten, spotnaam voor de inwoners van Stiens bij Leeuwarden en voor die van Blankenberge. Men bedoelt waterratten, en dat wijst wellicht op de ligging der gemeente of op hare talrijke visschers.

[Raum für Alle hat die Erde]

Raum für Alle hat die Erde, (hgd.), de aarde heeft voor allen ruimte, voorlaatst vers van het in 1804 voor Becker's ‘Taschenbuch’ vervaardigde gedicht Der Alpenjäger van Schiller.

[Raum ist in der kleinsten Hütte,
Für ein giücklich liebend Paar]

Raum ist in der kleinsten Hütte,
Für ein giücklich liebend Paar,
(hgd.), ruimte is er in de kleinste hut, voor een gelukkig beminnend paar. Het zijn de slotregels van Schiller's romance Der Jüngling am Bache, oorspronkelijk voorkomende in der Parasit IV, 4, bewerkt naar Picard, Médiocre et rampant, etc. en voor het eerst op 12 Oct. 1803 te Weimar opgevoerd; het is eene uitdrukking, die in deze hoogst romantische periode herhaaldelijk voorkwam, o.a. in Wieland's Musarion (1768) en Leisewitz' Julius von Tarent II, 3 (1776).

[Ravachol-spel.]

Ravachol-spel. Dit spel heeft niets te maken met den beruchten boosdoener, den anarchist Ravachol, maar is een soort van biljartspel, waarbij 20 à 23 witte kegeltjes met een rood kegeltje (den ‘kardinaal’ of ‘Ravachol’ geheeten), in hun midden, dienst doen. De ‘bankier’ moet met een witten bal den rooden bal in den zak stooten, terwijl de witte een zeker aantal kegeltjes moet omworpen. Als de Ravachol valt, telt alles dubbel. Nu wordt door de spelers gewed op een even of oneven getal, dat omgeworpen kan worden; en omdat juist daardoor het spel in een hazardspel ontaardt, is het in België krachtens het Strafwetboek verboden.

[Raven zullen u geen brood brengen (De -]

Raven zullen u geen brood brengen (De -, zinspeling op 1 Kon. XVII:4, 6, waar verhaald wordt, dat de raven den profeet Elia brood en vleesch brachten.

[Ravet]

Ravet of revet, dans- en speelhuis; verg. het werkwoord onzer volkstaal ravotten.

[Ravissant]

Ravissant, (fr. wap.), met een prooi in klauwen of bek.

[Rawète]

Rawète, hoewel Waalsch, wordt die uitdrukking ook dikwerf elders in België gebezigd, ter aanduiding van hetgeen de verkooper van eenigerhande waar, boven het strikte gewicht, getal enz. toe geeft. Men zegt ook awete.

[Rayon]

Rayon = radius = straal, daarvandaan ‘style rayonnant’ (in het fr.). Eenige schrijvers hebben aan den gothischen bouwtrant uit de XIIIe en XIVe eeuw den naam gegeven van ‘style rayonnant’ in tegenstelling met den bouwtrant der XVe eeuw dien men den naam van ‘style flamboyant’ heeft gegeven, omdat bij den eersten de traceeringen in de vensters stralend, radieerend, zijn en bij den tweeden de vischblaas als type voorkomt.

[Rayonnant]

Rayonnant, (fr. wap.), zie Stralend en Stralenkruis.

[Razen als Paulus]

Razen als Paulus, vol geestdrift van geestelijke dingen getuigen, naar Hand. XXVI:24.

[Razende Roeland (Een -]

Razende Roeland (Een -, een woest krijgsman; naar Roland, den beroemden paladijn van Karel den Groote; it. Orlando furioso.

[Razzia]

Razzia, (ar.), men duidt daarmee aan den woesten en onstuimigen tocht van een legerafdeeling om levensmiddelen, geld en gevangenen in het vijandelijk land weg te halen. Ook toegepast op het gewelddadig huishouden onder een troep oproerlingen.

[Re delle bestie]

Re delle bestie, (it.), koning der dieren, naam, dien Lodewijk XI van Frankrijk aan Maximiliaan I gaf, omdat deze naar hij meende zijn volk tot eene dierlijke gehoorzaamheid had gebracht.

[Re galantuomo (Il -]

Re galantuomo (Il -, (it.), de ridderlijke koning, bijnaam voor Victor Emanuel, den eersten Koning van Italië.

[p. 985]

[Re infecta]

Re infecta, (lat.), onverrichter zake.

[Real.]

Real. Spaansche muntsoort, onderscheiden in real de plata en real de vellon (zilyeren en koperen reaal) = 17 reales de plata = 32 reales de vellon. Een piaster is 8 r.d. pl., zoodat een real = pl. m. f 0.30 Ned. is. Het woord real beteekent koninklijk en heeft eene uitgebreide beteekenis. In de 15e en 16e eeuw waren in de Nederlanden realen van 6, 4 en 3½ stuiver geslagen; Leycester verordende in 1586 een reaal van 50 stuivers; Maximiliaan had reeds gouden en zilveren realen doen slaan, Karel V en Filips II evenzeer groote gouden munten, die realen heetten. De reaal van achten was de naam van den Spaanschen mat of piaster, vooral gangbaar in de Indiën, ook aangemaakt in 1601 te Dordrecht voor de Compagnie van Verre. Eindelijk werden voor Curaçao in 1821 door het Nederl. gouvernement kleine zilveren munten geslagen, die ook realen heetten. Gedurende de 17e en 18e eeuw tot in 't begin onzer eeuw noemde men in 't dagelijksch leven de waarde van 3½ stuiver altijd reaal.

[Realia]

Realia, de exacte wetenschappen, de wis- en natuurkundige vakken; van lat. realis = zakelijk. In tegenstelling met humaniora (z.a.).

[Realisme]

Realisme, (philos.), de denkwijs, welke van de veronderstelling uitgaat, dat alles wat is, buiten en onaf hankelijk van het zich voorstellend subject bestaat; als zoodanig overgesteld tegen het Idealisme (z.a.), berust het geheel op de getuigenis der zinnen, en loopt licht op materialisme (z.a.) uit. - In tegenstelling met nominalisme duidt het de zienswijs aan, die de werkelijkheid der algemeene begrippen (universalia) erkent; - welke het nominalisme ontkent, die enkel als voortbrengsels der abstractie beschouwend en voor louter namen (nomina) of woorden (flatus vocis) verklarend. Dit realisme ging het eerst van Plato uit. - In de kunst, die richting welke uitsluitend de navolging der natuur, de bloote natuur, beoogt; terwijl het idealisme zijn doel, het oogmerk aller kunstuiting, in de verwezenlijking van een ideaal van schoonheid en volkomenheid zoekt. - Fr. réalisme, van lat. res = zaak; mid. lat. realiter = werkelijk.

[Reardriver]

Reardriver, (sport.), rijwiel waarvan het achterwiel het drijfwiel is.

[Reassurantie]

Reassurantie of herverzekering; overeenkomst, waarbij de assuradeur zich verzekert tegen de kans, dat hij de verzekerde som zal moeten uitbetalen; die som kan hij dan van den reassuradeur terugvorderen.

[Réaumursch porselein]

Réaumursch porselein, matglas, ontdekt door R.A. Ferchault de Réaumur, † 1757, naar aanleiding van zijne proefnemingen tot het namaken van Japansch porselein.

[Reb, rebbe]

Reb, rebbe, (hebr.), zie Rabbi.

[Rebate]

Rebate, (eng.), eene der geheime kortingen, die in Amerika door sommige spoorweglijnen wordt toegestaan, in strijd met de overeenkomst met andere lijnen; zij maken voor het oog officieele tarieven, maar betalen een gedeelte der vracht terug.

[Rebbetseen]

Rebbetseen of rebbetsin, zie Rabbi.

[Rebec]

Rebec (Rebeca, Ribeca, Rubeba, Ribeba, Rubella; sp. Rabé, Rabel; ar. Rebab, Erbeb), Oostersch een- of tweesnarig strijkinstrument, nog heden ten dage in de koffiehuizen van Egypte gebruikelijk.

[Rebekka (Eene -]

Rebekka (Eene -, eene snaterige vrouw, eene persoon, die goed haren bek (mond) kan roeren. Die zuiver Nederl. beteekenis geeft alleen op den klank af; want de Hebr. naam Rebecca van Gen. XXII:23, XXIV:15 vg. beduidt letterl. een jong, gemest kalf. Anderen zoeken in dien naam de beteekenis van strik, valstrik (fig. van eene maagd, die door hare schoonheid de jongelingen verstrikt). Ook geschiedkundig heeft Rebekka niets met praatzucht te maken.

[Rebekka (Eene -]

Rebekka (Eene -,, sierlijk gebogen waterkruik, naar den vorm op de meeste schilderijen voorkomend, waar Rebekka, Labans dochter, Abrahams afgezant te drinken geeft (Gen. XXIV:17, 18).

[p. 986]

[Rebekkaïeten]

Rebekkaïeten, opstandelingen in Wales (Engeland), die zich sedert 1843 tegen het heffen van tolgelden verzetten en de tolboomen vernielden. Aldus naar Rebekka, de bruid van Isaäc (Gen. XXIV:60), tot wie haar broeders zeiden, toen zij het huis verliet en zij haar zegenden: ‘uw zaad bezitte de poort zijner haters’.

[Reboeng]

Reboeng, (mal.), jonge loten van de bamboes, waarvan de meeste soorten eetbaar zijn. Atjar reboeng heet het zuur daarvan gemaakt; zie Atjar.

[Rebrassé]

Rebrassé, (fr. wap.), met omslagen (kleederen).

[Rebus]

Rebus, (eigenlijk de abl. plur. van lat. res = zaak), uitdrukking der gedachten door zaken, figuren, of beelden in plaats van door letters; dus, een teekenraadsel, figurenschrift, dat ontcijferd moet worden. Het woord heeft zijn ontstaan te danken aan zekere, reeds omstreeks de helft der 16e eeuw in Frankrijk bekende geschriften, die boertige, vooral erotische aardigheden inhielden en die De rebus quae geruntur (= wat er al niet omgaat) ten titel voerden. Daarvan maakte men allengs de rebus tot men eindelijk ook het voorzetsel wegliet.

[Rebus]

Rebus of raadselwapens, (wap.), sommige wapens, die zonder dadelijk als sprekend te worden herkend, toch op den naam zinspelen, en dus een raadsel opgeven.

[Rebus angustis animosus atque fortis appare]

Rebus angustis animosus atque fortis appare, (lat.), betoon u kloek en sterk in een benauwden toestand. Horatius, Od. II, 10, 21.

[Rebut]

Rebut, (hand.), het uitschot, het bedorvene gedeelte der koopmansgoederen.

[Rebut]

Rebut of rebuut, brief, die wegens onduidelijkheid van adres of onvindbaarheid van de(n) geadresseerde als onbestelbaar op het postkantoor wordt ter zijde gelegd.

[Recepis]

Recepis, (mil.), bewijs van ontvangen of ingeleverde goederen.

[Recercelé]

Recercelé, (fr. wap.), dubbelgebogen.

[Rechabieten]

Rechabieten, ten tijde der inwoning van het Israëlietische volk in Palestina, een aldaar zwervende nomadenstam; geheeten naar Rechab, den vader van Jonadab (2 Kon. X:15, 23, wien zij groot gezag toekenden, vgl. Jerem. XXXV:6, 8). Zij zetten het monadenleven in al zijne eenvoudigheid voort, en mochten volstrekt geen wijn drinken, ook geene huizen bouwen of akkers bezaaien of wijngaarden planten.

[Recherche (Droit de -]

Recherche (Droit de -, in het Volkenrecht, het recht der oorlogvoerende partijen om te onderzoeken, of onzijdige vaartuigen oorlogscontrabande aan boord hebben; eene soort van huiszoeking in een verdacht vaartuig.

[Recherche de paternité est interdite (La -]

Recherche de paternité est interdite (La -, (fr.), zie La recherche enz.

[Recht dubbel getinneerd]

Recht dubbel getinneerd, (wap.), aan weerszijden met tinnen, die recht tegenover elkaar staan, en niet dubbel gekanteeld (zie Dubbel).

[Recht op en neer (Een -]

Recht op en neer (Een -, (rest.), gewone klare.

[Recht van bruiloftsavondkout]

Recht van bruiloftsavondkout, zie Droit du seigneur, ook Jus primae noctis.

[Recht van initiatief]

Recht van initiatief, zie Initiatief en Initiatief (Recht van -).

[Rechterzijde (Uiterste -]

Rechterzijde (Uiterste -, streng-conservatieven in de staatkunde, orthodoxen in het kerkelijke.

[Rechts]

Rechts, (wap.), in heraldiek wat voor den schilddrager rechts is, dus voor den beschouwer links.

[Rechts hebbend]

Rechts hebbend, (wap.), met een ondergeschikt stuk rechts van zich.

[Rechtvaardige (De -]

Rechtvaardige (De -, Aristides, de Athener († 468 v.C.). Baharam, bijgenaamd Shah endeb, d.i. de rechtvaardige koning, vijfde vorst der Sassaniden. Casimir II, koning van Polen (1117-94). Ferdinand I, koning van Aragon (1373-

[p. 987]

1416). Haroen Al Raschid, d.i. de rechtvaardige, de meest bekende der Kalifs van Bagdad (765-809) en de held van verschillende sprookjes uit de ‘Duizend en éen Nacht.’ Jacobus II, koning van Aragon (1261-1327). Khosru of Chosroes, door de Arabieren genaamd Mali al Adel, d.i. de rechtvaardige koning. Moran, de rechtvaardige, raadsheer van Feredach, koning van Ierland. Pedro I van Portugal (1320-67).

[Recief]

Recief, ontvangbewijs van goederen, welke in een schip geladen worden, bestemd om tegen cognoscementen te worden ingewisseld.

[Recipe]

Recipe, (lat.), afgekort R, d.i. neem, men neme, op recepten; vandaar ook als subst. het recept zelf.

[Recipe Boisrobert]

Recipe Boisrobert, (fr.), neem Boisrobert, vermaning, bij wijze van recept, door Citois, eersten geneesheer van Richelieu, aan dezen opgegeven, toen de kardinaal zich niet wel gevoelde; hij deed Boisrobert, den abt, daarmede weder in genade aannemen, daar Richelieu wist, dat de geestige en guitige opmerkingen van Boisrobert (1592-1662) voldoende waren om zijne gemoedsstemming te veranderen.

[Recipe ferrum]

Recipe ferrum, (lat.), ontvang het staal, kreet van verachting der toeschouwers in het Coliseum te Rome, bij een gevecht op leven en dood. Als de zwaardvechter zijn tegenstander had getroffen sloeg hij zijn blik naar boven, om te zien of hij zijn slachtoffer moest dooden of sparen. Indien de toeschouwers hun duimen in de hoogte hielden, dan werd hem het leven geschonken; hielden zij die naar beneden, dan moest hij sterven. Indien hij onwillig was om zich den genadeslag te laten toebrengen, dan verhief zich deze kreet. Hooggeplaatste personen gingen soms de arena binnen, om getuige te zijn van den doodstrijd van den overwonnene of het warme bloed te proeven van een of anderen dapperen held. Had de zwaardvechter getroffen, dan riep hij Hoc habet (dat heeft hij beet).

[Réclame]

Réclame, alles wat iemand doet om de aandacht te vestigen op zijn koopwaren, zijn persoon, enz. Van réclamer l'attention, een beroep doen op de aandacht.

[Reclamerecht]

Reclamerecht, het recht dat de verkooper van goederen in zekere gevallen heeft om bij wanbetaling van den koopprijs of bij faillissement des koopers, de goederen terug te eischen.

[Recollecten]

Recollecten, (r.k.), doorgaans Recolletten genoemd, zijn die afdeelingen der Franciscaner-orde, welke wegens het volgen der gestrengste orde-regelen (regularis et strictioris observantiae), ook den naam van Observanten dragen en daartoe verzameld (recollecti) werden. In de Fransche taal worden de Franciscanen of Minderbroeders in 't algemeen Recollecten genoemd; doch eigenlijk zijn 't die Observanten, welker afdeeling in 1530 is gesticht en door paus Clemens VII in 1532 is bevestigd.

[Reconcentrados.]

Reconcentrados. De voorstanders, in 1898, der scheiding tusschen het eiland Cuba en Spanje; lett. tegenstanders van concentratie.

[Reconventie (Eisch in -]

Reconventie (Eisch in -, tegeneisch, door den verweerder in rechten gedaan tegen den eischer, die dan eischer in conventie genoemd wordt, en gedaagde in reconventie is.

[Record]

Record, (sport), het sterkste stuk wat men zich kan herinneren (to record) ooit te hebben bijgewoond of vernomen.

[Recordman]

Recordman, (eng. en fr.), hij die eens of meer een record (z.a.) heeft bereikt. Men zegt ook recordwoman voor eene vrouw, die in dat geval verkeert.

[Recoupé]

Recoupé, (fr. wap.), heet een kwartier dat gesneden (z.a.) is, omdat de kwartieren zelve door snijding en deeling (z. Gedeeld) ontstaan en dus een gesneden kwartier 't voortbrengsel van een nieuwe snijding is.

[Recte faciendo neminem timeas]

Recte faciendo neminem timeas, (lat.), als gij goed handelt, behoeft gij niemand te vreezen. Spreuk van Sytzama, en Van den Steen van Waajesteyn. Ook Doe wel en

[p. 988]

zie niet om; fr. Fais ce que dois Advienne que pourra, spreuk van koning Lodewijk van Holland.

[Recto]

Recto, de rechter bladzijde (pagina) van boeken. Tot voor ongeveer 300 jaar geleden had elk blad (folio) van gedrukte boeken hetzelfde nummer voor beide zijden en moest men deze onderscheiden tusschen fol. 1 enz. recto en fol. 1 enz. verso (omgeslagen). Verso is dus steeds de linkerbladzijde.

[Reculer pour mieux sauter]

Reculer pour mieux sauter, (fr.), teruggaan om beter vooruit te springen, een weinig wijken om eene sterkere positie in te nemen.

[Red-letter-day]

Red-letter-day, (eng.), feestdag; de heilige dagen zijn in den almanak met eene roode letter (red letter) gedrukt.

[Redcoats]

Redcoats, (eng.), roodrokken, scheldnaam voor de Engelschen naar den rooden rok der soldaten bij enkele regimenten.

[Redder van den vrede van Europa]

Redder van den vrede van Europa, bijnaam van den Graaf van Zuylen, minister in 1866. Volgens zijn beweren zou een hooggeplaatst persoon hem hebben toegevoegd: ‘vous avez sauvé la paix de l'Europe’, wat hij op het Londensch Congres bij de behandeling der Luxemburgsch-Limburgsche kwestie zou gedaan hebben.

[Redemptoristen]

Redemptoristen, (r.k.), leden eener geestelijke orde, ook wel Liguorianen of Liguoristen geheeten. De orde werd in 1732 door Alphonsus Maria de Liguori te Napels gesticht en in 1749 door paus Benedictus XIV bevestigd. Ze ontleent haren naam aan den Zaligmaker (Redemptor), en komt in vele opzichten overeen met die der Jezuiten, vooral wat betreft de uitbreiding van het R.-K. geloof. In 't bijzonder belast ze zich met de kerkelijke opleiding der jeugd. De leden dezer congregatie leiden een gemeenschappelijk leven, houden zich aan de drie geloften der monniken, en hebben leekebroeders ter behartiging hunner wereldlijke zaken. Tegenwoordig zijn zij over 't grootste gedeelte der christelijke wereld verspreid. In Oostenrijk en Nederland hebben zij ook vrouwenkloosters.

[Redjeb]

Redjeb, zie Radjeb.

[Redoute]

Redoute, (mil.), vierkant (gesloten) veld- of vestingwerk; aan ééne zijde is eene opening tot doorlaten der bezetting.

[Redowa]

Redowa, (muz.), Boheemsche dans, afwisselend in 2/4 en 3/4 maat.

[Reductie]

Reductie, (lat.) reductio, letterl. terugbrenging, herleiding. Zie bij Conversie. Met de Reductie van Groningen wordt bedoeld het toetreden dezer provincie i.d. 22 Juli 1594 tot het verbond der zes overige provinciën, krachtens de Unie van Utrecht (Januari 1579), waardoor de Republiek der Zeven Provinciën tot stand kwam. Van 17-22 Sept. 1894 is het Reductiefeest te Gron. gevierd, tegelijk met het 56e Lustrum (z.a.) der Groningsche Hoogeschool.

[Reductio ad absurdum]

Reductio ad absurdum, (lat.), het bewijs, dat iets ongerijmd is.

[Reduit]

Reduit, laatste toevluchtsoord; in dezen zin de vesting of stelling die nog verdedigd kan worden al is het overige des lands in handen van den vijand. In Nederland is Amsterdam met de omliggende forten het reduit.

[Reeder-cedel]

Reeder-cedel of reeder-cedulle, akte tot oprichting eener reederij.

[Reel]

Reel, (eng.), een oude Engelsche, Schotsche, Iersche en Deensche dans in gewone maat en zeer levendig, door 2 of 3 paren gedanst.

[Refectorium]

Refectorium of refter, eetzaal in een klooster.

[Referendum]

Referendum, (lat. ad referendum = hetgeen te berichten is), stemming van het volk over wetten en besluiten, in de landen waar deze rechtstreekschen invloed des volks op de wetgeving bestaat, met name in Zwitserland. Ook de beslissing bij hoofdelijke stemming door alle leden van een in afdeelingen verdeeld genootschap of maatschappij.

[Referendum, (Facultatief -]

Referendum, (Facultatief -, 't recht, dat elke zaak aan volksstemming moet onderworpen worden, zoodra een zeker aantal burgers dit eischen (in Zwitserland in verschillende kantons.

[p. 989]

[Refoeo]

Refoeo, (hebr.), genezing, [van rofo (rafa), genezen].

Refoeo sjeleimo! volmaakte genezing! wensch aan een zieke of aan zijne verwanten ten zijnen behoeve toegeroepen.

[Reformatie (Contra- -]

Reformatie (Contra- -, door de Jezuiten te werk gesteld tegen de Reformatie of Kerkhervorming van 't begin der 16e eeuw, waarvoor de grondslag gelegd werd door den Godsdienstvrede van Augsburg in 1555, krachtens welken het aan elken landsheer of landsvorst werd overgelaten te beslissen, welke belijdenis in zijn gebied zou worden toegelaten. Die Contrareformatie ving, op der Jezuieten aanstoken, sedert 1556, van uit Ingolstadt, in Beieren aan; en in 1563 werden uit dit land de Evangelische predikers en leeken verdreven, en de Evangelische adel buiten den Landdag gesloten. Dit voorbeeld volgden de Roomsche vorsten, die in Trier, Wurzburg, Bamberg, Salzburg de Protestantsche predikers vervingen door kweekelingen der Jezuieten, enz. Aartshertog Ferdinand verdreef in 1590 de Luthersche predikers uit Stiermarken, Karinthië, Krain (Carniole), enz. enz.

[Reformatory]

Reformatory, strafgevangenis te New-York, voor vrouwen, waar een bepaald systeem wordt gevolgd, dat voortreflijk werkt. De gevangenen worden daarheen verwezen voor onbepaalden tijd, die echter in geen geval een aangegeven maximum te boven mag gaan. De directrice mag beslissen of het verblijf aldaar ook verkort mag worden. De gestraften komen eerst in een proefafdeeling, waar ze een maand in afzondering leven. Daarna spreekt de directrice haar toe, wijst er op, dat het verleden voorbij en vergeten moet zijn en drukt haar op 't hart er met niemand over te spreken. De veroordeelde krijgt dan het costuum der tweede afdeeling aan en klimt langzamerhand op naar hoogere afdeelingen, telkens door een ander costuum aangeduid en waar telkens grooter voorrechten aan zijn verbonden. De hoogste afdeeling is in tweeën gesplitst. De eene helft draagt een rood lintje, een eereteeken. Wie dat draagt, heet ‘Trustwoman’, een vertrouwde. En wie door wangedrag dat lintje verliest, kan het nooit weer terug krijgen. Wie zich nu onberispelijk gedraagt tot zoover, wordt ontslagen. En ook 't sneller of minder snel opklimmen tot dien hoogen rang, hangt van 't gedrag af.

[Réfugié (Eerlijk als een -]

Réfugié (Eerlijk als een -, de Réfugiés, in grooten getale naar Nederland overgekomen, maakten dit land door hunne industrie gelukkig, en brachten er de zegeningen van een stil, arbeidzaam en vroom leven.

[Réfugiés]

Réfugiés, uitgewekenen in het bijzonder Protestanten die Frankrijk verlieten, tengevolge van de herroeping van het Edict van Nantes, i.d. 22 Oct. 1685, door Lodewijk XIV, op aansporing der Jezuieten.

[Regardant]

Regardant, (fr. wap.), zie Omziend, ook: een voorwerp (stuk) bepaald aanziend.

[Regatta]

Regatta of regatte, (it.), eene wedvaart met gondels, roei- en zeilwedstrijd, met dezen Ital. naam genoemd naar de roeipartijen die op het groote kanaal bij Venetië, met veel pracht werden gehouden.

[Regenboogschoteltje]

Regenboogschoteltje, zie Scyphatoi.

[Regent]

Regent, zie Diamanten.

[Regenten-contracten]

Regenten-contracten, waarbij zich in de 17e eeuw en later, onder de zoogenaamde Familie-regeering in de steden, de familiën, die het roer in handen hadden, bij eede verbonden, alle ambten en betrekkingen onder elkander te verdeelen. Roosters van opvolging werden opgemaakt, zoodat ieder zijn beurt kreeg, en zelfs voor de jongere leden der oligarchie werd gezorgd. In Delft bv. regeerde de familie v. Bleiswijk; een jonger lid ging naar Gorkum en werd daar in de regeering gebracht. Die regenten-contracten heetten ook wel contracten van correspondentie.

[Regie]

Regie, het openbaar beheer of het uitoefenen van overheidswege van een of anderen tak van koophandel, bv. de tabaksfabrikatie in Frankrijk en Oosten-

[p. 990]

rijk of wel het beheer van eene afdeeling der Staatsinkomsten, zooals de tolrechten, de accijnsen, het brievenvervoer, enz., zijn strikt genomen onderwerpen van régie, doch werden nergens zoo genoemd.

[Regie]

Regie, vunzige tabak, die in de dagen van keizer Napoleon I alleen hier te lande verkocht mocht worden. Bij keizerlijk besluit van 1812 had de Regeering het monopolie er van.

[Régiment de la calotte]

Régiment de la calotte, (fr.), de gekke bende, spotnaam in 1702 onder officieren bij de lijfwacht gegeven aan eene in alle vormen ingerichte vereeniging van vroolijke menschen, die tot zinspreuk kozen C'est régner que de savoir rire, en tot Latijnsche Favet Momus, luna influit (Momus begunstigt ons, de maan sluipt binnen), die bijna eene eeuw lang met bijtenden spot vervolgde, wat hun belachelijk voorkwam. Daartoe behoorden later zelfs Villars, de Regent, Lodewijk XV, Dubois, Law, kardinaal Fleury, Fontenelle, Lamotte, Voltaire, Destauches. Vandaar calotte voor bijtende scherts of spotschrift. Darmesteter geeft de volgende verklaring: Au commencement du XVIII siècle, calotte de plomb avec des grelots adoptée comme emblème par une association de beaux esprits satiriques dite régiment de la calotte.

[Regina coeli]

Regina coeli, (r.k.), Koningin des Hemels, hymne ter eere van de H. Maagd, aanvangend met deze woorden, en waarbij, achter elke der vier clausules, het Halleluja herhaald wordt.

[Regina imp(erium) ineunte diurn(orum) comment(ariorum) scriptoribus ex omnib(us) gent(ibus) congregatis laeta gens Batava]

Regina imp(erium) ineunte diurn(orum) comment(ariorum) scriptoribus ex omnib(us) gent(ibus) congregatis laeta gens Batava, (lat.), bij de aanvaarding der regeering door de Koningin, aan de dagbladschrijvers uit alle volkeren, het verheugde Bataafsche volk. Opschrift (door prof. Dr. Abr. Kuyper) in een oranjetak, der herinneringsmedaille, te Scheveningen den buitenlandschen journalisten tot een aandenken aan de Inhuldigingsfeesten (31 Aug. - 6 Sept. 1898) aangeboden.

[Reginenses (De -]

Reginenses (De -, handschriften in het Vaticaan, afkomstig van koningin Christina van Zweden († 1689).

[Regis ad exemplar]

Regis ad exemplar, (lat.), naar het voorbeeld des konings.

[Regius morbus]

Regius morbus, (lat.), de koninklijke ziekte, Horatius, Epist. ad Pisones, 453; de geelzucht (aurugo); dus geheeten omdat alleen koningen (de grooten der aarde) het geneesmiddel daarvoor (wijn met honig vermengd) kunnen bekostigen. Lat. Aurugo, naar de gele kleur.

[Regnante]

Regnante, zie Gentleman.

[Regres]

Regres, recht van verhaal des houders van een wissel, dien de betrokkene weigert te accepteeren of de acceptant weigert te betalen, tegenover den trekker en de endossanten.

[Regula juris]

Regula juris, (lat.), rechtsregel.

[Rehabeam's raad]

Rehabeam's raad, naar 1 Kon. XII:6, eene vergadering van onervarenen en onvoorzichtigen; ter herinnering aan het onverstand van Rehabeam en zijne vrienden. (Vgl. vs. 11).

[Rehabilitatie]

Rehabilitatie, volgens de vroeger geldende bepalingen van het Wetboek van Koophandel het rechtsmiddel, waardoor de staat van faillissement en zijne gevolgen geheel worden opgeheven; volgens de thans geldende wet van 30 Sept. 1893 (Stbl. no. 140), het middel om, nadat het faillissement heeft opgehouden, feitelijk te constateeren, dat de vroeger gefailleerde zijne schulden heeft voldaan, en dit feit openbaar te maken.

[Rehaussé]

Rehaussé, (fr. wap.), zie Verhoogd.

[Rehobôth]

Rehobôth, (hebr.), ruimte, verruiming, ontleend aan Gen. XXVI:22, naam van een gebouw te Amsterdam (Plantage, Rapenburgergracht), voor Christelijke doeleinden, door ruimte van liefdegaven gesticht. Letterl. breede gangen of straten.

[Rei]

Rei, mrv. reis, eenheid der Portugeesche munt, ingebeelde waarde van

[p. 991]

ruim ¼ cent, welke in briefjes van 1200, 2400, 5000, 10.000 en 20.000 rees verhandeld wordt; doch die briefjes hebben nauwlijks ⅓ der opgegeven waarde, milreis = f 2.70.

[Reiach]

Reiach, (reach), (hebr.) geur, reuk.

[Reich (Das - der Unwahrscheinlichkeiten]

Reich (Das - der Unwahrscheinlichkeiten, (hgd.), het rijk der onwaarschijnlijkheden, bijnaam aan Oostenrijk gegeven, sedert de Neue Freie Presse, verscheiden jaren geleden die woorden als titel boven een hoofdartikel over dat land plaatste.

[Reich' mir die Hand, mein Leben!]

Reich' mir die Hand, mein Leben! (hgd.), reik mij de hand, mijn liefste; duet uit Mozart, Don Juan, in 1787 voor het eerst opgevoerd; het is de scène waarin Don Juan zijne beminde wil meevoeren.

[Reichshund]

Reichshund, (hgd.), rijkshond noemde men den geliefden hond van den prins Von Bismarck, toen hij de betrekking van rijkskanselier bekleedde.

[Reigers (Blauwe -]

Reigers (Blauwe -, spotnaam gegeven aan de inwoners van Heer Hugowaard.

[Reinen (Den - is alles rein]

Reinen (Den - is alles rein, Tit. I:15. Vermaning, door Paulus, tegenover de Levitische reinheid of onreinheid, omtrent het gebruik van sommige spijzen, gegeven aan Titus, ter aanduiding dat degenen, die rein (onbezoedeld) zijn van gemoed, vrijelijk gebruik mogen maken van allerlei voedsel en zaken, zonderdat dit gebruik hun eene oorzaak van zonde wordt. Niet aan die voorwerpen kleeft de zonde; maar van de gezindheid, waarmee men iets doet of nuttigt, hangt alles af. Gemeenlijk echter wordt dit gezegde spreekwoordelijk misbruikt, tot verontschuldiging van deelneming aan hetgeen onheilig is, van roekeloosheid en onmatigheid.

[Reis-effendi]

Reis-effendi, aan het Turksche hof de titel van den Rijkskanselier en Minister van Buitenlandsche Zaken.

[Reisekaiser (Der -]

Reisekaiser (Der -, de reizende keizer, Wilhelm II, om zijn bekende reislustigheid. Zoo heet zijn voorganger (Friedrich II) der weise, en zijn grootvader (Wilhelm I) der greise Kaiser.

[Reiwech]

Reiwech, van hebr. rewach = winst, voordeel. Reiwech bij iets hebben of maken = winst maken, voordeel van iets hebben.

[Rèka]

Rèka, zie Raka.

[Relata refero]

Relata refero, (lat.), ik vertel, wat mij verteld is.

[Relevé]

Relevé, (wap.), zie Verheven.

[Religio quadrata]

Religio quadrata, (lat.), eene uit vier klassen bestaande regeling voor de kloosters, door paus Gregorius VII (zie Hildebrand) vastgesteld. Letterl. vierkante (d.i. goed gesloten en ineengevoegde) gods- of eeredienst.

[Rem cum parentibus communicare]

Rem cum parentibus communicare, (lat.), zijn vermogen (geld of verdiensten) met zijne ouders deelen (gemeenschappelijk verteren).

[Rembrandt's Nachtwacht]

Rembrandt's Nachtwacht, ongelooflijke titel der beroemdste schilderij van Rembrandt († 1669), die integendeel Het Korporaalschap van Frans Banning Cock, en wel als glorievollen optocht in het zonnelicht, voorstelt. Die oude titel berust dus op eene groote dwaling.

[Remember the Maine!]

Remember the Maine! (am.), denk aan (het stoomschip) de Maine! wacht- en stopwoord der Amerikanen in den 21 April 1898 begonnen oorlog tegen Spanje, ter ophitsing der gemoederen tegen de Spanjaarden, die verdacht worden gezegd Amerikaansch stoomschip verraderlijk te hebben laten springen door eene onderzeesche mijn, vóordat de oorlog uitbrak.

[Remettez-vous Monsieur, d'une alarme aussi chaude]

Remettez-vous Monsieur, d'une alarme aussi chaude, (fr.), bekom, Mijnheer, van uwen schrik. Uit Molière's Tartuffe, V, 7, waar de rechterlijke ambtenaar, die Tartuffe in hechtenis komt nemen, die woorden tot Oronte richt.

[p. 992]

[Remi nepotes]

Remi nepotes, (lat.), naneven van Remus. Bij Catullus, Omschrijving van ‘Romeinen’, evenals bij Livius Romulidae = afstammelingen van Romulus, tweelingbroeder van Remus, en stichter (?) van Rome.

[Reminiscere]

Reminiscere, (lat.), naam van den 2n Zondag in de Vasten, naar de eerste woorden van Ps. XXV:6 in de Vulgata: reminiscere, Domine, miserationum tuarum, quae a saeculo sunt; gedenk, Heer! uwer barmhartigheden en uwer goedertierenheden, want die zijn van eeuwigheid.

[Remonstranten (De vader der -]

Remonstranten (De vader der -, Jacobus Arminius, hoogl. te Leiden († 1609); zie Geweten.

[Rempli]

Rempli, (fr. wap.), heeten geledigde (z.a.) stukken, opgevuld met een ander email dan het veld, of het stuk zelf.

[Remporter]

Remporter (ook ramasser) une veste, (fr.), letterlijk een vest terughalen of oprapen, in werkelijkheid niet slagen, schipbreuk lijden (in figuurlijken zin). De uitdrukking heeft den volgenden oorsprong: Verscheiden jaren geleden werd in den Vaudeville-schouwburg te Parijs, een stukje, getiteld Les Etoiles, opgevoerd. In een samenspraak tusschen een herder en eene herderin noodigde de eerste deze uit op het gras te komen zitten. De herderin weigerde echter, voorgevende dat het gras wegens de ‘tranen van den dauw’ vochtig was. ‘Ga dan op mijn vest zitten,’ hernam de herder. Die woorden brachten de geheele zaal aan het lachen en fluiten. De daardoor van zijn stuk gebrachte herder nam zijn vest weder op groette het publiek en verliet het tooneel.

[Ren]

Ren, (k.m.a.), goed, van een leiendakje, bv. het gaat ren; gepezen heeft dezelfde beteekenis.

[Renaissance]

Renaissance, (fr.), d.i. wedergeboorte, het herleven der letterkunde, kunsten en wetenschappen, op den grondslag der Grieksch-Romeinsche of klassieke beschaving waartoe het terugvinden der fragmenten dier beschaving in de 14e eeuw in Italië aanleiding gaf. Vandaar verbreidde zich deze richting van kunst en smaak over geheel Europa en oefende vooral den meest zichtbaren invloed uit op de beeldende kunsten (vooral de architectuur) en de letterkunde.

[Renaissance-stijl]

Renaissance-stijl, ook Hollandsche renaissance-stijl. Bouwstijl, die een gevolg was van navolging der klassieke voorbeelden aan welke men eene breedere, frisschere en vrijere levensopvatting toeschreef, dan die der Middeleeuwen. Ze kwam tot ons over uit Italië, waar de gothiek nimmer had gebloeid. In de 15e eeuw wilde men, wars van het Middeleeuwsche scholasticisme en mysticisme, weder het natuurlijke licht zien der klassieke kunst en letteren. De gothiek, die begon te verbasteren, maakte plaats voor een ernstig bedoelde doch vaak ook mislukte navolging van de ziens- en gevoelswijs der klassieke volkeren, die de schoonheid der schepping en der schepselen wisten te bewonderen in de hun eigene harmonische verhoudingen. Alzoo ontstond de Renaissance (fr. wedergeboorte, herleving), in den bouwstijl, wier invloed voor 't eerst in het huisraad der gothisch-gebouwde kerken doordrong.

[Rencontre]

Rencontre, (wap.), zie Aanziend (dierenkoppen).

[Rencontre de boeuf]

Rencontre de boeuf, (fr. wap.), twee ossenhoorns met het voorhoofdsbeen; - de buffel, twee buffelhoorns, evenzoo.

[Rendez l'encrier!]

Rendez l'encrier! (fr.), geef den inktkoker terug! Bij eene in 1866 te Straatsburg gehouden verkiezing voor het Wetgevend Lichaam, leed de heer Ed. Laboulaye (1814-1883), de kandidaat der oppositie, schipbreuk. Als troost boden hem de dames der stad een prachtigen zilveren inktkoker aan. Toen echter in 1870 de befaamde volksraadpleging (plebisciet) door Napoleon III werd uitgeschreven, maakte de heer de Laboulaye een brief openbaar, waarin hij verklaarde daarmede volkomen in te stemmen. Dat werd door de vrijzinnigen als verraad beschouwd. Het blad La Cloche bevatte dientengevolge een opstel, dat de aangehaalde woorden ten titel

[p. 993]

voerde, en waarin schertsenderwijs werd aangekondigd, dat eene delegatie van Straatsburg te Parijs was aangekomen om den inktkoker terug te eischen. Een aantal nieuwsbladen namen die mededeeling over, meenende, dat zij ernstig gemeend was. Dat vooral werd den heer de Laboulaye meermalen naar het hoofd geworpen; immers hij had den inktkoker behouden.

[Rendre à César ce qui est à César]

Rendre à César ce qui est à César, (fr.), den keizer geven, wat des keizers is; zie Geef den keizer enz.

[Renschild]

Renschild, (wap.), een vierhoekig schild met een scherpen rug over het midden van den buitenkant. In de rechterzijde is eene insnijding om de lans in te laten rusten. Het renschild werd gebruikt voor het gevecht te paard, en had ook een draagband.

[Rentjong]

Rentjong, (atjeh), lang, puntig mes, als een ponjaard.

[Renversé]

Renversé, (fr. wap.), zie Omgekeerd.

[Repartitions]

Repartitions, (fr. wap.), kwartieren van op nieuw verdeelde hoofdkwartieren.

[Repliek]

Repliek, het wederantwoord van den eischer in rechten op het antwoord van den gedaagde, die daarna kan dienen van dupliek.

[Repos (En -]

Repos (En -, (fr. wap.), zie Liggend (herten).

[Repos ailleurs]

Repos ailleurs, (fr.), Elders Rust. Spreuk van Philips van Marnix van St.-Aldegonde en van Van Hoogenhouck Tulleken.

[Repoussoir]

Repoussoir, donkere figuren op den voorgrond van een schilderij, die het effect hebben den achtergrond meer te doen wijken, enkele deelen meer te doen uitkomen; vandaar naam voor eene zeer leelijke vrouw, die aldus de leelijkheid van haar, die met haar wandelt schijnt te verminderen.

[Represailles]

Represailles, toepassing van het ‘leer-om-leer’ in het Volkenrecht, als de eene staat maatregelen genomen heeft, die den anderen staat benadeelen en in strijd zijn met het recht.

[Représentations d'avantgarde]

Représentations d'avantgarde, (fr.), tooneelstukken van onbekende, jonge schrijvers, van meer of minder littéraire waarde, maar altijd belangrijk genoeg om gezien te worden.

[Reptilia Parnassi]

Reptilia Parnassi, (lat.), de reptiliën (kruipende dieren) van den Parnassus, d.w.z. de middelmatige dichters, door het bewustzijn van hunne middelmatigheid gewoonlijk spijtig en giftig. - De berg Parnassus, met de stad Delphi aan zijn voet, was de zetel van Apollo, den god der dichters.

[Reptiliënfonds.]

Reptiliënfonds. Bij de bespreking, in de Pruissische Kamer der Afgevaardigden, van het beheer van het na den krijg van 1866 in beslag genomen vermogen van den Keurvorst van Nassau, uitte men de vrees, dat de daaruit gekweekte intrest, nevens de geheime fondsen, zouden dienen, om zekere nieuwsbladen te ondersteunen. Daarop antwoordde Bismarck o.a. (30 Januari 1869), men behoorde der Regeering dankbaar te wezen, dat zij de kwaadaardige kruipende dieren (reptilen) tot in hunne schuilhoeken vervolgde. Daarmede werden dus de belagers der Pruissische Regeering bedoeld. Deze gaven echter allengs den naam reptil aan hen, die geacht konden worden het gouvernement niet belangeloos in de pers te verdedigen. Toch komt het vaderschap van den naam reptil voor zekere journalisten aan een ander, en wel aan Felix Pyat (1810-1889) toe. Immers deze schreef in diens voorrede tot Tillier's werk Mon oncle Benjamin (1846), blz. VII: ‘Pour beaucoup de gens encore, tout pamphlet est une énormité, une oeuvre monstruense, hideuse, faite de haine et d'envie; il n'y a que les Locustes de la pensée qui manipulent ces poisons; il n'y a que les reptiles de la presse qui distillent ce venin.’

[Republikeinsch huwelijk]

Republikeinsch huwelijk, uitgedacht en toegepast door Jean Baptiste Carrier, Nantes beul (z.a.), waarbij een man en eene vrouw saamgebonden, in de Loire werden verdronken. Het water der

[p. 994]

rivier was door al zijne strafoefeningen zóo bedorven, dat men zich het gebruik er van ontzeggen moest. Carrier's hoofd viel in 1794 onder de guillotine.

[Republikeinsche kalender (De -]

Republikeinsche kalender (De -, zie Kalender.

[Republikeinsche school]

Republikeinsche school, school met gelijke rechten èn plichten èn bezoldiging voor alle onderwijzers.

[République n'a pas besoin de savants (La -]

République n'a pas besoin de savants (La -, de Republiek heeft geene geleerden noodig. Woord, dat men aan Robespierre, den president van het Schrikbewind te Parijs, toeschrijft, als door hem geuit, wanneer groote geleerden, - bv. een Antoine Laurent Lavoisier, lid van het hoogste wetenschappelijk lichaam in Frankrijk, 8 Mei 1794, - tot de guillotine werden veroordeeld.

[République (La - sera conservatrice ou ne sera pas]

République (La - sera conservatrice ou ne sera pas, (fr.), de republiek moet behoudend wezen, of zij valt. Woorden, den 13 November 1872 gebezigd door Thiers, in diens boodschap aan de Nationale Vergadering.

[Répugnant athéisme]

Répugnant athéisme, (fr.), weerzinwekkend atheismus. In de zitting der Belgische Volksvertegenwoordiging van 18 Juli 1895, zeide de toenmalige minister van buitenlandsche zaken De Burlet, nopens het neutraal onderwijs, dat hij den huisvader slechts diep kon beklagen, die zijne kinderen in een weerzinwekkend atheismus liet opgroeien (croupir). Deze woorden, die den minister dikwerf werden verweten, lokten een onbeschrijflijk tumult uit.

[Requeste civil]

Requeste civil, in de burgerlijke rechtsvordering een verzoek bij den rechter ingediend tot herroeping - welke in zekere gevallen mogelijk is - van een vonnis door hem na tegenspraak in het laatste ressort of bij verstek gewezen en dus niet meer vatbaar voor verzet.

[Requiem]

Requiem, (lat.), R.-Katholieke zielmis voor een gestorvene en het daarbij behoorend muziekstuk, naar de aanvangswoorden van den Introïtus: Requiem aeternam dona eis, Domine etc., geef hun (of hem of haar) de eeuwige rust, Heer enz. Het Requiem bestaat uit de volgende onderdeelen: 1) R. Kyrie, Christe, Kyrie; 2) Dies irae, R.; 3) Domine Jesu Christe; 4) Sanctus, Benedictus; 5) Agnus Dei, Lux aeterna. Van de hoofddeelen der gewone mis ontbreken dus het Gloria en het Credo. De voornaamste Requiems zijn van de componisten Mozart, Jomelli, Winter, Cherubini, Neukomm, Vogler, Brahms, Eybler en Gounod.

[Requiescat]

Requiescat, (lat.), hij (zij, het) ruste (nl. in vrede), niet zelden in ironischen zin gebruikt. De volledige uitdrukking is Requiescat in pace.

[Requisiet]

Requisiet, voorwerp, dat op het tooneel gebruikt wordt, geleverd door den tooneelmeester of requisiteur; wanneer een acteur (of actrice) van weinig bekwaamheid in zijne rol aangemerkt heeft, dat hij plotseling tot de grootste droefheid, razernij moet overgaan en zich er niet machtig genoeg toe gevoelt, wordt uit scherts gezegd: nu ja dat zijn requisiten; hij moet tranen storten. ‘O, geeft u dat maar aan den requisiteur op.’

[Requisities]

Requisities, het opvragen van levensmiddelen en fourages voor een leger van de inwoners der streek, waar het zich bevindt.

[Res est sacra miser]

Res est sacra miser, (lat.), de ongelukkige is heilig, Seneca, Ep. 4.

[Res exiit]

Res exiit, (lat.), de zaak is afgeloopen; het is uit, afgedaan!

[Res, non verba]

Res, non verba, (lat.), daden, geen woorden. Spreuk van Van Quadt van Wickradt en van Generaal Hoche.

[Res nullius]

Res nullius, (lat.), de zaak van niemand, aan niemand toebehoorend.

[Res severa est gaudium verum]

Res severa est gaudium verum, (lat.), de ware blijdschap ligt in ernstige zaken. Seneca, Ep. 23.

[Resarcelé]

Resarcelé, (fr. wap.), figuur, beladen met een soortgelijke maar versmalde figuur, bv. een paal met een paal.

[p. 995]

[Resch]

Resch, 20ste letter van het Hebreeuwsche alphabet; de getalwaarde is 200. Resch afgeleid van chald. reesch, hebr. roosch d.i. hoofd, waaraan de gedaante dezer letter in het Phoenicisch alphabet denken doet.

[Réseau]

Réseau, (fr. wap.), netwerk, eig. haarnetje der dames. Ruitsgewijs over elkander heen getrokken draden, die het gansche schild tot aan alle randen doorloopen.

[Reseda (Een -]

Reseda (Een -, (rest.), een klare.

[Reservatio ecclesiastica]

Reservatio ecclesiastica, (lat.), kerkelijk voorbehoud, nl. uitzondering. Eene bepaling van den Augsburger godsdienstvrede van 1555, strekkend om verdere secularisatie van kerkelijke bezittingen te voorkomen.

[Reservatio Jacobi]

Reservatio Jacobi, (lat.), voorbehoud van Jacobus, naar aanleiding van Jac. IV:15, zoo de Heer wil en wij leven enz. Vgl. Deo volente en Jacobus-conditie.

[Reservatio mentalis]

Reservatio mentalis, (lat.) of restrictio mentalis, is wanneer men in zijn geest de woorden, welke men uitspreekt, in een anderen zin dan in den gewonen, natuurlijken verstaat, ze verdraait of beperkt. Bij beloften of eeden is dit slechts een bijzondere toepassing der reservatio mentalis in het algemeen. De uitdrukking werd 't eerst door Busembaum (1610-68), in diens Medulla theologia moralis (1653), III, 2, gebezigd. Het denkbeeld wordt echter reeds in de Opus morale (1614), van Thomas Sanchez (1551-1610), III, 6, § 15, gevonden.

[Reservatis reservandis]

Reservatis reservandis, (lat.), met voorbehoud van hetgeen voorbehouden moet worden; - met het noodige voorbehoud.

[Residuo (Fidei-commissum de -]

Residuo (Fidei-commissum de -, volgens de Nederl. wetgeving het fidei-commis (z.a.) van de rest, van het overblijvende eener nalatenschap, d.w.z. eene zoodanige erfstelling voor de hand ‘waarbij een derde of bij diens vooroverlijden al zijne wettige kinderen zijn geroepen tot het geheel of een gedeelte van hetgeen de erfgenaam of legataris, bij zijn overlijden, van de erfenis of van het legaat onvervreemd of onverteerd zal overlaten’ (art. 928 B.W.).

[Resj-barjoune]

Resj-barjoune, chald. = hoofd van den troep, belhamel (zie Resj en Rosj).

[Resjoes]

Resjoes, (resjoeth), n. hebr. = gebied, terrein, gezags-grens, gezag (van hebr. jarasj, in bezit nemen); vandaar ook, verlof, toestemming.

Resjoes-horabbiem = publiek terrein (zie Rabbiem).

Resjoes ha-joochied = privaatterrein. bi-resjoes = met verlof; in eens anderen resjoes komen = eens anderen gebied betreden.

[Respectant]

Respectant, (wap.), elkaar aanziend, (klimmende dieren, geen roofdieren).

[Respeto (Coches de -]

Respeto (Coches de -, letterl. eerbieds- of huldekoetsen, fr. carrosses de respect, ledige, door tal van paarden getrokkene, oogverblindend prachtige statiekoetsen, in Spanje bij weidsche optochten, waaraan het Koninklijk Huis deelneemt, gebezigd. Men gebruikte ze nog bij gelegenheid van het huwelijk van Spanje's koning Alfonso IX, en bij het onder de feesten van dat huwelijk, 26 Jan. 1878, gehouden stierengevecht.

[Respice finem]

Respice finem, (lat.), let op het einde. Spreuk van keizer Maximiliaan I e.a.

[Respijtdagen]

Respijtdagen, korte, aan den acceptant toegestane termijn, gedurende welken hij de betaling des wissels nog mag uitstellen. In ons recht niet bekend.

[Responsorium]

Responsorium, (lat., muz.), een der oudste vormen van het Katholieke kerkgezang, eigenlijk de vorm een onderdeel van het Katholieke breviergebed, verwant met de antiphonie, maar niet van Oosterschen, doch van Italiaannschen oorsprong, waarbij voorganger en gemeente elkaar afwisselen (antwoorden).

[Rest is silence (The -]

Rest is silence (The -, (eng.), de rest is zwijgen, laatste woorden van

[p. 996]

Hamlet, in Shakespeare's treurspel van dien naam, V, 2.

[Restaurant]

Restaurant of Restauratie, (fr.), huis waar spijzen en dranken te verkrijgen zijn, ververschingslokaal, eethuis, gaarkeuken. Volgens Fournier ‘Paris démoli’, Inleiding blz. 39, ontstond het woord in 1765 te Parijs daardoor, dat een zekere Boulanger boven de deur van zijn eethuis met verminking van Matth. XI:28 liet zetten: ‘Venite ad me omnes qui stomacho laboratis, et ego vos restaurabo’; komt tot mij gij, die aan de maag lijdt, en ik zal u verkwikken.

[Restauratie]

Restauratie, herstel van wettig of dynastiek gezag (speciaal de Bourbons in Frankrijk na 1813).

[Restitutio in integrum]

Restitutio in integrum, herstel van den vroegeren rechtstoestand, door eene handeling, welke in dien toestand verandering gebracht heeft, te vernietigen.

[Restorne]

Restorne, teruggaaf der premie bij nietigheid der verzekering. Fr. ristorne = verkeerde overdraging van een post (in het boekhouden). Ook: vernietiging van een assurantie-polis, als er reeds een gesloten is.

[Restrictio mentalis]

Restrictio mentalis, (lat.), zie Reservatio mentalis.

[Retaliatory Insurance Bill]

Retaliatory Insurance Bill, (am.), ingediend door Husted, 17 Febr. 1896, door den Gouverneur van den Staat New-York geteekend. Hierbij worden vreemde levensverzekering-maatschappijen te New-York uitgesloten, bij wijze van wedervergelding, - retaliatory = wedervergeldend, - omdat die van New-York in Pruisen uitgesloten zijn geworden.

[Retard d'une idée (Elle est toujours en -]

Retard d'une idée (Elle est toujours en -, (fr.), ze is altoos eene idee (denkbeeld) ten achteren; zie Oestreich ist immer etc.

[Retentie (Recht van -]

Retentie (Recht van -, of recht van terughouding. Het recht om eene zaak van een ander, die men onder zich of in zijn bezit heeft, onder zich te houden zoolang zekere schuld niet is voldaan.

[Reticuul]

Reticuul, fr. réticule, handtaschje voor brei- en naaiwerk, dat de dames wel aan den arm dragen, als zij op bezoek gaan. Van lat. reticulum (netje), verkleinw. van rete (net), dat die taschjes oorspronkelijk waren; later werden ze gevoerd, en eindelijk verviel het netje, en werden ze uit dichte fijne stof gemaakt. Sedert enkele jaren zijn ze (ook wel als netjes) weer in de mode. Misverstand doet het woord als ‘ridicule’ (belachelijk) uitspreken. Het voorwerp ontstond, nadat Mevr. Tallieu, in 1797, de robe à la grecque had uitgedacht en de dames van Parijs zich in Grieksche en Romeinsche kleederen hulden, waarin echter geene zakken konden worden aangebracht. Men droeg daarom een netje of zakje aan den arm. Nu moest dat voorwerp nog, en wel met een Griekschen of Latijnschen naam worden gedoopt. De dames raadpleegden toen Gall, op wiens voorstel de naam réticule werd aangenomen.

[Retirade (Auf der grossen -]

Retirade (Auf der grossen -, (hgd.), op den grooten aftocht. Pius Alex Wolff (1784-1828), Preciosa III, 2, 14 Maart 1821 voor het eerst te Berlijn opgevoerd.

[Retoquer]

Retoquer, (fr., stud.), druipen.

[Retorsie]

Retorsie, van lat. retorquere (terugbuigen), toepassing van het ‘leer om leer’ in het Volkenrecht, als de eene staat maatregelen genomen heeft, die den anderen staat benadeelen en in strijd zijn, wel met de billijkheid maar niet met het recht.

[Retrait]

Retrait, (fr. wap.), zie Afgeknot.

[Retriever]

Retriever, (eng.), hond, die het wild opjaagt, patrijshond. Gewoonlijk met golvend haar.

[Retro]

Retro, (lat.), terug, achterwaarts.

[Retrosijnen]

Retrosijnen, verbastering van Rhétoriciens, rederijkers in de Middeleeuwen.

[Retroussé]

Retroussé, (fr. wap.), met omslagen (hoofddeksels).

[Retsiecho]

Retsiecho, (hebr.), moord (van

[p. 997]

ratsach = moorden). Retseiach (hebr.), (eig. rotseach = moordenaar), vaak in den zin van woest mensch, baldadige kwant.

[Retsoea]

Retsoea, (hebr.), riem, band, in 't bizonder een lederen band van de Tefillin (gebedriemen) z.a.

[Reus Goliath]

Reus Goliath, naar 1 Sam. XVII, de reusachtige aanvoerder der Philistijnen, dien David met zijn slinger doodde; daarom in 't algemeen een reus, reusachtig mensch. (Zie Goliath).

[Reuzen]

Reuzen,

I.in de Grieksche mythologie zonen van Tartaros en Gaea (de aarde). Bij hunne poging om den hemel te bestormen, werden zij door Hercules ter aarde geworpen en onder den berg Etna opgesloten;
II.in de Noordsche mythologie booze geesten, die hun verblijf hadden in Jötunheim (reuzenland) en die hun lichaam grooter of kleiner konden maken;
III.in de verhalen en sprookjes der kinderkamer menschen van eene buitengewoon groote lichaamsgestalte en eene onmetelijke kracht, maar even dom en onnoozel als gewelddadig en verraderlijk;
IV.in ‘Gargantua et Pantagruel’ van Rabelais zijn reuzen prinsen;
V.in de mythologie:
(1)Angouloffre; hij was 5.5 M. lang, zijn gezicht bijna 1 M. breed, zijn neus 0.23 M. lang, zijne armen en beenen waren 1.8 M., zijne vingers meer dan 0.15 M. lang. Zijn verbazend groote mond was van scherpe, puntige slagtanden voorzien. Hij zou van Goliath afgestamd zijn, en nam den titel aan van Gouverneur van Jeruzalem. Hij was sterk voor dertig, en zijne knots was de stam van een 300 jaar ouden eikeboom. Naar men zegt, staat de toren van Pisa zoo scheef, doordat Angouloffre er eens tegen leunde om uit te rusten. Hij werd verslagen door Roland;
(2)Antaeos, heerscher in Libyë, zoon van Poseidon (Neptunus) en Gaea (de aarde), volgens Plutarchus 27 M. lang;
(3)Orion of Otus, volgens Plinius 20 M. lang. Zijne beenen werden ontdekt te Creta door eene aardbeving;
(4)Polyphemos, van wien men veronderstelt, dat zijn geraamte gevonden is te Trapani in Sicilië, in de teertiende eeuw, èn die 91 M. lang zou zijn geweest;
(5)Richard Arundel, (z.a.).
(6)Teutobochus, wiens gebeente in 1613 bij de Rhône werd gevonden en wiens graf 9 M. lang was.

Van de reuzen, die werkelijk bestaan hebben, vermelden wij nog:

(1) Anak, wiens werkelijke naam is Joseph Brice, geb. in 1840 te Ramonchamp in de Vogezen. Hij was in 1865 te Londen te zien. Op zes en twintig jarigen leeftijd was hij 2.13 M. lang; bijgenaamd ‘de reus der bergen’;
(2) Blacker (Henry -, de Engelsche reus, geb. te Cuckfield, graafschap Sussex, 1724. Lang 2.10 M.;
(3) Bradley, geb. te Market Weighton, in Yorkshire. Lang 2.33 M. Zijne rechterhand wordt in Engeland bewaard in het museum van het heelkundig genootschap;
(4) Chang van Frychou, de Chineesche reus, tentoongesteld te Londen in 1866 en 1880. Lang 2.5 M.;
(5) Cotter (Patrick -, de Iersche reus, † 1802. Lang 2.63 M. Een afgietsel van zijne hand wordt in Engeland bewaard in het museum van het heelkundig genootschap;
(6) Delen (Jonker Adam v. -, heer van Ek-en-Wiel, † 18 April 1703 aldaar, waar zijne reusachtige doodkist berust in den grafkelder der kerk. (Zie Robinson).
(7) Eleizegue (Joachim -, de Spaansche reus. Lang 2.4 M.;
(8) Evans (William -, † 1632. Lang 2.4 M. Hij was de portier van Karel I;
(9) Goliath van Gath, 2.6 M. lang.
(10) Hale (Robert -, geb. te Somerton. Lang 2.3 M. (1820-62).
(11) Louis, de Fransche reus. Lang 2.24 M. Zijne linkerhand wordt bewaard in het museum van het heelkundig genootschap;
(12) Loushkin, de Russische reus, tamboer-majoor bij de Keizerlijke Garde. Lang 2.6 M.;
(13) Magrath, een wees, groot gebracht door den bisschop Berkley. Op twintig-jarigen leeftijd stierf hij, toen hij 2.4 M. lang was (1740-60).
(14) Mellon (Edmund -, geb. te

[p. 998]

  Port Leicester in Ierland, was op negentien-jarigen leeftijd 2.3 M. lang (1665-84);
(15) Miller (Maximilian Christopher - de Saksische reus, lang 2.4 M. Zijne hand was 0.3 M. lang en zijn wijsvinger 0.22 M. Hij stierf te Londen in den ouderdom van zestig jaar (1674-1734);
(16) Murphy, een Iersche reus, gestorven te Marseille. Hij was een tijdgenoot van O'Brien. Lang 2.7 M.;
(17) O'Brien of Charles Byrne, de Iersche reus, was 2.5 M. lang. Zijn geraamte wordt in Engeland bewaard in het museum van het heelkundig genootschap;
(18) Og, koning van Basan. Volgens de overlevering leefde hij 3000 jaar en wandelde langs de ark van Noach gedurende den Zondvloed. Een zijner beenen vormde een brug over eene rivier. Mozes zegt (Deut. III:11), dat zijn ijzeren bedstede 9 el lang en 4 el breed was (naar eens mans elleboog).

In Nederland:

(1)De lengte van 8 voet 6 duim Rijnlandsch, bereikte Klaas van Kieten, de Spaarnwouderreus, wiens nagedachtenis door Vondel in zijn Gysbrecht in eere gehouden wordt.
(2)Jörg die in elke hand een ton bier droeg. Zie Roemer Visscher's Brabbeling.
(3)Trijntje Cornelisdr. Keever, † 1633 te Edam, 8 voet 1 duim.
(4)Daniël Kajanus, † 1749, wiens maat op een pilaar staat in St. Bavo te Haarlem.
(5)Gerrit Bastiaanse de Hols te Lekkerkerk, † 1668, een zalmvisscher, had de lengte van 2.6 M.

[Reuzen van Nederland]

Reuzen van Nederland, noemde dr. Coronel de bewoners van het eiland Marken, die zich kenmerken door forschen lichaamsbouw.

[Revalenta arabica]

Revalenta arabica, versterkings-middel, linzenmeel en boonenmeel, onder den naam van zekeren du Barry, als algemeen voedings- en gezondheidsmiddel in den handel gebracht. Revalenta is omzetting van Erva lenta uit ervum lens, d.i. linze.

[Réveil]

Réveil, (fr.), herleving, wederopwekking van het geestelijk en christelijk leven. Dit wenschte Jean de Labadie († 1674), opzichtens de Nederl. Hervormde Kerk, die schier doodgekneld lag in het keurslijf van een strak en steil dogmatisme. Een réveil is geen geestelijk mirakel, maar ontwaking uit den slaap, en onderstelt diepe overtuiging van zonden. In onze eeuw is een nieuw reveil van Engeland als revival uitgegaan, dat Zwitserland deed herleven en voor het protestantsche Frankrijk eene heilzon deed dagen, en het kwam tusschen 1840 en 50 in Nederland tot eene krachtsontwikkeling, welke hare werking nog gevoelen doet. Het woord réveil laat ruimte voor ontwaking en voor opwekking, daar de naam is ontleend aan het signaal, dat des ochtends door trommelslag of trompetgeschal aan de soldaten gegeven wordt; vanhier réveil = ochtendtrom. Uit de kazerne-taal overgebracht naar de gemeente van Jezus Christus, wordt het een levens-signaal, dat òf tot ontwaking oproept, òf de ontwaking zelve voorstelt. Het oudste réveil is gewis dat van Gen. IV:26, toen men in Enos' dagen den naam des Heeren begon aan te roepen in gemeenschappelijke samenkomsten, toen het na Kaïns broedermoord bleek, dat de boosheid der menschen menigvuldig was op aarde.

[Réveil du Lion (Le -]

Réveil du Lion (Le -, (fr.), het ontwaken van den Leeuw. Wordt toegepast op een man van kracht, die was ingedommeld op zijne lauweren, of uit eene zware ziekte herstelde.

[Réveille]

Réveille, van fr. réveiller = ontwaken. Signaal, dat op trom, hoorn of trompet in de kazernes gegeven wordt als sein om op te staan.

[Réveillon (Le -]

Réveillon (Le -, (fr.), de nachtwake vóor Kerstmis, als de Parijzenaars worden uitgenoodigd ter mis door het loflied in de kerken: ‘Minuit, Chrétiens, c'est l'heure solennelle’. Er behoort bij, hetgeen thans met het woord eigenlijk wordt bedoeld, een welvoorziene nachtmaaltijd. Op het land gaf men in Frankrijk vroeger, en men doet het misschien nòg, voeder aan de beesten op stal, gedachtig aan den stal van Bethlehem.

[p. 999]

[Reven]

Reven of een rif insteken, (zeet.), de zeilen met touwtjes opbinden en derhalve kleiner maken. Vandaar: zijne uitgaven inkrimpen; zijne eischen beperken.

[Revenant de la revue (En -]

Revenant de la revue (En -, algemeen bekend Fransch lied, muziek van Desormes (1840-98), waarin o.a. voorkomt ‘Voir et complimenter l'armée française’. Door den caféchantant-zanger Paulus in de mode gebracht, werd het een der Boulangistische volksliederen. Bij ons maakte men er de woorden op:

 
Wij zijn gegaan
 
Zeer netjes aangedaan
 
Al naar de Maliebaan

(de plaats, waar in Den Haag de revues worden gehouden).

[Revenons à nos moutons]

Revenons à nos moutons, (fr.), lett. laat ons tot onze schapen wederkeeren, fig. houden wij ons bij ons onderwerp. Is ontleend aan l'Avocat Patelin, kluchtspel uit de vijftiende eeuw, aan Pierre Blanchet toegeschreven. Patelin, een arme advocaat heeft linnen noodig. Hij gaat een manufactuurwinkel binnen, waar een fraai stuk linnen zijne aandacht trekt. De winkelier, dien hij door mooie woorden gewonnen heeft, is bereid zes el van dat linnen mede te geven, het geld te komen halen en te blijven eten. De winkelier komt, maar verneemt van de vrouw van den advocaat, dat haar man op sterven ligt, en geen linnen gekocht kan hebben, waarop hij heengaat. Daarna wordt den winkelier een schaap ontvreemd, en hij klaagt den dief aan. Deze vervoegt zich bij Patelin, die hem aanraadt op al de vragen van den rechter niets anders te antwoorden dan Mè-è! Op de terechtzitting raakt de winkelier door het onverwacht verschijnen van Patelin zóo van zijn stuk, dat hij het proces vergeet en den advocaat beschuldigt hem zes el linnen ontstolen te hebben, waarop de rechter hem in de rede valt met de woorden: Sus! Revenons à nos moutons! De klager gaat niettemin voort met zijne zaak te bepleiten; daar hij echter telkens het gestolen linnen met het gestolen schaap verwisselt, wordt hij met zijne aanklacht afgewezen.

[Reverend]

Reverend, (eng.), d.i. Eerwaarde, in de Engelsche Kerk de titel van geestelijken. Een aartsbisschop is the Most Reverend; een bisschop the Right Reverend; een deken the Very Reverend; een aartsdiaken the Venerable, en al de overige geestelijkheid the Reverend.

[Reverendi ministerii candidatus]

Reverendi ministerii candidatus, (lat.), afg. R.M.C. candidaat tot het eerwaardig predikambt of tot den heiligen dienst.

[Reverendum ministerium]

Reverendum ministerium, (R.M.), (lat.), de eerwaardige geestelijkheid, ook het eerwaardig predikambt.

[Reverendus Pater (R.P.)]

Reverendus Pater (R.P.), de Eerwaarde Vader; als aanspraak Reverende Pater (R.P.), eerwaarde Vader!

[Revers]

Revers, tegenzijde van een munt of penning.

[Revindicatie]

Revindicatie, (lat.), van revindicare, de terugvordering door den verkooper van eene geleverde zaak bij wanbetaling van den koopprijs of bij faillissement des koopers.

[Revisie]

Revisie, in de burgerlijke rechtsvordering: herziening door den Hoogen Raad, op verlangen van een der partijen, van een arrest in eersten aanleg gewezen.

[Revisionistische partij]

Revisionistische partij, de partij van den overleden generaal Boulanger. Daarbij wordt met ‘revision’ grondwetsherziening bedoeld. Maar thans, nu men bij 't woord revision slechts aan de revisie van 't Dreyfus-proces denkt, is de Boulangistische partij (of liever: de lieden, die vroeger die partij uitmaakten) juist anti-revisionistisch.

[Revolutionnaire scheermes (Het -]

Revolutionnaire scheermes (Het -, spotnaam van de Guillotine hier te lande.

[Revolverpers]

Revolverpers, pers, die uit vrees voor moordaanslag door revolvers, uit eigenbelang artikelen verdraait of achterwege laat. In Oostenrijk is dit stelsel van geldafpersing en afdreiging zeer verbreid. Elders wordt ‘zwijggeld’ betaald om te voorkomen, dat artikeltjes

[p. 1000]

tegen de maatschappij worden opgenomen.

[Rewieger]

Rewieger, zie Marwieger.

[Rex]

Rex, (lat.), koning. De volgende oude eeretitels worden aan verschillende R.-Katholieke vorsten toegekend: rex apostolicus, de apostolische koning (van Hongarije); rex catholicus, de Katholieke koning (van Spanje); rex christianissimus, de allerchristelijkste koning (van Frankrijk); rex fidelissimus, de allergeloovigste koning (van Portugal).

[Rex convivii]

Rex convivii of mensae, (lat.), de koning van het gastmaal of van de tafel.

[Rex probavit, non rempublicam suam esse sed se reipublicae]

Rex probavit, non rempublicam suam esse sed se reipublicae, (lat.), de Koning heeft bewezen, getoond, dat de Staat niet aan den koning behoort, maar de koning aan den Staat. Seneca, De clementia, I, 19. Vgl. de spreuk van Frederik den Groote: Der Fürst ist der erste Diener seines Staates (hgd.), de vorst is de eerste dienaar van zijn Staat. Bij Vondel in Palamedes: De vorst is om 't gemeen, 't gemeen niet om den vorst.

[Rex regnat, sed non gubernat]

Rex regnat, sed non gubernat, (lat.), zie Le roi règne et ne gouverne pas.

[Rexiet]

Rexiet, benaming eener nieuwe, door keizer Wilhelm II van Duitschland uitgevonden ontplofbare stof, en door hem daaraan gegeven (Maart 1898).

[Rhadamanthus]

Rhadamanthus, (gr. myth.), zoon van Jupiter en Europa, wegens zijne gestrenge rechtvaardigheid tot een der drie rechters in de onderwereld benoemd. De andere twee waren Minos en AEacos.

[Rhapsoden]

Rhapsoden, bij de Grieken de zangers, die van de eene plaats naar de andere trokken en vooral bij feestelijke gelegenheden de heldenzangen van Homerus voordroegen. Van het gr. raptein (samenvoegen) en ooidè (gezang). De naam is overgebleven in rhapsodieën, ter aanduiding der afzonderlijke zangen van de Ilias en de Odyssea, als ook van verhalen, fragmenten enz., die wel niet als éen geheel zijn aan te merken, maar toch in zoover bij elkander kunnen worden gevoegd, als ze éen geest en strekking hebben. Vandaar rhapsodisch voor: bij stukken en brokken, maar toch deelen, die te zamen éen geheel uitmaken.

[Rhea]

Rhea (of Cybele), dochter van Uranus en Gaea, gemalin van Kronos (Saturnus), en bij hem moeder der groote Olympische goden Zeus, Poseidon, Hades, Hera, Hestia en Demeter.

[Rhein (Am -, am Rhein, da wachsen unsre Reben]

Rhein (Am -, am Rhein, da wachsen unsre Reben, (hgd.), aan den Rijn, aan den Rijn, daar groeien onze druiven. Uit het Rheinweinlied van Matthias Claudius (1740-1815).

[Rhein (Sie sollen ihn nicht haben, Den freien deutschen -]

Rhein (Sie sollen ihn nicht haben, Den freien deutschen -, (hgd.), zij zullen den vrijen Duitschen Rijn niet hebben. Eerste regels van een, in 1840, door Nicolaus Becker (1809-1845) tegen Frankrijk gericht lied, en waarop A. de Musset (1810-1857), in 1841, met diens lied Le Rhin allemand antwoordde, waarvan de vier eerste coupletten telkens met de woorden aanvangen: ‘Nous l'avons eu, votre Rhin allemand’. Wij hebben uwen Duitschen Rijn bezeten.

[Rib]

Rib, (bouwk.). In 't zuiden van Nederland de kinderbalkjes der zoldering; ook de graden of kruisbogen (arcs ogives) der kruisgewelven worden ribben genoemd.

[Ribaldosche gardia]

Ribaldosche gardia, zie Zwarte bende.

[Ribbenband]

Ribbenband, (bibl.), perkamenten of lederen boekband, waarop aan den rug zichtbaar is, dat de vellen op touwtjes genaaid zijn in plaats van op reepjes perkament, zoodat de rug nu niet glad is, maar met uitstekende ribben.

[Ribbenkluivers]

Ribbenkluivers, spotnaam voor de inwoners van Stavoren, denkelijk op hen toegepast na het verval der stad.

[p. 1001]

[Ribbonmen]

Ribbonmen, (eng.), lintmannen; geheime politieke vereeniging in Ierland, die nu ook over Engeland en Schotland verspreid is, en zich door een lint onderscheidt.

[Ribi]

Ribi of Ribbi, (hebr.), zie Rabbi.

[Richard Arundel (Koning -]

Richard Arundel (Koning -, een reus, wegens zijne uitstekende ooren Koning ezelsoor geheeten; volgens de sage stichter van een prachtig hof te Voorburg bij 's-Gravenhage, dat hij Arundelberg (thans Arendsberg) noemde, en van welks pracht en grootte sommige oude kronieken met uitbundigen lof gewagen. Zijne vrouw was mede eene reuzin, afstammend van de reuzen die uit Albion (Engeland) waren gekomen. Hieruit blijkt, dat na den ondergang der Romeinsche heerschappij in onze gewesten allerlei vreemde vrijbuiters het land overstroomd en zich in de Romeinsche burchten genesteld hebben.

[Richelieu]

Richelieu, zie Donnez-moi deux lignes, enz.

[Ridder (Tot - slaan]

Ridder (Tot - slaan, (barg.), brandmerken. Het brandijzer, voorzien van het stadswapen, werd den veroordeelde op den schouder gedrukt.

[Ridder de La Mancha]

Ridder de La Mancha, Don Quyote de la Mancha, de held uit Cervantes' novelle Don Quyote (z.a.).

[Ridder met de zwaan (De -]

Ridder met de zwaan (De -, Lohengrin, z.a.

[Ridder met de zwarte handschoenen (De -]

Ridder met de zwarte handschoenen (De -, volksnaam van den beul te Weenen.

[Ridder van de droevige figuur]

Ridder van de droevige figuur, zie Chevalier de la triste figure en El caballero.

[Ridders (De laatste der -]

Ridders (De laatste der -, Maximiliaan I van Duitschland (1459-1519).

[Ridders (Klimmende -]

Ridders (Klimmende -, (barg.), gelukkige dieven.

[Ridders van de ronde tafel]

Ridders van de ronde tafel, twaalf helden uit een fabelcyclus der riddertijden. Zij zaten om eene ronde tafel, ter vermijding van twist over den voorrang. Het tooneel van dezen cyclus is in Engeland, bij de oorlogen der oude Britten tegen de Angelsaksers, een Britsch koning Arthur of Artus is de hoofdpersoon. Zij doolden rond in verschillende landen, als toonbeelden van eer, braaf heid, dapperheid en kuischheid. Hun aantal wordt verschillend opgegeven, de meest bekende zijn: Lancelot, Percival, Walewein, Sagermorte, Eggraveen of Agraucine, Bohort of Boherde, Garet of Gariëlte, Mordret, Aglsöl, Ywein, Hestor en Keije. - In de Arthurromans is: 1o. de dapperste en edelste koning, Arthur; 2o. de schoonste vrouw, Ginevra; 3o. het trouwste minnend paar Tristan en Isolde; 4o. de getrouwste ridder Keije; 5o. de dapperste en verliefdste ridder Lancelot; 6o. de deugdzaamste Galahad.

[Ridders van den gouden krijgsdienst]

Ridders van den gouden krijgsdienst, zie Lateraansche hofpaltsgraven.

[Ridders van de el]

Ridders van de el, winkelbedienden.

[Ridders van den arbeid]

Ridders van den arbeid, (knights of labour), werklieden-vereeniging in 1869 te Philadelphia opgericht door U. Stevens. In 1879 onder Pawderly telde zij een half millioen leden. Door boycotten en mislukte strikes nam de invloed der vereeniging af.

[Ridderschap]

Ridderschap, onder onze vroegere grondwetten van 1814, '15 en '40 het geheel der adellijke personen in elke provincie, aan wie, krachtens die staatsregelingen zekere bijzondere rechten waren toegestaan, o.a. dat zij in de provinciale staten een afzonderlijken stand uitmaakten en in die colleges vertegenwoordigd werden, afgescheiden van de steden en de dorpsbewoners. Ook hadden zij in de provincie, waarin zij woonden, vrije jacht. Die voorrechten zijn door de herziene grondwet van 1848 afgeschaft.

[Ridderslag]

Ridderslag, (fr. collée, lat. alapa militaris, de slag met de bloote hand,

[p. 1002]

op den hals of den nek, dien de schildknaap, nadat hij vermaand was, alle ridderlijke deugden te betrachten, ontving van den ridder, die hem in de orde opnam; in den lateren riddertijd werd de slag ook op de wang aangebracht. Dit was een Fransch gebruik. De slag met het plat van het zwaard op den rug kwam in Duitschland voor, als de vorst iemand in den adelstand verhief. Deze herinnerde aan het lijden van Christus, die geslagen werd, Matth. XXVI:28; XXVII:30; Mark. XV:19; Luk. XXII:64, en verplichtte den ridder tot den Christelijken krijgsdienst. Het was de laatste slag, welken hij dulden mocht.

[Ridderzegel]

Ridderzegel, (zeg.), alleen gevoerd door hen, die den ridderslag ontvangen hebben, stelt den eigenaar voor, geharnast (met gesloten vizier) en te paard, het zwaard in de vuist en zijn wapen op het schild, Rondschrift sigillum.... militis (niet equitis). Wel te onderscheiden van ruiterzegel (z.a.).

[Ride si sapis]

Ride si sapis, (lat.), lett. lach, zoo gij wijs zijt, d.i. als gij er om lacht, zult gij verstandig doen.

[Ridentem dicere verum quid vetat?]

Ridentem dicere verum quid vetat? Horatius, Satirae, I, 1, 24, 19. Wat is er tegen, lachend de waarheid te zeggen? - Men citeert gewoonlijk Ridendo dicere verum.

[Ridicule]

Ridicule, (fr.), zie Reticuul.

[Ridicule tue (Le -]

Ridicule tue (Le -, (fr.), het belachelijke doodt.

[Ridiculum dictu]

Ridiculum dictu, (lat.), het is belachelijk om te zeggen.

[Ridiculus mus]

Ridiculus mus, (lat.), een belachelijke muis. Zie ook Nascitur ridiculus mus en La montagne qui en fante une souris.

[Rien! rien! rien!]

Rien! rien! rien! (fr.), niets! niets! niets! Woorden in de zitting der Fransche Kamer van 27 April 1847, door den heer Desmousseaux de Givré gebezigd, in eene redevoering, waarin hij de werkeloosheid van het kabinet Guizot aan de kaak stelde.

[Riemen]

Riemen, (barg.), loopen.

[Rien appris ni rien oublié]

Rien appris ni rien oublié, zie Ils n'ont rien etc.

[Rien n'est beau que le vrai; le vrai seul est aimable]

Rien n'est beau que le vrai; le vrai seul est aimable, (fr.), zie Le vrai seul est aimable.

[Rien n'est plus commun que ce nom,
Rien n'est plus rare que la chose]

Rien n'est plus commun que ce nom,
Rien n'est plus rare que la chose,
(fr.), Niets is allerdaagscher dan die naam, niets is zeldzamer dan de zaak. Gezegde van Lafontaine, nopens den waren vriend, in de fabel IV, 17, Parole de Socrate.

[Rien n'est si dangereux qu'un ignorant ami,
Mieux vaudrait un sage ennemi]

Rien n'est si dangereux qu'un ignorant ami,
Mieux vaudrait un sage ennemi,
(fr.), niets is zoo gevaarlijk als een onwetend vriend; een verstandig vijand zou beter wezen. Uit Lafontaine's fabel VIII, 10, l'Ours et l'amateur des jardins, waarin de beer eene vlieg, die op den neus van zijnen vriend zit, met eenen straatsteen doodt, maar tegelijk den armen man den schedel verbrijzelt. Men zinspeelt dikwerf op de aangehaalde woorden, ter kenschetsing der handelingen van een onhandigen vriend. Vandaar ook le pavé de l'ours = de straatsteen van den beer, voor zulk eene handeling of een ongeschikt compliment.

[Rien ne doit déranger l'honnête homme qui dine]

Rien ne doit déranger l'honnête homme qui dine, (fr.), niets moet een fatsoenlijk man storen, die aan tafel zit, Berchoux, La Gastronomie, III.

[Rien ne manque à sa gloire; il manquait à la nôtre]

Rien ne manque à sa gloire; il manquait à la nôtre, (fr.), niets ontbrak aan zijn roem, hij ontbrak aan den onzen, spreuk van Saurin (1706-1781), geplaatst onder het beeld van Molière, dat in 1773, honderd jaar na des dichters dood werd opgericht, doelend op de omstandigheid, dat Molière geen lid van de Académie is geweest; want in 1660 door Corneille aangezocht om Boileau als lid van de Academie op te volgen, heeft Molière geweigerd, omdat hij dan eerst het tooneel had moeten vaarwel zeggen.

[p. 1003]

[Rien ne pèse tant qu'un secret]

Rien ne pèse tant qu'un secret, (fr.), niets weegt zoo zwaar als een geheim. Lafontaine, Fables VIII, 5. Les femmes et le secret.

[Rien ne sert de courir, il faut partir à point]

Rien ne sert de courir, il faut partir à point, (fr.), het baat niet of men al (hard) loopt, men moet te juister tijd vertrekken. Lafontaine, Fables VI, 10: Le lièvre et la tortue, waar de haas en de schildpad een wedloop houden. De schildpad sukkelt gestadig door, de haas maakt allerlei dwaze sprongen, rust wat uit, en verliest.

[Rien ne va plus]

Rien ne va plus, (fr.), letterl. niets gaat meer. Hiermede geeft de croupier eener speelbank te kennen, dat men niet meer op mag zetten. Dit zegt hij als hij bevindt, dat er genoeg is opgezet, nadat hij geroepen heeft: ‘Faites vos jeux, messieurs et dames’.

[Riet (Hij zal het gekreukte (gekrookte) - niet breken.]

Riet (Hij zal het gekreukte (gekrookte) - niet breken. Matth. XII:20. Gekrookt of gekreukt riet is 't beeld van hen, die nedergebogen, gedrukt zijn. Van iemand gebruikt, beteekent het zachtheid, die niet neerslaat, maar opbeurt.

[Rietpikkers (Mauriksche -]

Rietpikkers (Mauriksche -, scheldnaam van de ingezetenen van het Geldersche dorp Maurik, dewijl 's winters vele armen den Rijn overtrekken om riet te gaan snijden, dat zij met een ortje (krom snoeimes) als pikken.

[Rif]

Rif of reef, gedeelte van een zeil dat bij te sterken wind moet worden ingenomen. Fig. een reef in 't zeil leggen = zijn staat verminderen. Vgl. het artikel Reven.

[Riflard]

Riflard, (fr.), regenscherm. In de 15e eeuw politiebeambten (naar rifler = wegvoeren, aanhouden). Voor parapluie in zwang gekomen, nadat een der hoofdpersonen van La Petite Ville van Picard (den 9n Mei 1801 voor 't eerst opgevoerd), Riflard geheeten, met een reusachtig regenscherm ten tooneele was verschenen. De parapluie heet ook robinson, naar Robinson Crusoë, sedert De Pikériconst (den 2n October 1805) een melodrama van dien naam deed opvoeren, waarin de hoofdpersoon met het overdrachtelijke zonnescherm opkwam; ook pépin, naar een tooneelstuk, Romainville ou la Promenade du Dimanche (30 November 1807), waarin de hoofdpersoon, Pépin, met een reusachtig regenscherm vóór het voetlicht trad.

[Right man in the right place (The -]

Right man in the right place (The -, (eng.), de rechte man op de rechte plaats, maar niet on zooals men veelal schrijft. De uitdrukking is van Lord Chesterfield, en doelt op een patientie-spelletje, eenigszins gelijkend op ons ‘belegeringspel’, waarbij de partijen pinnetjes moesten plaatsen in de gaatjes waarmede het bord doorboord was: pinnetjes met vierkante stiftjes voor vierkante en met ronde stiftjes voor ronde gaatjes. Elk pinnetje moest dus passen in de bestemde plaats.

[Rigid frame]

Rigid frame, (sport.), stijf raam.

[Rigolo]

Rigolo, (fr.), prettig, dol, dwaas.

[Rigore juris]

Rigore juris, (lat.), ingevolge de gestrengheid van het recht.

[Rijden]

Rijden, (stud.), antwoorden missen, m.a.w. op een examen een gek figuur maken. Ook: rijden op eene repetitie.

[Rijdende heiligen]

Rijdende heiligen, heiligen, die worden afgebeeld te paard zittende. Dit zijn Sint Maarten, Sint Jacob, Sint Joris en Sint Nicolaas.

[Rijder]

Rijder, muntstuk zoo genoemd naar den ruiter, die er op prijkte. Men had zilveren rijders of ducatons van 3 gulden 3 stuivers, en enkele en halve gouden rijders van 14 gulden en de helft. Gouden rijders bestonden reeds sedert hertog Filips den Goede (1419-67).

[Rijen]

Rijen, zie Rijden.

[Rijk van het Midden (Het -]

Rijk van het Midden (Het -, bijnaam van China, volgens de Chineezen het rijk, gelegen in het midden der wereld.

[Rijksappel]

Rijksappel, een bal met gouden banden omsloten en een kruis dragend, het zinnebeeld der wereld, en der

[p. 1004]

wereldheerschappij, vanouds het zinnebeeld der Keizerlijke en Koninklijke waardigheid, dagteekent uit den tijd van keizer Justinianus (527-565 n.C.); was in de Middeleeuwen algemeen het symbool van het Duitsche Keizerrijk; behoort thans tot de insigniën van elk koninkrijk en prijkt ook op den top onzer koninklijke kroon (bv. op den Rijksdaalder).

[Rijksdaalder.]

Rijksdaalder. De gewone, maar niet officieele benaming voor ons 2½ guldensstuk, dat dagteekent van 1840, is afkomstig uit Duitschland, waar men de thalers of daalders (zie Daalder), sedert de 16e eeuw geslagen, Reichsthaler noemde. Ook in ons vaderland werden sedert 1567 stukken van 48 à 50 stuivers onder den naam van rijksdaalders geslagen; met zeer verschillende beeldenaars en benamingen; zoodat men had Kruisrijksdaalders, Arendsrijksdaalders, Gehelmde rijksdaalders, Unierijksdaalders, Rijksdaalders met den halven man, Rijksdaalders met den staanden man, Zeeuwsche rijksdaalders à 52 stuivers. Van de meesten bestonden ook halven, en van de laatsten zelfs kwarten en achtsten (zie Pietje).

[Rijks-Hôtel (Het -]

Rijks-Hôtel (Het -, ironisch voor de gevangenis.

[Rijngoud]

Rijngoud, zie Goud der Nibelungen.

[Rijnverbond]

Rijnverbond, zestien Duitsche gewesten, die zich in 1806 van Duitschland afscheidden en zich met Frankrijk verbonden. Na 1814 loste het zich op.

[Rijstblok]

Rijstblok, een houten trog, waarin in Ned.-Indië de rijst wordt gepeld door stampen.

[Riksa]

Riksa, zie Hongkong.

[Rikza]

Rikza, (n. hebr. rigza van roges), toorn, drift.

[Rilasciando]

Rilasciando, (it., muz.), iets langzamer wordend.

[Rim]

Rim, (sport.), velg.

[Rimba]

Rimba of rimbo, (mal.), wildernis, bosch van oude hooge en zware boomen.

[Rinaldo Rinaldini]

Rinaldo Rinaldini, eene blijvende benaming voor een roover; ontleend aan den titel van Chr. Aug. Vulpius (1763-1827), Goethe's zwager, te Weimar: Rinaldo Rinaldini, de rooverhoofdman; eene romantische geschiedenis onzer eeuw (1799), een wijdverbreide sensatie-roman.

[Rinaldo Rinaldini reikt aan Cartouche een brevet van eerlijkheid uit]

Rinaldo Rinaldini reikt aan Cartouche een brevet van eerlijkheid uit, de eene bandiet verklaart den anderen voor eerlijk. Bekende uitval van Dr. J. van Vloten († 1883). Zie Rinaldo Rinaldini. - Louis Dominique Cartouche stierf in 1721 op het schavot, omdat hij aan het hoofd eener bende in en om Parijs de stoutste diefstallen uitvoerde, vaak gepaard met moord.

[Rinchose]

Rinchose, (wap.), beenstuk van maliën of ringen.

[Rinforzando]

Rinforzando, (it., muz.), sterker wordend, dienend om een sterk crescendo aan te duiden; rinforzato (versterkt) is eenigszins identisch met forte assai (een energisch forte).

[Ring]

Ring, (am.), vereeniging van maatschappijen of personen, die in staatkunde, handel of nijverheid, gezamenlijk voordeel zoeken te behalen, zelden met eerlijke middelen.

[Ring (Gouden - in een varkenssnuit]

Ring (Gouden - in een varkenssnuit, Spreuk. XI:22 vergelijkt hiermede eene verstandelooze schoone vrouw. De eerste uitgaaf onzer Statenvertaling heeft bagge, in den zin van den neusring der Oostersche vrouwen.

[Ring van Gyges]

Ring van Gyges, zie Gyges.

[Ring van Polykrates.]

Ring van Polykrates. Polycrates, in 565/30 v.C. tyran van Samos, rijk en gelukkig, wierp, op raad van Amasis, koning van Egypte, daar hem nooit iets kwaads was overkomen, een ring, het kostbaarste wat hij bezat, in zee; doch ook dien ring verloor hij niet, want hij werd kort daarna gevonden in een visch, die op zijne tafel gebracht werd.

[Ringen]

Ringen, benaming van koekjes te Renkum.

[p. 1005]

[Ringgit]

Ringgit, (jav. en mal.), Spaansche mat, een dollar. Ringgit kepala, de Nederlandsche rijksdaalder, vanwege de beeltenis des Konings (kepala = hoofd). Ringgit boeroeng, de Mexicaansche dollar, wegens den condor (boeroeng = vogel). Ringgit mariam, de Spaansche pilaarmat, aldus genoemd omdat men de beide daarop voorkomende pilaren voor kanonnen (mariam) aanziet.

[Ringvinger]

Ringvinger, bij de Romeinen de vinger tusschen den middelvinger en de pink; thans: voor ongeëngageerden de wijsvinger van de linkerhand; bij geëngageerden de tweede vinger van de rechterhand, bij getrouwden de derde, bij hen, die geen plan hebben te trouwen, de pink.

[Ringzegel]

Ringzegel, (zeg.), door den eigenaar in een ring gedragen, dient tot bekrachtiging van oirkonden, door het op de achterzijde der bulla (z.a.) af te drukken, later ook tot sluiting van brieven. In de eerste helft der Middeleeuwen werden dikwijls antieke gesneden steenen als zegel gebezigd; later vertoonen zij meestal het wapenschild, zonder helm, enz.; bij saamgestelde wapens alleen het eerste kwartier.

[Rink]

Rink, een woord uit Canada afkomstig, en van Schotschen oorsprong, beteekent een afgesloten ruimte, overdekte en ingesloten ijsvlakte, waar dus de rijders tegen sneeuw en wind beveiligd zijn.

[Rip van Winkel]

Rip van Winkel, een der hoofdpersonen in Washington Irving's Sketches. Hij is een Hollandsche kolonist in New-York. Bij eene ontmoeting van een vreemdeling in de Kaatskil Mountains helpt hij dezen een vaatje dragen. Op de plaats van bestemming gekomen, neemt Rip een teug uit dit vaatje en raakt in eene verdooving, waaruit hij na 20 jaar ontwaakt. Hij vindt alsdan zijne vrouw overleden en begraven, zijn dorp geheel veranderd, en Amerika onafhankelijk.

[Rippets]

Rippets, (k.m.a.), kwartiermuts.

[Ripuariërs]

Ripuariërs, oeverbewoners; van lat. ripa (rivier-oever). In de 9e eeuw sprak men, bijv. de kroniekschrijver van De Bello Saxonico, van Ripuarische steden, d.i. oeversteden, waartoe Tiel, Zalt-Bommel en Nijmegen werden gerekend.

[Rire est le propre de l'homme]

Rire est le propre de l'homme, (fr.), uit La Vie de Gargantua et de Pantagruel, van Rabelais, 1e boek. In hun geheel luiden de verzen (9 en 10) aldus:

Mieulx est de ris que de larmes escripre: Pour ce que rire est le propre de l'homme = 't is beter lachen dan tranen te beschrijven, want lachen is den mensch eigen.

[Rire sous cape]

Rire sous cape, (fr.), in zijn vuistje lachen, d.i. boosaardig en met geheim leedvermaak lachen. De cape was een mantel met eene kap, gelijk de ridders droegen, wijd genoeg om zich ook het hoofd te bedekken.

[Ris sardonique]

Ris sardonique, (fr.), honend lachen, fig. gedwongen lach; van gr. sardonion eene plant, waarvan het sap stuiptrekkingen veroorzaakte. Hom. Odyss. XX, 301 (sardonion meidan).

[Risentito]

Risentito, (it., muz.), gevoelvol.

[Risjes]

Risjes, (verbasterd van hebr. risjoes, risjoet = goddeloosheid, slechtheid), (zie Roosche), gebruikelijk in den zin van: plaagzucht, kwelzucht, boosaardigheid. In het bizonder voor geloofshaat, verdrukking, kwelling, tegenstand, die de Israëlieten van Christenen vaak te lijden hebben.

[Risjon-le-Zion wijn]

Risjon-le-Zion wijn, wijn uit de wijngaarden van een der tegenwoordige voornaamste Joodsche koloniën in Palestina. Deze kolonie heet Risjonle-Zion, d.i. de Eerste voor Zion (vgl. Jesaja 41, 27), en is op het oogenblik (Oct. '98) te midden der ongeveer 25 Joodsche koloniën in Palestina, ééne der voornaamsten.

[Risque locatif.]

Risque locatif. De aanspraaklijkheid, volgens het Fransche recht, van den huurder voor brandschade, tenzij

[p. 1006]

hij bewijzen kan, dat de brand buiten zijne schuld is ontstaan.

[Rissies]

Rissies, (z.-afr.), Spaansche peper.

[Risu inepto res ineptior nulla est]

Risu inepto res ineptior nulla est, (lat.), er is niets dommer dan een domme lach. Catullus, Egnatius.

[Risum teneatis, amici?]

Risum teneatis, amici? (lat.), Horatius, Epist. ad Pisones, 5. Zoudt gij (in dat geval) uw lachen kunnen inhouden, vrienden? Men neemt het gewoonlijk in den zin van Lacht niet, vrienden!

[Risus paschalis]

Risus paschalis, (lat.), zie Paaschgelach.

[Risvegliato]

Risvegliato, (it. muz.), opgewekt, vroolijk.

[Ritardando]

Ritardando, (it. muz.), langzamer wordend.

[Rite]

Rite, (lat.), overeenkomstig godsdienstig gebruik, volgens de wet; behoorlijk.

[Ritornel]

Ritornel, (muz.), van it. ritornello, d.i. herhaling, nl. van het in zangstukken door de hoofdstem gezongene door het accompagnement; refrein, herhaalregel (in een lied).

[Ritter vom Geist]

Ritter vom Geist, de Ridders van den geest, de mannen, die heerschen door de macht van hun verstand; aldus naar den titel van den roman in negen deelen (1850-1852) van Gutzkow (1811-1878), waarin de schrijver zijne denkbeelden ontwikkelt over eene ideale republiek.

[Rittertje]

Rittertje, moraliseerend artikel in eene courant; door journalisten aldus genaamd naar de hoofdartikelen in dat genre in het Nieuws van den Dag, hoofdredacteur Dr. P.H. Ritter.

[Rituaal]

Rituaal, (r.-k.), een boek, bevattend de kerkelijke gebruiken en ceremoniën. Van lat. ritus = godsdienstig gebruik, gewoonte.

[Ritualisten]

Ritualisten, naam gegeven aan de Puseyïsten (zie Puseyïsmus) omdat zij den ritus, d.i. de plechtigheden der R. Katholieke Kerk, volgen.

[Rixari de lana caprina!]

Rixari de lana caprina! (lat.), Horat. Epist. I, 18, 15. Over geitenwol twisten; gelijk wij zeggen: over des Keizers baard, d.w.z. over beuzelingen, of zelfs over niet bestaande zaken.

[Roadster]

Roadster, (sport), toermachine.

[Rob Roy]

Rob Roy, Schotsche tegenhanger van den Engelschen avonturier Robin Hood, aan wien Walter Scott een roman wijdde. In de Introduction van dezen roman Rob Roy staat van hem, dat hij was in de Hooglanden ‘playing such pranks in the beginning of the 18th century, as are usually ascribed to Robin Hood in the middle ages.’

[Robert.]

Robert. Experto crede Roberto, (lat.), geloof een man van ondervinding.

[Robert Macaire]

Robert Macaire, verpersoonlijking van den behendigen en overmoedigen schavuit, zooals die door den beroemden Franschen tooneelspeler Frédérick Lemaître (1800-76) eerst in l'Auberge des Adrets (melodrama van Antier, Saint-Amand en Paulyanthe (den 23 Juli 1823, in den schouwburg van la Porte-Saint-Martin) en vooral later in Robert Macaire van Antier en den bedoelden acteur (in 1834 in den schouwburg der Folies-Dramatiques voor het eerst gespeeld) werd voorgesteld.

[Robespierre onzer litteratuur (De -]

Robespierre onzer litteratuur (De -, naam door prof. Jonckbloet aan Jacob van Maerlant gegeven, omdat deze evenals Robespierre den adel, waartoe hij behoorde, den rug toekeerde en door de toejuichingen der menigte groot wilde worden; Maerlant wendde zich van de schoone dichtkunst af en werd nuttig; van dichter en kunstenaar werd hij zedeleeraar.

[Robinhood's Society]

Robinhood's Society, (eng.), bierdrinkersgezelschap (zooals men in Engeland vaak bijeenkomt om over

[p. 1007]

staat en godsdienst te spreken), politieke tinnegietersgezelschap.

[Robinson]

Robinson, zie Riflard.

[Robinson Crusoë (De Geldersche -]

Robinson Crusoë (De Geldersche -, Jor Adam (Daem) van Delen, heer van Ek-en-Wiel ao 1693 geb., die op een zwerftocht schipbreuk leed op de Afrikaansche kust en een langdurig verblijf hield op een eiland onder de wilden. Door een schip opgenomen, kwam hij naar zijn vaderland terug en sleet daar de laatste jaren van zijn leven. Zijn reusachtige lijkkist staat in den grafkelder onder het koor der Eksche kerk.

[Robinsonade]

Robinsonade, Robinson's geschiedenis; avontuurlijke geschiedenis van verongelukte zeelieden naar de bekende geschiedenis van Robinson Crusoë.

[Robur et Velocitas]

Robur et Velocitas, (lat.), Sterkte en Snelheid. Benaming van een football-club te Apeldoorn.

[Roc]

Roc, (fr. wap.), zie Zuil.

[Roc d'échiquier]

Roc d'échiquier, (fr. wap.), schaaktoren. Eng. chessrook, òns kasteel. In den vorm bovenaan van een arm van het ankerkruis; in wezenlijkheid een antiek lansijzer.

[Rocher de bronze]

Rocher de bronze, fr.), onwrikbaar, onwankelbaar, naar een uitdrukking van Friedrich Wilhelm I van Pruisen in een staatsstuk van 25 April 1716, waarin hij verklaart: ‘Ich setze die Krone fest wie einen rocher von bronce; de Fransche vorm de bronze is er later van-gemaakt.

[Rochet]

Rochet, (r.-k.), van lat. rochettus en dat weer van 't o.-hgd. hroch, rocch, dat hetzelfde is als het Duitsche rock, ons rok), is het korte koorhemd, dat door bisschoppen en abten gedragen wordt.

[Rococo]

Rococo, of pruiken-stijl, de verbastering van den bouw- en versieringsstijl in de 18e eeuw, die zich van vormen bedient, welke op het effect berekend zijn; de naam komt waarschijnlijk van fr. rocaille = rotsgewelf, omdat rotsen schelpversieringen veelal een hoofdbestanddeel uitmaken van dezen eigenaardigen bouwstijl. Zijn karakter is, met betrekking tot gebouwen: omslachtige gevels met gebroken en gebogen hoofdlijnen, met krullen versierde deur- en vensteropeningen en overlading met een weelderige, en waar zij niet overdreven wordt bevallige, maar vaak ongemotiveerde ornamentiek. Tegen het einde der 18e eeuw is de rococo-stijl door een meer eenvoudigen smaak vervangen.

[Roddelen]

Roddelen, in de volkstaal der Nederlandsche joden = kwaadspreken, babbelen, iemand over den hekel halen. De afleiding is onzeker.

[Rode]

Rode in Brederode, Berkenrode; Rolduc = Rode le Duc (Hertogenrode of -rade), St. Oedenrode, enz., soms verkort in rooi bv. Wanrooi, duidt een grond aan, die omgeploegd en voor den bouw toebereid is.

[Rodin]

Rodin, (fr.), type van een Jezuïet, in de slechtste beteekenis van het woord; aldus naar den persoon van dien naam in Eugène Sue's roman Le Juif errant.

[Rododo]

Rododo, (belg.), te Brussel, het voertuig, waarmede op den openbaren weg gestorven dieren naar den vilder worden gebracht. De oorsprong ligt in het duister.

[Rodomontade]

Rodomontade, bluf; naar Rodomonte, een snoever uit den Orlando in amorato van Bojardo en den Orlando furioso van Ariosto, lett. de man, die bergen verzet.

[Rodrigue, as tu du coeur?]

Rodrigue, as tu du coeur? (fr.), Rodrigue, hebt ge moed? Corneille, Le Cid, I, 6. Woorden van Don Diègue tot zijn zoon, als de eerste door Don Gomès in zijne eer beleedigd is en nu van zijn zoon verlangt, dat hij hem wreke. Dat hij inderdaad moed bezat, bewijst zijn fier antwoord:

 
‘Tout autre que mon père
 
L'éprouverait sur l'heure’.

De kardinaal de Richelieu had een hevigen wrok tegen Corneille en vooral tegen den Cid; de abt de

[p. 1008]

Boisrobert, die door zijne geestige invallen de gunst van Richelieu had gewonnen, zocht den machtigen Kardinaal genoegen te doen, en liet ‘par des laquais et des marmitons’ eene travestie van den Cid spelen; als Don Diègue daarin tot zijn zoon zegt: Rodrigue, as-tu du coeur? antwoordt Rodrigue: Je n'ai que du carreau (ruiten en geen harten).

[Roeach]

Roeach, (hebr.), letterl. = adem, wind, lucht, geest, ziel, levensgeest, enz. In de volkstaal duidt het aan: een beweeglijk persoon, een onrustige geest. (Ook: beweging, onrust). Hij is een echte Roeach = hij is iemand, die nergens rust heeft. Zelfs een Nederl.-Israel. ww. is daarvan gevormd: roegen, d.w.z. zwalken in allerlei levensomstandigheden en woonplaatsen, een ongeregeld leven leiden.

[Roeach Hakoudesj]

Roeach Hakoudesj, (hebr.), Heilige Geest. Letterl. geest der heiligheid.

[Roebel]

Roebel, Russische zilveren munt, bijna 2 gulden Ned. waard, à 100 kopeken. Roebel bet. kerf, insnijding. De Russen bedienden zich oudtijds van den kerfstok, en maakten daarop voor elke 100 kopeken eene insnijding, roebli.

[Roede (Zoolang de - wenkt]

Roede (Zoolang de - wenkt, zoolang de verdrukking dreigt, wil men zich bekeeren. Roede, roede Gods = straffe Gods; zie Jez. X:5, Mich. VI:9; vgl. Hebr. XII:6.

[Roedjak]

Roedjak, (jav.), mengsel van Spaansche peper, tamarinde, zout, Javaansche suiker en andere ingrediënten, aangemaakt met soja en een weinig azijn; in welke saus aan stukken gesneden komkommers, jonge, onrijpe en halfrijpe vruchten worden gesopt en aldus gegeten.

[Roegen]

Roegen, zie Roeach.

[Roegi]

Roegi, (mal.), verlies, schade.

[Roejoeng]

Roejoeng, (mal.), het hout of de harde bast der palmboomen, in tegenoverstelling van het merg of de kern, die zacht is en ampoeloer heet. Pagar roejoeng beteekent dus omheining van hout van de eene of andere palmsoort.

[Roekevreters]

Roekevreters, spotnaam voor de inwoners van Holwerd bij Dokkum; roeken zijn kraaien.

[Roeland.]

Roeland. Het steenen beeld van R., dat tot ao 1774 te Amsterdam over de Nieuwe-Zijds-Kolk aan de stoep van een huis stond had met het marktwezen niets te maken. Men beweert, dat de Roelandzuilen (bijv. in Brandenburg, Bremen, Halle, Nordhausen, Perleberg) oorspr. niets met Roland, den paladijn van Karel den Groote hadden uit te staan, en eerst later met dezen in verband gebracht zijn geworden ten gevolge van klankgelijkheid, vermits Ro(e)land hier als nederd. Hrôtland, hgd. Hruotland te duiden zij, waarin Hrôt, Hruot = faam, roem.

[Roema bitjara]

Roema bitjara, uit roema = huis en bitjara = overlegging, spraak, raad, enz., dus huis der beraadslaging, vandaar ook kantoor van den landraad in 't algemeen.

[Roep-eenden]

Roep-eenden, spotnaam voor de bewoners van Oosterlittens bij Franeker.

[Roepende in de woestijn.]

Roepende in de woestijn. Zie Vox clamantis, etc.

[Roepijah]

Roepijah, skr. roepya. Ropy of sikkaropy, eene Britsch-Indische zilveren munt van pl. m. f 1.20. Hetzelfde woord wordt ook gebruikt in Ned.-Indië om een gulden aan te duiden, meestal met bijvoeging van pérak (zilver) of tembaga (koper).

Saroepijah pérak = 120 duiten = 100 et.

Saroepijah tembaga = 100 duiten = pl. m. 83½ ct.

[Roes (Bij de -]

Roes (Bij de -, de bedongen vracht voor eene scheepslading, wanneer ze in éene som, ineens bepaald is, onafhankelijk van gewicht of maat; bij de roes koopen (kleinhandel), zonder wegen of meten den gevraagden prijs betalen.

[Roffeljongen]

Roffeljongen, (mil.), bijnaam voor een tamboer.

[Rogate]

Rogate, (lat.), naam van den Zondag vóor Hemelvaartsdag, naar het begin in de Vulgata, rogate, etc., bidt, enz., in Johannes XVI:24. Zie Kerkdagen.

[p. 1009]

[Rogationes]

Rogationes, (r.-k.), van lat. rogare = bidden, de drie biddagen vóór Hemelvaartsdag. Eene rogatie is in 't algemeen een smeekschrift, eene voorbede voor afgestorvenen, een bededag tot afwending van zware rampen, enz. Rogatorium, verzoekschrift, bedelbrief.

[Rogatoire commissiën]

Rogatoire commissiën, zie Extra-territoriale rechtspleging. Ze hebben betrekking op internationaal procesrecht, opdracht aan een bevoegd rechterlijk ambtenaar om een beschuldigde of getuige te hooren in verband met een elders gevoerd wordend proces.

[Roger Bontemps]

Roger Bontemps, (fr.), vroolijke Frans. Er worden allerlei personen genoemd, die oorspronkelijk zoo geheeten zouden zijn; en allerlei uitdrukkingen opgegeven, die den naam zullen verklaren, - het is alles onbewezen, dus onzeker.

[Roggeteunis]

Roggeteunis, (barg.), bruin brood, roggebrood. In Overijsel.

[Rogner les ongles]

Rogner les ongles, (fr.), de nagels knippen. Fig. iemands macht beperken. Zinspelend op Lafontaine's fabel IV, 1, Le Lion amoureux, waarin een leeuw, die op eene herderin verliefd werd, er in toestemt, om haar te kunnen trouwen, dat men hem de nagels knipt en de tanden afvijlt. Nauwelijks heeft hij echter die voorwaarde vervuld, of de honden maken zich van hem meester. De zedeles, waarmede die fabel eindigt, en die niet zelden wordt aangehaald, luidt:
Amour! amour! quand tu nous tiens,
On peut bien dire: Adieu prudence!

= o liefde, liefde, hebt gij ons bemachtigd, dan kan men der voorzichtigheid wel vaarwel zeggen!

[Rogstekers]

Rogstekers, spotnaam voor de inwoners van Weerd. Rog doelt hier op den visch van dien naam.

[Rogues-Gallery]

Rogues-Gallery, galerij of reeks van portretten van alle bekende bankzwendelaars, te New-York, ongeveer 150 in getal. Al de leden der American Bankers Association ontvangen die portretten in boekformaat gerangschikt, zoodat zij en hunne hoofdklerken de gelaatstrekken der voor hen gevaarlijke menschen kunnen kennen. Rogue (eng.) = spitsboef.

[Rohrpost]

Rohrpost, (hgd.), letterl. buis- of kokerpost; het plaatselijk spoed-brievenverkeer door onderaardsche buizen, met saamgeperste lucht als drijfkracht; eng. pneumatic tube.

[Roi d'Yvetot (Le -]

Roi d'Yvetot (Le -, (fr.), lett. de koning van Yvetot, fig. iemand met heel veel pretenties, maar weinig verdiensten. Yvetot is een stadje in Normandië. De overlevering verhaalt, dat de Frankische koning Clotarius I in 537 zijn leenman Walter van Yvetot in de kerk te Soissons zou doorstoken hebben, en dat hij, als boete, hem door den Paus opgelegd, zijn leen van de Fransche kroon losgemaakt en als souverein koninkrijk erkend zou hebben. Als laatste koning van Yvetot wordt Camille d'Albon genoemd. In 1681 verklaarde het Parlement de souvereiniteitsrechten van Yvetot niet te erkennen; evenwel bleven de heeren ervan als Princes d'Yvetot regeeren en zijne bewoners vrij van belasting tot aan de Revolutie. Populair vooral is Béranger's lied: ‘Le Roi d'Yvetot’, waarvan het eerste couplet luidt:

 
Il était un roi d'Yvetot
 
Peu connu dans l'histoire,
 
Se levant tard, se couchant tôt,
 
Dormant fort bien sans gloire,
 
Et couronné par Jeanneton
 
D'un simple bonnet de coton,
 
Dit-on.
 
Oh! oh! oh! oh! ah! ah! ah! ah!
 
Quel bon petit roi c'était là!
 
La, La.

[Roi est mort, vive le roi (Le -]

Roi est mort, vive le roi (Le -, (fr.), De koning is dood, leve de koning. Beteekent in het Staatsrecht, dat op het oogenblik van den dood des Konings de Koninklijke macht op den troonopvolger overgaat, zonder eenige tusschenruimte, dus reeds vóór de inhuldiging.

[Roi ne puis, prince ne daigne, Rohan suis]

Roi ne puis, prince ne daigne, Rohan suis, (fr.), Koning kan ik niet zijn, Prins wil ik niet zijn, ik ben Rohan. Spreuk van Rohan, een Fransch geslacht uit Bretagne af komstig.

[p. 1010]

[Roi ne suis, ni prince aussi, je suis le sire de Coucy]

Roi ne suis, ni prince aussi, je suis le sire de Coucy, (fr.), ik ben geen koning, ook geen vorst (prins), ik ben de Heer van Coucy, devies van Enguerrand VI de Coucy in de 14e eeuw een der aanvoerders der avonturiers en plunderaars, de routiers der 12e eeuw, thans malandrins geheeten, die gedurende de Engelsche oorlogen Frankrijk overal onveilig maakten en onder Du Guesclin ook naar Spanje trokken. Andere aanvoerders waren: Arnauld de Cervalles, Seguin de Badefol, Petit-Neschin en Aymericot Testenoire).

[Roi-Soleil (Le -]

Roi-Soleil (Le -, zie Louisau-Soleil.

[Roi trouvé (Le -]

Roi trouvé (Le -, (fr.), de gevonden koning, de vondeling, spotnaam dien de Vlamingen in 1328 aan Filips VI van Valois gaven, toen deze op verzoek van den Graaf van Vlaanderen optrok om zijne oproerige onderdanen, die hem niet als hun rechtmatigen heer erkennen wilden, te tuchtigen. Op 23 Augustus 1328 werd er bij Veurne een slag geleverd, waarbij van de 16000 Vlamingen onder Nikolaas Zonnekins, burgemeester van Veurne, er 13000 met hun aanvoerder sneuvelden.

[Rois en exil]

Rois en exil, (fr.), koningen in ballingschap, de vorsten en vorstjes uit Duitschland en Italië, die, van hunne tronen verdreven, te Parijs een toevluchtsoord vonden. Naar den titel van een in 1879 verschenen roman van Alphonse Daudet (1840-97), waarin de bedoelde personen onder allerlei schuilnamen voorkomen.

[Rois fainéants]

Rois fainéants, zie Major domus.

[Rok zonder naad, van boven af geheel geweven (Als een -]

Rok zonder naad, van boven af geheel geweven (Als een -, gaaf, massief, goed onderlegd, een leven uit éen stuk, vol van massieve kracht. Ontleend aan Joh. XIX:23b.

[Roke]

Roke, (wap.), zie Zuil.

[Roko']

Roko', mal. rokok, ook jav. mal. - sigaar, sigarette of strootje, meestal van nipatsbladeren, waarin tabak is gerold. Voor hetzelfde doel gebruikt men ook jong pisang blad en andere bladeren (zie Klobotsigaren). Roko' manilla, eene manilla sigaar, roko'blanda, eene Holl. sigaar.

[Rolandszuilen]

Rolandszuilen, ruw bewerkte steenen standbeelden in sommige Noordduitsche steden. Gewoonlijk stellen ze een man voor met ontbloot hoofd en een zwaard in de hand. De oorsprong en strekking dier beelden is onzeker. Wellicht waren ze zinnebeelden der stedelijke vrijheden en rechten.

[Roller chain]

Roller chain, (sport), rolketting.

[Roma aeterna]

Roma aeterna, (lat.), het eeuwige Rome. Tibullus († 19 v. Chr.), II, 5, 23.

[Roma la chica]

Roma la chica, (klein Rome); bijnaam van Salamanca in de 16e eeuw, om hare vele kerken en prachtige gebouwen.

[Roma locuta, causa finita]

Roma locuta, causa finita, (lat.), Rome heeft gesproken, de zaak is uit. Augustinus, Sermo, 131, 10.

[Romaansch]

Romaansch, afstammend van het oud-Romeinsch. Uit lat. Romanus. Men heeft Romaansche volken (Italianen, Spanjaarden, Portugeezen, Franschen, Rumeniërs); Romaansche talen (de talen, welke deze volken spreken, en die zich zelfstandig ontwikkelden uit de Lingua Romana (rustica, de volkstaal), in onderscheiding van welke de Lingua Latina als hoogere taal, in kerk en school, bewaard bleef); Romaansche bouwstijl (vooral bij kerken, van de 6e tot de 12e eeuw, voorganger van den Gothischen (begin 13e eeuw). Onderscheiden van den oud-Romeinschen bouwstijl, die ook de Etrurische heet, nml. een zuilenbouw met gewelven en bogen, toegepast op schouwburgen en amphitheaters, en die op 't einde der 2e eeuw in verval is geraakt.

[Romaansch]

Romaansch, de bouwtrant vóor de XIIIe eeuw, van Karel de Groote tot aan de XIIIe eeuw. De ronde halfcirkelvormige bogen voor vensters en gewelven zijn voorname kenmerken van dezen bouwtrant. De St. Plechilmuskerk te Oldenzaal, O.L. Vrouwe van St. Ser-

[p. 1011]

vaaskerken te Maastricht, de Abdijkerk te Rolduc, de kerken van Susteren en St. Odiliënberg zijn in dezen stijl gebouwd.

[Romaansche bouwstijl]

Romaansche bouwstijl, deze is eene kerkelijke bouwstijl, welke vóór het Christendom niet voorkomt. Hij onderscheidt zich vooral bij de kerken door zware muren en vierkante en ronde pijlers, ronde bogen voor de vensters en de gewelven. - Romeinsche bouwstijl, deze is ontleend aan de Grieken en Etruriërs en is eene nabootsing van de Dorische, Jonische en Corintische orde. De zoogenaamde Toscaansche orden, welke men bij de Romeinen voor eenige tempels vindt, is eene verbastering der Dorische bouwvormen. Tot de eigenlijke Romeinsche bouwkunst behooren: de cloaque, onderaardsche riolen; aquaeducten waterleidingen; amphitheaters; mausoleën, praalgraven; forums, marktplaatsen, thermen, badplaatsen, en eenige eigenaardige tempels, zooals de ronde tempels, het Pantheon van Agrippa, de tempel van Vista, enz.

[Roman]

Roman, het moderne epos, het in proza geschreven verhaal eener verdichte geschiedenis. Als voortbrengsel van vinding behoort hij tot de poëzie in den uitgestrektsten zin. De eerste romanschrijver, Antonius Diogenes, leefde waarschijnlijk in de 1e of 2e eeuw na Chr. In de 2e eeuw leefde ook Jamblichus, uit Babylon of uit Syrië herkomstig, die een dramatisch werk schreef, behelzend de liefdeshistorie van Rhodanus met Sinonis, een roman van erotischen aard, van welken Photius, patriarch van Konstantinopel, † 891, ons een uittreksel heeft bewaard. Ook Achilles Fatius, uit Alexandrië, schreef, waarschijnlijk midden 5e eeuw, een Griekschen liefderoman. - Roman is vermoedelijk z.v.a. een in rijm geschreven werk, uit teuton. riman, reiman = rijmen, in dichtmaat schrijven, gelijk met de meeste oude fabelgeschiedenissen, bij de Engelschen, Franschen, Duitschers en ten onzent, 't geval is; die benaming bleef men behouden, toen soortgelijke werken later in onrijm geschreven werden. Dat deze de meest waarschijnlijke duiding is, - en niet, roman = verhaal beschreven in de Romaansche taal, - leere het woord romance. Dichten voor schriftelijk samenstellen of vervaardigen, behoort nog heden tot het Neder-Betuwsch idioom.

[Romanesca]

Romanesca, zie Gaillarde.

[Romanesk]

Romanesk, dit woord is moeilijk te vertalen. Een romanesk dal is een dal, zoo liefelijk, zoo onbeschrijfelijk schoon, dat men 't in de werkelijkheid hier op aarde niet zoeken zou en 't alleen in 't brein der romandichters geidealiseerd wordt. Romantisch = verdicht (verhaal).

[Romani Imperii Semper Augustus]

Romani Imperii Semper Augustus (R.I.S.A.), (lat.), Altijd Vermeerderaar des Romeinschen (d.i. des Heiligen Roomschen) Rijks. Men vindt bovengenoemde initialen R.I.S.A. ook weleens verklaard als Romanorum Imperator Semper Augustus.

[Romantische school]

Romantische school, richting in de eerste helft dezer eeuw om het ideaal te vinden in min of meer sentimenteele levenscheschouwing; kenmerk dezer richting was vooral het idealiseeren der middeneeuwen; zij was een reactie tegen 't koude en in stijve banden geknelde klassicisme.

[Romanus civis sum]

Romanus civis sum, (lat.), ik ben een Romeinsch burger. Op mij mag derhalve geen slavenstraf worden toegepast. Vgl. Hand. XXII:25, 27.

[Rome (Het - van het Westen]

Rome (Het - van het Westen, bijnaam voor Aken in de Rijnprovinciën, een der residentiën van Karel den Groote, die er stierf en begraven werd.

[Rome n'est plus dans Rome, elle est toute où je suis]

Rome n'est plus dans Rome, elle est toute où je suis, (fr.), Rome is niet meer in Rome, het is geheel daar, waar ik ben. Corneille, Sertorius III, 1 woorden van Sertorius tot Pompejus, die hem bewegen wil terug te keeren. De echte Romeinen, zoo meent hij, zijn verdwenen, alles is veranderd, zijne herinneringen maken de plaats, waar hij zich bevindt, tot een Rome, want Rome zelf is het niet meer.

[p. 1012]

[Rome, si tu te plains que c'est là te trahir,
Fais-toi des ennemis que je puisse haïr]

Rome, si tu te plains que c'est là te trahir,
Fais-toi des ennemis que je puisse haïr,
(fr.), Corneille, Horace I, 1. Rome, zoo gij u beklaagt, dat ik op die wijze verraad aan u pleeg, maak u dan vijanden, die ik kan haten, woorden van Sabine, in Alba Longa geboren, maar de echtgenoot van Horace, die tegen de kampvechters van Alba Longa strijdt. Zij kàn deze vijanden van Rome niet haten, omdat het hare vrienden zijn, terwijl haar vertrouweling Julie wil, dat zij zich zal verheugen over den aanstaanden zege der Romeinen.

[Romeinsche curie]

Romeinsche curie, naam van het kabinet of het korps ambtenaren van den Paus; verdeeld in kardinalen, prelaten en curialen, welke laatsten het ondergeschikte personeel uitmaken.

[Romp-parlement.]

Romp-parlement. Olivier Cromwell zond twee regimenten naar het Lagerhuis om de leden te dwingen het doodvonnis over Karel I uit te spreken. 41 leden werden gevat en gevangen gezet, aan 160 werd bevolen heen te gaan en de 60, die Cromwell geschikt leken, mochten blijven. Deze 60 leden (Rumpers) waren dus het overschot of de romp van het geheele Lagerhuis.

[Rompu]

Rompu, (fr. wap.), zie Afgeplat.

[Rond de cuir]

Rond de cuir, (fr.), ambtenaar, naar het lederen kussen, waarop hij geacht wordt te zitten; bureelrat. Vandaar rond de cuirisme, voor de bekrompen zienswijs van ambtenaren, die overdreven gewicht aan formaliteiten hechten.

[Rond de serviette (Avoir son -]

Rond de serviette (Avoir son -, (fr.), dikwerf in hetzelfde huis ten eten genoodigd zijn of in dezelfde restauratie den maaltijd gebruiken. Van rond de serviette = servetring.

[Ronde (Een -]

Ronde (Een -, (rest.), een pannekoek.

[Ronden]

Ronden, (zeet.), een kaap, voorgebergte enz. omvaren.

[Rone]

Rone, zie Arthur.

[Ronger son frein]

Ronger son frein, (fr.), letterl., op zijn gebit bijten, eigenlijk zijn geduld op een zware proef gesteld zien.

[Ronggèng]

Ronggèng, danseres in Indië, met bevallige handbewegingen, - meer mimiek dan wat wij Europeanen onder dans verstaan, en aan beweging langzamer dan de statigste menuet.

[Röntgen-stralen]

Röntgen-stralen, ontdekt Januari 1896 door Prof. Dr. Wilhelm Conrad Röntgen, te Würzburg, geb. 27 Maart 1845 te Lennep (reg. distr. Dusseldorp), zoon van den te Leipzig Dec. '97 overleden toondichter Engelbert Röntgen. Men noemde ze aldus, omdat hij er nog geen naam aan wist te geven. Röntgen zelf noemde die stralen X-stralen naar x, d.i. de onbekende. Ook bekend als de photographie van het onzichtbare (zie Crooke's buis, Aanh.). Men kan met behulp van die stralen nauwkeurig weten, waar ergens in het lichaam bv. eene naald, een kogel of iets dergelijks schuilt, om die dan door operatie te verwijderen. Dus belangrijk, om de aanwezigheid en positie van beenderen of kalkachtige formatie in blaas, lever en nieren der patiënten aan te toonen. Ook geschikt, om valsche parelen en diamanten van echte te onderscheiden; omdat echte de stralen anders doorlaten dan valsche. Den privaat-docent Brendes te Halle gelukte 't, Mei 1896, de zichtbaarheid der Röntgen-stralen te bewijzen. Deze kunnen, volgens mededeeling van een geneesheer te Chicago (Oct. 1896), ook dienen om gevallen van schijndood te bepalen, omdat men het lichaam aan die stralen blootstellend, op het daarachter geplaatste photografisch papier zal kunnen zien of men met een schijndoode te doen heeft, of niet, wijl de spieren van een doode voor die stralen gemakkelijker doordringbaar zijn dan bij een levende. - De toepassing der Röntgen-stralen heet radiographeeren. - Tot eer van ons land strekke, dat de plotseling zoo beroemd geworden hoogleeraar geruimen tijd alhier vertoefde, een tijdlang werkzaam was aan het natuurkundig kabinet der Utrechtsche Akademie, en 't scheelde toen weinig, of hij was te Leiden de opvolger van Prof. Rijke geworden; hij toch was de man der curatoren. Zijne

[p. 1013]

ouders woonden te Apeldoorn en zijne moeder, geb. Frowein, was eene Hollandsche; Ds. C.F. Gronemeijer zegende in 1872 ter plaatse zijn huwelijk in met Fräulein B. Ludwig (uit Zurich).

[Roodbroeken]

Roodbroeken, Fransche soldaten.

[Roode]

Roode, (barg.), cent.

[Roode draad]

Roode draad, zie Faden.

[Roode (Geef mij toch van dat -, dat roode daar]

Roode (Geef mij toch van dat -, dat roode daar, vaak schertsende zinspeling op Gen. XXV:30, waar sprake is van linzenmoes, dat nochtans eene bruin-roode kleur heeft.

[Roode haan.]

Roode haan. Onze Heidensche voorvaderen plaatsten het beeld van een rooden haan vóor hun huis, op schuur of staldeur, als voorbehoedmiddel tegen den bliksem. Vanhier den rooden haan laten kraaien of er opsteken = brand stichten.

[Roode Kruis (Het -]

Roode Kruis (Het -, symbool van particuliere vereenigingen van vrijwillige verplegers, tot verzachting van het lot der zieken en gewonden in oorlogstijd. Onder zekere bepalingen liet men in den oorlog van '70 de vrijwillige verplegers van het Roode Kruis op het slagveld toe; men verleende hun, onder bepaalde voorwaarden, de onschendbaarheid en bescherming volgens de Geneefsche Conventie (z.a.); deze heeft ‘het Roode Kruis’ erkend, en allengs reikten alle natiën over dit symbool der verbroedering elkaar de hand. Slechts China, Brazilië en eenige barbaarsche landen in Afrika begrepen de vriendelijke stem der humaniteit op het slagveld, nog niet. Den 18en Aug. 1870 vertrok de eerste ambulance van het Nederl. ‘Roode Kruis’ naar de Fransch-Duitsche slagvelden. Aan het hoofd er van stond de Baron van Hardenbroek van Bergambacht, die belangrijke en belangelooze diensten bewees op het oorlogstooneel.

[Roode maagd (De -]

Roode maagd (De -, eene Fransche vrouw, Louise Michel, in Duitschland ook de bittere Louise genaamd, eene eerste voorstandster van het anarchisme. Zij hield in Juni 1894 te Londen voordrachten. Zij sprak 1 Juni 1896 te Amsterdam in eene vergadering van den Socialistenbond in de groote zaal van het Paleis voor Volksvlijt, als een klein, oud, eenvoudig uitziend, stemmig gekleed vrouwtje, die niet veel indruk maakte, over de plaats der vrouw in de sociale beweging.

[Roode markies (De -]

Roode markies (De -, Henri Rochefort, leider der intransigenten te Parijs, die het ministerie met de scherpste verwijten overlaad. ‘Hongerzaaier’ was een der gelief koosde termen, waarmee van die zijde de Ministerpresident Méline werd vereerd.

[Roode prins (De -]

Roode prins (De -, Napoleon Joseph Karl Paul Bonaparte, zoon van Jérome, neef van Napoleon III, bijgenaamd Plon-plon (z.a.).

[Roode ras (Het -]

Roode ras (Het -, zie Indianen.

[Roode Republikeinen]

Roode Republikeinen, tijdens de Fransche Revolutie de naam voor de uiterste republikeinen, die niets, ook geen bloedstorting ontzagen, om hunne staatkundige plannen door te zetten. Zij waren gewoon eene roode muts te dragen. Zie Carmagnole.

[Roode Spook (Het -]

Roode Spook (Het -, de sociaaldemocratie, of ook de anarchie, omdat een deel der aanhangers van deze in bloedigen trant de maatschappij naar hunne inzichten willen omkeeren; men denke aan de roode Phrygische muts der Jacobijnen. Gemeenlijk wordt het aangehaalde woord juist door de sociaaldemocraten, maar ironisch, in den zin van ‘boeman’ gebezigd.

[Roode Zee (De doortocht door de - heeft plaats gehad]

Roode Zee (De doortocht door de - heeft plaats gehad, het Evangelisatiewerk is (in een Roomsch of in een Heidenland) aangevangen. Naar Exod. XIV:21, 22.

[Roodjes]

Roodjes, schimpnaam voor de burgers van Schagen.

[Roodkraag]

Roodkraag, (stud.), politieagent.

[Roodrokken]

Roodrokken, spotnaam der Engelschen in de 17e eeuw, door de Hollanders hun gegeven, naar de kleur der uniform van een deel van het leger.

[p. 1014]

[Rooiedorp (Het -]

Rooiedorp (Het -, (amst.), de cellulaire gevangenis bij het Leidsche plein te Amsterdam, naar de plaats, waar vroeger een molen stond met een aantal huisjes met roode daken.

[Rooinek]

Rooinek, (afr.), Engelschman.

[Rookende vlaswiek (Het gekrookte riet niet breken, en de - niet uitblusschen.]

Rookende vlaswiek (Het gekrookte riet niet breken, en de - niet uitblusschen. Uit Matth. XII:20, van een leeraar, die vol zachtheid en meewarigheid, niet neerslaat, maar opbeurt. Gekrookt = geknakt; vlaswiek = lemmet, vlaspit. Bedoeld zijn menschen, terneergebogen onder den last hunner zonden; personen, wier geestelijk leven kwijnde.

[Rookhoenders.]

Rookhoenders. In de Middeleeuwen was elk gezeten inwoner, die zijn eigen rook- of haardstede had, verplicht aan den vorst des lands (Gelderland, Holland, enz.) een hoen jaarlijks op te brengen, ten bewijze dat hij onder den heirban behoorde. ‘Al die lude daer wuer (vuur) of roek wt oren huysen geet van Elten en to lobet ('t Lobith) d' sint der Abdien jaerlix een hoen schuldich’, luidt een post uit het Tijnsboek der Abdij van Hoog-Elten (1450).

[Rooletters]

Rooletters, gebak te Haarlem.

[Roomsche bentvogels]

Roomsche bentvogels, schildersbent van Rome, vereeniging van Vlaamsche schilders der 17e eeuw. C.v. Rijssen, in zijne ‘Snel-, Punt- en Mengeldichten’ (Amsterdam, 1719, kl. 8o), deelt tal van namen van hen mede (zie ‘De Navorscher’ XLV, 112). De gravures van die ‘bent’, door P. Nolpe en Prool, beschreef Fred. Muller, ‘Beschrijv. van Nederl. historieplaten’. In het Museum Boymans te Rotterdam, vindt men de portretten van eenigen hunner.

[Roomsche kamille]

Roomsche kamille, benaming, ten onrechte gegeven aan de witte ganzebloem (chrysanthemum leucanthemum). Want kamillen zijn anthemissoorten of matricasia's, en nooit chrysanthemums. De plant is overblijvend (langlevend), bloeit in Juni en Juli, en wordt van 30 tot 60 cm. hoog, in wei- en bouwland, op verschillende grondsoorten. Ook groote madelief en witte marguerite geheeten.

[Roomsche voet (De -]

Roomsche voet (De -, zie Hic Pes Imperii.

[Roos]

Roos of rosaci, versiering in beeldhouwwerk bestaande in eene samenstelling van drie, vier of meer bladeren, in de Middeleeuwen veelvuldig gebezigd door de architecten, in lijsten, bogen, friezen en andere bouwdeelen.

[Roos]

Roos, rond venster komt zeer veel voor in de Romaansche kerken, in de eenvoudige cirkelvorm. Later in de XIIe en XIIIe eeuw wordt het roosvenster in groote afmetingen toegepast en wordt met raam- en maaswerk voorzien.

[Roos]

Roos, (wap.), afgebeeld met het hart naar den beschouwer gekeerd; vijfbladig als het aantal bladeren niet opgegeven wordt; dik wijls met knoppen, soms met stralen (zie rose à soleil) tusschen de bladeren. Ook natuurlijke rozen komen voor.

[Roos]

Roos, (r.-k.), (evenals de lelie) symbool van de H. Maagd. Daarom wijdt waarschijnlijk de Paus nog altoos de Gouden Roos (z.a.). Vanhier ook, dat leliën en rozen zoo dikwijls voorkomen in hetzelfde wapen.

[Roos (De roode -]

Roos (De roode -, het huis Lancaster, dat zulk eene bloem in zijn wapenschild voerde.

[Roos (De witte -]

Roos (De witte -, het huis van York, welks zinnebeeld ze was. Zie Rozenoorlog.

[Roos van Beijeren (De -]

Roos van Beijeren (De -, bijnaam der beeldschoone Prinses Elisabeth van Beijeren, sedert 1853 de gemalin van Keizer Frans Jozef van Oostenrijk, en bijgezet in de Kerk van het Capucijner-klooster bij den Hof brug te Weenen, 17 Sept. 1898, nadat zij door een Italiaanschen anarchist, Nicaise Luechesi, 10 September te Genève vermoord was.

[Roos van Engeland (De witte -]

Roos van Engeland (De witte -, Perkin Warbeck of Osbeck, aldus genaamd door Margaretha van Borgondië, de zuster van Eduard IV († 1483).

[p. 1015]

[Roos van Jericho]

Roos van Jericho, éenjarige plant met lange eivormige bladen aan lange stelen, en met witte bloemen. De Roos van Jericho groeit in de zandwoestijnen van Arabië. Het kleine, weinig in 't oog vallende plantje trekt zich, als het heeft uitgebloeid, bij het verdrogen tot eene kogelvormige massa samen, welke, in het water geworpen, zich weder uitzet en den natuurlijken vorm aanneemt. Bijgeloovige monniken zagen hierin een wonder, en meenden dat deze opbloeiing zou geschieden door de wonderkracht der heilige plaatsen waar de plant groeit; vandaar de naam. Naar de genoemde eigenschap heet zij rosa anastuntica, opstandingsroos.

[Roosche]

Roosche, (van hebr. rascha', raschang), hebr. goddeloos mensch, boosaard, slechtaard; ook term voor iemand, die Jodenhater, Jodenvervolger, antisemiet is. Het mrv. is rescho-iem (rescha'ïm), goddeloozen, booze menschen. Het vrouwelijke is rescha'a (reschagna), booze vrouw.

[Roosjeskooltjes]

Roosjeskooltjes, tijdens den Belgischen opstand de Brusselsche kooltjes, aangezien alles, wat aan België herinnerde, vermeden werd.

[Roosschelling]

Roosschelling of roosjesschelling, zesstuiversstuk sedert 1601 in de Vereenigde Nederlanden geslagen. Het rijk versierde kruis op de keerzijde zag de ‘spraakmakende gemeente’ voor eene roos aan.

[Rootsoun]

Rootsoun, hebr. ratsoon, behagen, welgevallen. Iets berootsoun doen = met toewijding, met goeden wil doen.

[Ropij]

Ropij, Indische en Perzische munt van veranderlijke waarde. In Britsch-Indië heeft men zilveren stukken van ⅛, ¼, ½, 1 en 2 ropijen en gouden van 5, 10, 15 en 30 ropijen. Een Perzische ropij is ongeveer 93 cts. Ned., een Indische iets meer waard. Zie Roepyah.

[Ros]

Ros, (barg.), hoofd, (hebr. roosj). Zie Rosj.

[Rosbeyer]

Rosbeyer of rosbayard, het paard der vier Heemskinderen, Bayard genaamd; fig. woesteling, wild schepsel. Zie Bayard.

[Rose en soleil]

Rose en soleil, (wap.), eene roos met stralen. De zilveren roos met stralen was de Yorksche roos.

[Rosenkruisers (Orde der -]

Rosenkruisers (Orde der -, geheim genootschap, in het begin der 17e eeuw onverwachts bekend geworden. Als doel werd opgegeven: verbetering der Kerk, en bevordering van blijvende welvaart. Als stichter noemde men Christian Rosenkreuz, die in de 14e eeuw geleefd, en een groot deel zijns levens onder de Brahmanen, in de pyramiden van Egypte en in het. Oosten zou hebben doorgebracht. Het genootschap was echter in het leven geroepen door den Wurtemberger godgeleerde Joh. Val. Andreae, die onder dit geheimzinnig omhulsel in den aanvang der 17e eeuw de aandacht zijner tijdgenooten wilde vestigen op de misbruiken in de heerschende Kerk. Later, vooral tengevolge van Andreae's geschriften, onder welke de ‘Fama fraternitatis Rosae Crucis’ (1614) werden afdeelingen der Orde gesticht. De Rosenkreuzers verbreidden zich over een groot deel van Europa. Hun devies was een Andreaskruis boven eene met doornen omgeven roos, met het omschrift Crux Christi Corona Christianorum (het kruis van Christus is der Christenen kroon). Nog in deze eeuw zocht men het genootschap te hernieuwen, met het doel er een vereeniging van dichters en artisten van te maken, die een vrij mystieke richting huldigden; in Engeland waar de poging van uitging, was zij echter niet gelukkig.

[Rosinante]

Rosinante, (sp.), een rossinant = slecht paard, oude knol, van rocin (ros) en ante (voorheen); naar het ellendige rijpaard van Don Quixote (z.a.) door hemzelf aldus genoemd, om te kennen te geven, wat het als rijpaard eens was geweest, en wat het nu als de parel van alle rossen der wereld geworden was. Zie Paarden.

[Rosj]

Rosj, (hebr.), hoofd, begin. Rosj-Hasjono, begin des jaars, Nieuwjaarsfeest. Rosj-Choudesj, begin der maand, Nieuwemaansfeest. Hij is de rosj hier =

[p. 1016]

hij is hier de baas. Pijn in zijn rosj hebben = aan hoofdpijn lijden.

[Ross und Reiter sah ich niemals wieder]

Ross und Reiter sah ich niemals wieder, (hgd.), ros en berijder zag ik nooit weer. Schiller, Wallenstein's Tod II, 3, waar Wallenstein verhaalt, hoe Octavio hem ried het bonte paard (die Schecke) te berijden; hij volgde dien raad. Octavio besteeg nu dit paard, en ‘ros en ruiter zag Wallenstein nimmer weder’.

[Rossa (Banda - di San Severo]

Rossa (Banda - di San Severo, (it.), roode bende van St. Severo, benaming van een (in verscheidene wedstrijden bekroond) Italiaansch militair muziekcorps. Onder leiding van den kapelmeester Eugenio Sarrentino, 45 personen sterk, gaf het in Juni '96 concerten in het Kurhaus te Scheveningen. - Banda (it.), ook, militair muziekcorps.

[Rossard]

Rossard, (fr.), een slecht paard, ook een deugniet, een luiaard, een onbruikbaar persoon.

[Rosse]

Rosse, (fr., toon.), als bij voegelijk naamw. onbeschaamd of ruw realistisch. Ook: guitig, ondeugend. Als zelfstandig naamw., een nietswaardig persoon.

[Rosserie]

Rosserie, (fr.), ernstige onbescheidenheid; eene daad van ontrouw door eene vrouw gepleegd.

[Rossignol]

Rossignol, (fr.), in de handelswereld, en vandaar naar de gemeenzame taal overgeplant, een door een lang verblijf in een magazijn uit de mode geruakt voorwerp.

[Rosticos]

Rosticos, danszangen der Basken, in Spanje. Zij dansen aan paren of in lange rijen, zich slingerend van de bergtoppen naar de dalen, en uit de dalen bergopwaarts, de pijper vooruit, in de linkerhand de driegatige panfluit (voor den mond), in de rechterhand de trommel

[Rostra]

Rostra, oud-Romeinsch spreekplatform, in het oude forum uit den Koningstijd; thans weder blootgelegd, terwijl het 30 jaren geleden nog bijna geheel onder puin lag bedolven. Rostrum, mrv. rostra = snavel, sneb, inzonderheid scheepssneb, d.i. de ijzeren punt van voren aan de oorlogschepen; rostra = spreekgestoelte, omdat dit met snebben van veroverde schepen versierd was.

[Rot]

Rot, (barg.), horloge; rot met een staart, horloge met ketting.

[Rot]

Rot, (mil.), twee man achter elkander geplaatst op reglementaire wijze tegen elkander geplaatst.

[Rot geweren]

Rot geweren, (mil.), vier stuks.

[Rot anstreichen (Im Kalender -]

Rot anstreichen (Im Kalender -, (hgd.), in den kalender rood aanstrepen, den dag onthouden, waarop ons iets bijzonders is overkomen. Oudtijds waren de feestdagen op den almanak aldus aangeduid zooals zij heden nog dikwerf met rooden inkt zijn gedrukt. Van de gewoonte, om de titels van hoofdstukken enz. van een boek aldus aan te duiden, komt ook het woord rubriek.

[Rot wie ein Zinshahn]

Rot wie ein Zinshahn, zie rouge comme un coq, etc.

[Rotan]

Rotan, (mal.), ons rotting is de algemeene naam der rietpalmen, behoorend tot de botanische geslachten Calamus en Daemonorops. In den handel onderscheidt men handrotting (zwaardere stokken op bepaalde maat gesneden voor wandelstokken) en bindrotting (lange dunne rotting als bindmiddel en ter vervaardiging van matten en meubelen gebruikt).

[Rothschild (Een -]

Rothschild (Een -, een schatrijk man, naar Mayer Anselm Rothschild, den stichter van het beroemde bankiershuis te Frankfurt a/M. (1743-1812) en zijne zijns.

[Roti]

Roti, hoofdmaaltijd in Rusland, die door de zakoesjka (z.a.) wordt voorafgegaan.

[Rôti (Le - de Mme de Maintenon]

Rôti (Le - de Mme de Maintenon, (fr.), het gebraad van Mw. de Maintenon, maaltijd, die rijker aan kout, dan aan gerechten is. Het heeft zijn ontstaan te danken aan eene anecdote, volgens welke, terwijl Mw. de Maintenon,

[p. 1017]

die om haren geestigen innemenden omgang bekend was, eens een aantal gasten om hare tafel verzameld had, een knecht haar kwam toefluisteren: ‘Madame, encore une histoire; le rôti manque aujourd'hui’ = Mevrouw, nog eene geschiedenis; er is vandaag geen gebraad.

[Roti]

Roti, (mal. en jav.), brood; roti kismis, krentenbrood; toekang roti, broodbakker; roti manis, zoet brood; roti itĕem, roggebrood.

[Rotsen beploegen]

Rotsen beploegen, vruchtloos werk doen. Uit Amos VI:12. Plato (Legg. 8, 838c) gewaagt van eis petras te kai lithous speirein = op rotsen en steenen zaaien.

[Rotser]

Rotser en rotsneus, in de Joodsche volkstaal = kwâjongen. Rots oud Duitsch = snot. Verg. het Nederlandsche snotneus in den zin van kwâjongen; en ook de beteekenis van snotterig.

[Rottenaar]

Rottenaar, (barg.), verrader.

[Rotterdammer]

Rotterdammer, buikloop, door het gebruik van ongezuiverd Maaswater.

[Rotterdamsche kermis]

Rotterdamsche kermis, (rest.), bessen met suiker.

[Rotwelsch]

Rotwelsch, zie Koeterwaalsch. Ook, Rottwälsch, uit roter = bedelaar en wälsch = uitheemsche taal; benaming der dieventaal in Duitschland. Andere landen hebben andere dieventalen, als: Boheme, de Handtyrka; Engeland, het Cant; Frankrijk, zijn Argot; Italië, het Gergo; Spanje, de Germania. In de Scandinavische landen komt als Fantasprog, behalve de Zigeunertaal (Tatersproget; Tater = Bohemer), ook de boeventaal (Sköiersproget = schooierstaal) voor. Met al dit Koeterwaalsch nu mag geenszins verward worden het idioom der Zigeuners, als zijnde eene natuurlijke, geleidelijk uit de Indische spruitende, volkstaal.

[Rotynettes]

Rotynettes, (fr.), de nieuwe (1898) zilveren munten in Frankrijk; naar Roty, den graveur, die de stempels heeft gesneden.

[Roublard]

Roublard, (fr.), vroeger een man die roebels bezat, m.a.w. een rijkaard. Thans veeleer een slimmert, een geslepen kerel.

[Roublardise]

Roublardise, (fr.), een slimme streek.

[Roué muscadin]

Roué muscadin, zie Lion en Muscadin.

[Roués]

Roués (geradbraakten), naam, waarmee men tijdens het regentschap van hertog Philippe d'Orléans de losbandige genotzoekers bestempelde. De liederlijke makkers van dezen Hertog hadden dien aangenomen als tegenhanger van pendards (galgebrokken) waarmee zij hunne bedienden bestempelden. Later gaf men hem aan alle losbandige aanzienlijken.

[Roufei]

Roufei, (rofé), hebr., geneesheer, arts. Zie Refoeo.

[Rouge comme un coq de redevance]

Rouge comme un coq de redevance, (fr.), rood als een haan der heffing. Onder de zonderlinge belastingen eertijds in zwang, behoorde ook die van een ‘grooten rooden haan’, dien de lijfeigene of vassal den leenheer op zekere tijden schijldig was. Vandaar de uitdrukking om dezelfde reden zegt men in 't hgd. Rot wie ein Zinshahn. (Zie Grimm, Rechtsalterthumer, blz. 376).

[Rouge et noir, Roulette]

Rouge et noir, Roulette, (fr.) hazardspel waarbij men een balletje laat rondloopen in een bak tot het blijft liggen op 't winnende nummer die ook in roode en zwarte nummers zijn verdeeld, zoodat men kan inzetten (wedden) op een bepaald No. of op rood of zwart.

[Rouges]

Rouges, (rogès), hebr., toorn, boosheid. Zie Ragzen.

[Rough riders]

Rough riders, (amer.), een uit Amerikaansche millionnairs saamgesteld ruiterkorps, onder Roosevelt; door dezen opgericht in den Amerikaansch-Spaanschen oorlog. Z.v.a. ruwe (onbeschaafde, ongedresseerde) rijders.

[Roulotte]

Roulotte, (fr.), woonwagen, de woning op wielen van kermisreizigers, enz.

[Roundheads]

Roundheads, (eng.), rondhoofden, naam, dien de Engelsche edelen onder Karel I († 1649) aan de volkspartij of Puriteinen gaven, die - om eenvoudig

[p. 1018]

te schijnen - zich het haar kort lieten afknippen, terwijl de cavaliers of de leden der hofpartij lang haar droegen.

[Routiers, brabançons, cotereaux]

Routiers, brabançons, cotereaux, benden fortuinzoekers of avonturiers in Frankrijk, ontstaan in de 12e en 13e eeuw, nadat Lodewijk VIIin 1147 naar het H. Land was vertrokken. De routiers waren wapenknechten der edelen en als er geen oorlog was waren het struikroovers; van ofr. route, plat lat. rupta, d.i. afdeeling, troep; ze heetten ook Brabançons, omdat velen uit Brabant kwamen, en Cotereaux z.v.a. boeren, van pl. lat. cota hut; van waar ook eng. cottage en ned. kot, holl. katerstede en derg.

[Rouw.]

Rouw.

Zwart, de rouwkleur in Europa. Het was ook de rouwkleur in Griekenland en in het Romeinsche Keizerrijk.
Zwart met witte strepen. De uitdrukking van zorg en hoop. De rouwkleur der bewoners van de Zuidzee-eilanden.
Grauwachtig bruin. De kleur van de aarde, waarin de dooden zullen rusten. De rouwkleur in Ethiopië.
Lichtbruin. De kleur van verwelkte bladeren. De rouwkleur in Perzië.
Hemelsblauw. De uitdrukking van hoop, dat de doode den hemel is ingegaan. De rouwkleur in Syrië, Cappadocië en Armenië.
Donkerblauw. De rouwkleur in Bokhara (Midden-Azië). De Romeinen ten tijde der Republiek droegen donkerblauwe kleederen ten teeken van rouw.
Purper en violet. Het teeken van vorstelijke waardigheid. De rouwkleur der kardinaals en koningen in Frankrijk. De rouwkleur in Turkije is violet.
Wit, de rouwkleur in China en bij de negers, althans in Suriname. De dames van het oude Rome en Sparta droegen witte kleederen ten teeken van rouw. In Spanje was het de rouwkleur tot 1498. In Engeland is het in sommige provinciën nog de gewoonte, dat de ongehuwden een wit-zijden hoofdband dragen.
Geel. De rouwkleur in Egypte en in Burmah, waar het tevens de kleur der kloosterorden is. In Bretagne dragen de weduwen op 't platteland eene gele kap.

[Rovers]

Rovers, (am.), ronddolers, bewoners van Colorado. Eng. to rove (zwerven).

[Rowdies]

Rowdies, zie Nativists.

[Rozen-Zondag]

Rozen-Zondag, (r.k.), zie Kerkdagen.

[Rozenkrans]

Rozenkrans, (r.-k.), kralensnoer, dat gebezigd wordt om een bepaald aantal gebeden te doen, wat door het verschuiven der kralen wordt gecontroleerd. Het is tijdens den eersten kruistocht uit het Oosten gekomen; de bloedverwanten van Peter van Amiens, namen tot wapen aan in groen een kepersgewijs gestelden zilveren rozenkrans, vergezeld van drie gouden rozen; - waaruit het rechtstreeksch verband blijkt tusschen de heraldieke roos en den rozenkrans. De invoering van den rozenkrans wordt algemeen toegeschreven aan den H. Dominicus (begin 13e eeuw). De rozenkrans bestaat uit 15 × 10 Wees gegroet's en 15 Onze Vader's. Een derde gedeelte van den rozenkrans dus 5 Onze Vader's en 5 × 10 Wees gegroet's heet rozenhoedje (chapelet); rozenkrans = rosaire v. rosarium = geestelijke rozen, welke men der H. Maagd aanbiedt. De geheimen uit het leven van Jezus en Maria, welke bij het bidden van den rozenkrans ter overweging worden voorgesteld, worden eveneens in 3 vijftallen ingedeeld en heeten: blijde, treurige en heerlijke mysteriën. De in den rozenkrans vervatte getallen zijn 3 × 5; drie = het heilige getal (de Drieëenheid), vijf = het Mariagetal (naar de vijf letters haars naams).

[Rozenmaagdenfeest]

Rozenmaagdenfeest, (fr.), la fête des Rosières. In de 6e eeuw te Salency in Picardië ter eere van het deugdzaamste meisje ingesteld; deze werd met rozen gekroond en ontving een prijs in geld. In Frankrijk is dit steeds in gebruik gebleven te Salency en te Nanterre en tijdens de Fransche overheersching ook hier en daar in ons land gebeurd.

[Rozenobel]

Rozenobel, zie Nobel.

[Rozen-oorlog]

Rozen-oorlog, aldus genaamd naar de groote rol, welke de roos gespeeld heeft in de burgertwisten van Enge-

[p. 1019]

land. Het eerst werd de roos als zinnebeeld aangenomen door de zonen van Eduard III († 1377). John of Gaunt, hertog van Lancaster, koos voor zich en zijn tak de roode roos; zijn broeder Eduard, sedert 1385 hertog van York, nam de witte roos aan. In den bloedigen kamp om Engeland's troon tusschen de beide huizen van Lancaster en York, aangevangen in 1452 met Hendrik VI (van Lancaster), en geeindigd in 1485 met den val van Richard III (van York), die sneuvelde in den slag bij Bosworth (22 Aug.), tegen Hendrik VII Tudor, bedienden zich de wederzijdsche aanhangers dier huizen van de gezegde rozen als leus; en hieraan is de aanwezigheid van rozen in de wapens van vele Engelsche familiën toe te schrijven. De beide rozen, - York-and-Lancasterrose = tweelingsroos, - werden vereenigd het zinnebeeld van Engeland door het huwelijk van Hendrik VII Tudor, zoon van Margareta v. Beaufort, erfdochter van het Huis van Lancaster, met Elisabeth, oudste dochter van Eduard IV uit het Huis van York, aldus eindigde de Rozen-oorlog.

[Rozenzondag]

Rozenzondag, (r.k.), andere naam voor Laetare omdat de Paus op dien dag de gouden roos wijdt.

[Rozier des guerres (Le -]

Rozier des guerres (Le -, ook genoemd Rozier historial, een geschiedkundig werkje in 1522 gedrukt en in 1481 samengesteld op last van Lodewijk XI van Frankrijk († 1483), tot onderricht van zijn zoon, en bevattend eene reeks historische feiten met daaraan verbonden nuttige lessen en wijze opmerkingen ten dienste der vorsten, die er hun voordeel mee moesten doen.

[Rübezahl]

Rübezahl, een berggeest in het Reuzengebergte, die naar het volksgeloof der oude Duitschers het vermogen bezat, allerlei gedaanten aan te nemen en de menschen òf te kwellen òf gelukkig te maken.

[Rubicon]

Rubicon, riviertje in het oude Umbrië, thans de Fiumicino (= stroompje) in het gebied van Viterbo. In den Romeinschen tijd de grens tusschen Cisalpijnsch Gallië en het eigenlijk Italië (Italia Propria) of Media. Den Rubicon overtrekken = den burgeroorlog aanvangen, daartoe het sein geven en in 't algemeen een beslissende stap doen, is ontleend aan den overtocht van Julius Caesar uit zijn provincie over dit riviertje in 49 v.C., om te Rome Pompejus aan te tasten.

[Rückert's egoïsme]

Rückert's egoïsme, werd door P.A. de Genestet († 1861) gekwalificeerd als vervat in deze zijne dichtregels:

 
Kweek maar ieder vroom en blij
 
Zijn geluk op aarde!
 
Siert de roos zichzelve, zij
 
Siert meteen de gaarde.

De leekedichter dacht daarbij aan Friedrich Rückert, † 1866, als hoogleeraar te Berlijn, voortreffelijk dichter en vertolker van Oostersche dichtstukken.

[Rudari]

Rudari of Aurari, in Zevenbergen, Moldavië en Walachije de Zigeuners, die zich aldaar op het zoeken van stofgoud toeleggen. Uit aurum (lat., goud), en rude aurum (lat., ruw goud).

[Rude donatus]

Rude donatus, (lat.), letterl. met den houten schermstok of degen, den bâton, begiftigd. Omdat een ontslagen zwaardvechter zulk een stok ontving, beteekent het z.v.a. uit den dienst ontslagen, van taak en verplichtingen ontheven. Wordt van oud-hoogleeraren gezegd.

[Rudis indigestaque moles]

Rudis indigestaque moles, (lat.), eene ruwe en on geordende massa (chaos). Ovidius, Metamorphoseon libri 1, 7.

[Rudolfinische tafels]

Rudolfinische tafels, nieuwe planetentafels, aldus geheeten naar keizer Rudolf II van Duitschland, die Johannes Kepler tot adsistent van Tycho Brahe (sedert 1600 te Praag woonachtig, † ald. 24 Oct. 1601), benoemde met den titel van keizerlijk mathematicus, onder beding, dat hij Tycho zou helpen bij de samenstelling van die tafels, welke berustten op het Tychonische, en niet op het Copernicaansche stelsel. Zijn dood verhinderde Tycho, die tafels te voltooien.

[Rue Royale (Les archevêques de la -]

Rue Royale (Les archevêques de la -, te Parijs. De clan

[p. 1020]

(z.a.) van admiralen, in wier boezem over het wel en het wee der Fransche marine wordt beschikt, aan wier zoons, neven en schoonzoons de toekomst der marine wordt toevertrouwd, gelijk voor deze de beste plaatsen gereed gehouden worden.

[Rug staan (Op den -]

Rug staan (Op den -, (mil.), te bed liggen.

[Rugknoest]

Rugknoest, (barg.), ruggegraat.

[Ruhe ist die erste Bürgerpflicht]

Ruhe ist die erste Bürgerpflicht, (hgd.), kalmte is de eerste plicht van den burger, woorden, ontleend aan een biljet, dat de minister graaf Von der Schulenburg-Kehnert, op den Maandag na den slag bij Jena (14 Oct. 1806), op de hoeken der straten van Berlijn liet aanplakken en dat luidde: ‘De Koning heeft een slag verloren. Nu is kalmte de eerste plicht van den burger. Ik noodig de inwoners van Berlijn daartoe uit. De Koning en zijne broeders leven. Berlijn, 17 October 1806. Graaf v.d. Schulenburg’. Een exemplaar van dit aanplakbiljet bevindt zich in het Märkische provinciaal museum te Berlijn.

[Ruiker (Op zijn -]

Ruiker (Op zijn -, (toon.), nl. hij heeft het op zijn ruiker, d.i. hij slooft zich bijzonder uit, spant zich bijzonder in.

[Ruimte krijgen]

Ruimte krijgen, zich in een toestand van genade gevoelen, terwijl men te voren door angst over zijne zonden bekneld en benauwd was. Mystieke uitdrukking (op de Veluwe), aan Ps. CXVIII:5, CXIX:45 ontleend, waar echter sprake is van hetgeen in stoffelijken of natuurlijken zin benauwde, en ‘ruimte’ bevrijding van vijanden beteekent.

[Ruisseau de la rue du Bac (Le petit -]

Ruisseau de la rue du Bac (Le petit -, (fr.), het beekje van de rue du Bac. Deze zegswijs, die dikwerf, ook verkort, als gelijkbeteekenend met ‘het vaderland’ wordt gebezigd, is haar ontstaan aan Mevr. de Stael (1766-1817) verschuldigd. Onder de Regeering van Napoleon I uit Parijs gebannen, leefde zij op het platte land, te Coppet. Toen nu iemand haar trachtte te troosten, door op het gekweel der vogels en het gemurmel der beekjes te wijzen, antwoordde zij, dat, in hare oogen, geene beek boven het beekje van de rue du Bac ging. (fr. Ruisseau = beek en straatgoot.)

[Ruit]

Ruit, (wap.), op een der punten staand vierkant.

[Ruït hora]

Ruït hora, (lat.), het uur verloopt. Spreuk van Hugo de Groot en Cornets de Groot van Krayenburg.

[Ruitengewelf]

Ruitengewelf, (bouwk.), gewelf dat in de XVe en XVIe eeuw veel werd toegepast zoowel in den burgerlijken als in den kerkelijken bouwstijl. Bij het kruisgewelf vormen de ribben in elk vak slechts een kruis, terwijl bij de ruitengewelven, elk boogvak (travée) in een aantal ruiten verdeeld is en daarvandaan ook dikwijls tot een net-gewelf overgaat wanneer de ruiten zeer klein worden.

[Ruiterzalf]

Ruiterzalf, verbastering van ruitzalf, d.i. een zalf tegen ruit of schurft.

[Ruiterzegel]

Ruiterzegel, (zeg.), alleen gevoerd door hen, die 't recht hebben om onder eigen banier te velde te trekken, dus vorsten, hertogen, graven en baanderheeren; vertoont den eigenaar geharnast en te paard, met een banier, waarop zijn wapen, in de hand.

[Ruitkrans]

Ruitkrans, (wap.), oorspr. een krans van wijnruit, maar voorgesteld als een gebogen ruit, schuinbalk, aan den bovenkant bezet met bladeren gevormd als aan een kroon; altijd van sinopel.

[Ruitschild]

Ruitschild, (wap.), schild in den vorm eener ruit; wordt gevoerd door jonkvrouwen en uit eigenen hoofde regeerende vorstinnen.

[Rule, Britannia]

Rule, Britannia, (eng.), heersch, Britannië. De aanvangswoorden van een Engelsch volkslied, door Thomson of David Mallet gedicht, en door Arne (1710-78) op muziek gezet. Het verscheen allereerst in een pastoraal Alfred door deze auteurs samen geschreven. Daarin wordt de aloude Britsche

[p. 1021]

vrijheid verheerlijkt, en aan Britannië de heerschappij ter zee toegekend. De eerste regels vooral:

‘Rule, Britannia! rule the waves,

Britons never shall be slaves!’ worden dikwijls met veel ophef gezongen.

[Rummage sale]

Rummage sale, (eng.), verkooping van verdwaalde goederen. Te Londen mogen goederen, die niet afgehaald worden en waarop de vracht niet betaald is, door de eigenaars van werven of pakhuizen na verloop van zekeren tijd verkocht worden.

[Rumor fit in casa]

Rumor fit in casa, (lat.), er ontstaat gedruisch in de kamer of in huis, leven in de brouwerij. Bekend zijn de schilderijen van den Amsterdammer Cornelis Troost († 1750), waarop in een climax eene in een roes eindigende feestviering van een heerengezelschap wordt voorgesteld, met deze onderschriften:

 
Nemo loquebatur (niemand deed den mond open).
 
Erat sermo inter fratres (de vriendjes redeneerden met elkander).
 
Loquebantur omnes (allen spraken tegelijk).
 
Rumor fit in casa (er ontstaat rumoer in het vertrek).
 
Ibant qui poterant, qui non potuere cadebant [die het konden, gingen (liepen), en die het niet konden, vielen].

De beginletters NELRI vormen tevens den naam, waaronder deze verzameling bekend is. Rumor in casa heet een artikel van prof. Buys (Gids, Jan. '91).

[Run à vue]

Run à vue, (sportt.), jacht.

[Rund]

Rund, (stud.), niet-student.

[Runen]

Runen, letter- of schrijfteekens der oude Germanen. Van rûna (geheimenis), als alleen den priesters bekend; dus geheimschrift. De gedaante dezer teekens verraadt samenhang met de oudste vormen van het Grieksch-Phenicisch alphabet. Evenals het Grieksche, bestond het Runisch alphabet oorspronkelijk uit 15 of 16 letterteekens. Volg. Wilh. Grimm werden ze in de 6e eeuw in Scandinavië gebruikt. Meer dan 1000 Runische inschriften zijn in Zweden ontdekt, en 300 tot 400 in Denemarken en Noorwegen. Het belangrijkste opschrift is wel dat van een steen, ao 1824 gevonden op het eiland Kingiktorsoak (Westkust van Groenland), hetwelk tevens bewijst, dat de Denen reeds in de 12e eeuw in hunne vaart op die westkust, tot aan dit eiland zijn doorgedrongen. Men onderscheidt de Runen in Runae Hispanienses (Spaansche runen), Runae Vulgares (gewone runen) en Runae Helsinglandicae. De Vulgares vindt men op alle Runensteenen in eigenlijk Zweden, die van Helsingland (Gefleborg-län, Zweden) en Medelpad (Nordland-län, Noorwegen), vertoonen vermoedelijk den oudsten vorm. De invoering van het Christendom in Germaansch Europa deed het Latijn als schrijftaal de plaats der oude taaltakken innemen, zoodat de Runische letterteekens door de Romeinsche verdrongen werden.

[Runische roede]

Runische roede, de wilgentak, in Scandinavië oudtijds gebezigd bij betooveringen of godsdienst-ceremonien.

[Rurales]

Rurales, (lat.), landelijken, politiecorps in Mexico in karakteristieke dracht, dat het oog houdt op elk verdacht uitziend individu. Dit corps vervult de diensten van maréchaussées over 't gansche land; zij zijn terecht vermaard om hun onverschrokken moed en bekwaamheid als ruiters.

[Rus in urbe]

Rus in urbe, (lat.), het land in de stad, d.i. eene woonplaats, die de voordeelen van land- en stadsleven vereenigt.

[Ruskin]

Ruskin, naam, aangenomen door eene ideale coöperatieve kolonie, welke, 532 hectaren gronds groot, waarvan 92 goed bebouwd, in den staat Tennessee (N.-Amerika) is gesticht in 't begin van 1897. Men heeft er de toepassing der sociale theorieën van Ruskin beproefd; vanhier de naam. Ieder kolonistengezin heeft eene afzonderlijke woning, maar de maaltijden zijn gemeenschappelijk. Eén reglement geldt voor al de leden, die allen evenveel moeten werken, en elk f 1200 storten in de gemeenschappelijke kas.

[p. 1022]

[Russisch bad]

Russisch bad, dampbad, waarin lange houten banken zijn geplaatst, waarop de bader gaat liggen. De geheele kamer wordt dan met damp gevuld. In deze zeer warme temperatuur blijft men een kwartiertje, om vervolgens in een nevenvertrek door den badknecht met een paar harde borstels te worden gemasseerd. Na deze kunstbewerking komt men in eene groote badkamer, waar het verhitte lichaam langzaam wordt afgekoeld, eerst in een warm bad, dan onder een lauw en eindelijk onder een koud stortbad. Ten slotte gaat de bader naar de rustkamer, waar hij na zoo'n bad op een rustbank onder de wol een half uur rust moet nemen. De Turksche baden zijn evenzoo, behalve het begin, omdat daarbij de kamer, waarin men het eerst komt, niet is een met damp, maar een met heete lucht gevuld vertrek. De geheele kunstbewerking, die nieuwe veerkracht aan de spieren moet geven, duurt ongeveer twee uur.

[Russisch Paaschfeest vieren]

Russisch Paaschfeest vieren of op zijn Russisch Paschen houden, groot alarm maken, inzonderheid in den nacht. Het Paaschfeest wordt in Rusland alzoo gevierd, dat men eene pop, die den trouwloozen apostel Judas moet voorstellen, onder het maken van veel geraas en het voortdurend luiden eener bel over scheepsdek sleept, aan den mast hangt en zoodanig ranselt dat de stukken er afvliegen. Aldus werd het half April 1898 nog gevierd door de bemanning van het Grieksche stoomschip ‘Amphitrite’ in de haven van Schiedam.

[Russische pijp]

Russische pijp, fr. pipe Russe. Gezondheids-tabakspijp, met drie rookkanalen, waardoor de rook verkoeld in den mond komt.

[Russische stoof]

Russische stoof, met pelswerk inwendig gevoerde voetenzak of voetenwarmer.

[Russophiel]

Russophiel, Russenvriend, in de staatkunde. Van gr. philos (vriend).

[Ruste]

Ruste of rustre, (wap.), ronddoorboorde ruit.

[Rusticitatem olet]

Rusticitatem olet, (lat.), er is een boersch luchtje aan.

[Ruszi]

Ruszi, ter invoering eener kleinere munteenheid dan de roebel en kopek, vóor het kroningsfeest van Ruslands keizer Nicolaas II, April 1896, in omloop gebracht zilveren muntstuk ter waarde van 50 kopeken naar den tegenwoordigen (begin Maart '96) koers gelijk 1.08 mark. Het kleinste stuk is een nieuwe koperen munt, van de helft der waarde van den tegenwoordigen kopek, zoodat 100 dezer munten 1 ruszi vormen. Een nieuwe gouden munt wordt er geslagen ter waarde van 5 papieren roebels, dus van 10 ruszi = f 9.50.

[Ruth]

Ruth, bv. ik ben ruth of ruthje = ik heb niet meer om te betalen; alles is op. De oorsprong dezer uitdrukking is ontleend aan Ruth, die zoowel als hare schoonmoeder Naomi, arm was.

[Rutschbahn]

Rutschbahn, (hgd.), fr. montagne russe of tjaboggam; railbaan voor spoor of tram, door hoog en laag terrein, zoodat de waggon telkens in golvende beweging is. Rutschen (hgd.) = glijden. Ook een vermaak, op de kermis, tentoonstellingsterreinen en derg.