terug  begin  verderprepost
[p. 2]

[Deel 2]



illustratie

[p. 7]

Woord vooraf

Deze editie van Hildebrands Camera Obscura kent een lange voorgeschiedenis. Het initiatief ertoe werd in 1984 genomen door Peter van Zonneveld. De bedoeling was toen dat het jubileumjaar 1989 (150 jaar nadat de eerste druk van de Camera het licht zag) gevierd zou worden met een nieuwe uitgave van het boek. Deze zou moeten voldoen aan de eisen die aan een wetenschappelijke teksteditie mogen worden gesteld en diende tegelijk toegankelijk te zijn voor een breder publiek. Gegeven het feit dat de Camera omvangrijk is en de tekst veel toelichting vraagt, mobiliseerde Van Zonneveld een groot aantal collega-neerlandici, die ieder een relatief beperkt deel voor hun rekening zouden nemen. Algauw echter bleek deze opzet niet te werken; de gezamenlijke bijeenkomsten verliepen en de een na de ander haakte af. Het Camera-jaar 1989 ging voorbij zonder dat er door een bijzondere editie luister aan was bijgezet.

In 1992 ondernam Henk Eijssens het initiatief tot reanimatie van het project. Dit leidde ertoe dat hijzelf, Willem van den Berg, Joost Kloek en Jelle van der Meulen op basis van herziene principes het reeds beschikbare materiaal bewerkten en de nog niet geannoteerde stukken van aantekeningen voorzagen. Jelle van der Meulen toetste de adequaatheid van de aantekeningen bovendien in de hogere klassen van het voortgezet onderwijs - waarschijnlijk het meest kritische deel van het beoogde publiek. Dick Welsink verzorgde een bibliografie van alle Nederlandstalige drukken van de Camera. De uiteindelijke redactie en de inleidende hoofdstukken werden verzorgd door een editeurenteam bestaande uit de drie eerstgenoemden en Peter van Zonneveld.

Al met al verschijnt deze uitgave van de Camera bijna tien jaar later dan oorspronkelijk de bedoeling was. Deze vertraging had evenwel ook een gunstig gevolg. In de tussenliggende tijd waren er in kringen van neerlandici en uitgevers initatieven ontwikkeld om te komen tot een prestigieuze serie van klassieke werken uit de Nederlandse literatuur. Deze plannen resulteerden tenslotte in de onder auspiciën van de Stichting Nederlandse Literaire Klassieken verschijnende Deltareeks. Het bestuur van de Stichting reserveerde graag voor de Camera een prominente plaats in dit literaire pantheon. En zo verschijnt dan de Camera Obscura in een uitgave die inhoudelijk en uitwendig recht doet aan de inderdaad klassieke status van het werk.

 

Bij het verzorgen van de annotaties hebben wij van velen informatie en hulp mogen ontvangen op uiterst uiteenlopende terreinen. We kunnen niet ieders

[p. 8]

aandeel specifiek verantwoorden en moeten hier volstaan met een collectief maar zeer oprecht gemeend woord van dank aan Bastienne Eijssens (Bibliotheek Arnhem), dr. J.I.A. Helsloot (Meertens-Instituut Amsterdam), drs. J. Jobse (Meertens-Instituut Amsterdam), drs. A.F.E. Kipp (Gemeente Utrecht), drs. Evelien Koolhaas-Grosveld (Universiteit Utrecht), drs. H. Leenders (Heerlen), drs. Mariëlle Lenders (Constantijn Huygens Instituut Den Haag), dr. M. Mathijsen (Universiteit van Amsterdam), drs. C. Streefkerk (Regionaal Archief Alkmaar), dr. Sytze Wiersma (Universiteit Utrecht), Els Willems (Amsterdam), een Utrechtse studentenwerkgroep bestaande uit Marianne Bosman, Ceciel Boudewijn, Henk Hardeman, Frank van der Lecq, Mariëlle Lenders, Anneke van Meurs, Marjam Overmars, Sagitte de Ruigh, Yolan Witterholt en Claar Urbanus, alsmede aan de Gemeentelijke Archiefdienst Rotterdam, het ptt-museum te Den Haag, het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek en Museum ‘Het Noorderhuis’ te Zaandam. Tenslotte willen wij Dik Zweekhorst graag bedanken voor zijn scrupuleuze assistentie bij het persklaar maken van de kopij.

prepostterug  begin  verder