terug  begin  verderprepost
[p. 78]

Leiden, dinsdag 10 juni 1834 - donderdag 12 juni 1834

Leiden. 10 Juni.

Ik begin de overbrenging van Byron's Mazeppa.271

11 Juni voortgezet. 12 Juni Item.

12. Juni. Met Schneevoogt het avondbrood bij Bakhuyzen van den Brink .272

Bakhuyzen en Brill beide heldere starren aan den academischen hemel zijn geheel opposite wezens.

Brill geheel mystiek; Bakhuyzen geheel rationeel. Brill staat op een hoog standpunt, maar dit doet hem het panorama dat hij overziet, tusschenbeiden onduidelijk en als in een nevel beschouwen. Bakhuyzen verkiest bij den grond te blijven, en zijn scherpe blik doorziet wat hij ziet. Brill overstroomt u in 't redeneeren, met deels onbepaalde, deels duistere termen, en poogt op alle manieren zijne beschouwing van de zaak te doen gelden. Bakhuyzen heeft eene duidelijkheid, en tevens eene zoo bewonderenswaardige eerlijkheid en onpartijdigheid in 't disputeeren, dat iedereen hem verstaat, en menschen van een tegenovergesteld gevoelen, nooit gekwetst worden. Beide, hebben overgroote achting voor Poezie. Brill ziet, zoekt en vindt er meer in, beschouwt haar uit een verhevener standpunt, maar Bakhuyzen heeft beter en zuiverder criterion. De een poogt te verklaren wat hij niet begrijpt, de ander betwist er de waarheid van. De een ziet de zaken a priori; de ander verbiedt zich dat en redeneert niet dan a posteriori.273

271Mazeppa (1819), in: Byron, Poetical Works, pp. 341-348. De vertaling van Beets, getiteld ‘Mazeppa’, werd voor het eerst gepubliceerd in: Gedichten van Lord Byron, pp. 33-82. Een herziene versie onder dezelfde titel in: Navolgingen van Lord Byron , pp. 27-62, met kleine wijzigingen overgenomen in: Dichtwerken I, pp. 129-158. De vertaling van Stanza V-XI werd reeds afgedrukt in: Verzameling van Voortbrengselen van Uitheemsche Vernuften , Derde Stukje, pp. 27-32.
272Bakhuizen woonde op de Breestraat 29, bij A.J. Thomas.
273B: ‘[Ook naar het uitwendige geen sterker tegenstelling dan Brill, en zoo als hij onder ons heet Bakkes.
Brill, klein van persoon, met een fijnbesneden gelaat, vriendelijke blauwe oogen, maar doordringende blik, de mond wel wat groot, maar de lippen fijn; welluidende stem, aangename hoogstfatsoenlijke spraak, geen onvertogen woord, zachte uiterst beleefde vormen; opgerichte houding, vaste stap, in alles proper en net. Bakkes eer groot dan klein; buikig, vettig, plomp; grof, groezelig, koffybruin gelaat; schitterende bruine oogen, maar min of meer onbeschaamden blik, breede stompneus, onbesneden mond met vuile tanden; schorre stem, somtijds overschietende, los in den mond, onaangenaam van lach; sterk snuivende, linksche houding, onzekere gang, slordig in zijn kleeding, met een mislukte poging tot iets fraais.]’
prepostterug  begin  verder