Leiden 23 Sept.-19 Oct.
21 Sept. Waarschuwing gekregen dat de Theologische Senaat ‘Minerva’20 hare eerste vergadering op Maandag 23 Sept houden zal op de kamers van den Senator B. Gewin21 (Apothekersdijk boven Kelderman)22 en dat het derhalve voor mij zaak is mij Maandag morgen op 't collegie te laten vinden. Jan Willem Enschede ,23 Med Stud, uit Haarlem mijn lotgenoot, Zondag avond per schuit van zessen uit Haarlem vertrokken. Bij Bosch en Vaart komt G. Willink,24 Jur. Stud mede een lotgenoot, bij ons aan boord. Week aan week, Donderdag per schuit van half twee naar Haarlem, Zondag per schuit van zessen naar Leiden. E. en ik op den-

4. De Beestenmarkt te Leiden vóór 1860; de kamers van
Nicolaas Beets bevonden zich in het huis achter de vierde boom van
rechts, op de hoek van de Narmstraat (thans Steenstraat
35).
zelfden Zaterdag (19 October) ontgroend; hij te Lisse voor den Senaat Amicitia;25 ik te Leiden voor den Senaat Minerva op de kamer van den Th. Stud Opzoomer26 met een achttal anderen, nadat men ons van 's morgens 8 op alle mogelijke manieren had trachten te overtuigen dat wij stommelingen waren, onwaardig in het Studentencorps te worden opgenomen, en onze Ouders niet dan treurige slachtoffers van onze pedante onkunde. Mij was onder anderen opgelegd een opstel over Tollens27 te schrijven ‘met eigene gedichten toegelicht’. Er deugde natuurlijk niets van. Bij elken volzin, dien ik voorlas, teekenen van verontwaardiging en afgrijzen. ‘Wie had mij in de wereld geschopt om een oordeel over Tollens te hebben?’ enz. enz.
Een krachtige toespraak ten slotte van den Rector Van Hamel ,28 kwam daar op neer dat het onmogelijk was ons tot studenten te verheffen; ten zij dan uit genade; en van het recht genade, maakte dan de rector om onzer ouderen wille gebruik en zulks op voorspraak van een barmhartig Oud-Senator29 (Avunculus) in de vergadering tegenwoordig.
Plotselinge verandering van tooneel. Een reeds in een hoek bij den schoorsteen gereedstaande bokaal met Madera kwam ter tafel. De Senaat rees van zijn zetels op. Io vivat30 werd aangeheven. De bokaal ging rond. Wij konden de trap afstormen, om buiten gekomen aan den eersten den besten student, dien wij tegen kwamen, kennis of niet, te verkondigen dat wij waren ontgroend.

5. Lidmaatschapsbul van Minervae Sacrum (19 oktober
1833).

6. Detail van 5. (zie noot 35).
bij W. Hoffman,36 bij wien ik den Theol Candidaat Van de Linde 37 vond, mijn dichtportefeuille had moeten meebrengen, en een vers moest maken op eindwoorden mij door Van de Linde opgegeven, op een insgelijks opgegeven onderwerp: Bilderdijk.38
Alras na de ontgroening opgenomen als Lid van het Hollandsch Letterkundig

7. Groenvers van Beets over Bilderdijk, op eindwoorden
van Gerrit van de Linde (voor transcriptie zie p.
255).