Leiden. 10 Juni.
Ik begin de overbrenging van Byron's Mazeppa.271
11 Juni voortgezet. 12 Juni Item.
12. Juni. Met Schneevoogt het avondbrood bij Bakhuyzen van den Brink .272
Bakhuyzen en Brill beide heldere starren aan den academischen hemel zijn geheel opposite wezens.
Brill geheel mystiek; Bakhuyzen geheel rationeel. Brill staat op een hoog standpunt, maar dit doet hem het panorama dat hij overziet, tusschenbeiden onduidelijk en als in een nevel beschouwen. Bakhuyzen verkiest bij den grond te blijven, en zijn scherpe blik doorziet wat hij ziet. Brill overstroomt u in 't redeneeren, met deels onbepaalde, deels duistere termen, en poogt op alle manieren zijne beschouwing van de zaak te doen gelden. Bakhuyzen heeft eene duidelijkheid, en tevens eene zoo bewonderenswaardige eerlijkheid en onpartijdigheid in 't disputeeren, dat iedereen hem verstaat, en menschen van een tegenovergesteld gevoelen, nooit gekwetst worden. Beide, hebben overgroote achting voor Poezie. Brill ziet, zoekt en vindt er meer in, beschouwt haar uit een verhevener standpunt, maar Bakhuyzen heeft beter en zuiverder criterion. De een poogt te verklaren wat hij niet begrijpt, de ander betwist er de waarheid van. De een ziet de zaken a priori; de ander verbiedt zich dat en redeneert niet dan a posteriori.273