De aantekeningen worden telkens voorafgegaan door het pagina- en regelnummer van de Camera Obscura in deel 1 en het woord of de passage waarop de uitleg betrekking heeft. Van langere passages worden alleen de eerste en laatste woorden weergegeven, het tussenliggende is vervangen door een beletselteken. Wanneer het beletselteken tussen vierkante haken staat betekent dit dat de uitleg alleen betrekking heeft op de weergegeven woorden.
| 34 | 2 | onagers: wilde ezels, die te temmen zouden zijn door hen in de oren te bijten (zie ook nvj, p. 377). |
| 2 | jaagt uw lood door het voorhoofd der tijgers: door Hildebrand een slechte raad genoemd: de kostbare huid wordt op deze manier nodeloos beschadigd (zie ook nvj, p. 369). | |
| 3 | schabrak: zadelkleed. | |
| 7 | kaak: schandpaal. | |
| 7 | draaikooi: kleine ijzeren kooi die snel kon draaien, waarin gestraften werden geplaatst. | |
| 9 | coliséum: colosseum: amfitheater in het oude Rome waar mensen met wilde dieren streden. | |
| 13 | teringdood: dood als gevolg van een slopende ziekte. |
| 50 | kunstmatig systeem. De Zweedse natuuronderzoeker Carl Linnaeus (1707-1778) had een eenvoudig, kunstmatig systeem uitgedacht om planten te ordenen, gebaseerd op de voortplantingsorganen; de Zwitserse botanicus Augustin Pyramus de Candolle (1778-1841) maakte een nieuwe, uitvoeriger beschrijving van het plantenrijk volgens een natuurlijk systeem, gebaseerd op zo groot mogelijke vormovereenkomst. | |
| 21 | den stijl... mode: in zijn verzamelbundel Onderzoek en phantasie (1838) had Jacob Geel een uitvoerig opstel gepubliceerd over de stijl, onder de titel ‘Nieuwe karakter-verdeeling van den stijl’ (nvj, p. 394). | |
| 26 | wij drijven in humor: toespeling op de oorspronkelijke betekenis van het woord humor: (lichaams)vocht. | |
| 28 | drenkelinggenootschap voor humoristen: naar analogie van de in 1767 opgerichte Maatschappij tot Redding van Drenkelingen. | |
| 29 | afschaffings-... humor.’: in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw zagen verscheidene brochures tegen het drankmisbruik het licht en werden ook de eerste afschaffingsgenootschappen opgericht (Van der Stel 1995, p. 143-146). Een daarvan voerde als zinspreuk: ‘Laat staan uw glas’ (nvj, p. 371). | |
| 31 | Jean Paul: Jean Paul Richter (1763-1825), Duits schrijver (nvj, p. 293). | |
| 31 | Rapponische krachten: Carl Rappo (1800-1854) was een rondreizende atleet en krachtpatser, die o.a. in 1834 voorstellingen gaf in de Haarlemse schouwburg (zie ook nvj, p. 293; Het dagboek 1983, p. 84). | |
| 35 | Bilderdijk: Willem Bilderdijk (1756-1831), dichter en geleerde. | |
| 35 | ergens... mond: Bilderdijk maakt de desbetreffende opmerking in zijn uitgave van de gedichten van P.C. Hooft (1581-1647) (Leiden 1823, III, p. 254). Anders dan Melchior kan Beets die onmogelijk uit Bilderdijks eigen mond hebben vernomen: hij heeft Bilderdijk nooit gesproken. | |
| 36 | Hooftiaansche neskheit: Hooft gebruikt het woord ‘neskheit’ (in de betekenis van malligheid, humor) in een gedicht over de gedichten van Constantijn Huygens (1596-1687): ‘Nut is neskheit bij de maet’ (malligheid met mate is nuttig) (editie P. Tuynman en G.P. van der Stroom 1994, p. 376). (Zie ook nvj, p. 376) | |
| 37 | wat de ‘Tesselschade’... moge: in het gedicht ‘De Luit van P.C. |
| 62 | op het acquit, wat inhoudt dat hij zijn eigen bal plaatst in het onderste kwart van het biljart (‘op drie vierden’, r. 8) en van daaruit stoot op aas. Het gaat erom de voorafgaande speler ‘weg te stoppen’ (zie p. 63 r. 24), d.w.z. diens bal met de eigen stootbal in een van de zakken te drijven. Als nr. 2 de bal inderdaad ‘maakt’ (r. 19) - als ‘hij zit’ (p. 63 r. 28) - krijgt de voorganger achter zijn naam op de scorelei een appèl (p. 63 r. 13), d.w.z. een strafpunt. De nr. 3 moet vervolgens opnieuw acquit zetten en de nr. 4 speelt weer op het acquit. Wanneer de bal niet gemaakt wordt, stoot de volgende speler de andere bal, etc. Andere mogelijkheden om een strafpunt te krijgen zijn het missen van de andere bal en het stoten van de eigen bal in een van de zakken. | |
| 18 | klotste... lag: de bal van Pieter klotste doordat hij zo hard en vlak op de acquitbal had gestoten: de ballen stootten onbedoeld een tweede keer op elkaar en zijn bal kwam daardoor ‘à faire’ te liggen, d.w.z. gemakkelijk te maken voor de volgende speler. | |
| 20 | stevig ‘houdende’: de bal goed onder controle houdend zodat deze na de andere geraakt te hebben min of meer stil blijft liggen. | |
| 21 | den millieu: het midden over de lange afstand van de tafel. De positie van de eigen bal is veilig als de andere bal zover mogelijk uit de buurt is gebracht. Idealiter komt de bal waarop men gespeeld heeft ‘collé’ te liggen (p. 64 r. 21), d.w.z. tegen de tegenovergestelde band aan. Hij is dan voor de volgende speler moeilijk te stoten. | |
| 21 | nam [...] zijn pijp tusschen zijn grauwe knevels: nam zijn pijp tussen zijn snorharen, d.w.z. dwars in zijn mond. | |
| 22 | speelde... op goedaf: de kunst van het potspel was de voorganger weg te stoppen zonder zelf ‘à faire’ te komen liggen. Hildebrand en na hem de luitenant spelen ‘op goedaf’: ze proberen niet de bal te maken maar zorgen er wel voor dat de eigen bal in een veilige positie komt. Daarnaast waren er ongeschreven regels. Zo gold het als sportief om ‘op goedaf’ te spelen als de bal al te makkelijk ‘à faire’ lag, met name voor een hoekzak. De jongeling van drieëndertig jaar heeft daar lak aan en speelt rechtstreeks op winst (r. 34-36). Ronduit ongepast was het om bij de acquitstoot de andere bal rechtstreeks in de hoekzak links boven te drijven. | |
| 23 | ‘een beest’: een onbeheerste stoot waardoor de andere bal in een zak rolt waarop niet gedoeld is. |