Leiden 27 April Maandag.231
Op de wandeling Bakhuyzen van den Brink ontmoet en overgehaald met mij mee te gaan. 't Is een allerkundigst mensch, die veel belang stelt in Poëzie. Ik heb hem mijn Jose voorgelezen, omdat ik wat het zielkundige aangaat er vooral zijn oordeel over wilde hooren. Hij heeft mij overgehaald om mee te werken aan den Vriend des Vaderlands,232 die ik niet wist, dat in zoo goede handen was; Van der Chys 233 redac-

18. De Witte Poort te Leiden omstreeks
1860.