terug  begin  verderprepost

Haarlem, donderdag 27 maart 1834

H. Donderdag 27 Maart 1834.

V.M. 8 ure op. Per schuit van 9 naar Amsterdam vertrokken, om met Westerman nader over de uitgave der Byronniana te spreken. Ik was zoo gelukkig Mistress Nickelson [-Lockhart]179 in de schuit te vinden, met wie ik den overtocht allergenoegelijkst maakte bijna altijd Engelsch sprekend.

Wij gingen nog een goed eind wegs te samen door de stad. Ik had van Haar een brief overgenomen geadresseerd aan Mlle Delachaux180 met wier bezorging ik mij gaarne belastte: ik geloofde zegen op mijn dag te zullen hebben indien ik ze met een kleine dienstvaardigheid begon. Ik had het plaisir Mlle Delachaux zelve te spreken; een lief gezichtjen met groote en levendige bruine oogen: Mademoiselle on m'a prie de remettre cette lettre à son adresse: je crois m'en acquiter en le deposant entre vos mains! ‘Oui monsieur, et je vous remercie infiniment!, said she with so cheerfull a

[p. 54]

movement, and so cheerful a look that had I been laying out fifty Louis d'or with her, I should have said: ‘This woman is grateful.’ (Sterne)181

Pourriez vous me dire Mad lle oú demeure Mr. Westerman? Eh oui monsieur, c'est justement vis à vis d'ici!

't Was nu mijn beurt d'etre infiniment obligé, en zoo schelde ik aan de overzijde aan.

Een jong man van omstreeks 30 jaren liet mij in de spreekkamer, en ziende dat hij over mij ging zitten om mij aan te hooren, begreep ik dat er noodwendig een vergissing plaats moest hebben daar ik iemand van 50 à 60 jaar verwachtte. Hij bleek mij diens zoon182 te zijn, maar toch ook van de zaak te weten. Hij verwees mij naar de Prinçengracht waar zijn vader nabij de Spiegelstraat N. 742183 woonde: ik vond dien niet thuis.

Ik had nog niet op mijn horloge gekeken sedert ik Haarlem verlaten had: nu bemerkende dat het half 1 was spoedde ik mij naar den Heer Kerkhoff.184 Mevrouw had de vriendelijkheid mij ten eten te verzoeken 't welk ik eerst half afsloeg evenwel niet dan met het plan om 't aan te nemen. 't Was nu mijn plan een bezoek te gaan afleggen bij den Dichter Immerzeel185 en ik besloot dus de Kalverstr. weder in te loopen tot dat ik zoo gelukkig was ook diens huis te vinden: eene groote boekwinkel trof mijn oog door de plaatjens voor de glazen en een allerliefst meisjen in 't verschiet van 16 à 17186 en een weinig lager aan de onderste ruit ziend vond ik er een papier waarop met groote letteren J. Immerzeel Jr. vastgemaakt. Alzoo opende

[p. 55]



illustratie
14. J. Immerzeel (1776-1841).

[p. 56]

ik de deur en vroeg de patris monstrosi filia pulchrior, ja pulcherrima187 of de Heer Immerzeel thuis was, waarop zij heenging om hem te roepen.. Hij kwam en wij maakten spoedig personele kennis. Na een uurtjen met hem gesleten te hebben ging ik Frans Kerkhof188 opzoeken, en daarop begaf ik mij om 3 ure den bescheiden tijd weder naar den Heer Westerman. Ik vond hem den ernstigen eerwaardigen grijsaard die ik hem verwacht had: hij scheen zeer met mij en mijn werk ingenomen, en zeide dat indien 't publiek over 't geheel maar half in zijn liefhebberij deelde hij 't dadelijk in 't licht zou geven. Nu echter vond hij den maatregel raadzamer dien hij mij voorgeslagen had. Wij spraken af dat hij mij binnenkort de kopij met zijn ontwerp der Conditien zou toezenden.

N.M. alleen weerom gevaren p schuit van 6; tot halfweg geslapen - van daar tot Haarlem in den Don Juan189 gelezen. -

179Vermoedelijk Elisabeth Lockhart, de oudste dochter van James Lockhart, geboren omstreeks 1787.
180B: ‘[Madlle De la chaux, denkelijk dezelfde die als gouvernante van Juffr. B. den brief aan’.
Julie Delachaux (1803-1874). Dochter van boekhandelaar Samuel Delachaux, Kalverstraat 96.
Het is niet duidelijk wie Beets met Juffrouw B. bedoelt.
181In A Sentimental Journey through France and Italy (1768) vraagt de hoofdpersoon aan een Parijse winkeljuffrouw of zij hem de weg wil wijzen naar de ‘Opera comique’. Het antwoord luidt: ‘- Tres volontiers; most willingly, said she, laying her work down upon a chair next her, and rising up from the low chair she was sitting in, with so chearful a movement and chearful a look, that had I been laying out fifty louis d'ors with her, I shoud have said - “This woman is grateful”.’ (In het hoofdstuk ‘The Pulse. Paris’; Oxford 1967, pp. 93-94. Het Frans in deze gehele passage: Beets vraagt: ‘Mejuffrouw, men heeft mij verzocht deze brief te bezorgen: ik meen aan het verzoek te voldoen door hem u te overhandigen.’ Zij antwoordt: ‘Zeker, mijnheer, en ik dank u hartelijk.’ Dan vraagt Beets: ‘Kunt u me zeggen, mejuffrouw, waar de heer Westerman woont?’ Zij antwoordt: ‘Jawel mijnheer, dat is hier precies tegenover.’ Beets besluit dat het nu zijn beurt was ‘om zich buitengewoon verplicht te voelen’.
182Gerardus Frederik Westerman (1807-1890). Aanvankelijk boekhandelaar; later o.a. oprichter-directeur van Artis. De boekhandel was gevestigd op de Kalverstraat nr. 95 (thans opgenomen in winkelpand).
183Prinsengracht 544.
184Dit moet wel zijn Adolph Hendrik Kerkhoff (1765-1855); hij was gehuwd met Gesina Jacoba Thöne (1788-1853). Zie noot 448.
185Johannes Immerzeel Jr. (1776-1841). Boek- en kunsthandelaar, uitgever en letterkundige, vanaf 1819 in Amsterdam. O.a. uitgever van de Nederlandsche Muzen-Almanak, vanaf 1819 tot 1839, toen hij zijn fonds in veiling bracht. De boekhandel was gevestigd op de Kalverstraat.
186Dit moet wel zijn Anna Maria Immerzeel (1817-1883).
187Patris monstrosi filia, ja pulcherrima: een dochter, schoner, ja zeer veel schoner dan haar monsterlijke vader. Vergelijk Horatius, Oden I, Carmen 16, regel 1: ‘O matre pulchra filia pulchrior’: o meisje, nog schoner dan je schone moeder.
188Frans Kerkhof: niet gevonden.
189Don Juan: epische satire in zestien canto's, geschreven in stanza's, het grootste werk van Byron, gepubliceerd tussen 1819 en 1824.
prepostterug  begin  verder