285In dezelfde brief aan
Hasebroek over het bezoek aan Immerzeel, na de weergave van een inleidend
gesprek: ‘En dit woudt ge à part uitgeven zeide hij, mij in de rede
vallende, terwijl hij Jose uit mijn hand overnam (die ik met een kleine
aanspraak overgaf) en dezelve doorbladerende; “'t is wat klein, zeide hij,
voor een boekjen apart - dat is jammer”, wij zullen 't zoo moeielijk kunnen
cartonneren, laat eens zien - een duizend regels, - 20 op een bladzijde is
zeker genoeg - maar! - 't is toch maar een blad of 4 - enfin ik kan 't nu
niet dadelijk lezen, maar van avond neem ik 't onderhanden en morgen hebt
gij 't terug.” Dit was 't geen I. omtrent mijn Jose zeide, en waarin ik alle
teekens van bereidwilligheid ter uitgave bespeuren mocht.’