terug  begin  verderprepost
[p. 34]

Leiden, woensdag 15 januari 1834

Leiden 15 Jan.

Met Beynen 66 gedisputeerd over Rousseau.67 Kneppelhout 68 leest mij zijne in de vacantie geschrevene fransche stukjes69 voor.

66Laurens Reinhard Beynen (1811-1897). Student klassieke talen 1829-1835. Docent in de oude talen aan het Instituut Noorthey te Voorschoten 1836. Gepromoveerd in 1837. Docent aan het Gymnasium te Den Haag 1838; rector van 1862 tot 1878. Veelzijdig publicist; lid van het Haagse letterkundige gezelschap. Oefening kweekt Kennis. Zie: J. Dyserinck, Dr. L.R. Beijnen , 's-Gravenhage 1906.
67B: ‘Dr. Boot's’ [potloodaantekening]. Het is niet duidelijk wie Beets hier bedoeld heeft.
68B: ‘Kneppelhout’ [potloodaantekening].
Johannes Kneppelhout (1814-1885). Student in de rechten 1831-1837. Na de publicatie van enige in het Frans geschreven werken, o.a. Mes Loisirs (1832) en Fragments de Correspondance (1835), die niet veel succes hadden, verwierf hij vooral bekendheid door zijn Studenten-Typen (1839-1841) en Studentenleven (1841-1844). Beets zag Kneppelhout voor het eerst op het Plato-college van professor Bake; een persoonlijke ontmoeting volgde op de kamer van Hasebroek. Zie hiervoor: J. Dyserinck, Herinneringen aan Nicolaas Beets , nieuwe uitgave, Utrecht z.j. [1904], pp. 92-93. In de academische vacanties werd een levendige correspondentie gevoerd, die ook na de studie, zij het minder frequent, werd voortgezet. Onder het pseudoniem ‘Baculus’ treedt Kneppelhout op in de Camera Obscura .
69Vermoedelijk gebundeld in: Souvenir, La Haye 1835. Hierin o.a.: ‘Maria’, pp. 12-57 (gedateerd ‘Décembre 1833’).
prepostterug  begin  verder