terug  begin  verderprepost

Leiden, donderdag 13 maart 1834

Leiden Donderdag 13 Maart.

Om zeven uren op. Van acht tot negen, voor 't laatst collegie bij De Gelder . Van negen tot half twaalf met Willink Mathesis en Algebra gerepeteerd. Van 12 tot 1. examen in deze vakken voor De Gelder, ten overstaan van Reinwardt 168 met Willink en vijf anderen. De eerste vraag die De Gelder mij deed was: ‘Wat is een getal? - Ik herinnerde mij uit mijn eerste rekenboek bij Prinsen,169 de definitie ‘Een verzameling van eenheden.’ Het was mis. Het moest zijn ‘de naam die men aan een verzameling van eenheden geeft.’ Ik had er niet tegen. Het ging verder nog al goed; zoo goed, dat wij nog wel den tweeden graad werden waardig geacht! de eerste wordt trouwens hoogst zelden op dit examen gegeven, en kwam mij die mij nooit zwaar op de Sciences Exactes heb toegelegd althans zeker niet toe. De tweede? - Hoe het zij; ik dank den Hemel, dat ik mijn hoofd nooit meer zal hebben te breken met lijnen en cirkels! 's avonds de hand aan een dichtstuk gelegd.

168Caspar Georg Carl Reinwardt (1773-1854). Hoogleraar Scheikunde, Kruidkunde en Natuurlijke Historie 1819-1845. Het testimonium, ondertekend door Reinwardt: UBL Ltk Beets vrl. nr. 35.
169Pieter Johannes Prinsen (1777-1854). Onderwijs- en opvoedkundige te Haarlem.
prepostterug  begin  verder