terug  begin  verderprepost

Mark Rothko en Coca-Cola.
De Linie, 19 januari 1962.

Het kan wel niet helemaal in orde zijn met mijn psychologische toestand, want ik heb zo maar, zonder er erg in te hebben, de tentoonstelling van de Amerikaanse schilder Mark Rothko bewonderd. Het werk van Rothko had me ook vroeger geboeid en ik was blij eindelijk in de gelegenheid te zijn eens een soort retrospectieve ervan te kunnen bekijken.

Ik ben de zalen van het Paleis voor Schone Kunsten te Brussel doorgewandeld, verrukt en fier. Ik voelde me wel een vuist groeien tussen deze enorme schilderijen, die men niet meer met centimeters maar met meters meten moet, en wier grote afmetingen van een intens leven ademen. Alles leek er zo vanzelfsprekend, zo eenvoudig, en toch rijk en diep. Ik ben gaan zitten - ik was er volkomen alleen - opgenomen in de contemplatieve stilte van deze tableaus die alleen voor zichzelf spreken, niets meer verhalen, naar niets meer verwijzen van wat wij rondom ons weten - zelfs de handtekening van de schilder verstoort hun anonimiteit niet -, verrukkelijk probleemloos zijn, niet door hun leegte (of mogen wij zeggen: precies door hun leegte) maar door hun diepte. Deze schilderijen leven vóór onze problemen.

Het verwonderde me geen zier dat de inrichter en verantwoordelijke van deze tentoonstelling, Peter Selz van het Museum voor Moderne Kunst te New

[p. 145]

York, in zijn inleiding uitkwam op begrippen als annunciatie, religieuze ervaring, en dat hij als geëigend kader voor deze schilderijen om een soort heiligdom vroeg. Ik begreep alleen niet waarom hij hierbij het christelijke expliciet uitsloot.

Ik werd uit mijn contemplatie opgeschrikt door een furieuze dame, die zich blijkbaar door Rothko beetgenomen voelde en de onschuldige opzichters tot getuige nam van haar verontwaardiging. Zij gaven haar overigens geen ongelijk, want het uitpakken en ophangen van deze overgrote schilderijen lag hen, die geen werk gewoon zijn, nog vers in het geheugen. Die dame scheen er iets van te kennen. De oudste schilderijen van Rothko, van meer salonachtige afmetingen en met nog een paar vage surrealistische herinneringen, prees ze als het werk van een groot meester.

Tot daar toe. Eén dame op leeftijd maakt nog de wereld niet. Tot mijn ongeluk en verbazing echter deelden ook mijn journalistieke collega's niet in mijn contemplatieve opgetogenheid. Zowel Rothko als Selz moesten het ontgelden. De honorabele Belgische Kritiek zou hen eens mores leren. Het proza van Selz was niets beter dan Coca-Cola, ook al een Amerikaanse uitvinding. En voor Rothko: ‘twintig francs zijn twintig francs, en Rothko is niemendal’. In het Frans klinkt het nog beter. Vergeleken bij onze nationale en provinciale grootheden die zich op onze Brusselse ‘cimaises’ verdringen en geen neuzen genoeg hebben om de wierook van hun critici te snuiven, verzinkt Mark Rothko gewoon in het niet. Zet dan al een Holland-America Line in, die gratis het vervoer doet van New York naar Europa. Voorwaar geen propaganda.

Om eerlijk te zijn moet ik eraan herinneren dat mijn collega's zich kunnen sterk maken met te wijzen op authentieke, Amerikaanse competenties die het eveneens tegen de nieuwe Amerikaanse schilderkunst opnemen en op een goed deel van het publiek dat voor deze schilderijen voorlopig nog geen plaats ziet in zijn salons. En voor een safe in de bank zijn ze wat groot. Al kan men altijd proberen ze op te rollen.

Geplaatst tussen mijn eigen spontane ontroering - ik heb heus nog geen hersenspoeling ondergaan zoals de andere bewonderaars van Rothko - en dit gepraat van verstandige lui heb ik toch maar voor Rothko gekozen. Ik dacht zo. Schilderijen hebben tenslotte ook recht op bestaan zoals zovele andere dingen ter wereld, als ze natuurlijk niet ingaan tegen geloof en zeden. Zij hebben zelfs, vond ik, een prioriteit op de woorden die als kennelijk doel hebben ze te vernietigen. En per slot van rekening meende ik dat het misschien van meer menselijkheid en van een diepere cultuur getuigde, vreemde dingen niet bij voorbaat als onzinnig buiten zijn horizon te stoten.

Met dit alles heb ik Mark Rothko nog niet voorgesteld. Eigenlijk is er geen voorstellen aan. De schilderijen van Rothko zijn niet te beschrijven, noch te reproduceren. (Daarom reproduceren wij alleen de schilder!). Zij zijn alleen

[p. 146]

en ten volle schilderij. Maar als men nu toch een voorstelling wil: zij zijn het werk van een op 25 september van het jaar 1903 in Rusland geboren Amerikaan, die onlangs antwoordde aan een pientere journalist die hem vroeg hoe lang hij wel werkte aan een schilderij van dergelijke afmetingen: ‘Ik ben 57 jaar oud en ik heb al die tijd nodig gehad om dit schilderij te maken’.

Dit leven van een goede halve eeuw is niet erg bewogen. Zoals over de schilderijen is er ook hier niet veel over te vertellen. Alles is tegen de criticus. Hij volgde eerst les aan de academie en nu geeft hij les aan de academie.

En wat de schilderkunstige evolutie betreft, hij debuteerde met expressionistisch werk, zocht dan een tijd zijn weg in de mythen van het surrealisme, tot hij omstreeks 1947 een eigen stijl ontdekte in de schilderijen van groot formaat, waarin op monochrome fonds zich monochrome vlakken van een andere kleur aftekenen, zonder zich ervan los te maken. Alles in zeer subtiele verhoudingen.

Stuk voor stuk staan deze schilderijen op zichzelf, zijn een authentieke ervaring. Maar zij hangen ook aan elkaar. Alle te zamen tekenen zij de weg af van een menselijke ervaring die oorspronkelijk en rijk is. Zo tenminste heb ik deze kunst ontmoet. En hopelijk ik niet alleen. Ik wens velen het geluk van een dergelijke ontmoetingâ–ˇ

 

Nieuwe inzichten in de prehistorische kunst. Abbé Breuil achterhaald?

De Linie, 19 januari 1962.

 

10 jaar Knoll International.

De Linie, 26 januari 1962.

 

Lucebert in een fabriekshalle.

De Linie, 2 februari 1962.

 

Modernen in het Osterrieth-huis te Antwerpen.

De Linie, 2 februari 1962.

 

Brussels museum voor moderne kunst.

De Linie, 2 februari 1962.

[p. 147]

Iconen van Jan Heylen.

De Linie, 9 februari 1962.

 

Kunstgeschiedenis als filosofie.

De Linie, 9 februari 1962.

 

Praktische humor voor wie last heeft van wonen.

De Linie, 23 februari 1962.

 

Baron Victor Horta krijgt zijn museum.

De Linie, 23 februari 1962.

 

Een nieuwe valse Rembrandt.

De Linie, 23 februari 1962.

 

De letter-kunde van Hermann Zapf.

De Linie, 2 maart 1962.

 

Steinbergs labyrinth.

De Linie, 2 maart 1962.

 

Landelijke architectuur aan de eer.

De Linie, 9 maart 1962.

 

Rik Slabbinck, een schilder met geest.

De Linie, 9 maart 1962.

 

Georges Grard.

De Linie, 9 maart 1962.

 

Een halve Lucio Fontana te Antwerpen.

De Linie, 16 maart 1962.

[p. 148]

Parijs, verre en nabije herinneringen.

De Linie, 16 maart 1962.

 

De Royal Academy kiest voor de modernen en veilt da Vinci.

De Linie, 23 maart 1962.

 

Kazuifels vallen niet uit de hemel.

De Linie, 23 maart 1962.

 

Door Europa stroomt de tijd. Het salon van het ideale huis.

De Linie, 30 maart 1962.

prepostterug  begin  verder