terug  begin  verderprepost
[p. 84]

Amsterdam, woensdag 9 juli 1834

Amsterdam 9 Juli. Woensdag.

Bezoek aan Westerman. De bezorging van 't 4de stukje der Uith. Vern. (Walter Scott) op mij genomen.284

Immerzeel mijn Jose ter uitgave aangeboden. Hij scheen terstond bereid, maar maakte de opmerking of het stuk niet wat te klein was voor afzonderlijke uitgave. Hij hield het onder zich tot morgen.285

284Op 11 juli 1834 schreef Beets aan Hasebroek: ‘Ik zal U, zoo als ik beloofd heb mijn wedervaren te Amsterdam melden. Eergisteren ging ik derwaarts, en bewoog mij in de eerste plaats langs de daartoe bestaande weg naar Maarten Westerman, dien ik van mijn komst verwittigd had en dus te huis was. Het resultaat van onze conferentie was dat hij in de aanstaande week een aanvang zou maken met drukken van het 4 de Nommer der U.V. behelzende mijne vertalingen van Sir Walter.’ (Brief UBL Ltk Beets vrl. nr. 49). Zie noot 174.
285In dezelfde brief aan Hasebroek over het bezoek aan Immerzeel, na de weergave van een inleidend gesprek: ‘En dit woudt ge à part uitgeven zeide hij, mij in de rede vallende, terwijl hij Jose uit mijn hand overnam (die ik met een kleine aanspraak overgaf) en dezelve doorbladerende; “'t is wat klein, zeide hij, voor een boekjen apart - dat is jammer”, wij zullen 't zoo moeielijk kunnen cartonneren, laat eens zien - een duizend regels, - 20 op een bladzijde is zeker genoeg - maar! - 't is toch maar een blad of 4 - enfin ik kan 't nu niet dadelijk lezen, maar van avond neem ik 't onderhanden en morgen hebt gij 't terug.” Dit was 't geen I. omtrent mijn Jose zeide, en waarin ik alle teekens van bereidwilligheid ter uitgave bespeuren mocht.’
prepostterug  begin  verder