terug  begin  verderprepost
[p. 36]

Leiden, maandag 20 januari 1834

Leiden 20 Jan.

Hasebroek 's82 Voorstel83 in de fransche Kerk.84 ‘Ik ben de goede Herder’.85

Plato's ‘Phaedo’86 bestudeerd.

82B: ‘Hasebroek’ [potloodaantekening].
Johannes Petrus Hasebroek (1812-1896). Student in de theologie 1829-1836. Predikant te Heiloo 1836, Breda 1843, Middelburg 1849, Amsterdam 1851, emeritaat 1883. Schreef proza, poëzie en leerredenen. Bekendste werk: Waarheid en Droomen (1840) onder het pseudoniem Jonathan. Hasebroek was zijn leven lang met Beets bevriend; zij ontmoetten elkaar voor het eerst op 15 februari 1833, tijdens een lezing van Jacob van Lennep, die in Leiden verzen van Byron voorlas; deze datum zouden beiden tot op hoge leeftijd herdenken. Zie: J. ten Brink, Geschiedenis der Noord-Nederlandsche Letteren in de XIXe eeuw , deel 1, Amsterdam 1888, p. 293; in 1883 schreef Beets het gedicht ‘Aan mijn Jonathan, op het Gedenkfeest onzer vijftigjarige vriendschap [...]’, in: Dichtwerken IV, 2e deel, pp. 147-148. Beets droeg zijn Kuser aan Hasebroek op, aanvankelijk met het anonieme gedicht ‘Aan een vriend’ (Haarlem 1835, pp. VII-XIII) later met ‘Aan mijn vriend J.P. Hasebroek’ in: Dichterlijke Verhalen , Haarlem 1848, pp. 77-80; ook in: Dichtwerken I, Amsterdam 1876, pp. 335-337. Van zijn kant droeg Hasebroek zijn bundel Poëzij (1836) aan Beets op. Nadien hebben beiden hun vriendschap nog meermalen in verzen bezongen.
83Voorstel: oefenpreek.
84De Franse Kerk of Gasthuiskerk, l'Eglise des Wallons, op de Breestraat naast de Stadsgehoorzaal.
85Johannes 10, vs. 11.
86De Phaedo werd bestudeerd voor het college van Bake (zie noot 106).
prepostterug  begin  verder