terug  begin  verderprepost

Leiden, zondag 27 april 1834

Leiden 27 April Maandag.231

Op de wandeling Bakhuyzen van den Brink ontmoet en overgehaald met mij mee te gaan. 't Is een allerkundigst mensch, die veel belang stelt in Poëzie. Ik heb hem mijn Jose voorgelezen, omdat ik wat het zielkundige aangaat er vooral zijn oordeel over wilde hooren. Hij heeft mij overgehaald om mee te werken aan den Vriend des Vaderlands,232 die ik niet wist, dat in zoo goede handen was; Van der Chys 233 redac-

[p. 67]



illustratie
18. De Witte Poort te Leiden omstreeks 1860.

[p. 68]

teur; Potgieter,234 v.d. Brink, Drost235 en Heye 236 de voornaamste medewerkers. Ik heb op mij genomen den dichtbundel van Withuys te recenseeren.237

231Beets vergist zich hier in de dag.
232De Vriend des Vaderlands (1827-1843). Tijdschrift van de Maatschappij van Weldadigheid, waarin ook ‘Mengelwerk’ werd opgenomen. Voorloper van De Muzen (1834-1835).
233Pieter Otto van der Chijs (1802-1867). Numismaticus. Directeur van het Penningkabinet te Leiden, met de titel van buitengewoon hoogleraar 1835-1867. Werd in 1826 redacteur van De Star , die in 1827 De Vriend des Vaderlands ging heten, en bekleedde die functie tot 1843.
234Everhardus Johannes Potgieter (1808-1875). Letterkundige en handelsagent. Medewerker De Vriend des Vaderlands 1833-1834. Oprichter van De Gids (1837); redacteur tot 1865. Over zijn relatie met Beets zie diens Everhardus Johannes Potgieter, Persoonlijke Herinneringen, Haarlem 1892.
235Aarnout Drost (1810-1834). Student in de theologie te Amsterdam 1828-1829 en te Leiden 1829-1833. Auteur van Hermingard van de Eikenterpen 1832. Mede-oprichter van De Muzen (1834). Na zijn dood gaven Potgieter en Bakhuizen zijn Schetsen en Verhalen uit, in twee delen (1835-1836).
236Jan Pieter Heye (1809-1876). Letterkundige en geneesheer. Student in de medicijnen te Amsterdam 1825-1826 en te Leiden 1827-1832. Officieus redacteur van De Vriend des Vaderlands 1832-1834. Mede-oprichter van De Muzen (1834). Later vooral bekend als volksdichter.
237C.G. Withuys, Gedichten, Eerste deel, Amsterdam 1833. De recensie verscheen in De Vriend des Vaderlands 8 (1834), pp. 638-648; pp. 777-794.
prepostterug  begin  verder