terug  begin  verderprepost
[p. 255]

Addendum

Bilderdijk .
 
Dat al wie roem bejaagt aan Bilderdijk zich spiegel,
 
En nooit het hart zich laat bekoren door t gewiegel
 
Des lauwers die 't Geluk bij Vreugdes wingerdrank
 
Kan bieden (schaars Verdienste), of door den legen klank
 
Der faamtrompet zich laat verlokken; die de boosheid
 
Toch overschreeuwen zal tot zijner laatren vreugd,
 
Met meer dan menschen woede en meer dan duivlen-loosheid:
 
Ach! immer ziet gij hem van d'opgang van zijn jeugd
 
(In naam der kunstwet soms en soms in naam der deugd)
 
Benijd - gekweld - verguisd - belasterd met geneugt;
 
Zijn boezem die nog trouw voor Vorst en Heer bleef koestren
 
Ten spijt van volksstem en in weerspraak van 't belang
 
gefolterd; hem uit 't land gebannen, en aan 't bang
 
Gebrek ten prooie - door een drom van taalverwoestren
 
Betweetren die in rijm en maat den eisch der dicht
 
kunst zochten, en die duizlend bij het licht
 
Dat hen verblindde, 't hoofd verweigerden te kroonen
 
Met al de lauwren die hem voegden: Febus zoonen
 
Erkenden in hem meer dan Vorsten gunsten loonen
 
Of strelen konden: maar zijn fouten te verschoonen
 
Was meer dan velen, meer dan 't rustend vaderland
 
Hem toe kon geven: drift en afgunst vaak ontbrand
 
in veler harten deed vaak de unster naar den kant
 
Des weerzins hellen - en zijn stichtelijk vermanen
 
Bespotten - maar de kroon der rijzige platanen
 
Moog buigen, de eik staat vast aan kracht en lommer rijk;
 
Zoo was hij - en wie met hem met Febus eerkroon prijk
 
Staat de eerste plaats af en weene kort bij 't lijk
 
Des eenlings, die zelfs 't oor des wederstands kon strelen
 
De kruin zich sieren mogt met eigen kunstjuweelen
 
En zich een roem verwierf waarmee geen tijdgeest spelen
 
of lachen zal als eens met de eer van Bilderdijk.

(zie p. 27)

prepostterug  begin  verder