terug  begin  verderprepost

Leiden, donderdag 12 september 1833

Leiden . 12 Sept.

Gisteren avond met de laatste schuit hier aangekomen, verzelschapt door Bram,1 op wiens kamers2 ik voorloopig logeer. Met een aanbeveling van den Haarlemschen Rector Venhuizen Peerlkamp,3 naar zijn broeder den Lit. Prof. Hofman Peerlkamp4 getogen, die mij, na lezing van dien brief en een kort gesprek over Beckers Algemeene Geschiedenis5 en het lezen van een caput uit Livius ‘dignum censuit ut ad academicas lectiones admitterer.’6 Daarna moest ik bij Prof de Gelder7 in de Mathesis worden getenteerd, alsmede in de Algebra. Ik had van de eerste véél, van de laatste álles vergeten en beefde op 't gezicht van een lei, die met driehoeken en cirkels beschilderd op tafel lag. Z.H.G. vroeg mij echter slechts wat ik aan de wiskundige wetenschappen gedaan had, en na het beantwoorden van deze vraag, aarzelde hij niet mij insgelijks een testimonium te geven, waarin hij verklaarde mij ‘privata disquisitione’8 bekwaam genoeg bevonden te hebben. Ik vroeg hem wanneer zijne collegies beginnen zouden. Hij wist het nog niet. ‘Zijn vrouw’,

[p. 18]



illustratie
3. Testimonium van Jacob de Gelder (12 september 1833)

[p. 19]

zeide hij, ‘lag op sterven. Dáar hing het van af. Stierf zij van de week nog: dan aanstaanden Maandag. Stierf zij van de week nog niet: dan wachtte hij nog wat.’9

Daarop naar den Rector Magnificus, Nieuwenhuis ,10 die mij op de rol der Academieburgers11 inschreef en alzoo een mijner liefste wenschen vervulde.

Jacob de Gelder: intéressante kop; mooi van lelijkheid; hoog voorhoofd; weinige, stugge, verwarde grijze haren; diepliggende oogen; sterk opgetrokken neusvleugels; strak gesloten mond; gele kleur. spreekt langzaam.

J. Nieuwenhuis: gepoeierd; onbeduidend, rubicond12 gelaat; de neus nog wat rooder dan de rest.

P. Hofman Peerlkamp : grijs stoppelig haar; rond gezicht; korte neus; kleine, geestige oogen; ingetrokken mond; vooruitstekende kin; groningsche spraak; ieder woord afzonderlijk. [Was het dit, wat zijn collega Macquelyn,13 (Prof Med.) reus in den mond, goed en gemakkelijk Latinist, naar hij mij later verhaalde tot hem had doen zeggen: ‘de wereld staat verbaasd over uw Latijn; maar je bek staat er niet na’].

Kamers gezien, maar nog niet gehuurd.

1B: ‘[Abraham Scholl van Egmond. Med. Stud. Mijn neef van Moederszijde, later mijn schoonbroeder. “Mijn Oudste Academievriend” Camera Obsc.’
Abraham Scholl van Egmond (1810-1871). Student in de medicijnen 1828-1835. Zijn moeder, Johanna Dorothea de Waal Malefijt (1782-1853) was een oudere zuster van Beets' moeder, Maria Elisabeth de Waal Malefijt (1787-1855). Geneesheer te Nijmegen. In 1853 gehuwd met Beets' zuster Maria Elisabeth (1822-1903). De Camera Obscura werd aan hem opgedragen: ‘Narede, en Opdracht aan een Vriend’, eerste druk, Haarlem 1839, pp. 245-251; op p. 251 wordt hij door Hildebrand ‘Zijn Oudsten Academievriend’ genoemd. Zie ook de ‘Narede’ bij de derde druk, Haarlem 1851, pp. 157-160, en het ‘Laatste Bijvoegsel’ in de zevende druk, Haarlem 1871, pp. 263-264, waarin Hildebrand over zijn dood en begrafenis schrijft.
2Scholl van Egmond woonde op de Turfmarkt 11, bij de weduwe van Hoeken.
3Jacobus Venhuizen Peerlkamp (1788-1864). Rector van de Latijnse School te Haarlem 1822-1852.
4Petrus Hofman Peerlkamp (1786-1865). Hoogleraar Bespiegelende Wijsbegeerte en Letteren 1822-1849. Tekstediteur van internationale vermaardheid. Hij woonde op de Oude Vest 45.
5Karl Friedrich Becker (1777-1806). Duits historicus. Zijn Algemeene Geschiedenis in 21 delen verscheen te Haarlem tussen 1826 en 1840.
6Dignum censuit ut ad academicas lectiones admitterer: waardig heeft geacht dat ik tot de academische lessen werd toegelaten. De oorspronkelijke tekst van het testimonium luidt: ‘P. Hofman Peerlkamp dignum censet ornatissimum N. Beets, qui admittatur ad lectiones Academicas. Leidae a.d. XII Sept. MDCCCXXXIII.’ (P. Hofman Peerlkamp keurt de edele N. Beets waardig tot de Academische lessen te worden toegelaten. Te Leiden 12 september 1833). UBL Ltk Beets vrl. nr. 35.
7Jacob de Gelder (1765-1848). Hoogleraar in de Wis- en Natuurkunde 1819-1840. Hij woonde op de Haarlemmerstraat 52.
8Privata disquisitione: na een onderzoek onder vier ogen.
9Zijn echtgenote, Cathalina van Rooijen, stierf nog diezelfde week: op zaterdag 14 september 1833. Zij werd 74 jaar.
10Jacob Nieuwenhuis (1777-1857). Hoogleraar in de Bespiegelende Wijsbegeerte en Letteren 1822-1843. Hij woonde op de Breestraat 109.
11In het Album Studiosorum wordt vermeld: de datum van inschrijving, de naam van de student, de plaats van herkomst (in het Latijn), de leeftijd en de gekozen studierichting. Op 12 september 1833 staat vermeld: ‘Nicolaus Beets Harlemo-Batavus. 19, T.’ (kolom 1300). Harlemo-Batavus: uit Haarlem. T: Theologie.
12Rubicond: vuurrood.
13Michiel Jacobus Macquelyn (1771-1852). Hoogleraar in de Geneeskunde 1824-1841. Gespecialiseerd in de tandheelkunde. Treedt op in de Camera Obscura (‘Gerrit Witse’). Zie ook: Hildebrand, Na vijftig jaar , Haarlem 18882, p. 21.
prepostterug  begin  verder