terug  begin  verderprepost

Rik Wouters, een nieuwe monografie.
De Linie, 11 januari 1963.

We keken wel even op toen in de historische raadzaal van het stadhuis te Mechelen een paar exemplaren werden gedeponeerd van een nieuw boek over Rik Wouters. Wij waren ervoor te zamen gekomen met een hele groep, grotendeels vreemde mensen. We hadden ons gewapend tegen officiële plechtstatigheid. En daar waait ons plots bij het opslaan van dit boek, dat een boek is, een frisse wind in het gezicht, die, met alle respect, ineens het officiële gedoe laat verzwinden. Mechelse raadzaal, minister en burgemeester, bank- en perslui, geboortestad en persoonlijke uitnodiging: alles is ineens weg, onbestaand, verdronken in de innemende aanwezigheid van de kunst van Rik Wouters.

Traditiegetrouw - als wij ons niet vergissen is het reeds de achtste keer - heeft de Bank van Parijs en de Nederlanden als nieuwjaarsgeschenk een boek laten samenstellen, dit keer over Rik Wouters. Het werd ten doop gehouden te Mechelen, de geboortestad van de kunstenaar. Men herinnert zich de vroe-

[p. 219]

gere delen over de Maaslandse kunst, de moderne Vlaamse schilderkunst, de gemeentelijke kunstschatten, de Brusselse wandtapijten, de middeleeuwse miniaturen. Naar ons gevoel overtreft dit over Rik Wouters al de vorige omdat het het meest persoonlijke is, niet alleen in die zin dat het slechts één figuur behandelt en er dus dieper kan op ingaan, maar ook in de manier waarop het die figuur benadert en voorstelt.

Hoe schitterend ook, aan de meeste van de vorige uitgaven kleefde een zeker academisch en mondain tintje. Men kon nooit helemaal langs het boek heengaan en men kon zich maar moeilijk ontdoen van de indruk dat alle inspanning erop gericht stond een mooi en verbluffend boek samen te stellen, dat zelfheerlijk alle aandacht op zich trok en haast de zaak zelf die het wilde presenteren deed vergeten. Een beetje zoals mensen die een mooi huis willen en vergeten dat een huis iets is om in te wonen.

Het boek over Rik Wouters nu is werkelijk een boek over Rik Wouters; een ontmoeting met deze kunstenaar, schilder en beeldhouwer. Minstens even royaal en briljant als de voorgaande delen heeft het er dit op voor dat het veel directer, oorspronkelijker en persoonlijker is. Dit ligt voor een goed deel aan de onconventionele schriftuur van de auteur Roger Avermaete, die bij een eerste kennismaking wel even slordig en gemakkelijk aandoet, maar per slot van rekening toch overtuigend werkt.

Roger Avermaete vertrekt van de getuigenissen over het leven en de persoon van Rik Wouters, die ons, zoals op een van zijn eigen schilderijen, uit de als het ware toevallig samengeworpen kleurtoetsen, herkenbaar wordt en zeer nabij. Met vlotte pen karakteriseert Avermaete daarna de kunst van Rik Wouters, ‘die werken voortbrengt net als de rozelaar rozen’. Dit alles wordt aangevuld door een belangrijke documentatie: nota's, brieven en vooral de kostbare oeuvre-cataloog.

Zoals bij elk weerzien met Rik Wouters ervaren wij in dit boek opnieuw de ongeschonden, naïeve, ontroerende vitaliteit van dit werk, dat zo sterk contrasteert met het harde en tragische leven van de kunstenaar die het voortbracht. Geen tien jaar heeft hij kunnen werken, hij die er minstens honderd had gewenst om zijn levensdrift uit te schilderen. In ons kerstnummer stelden we Renoir voor als de schilder van het licht; van de vrouwen, kinderen, bloemen en vruchten in het licht. Wij hadden het dan even goed en met haast dezelfde bewoordingen over Wouters kunnen hebben. Zoals Renoir schildert ook Wouters het licht als hét teken van het leven. Zoals Renoir schildert hij de dagdagelijkse dingen rondom hem die hem door hun stille levenskracht beroezen. Zoals bij Renoir is de kunst van Wouters een spontane, probleemloze beleving van de diepere, poëtische dimensie van het leven, die het concrete dagelijkse bestaan doorbreekt en zin geeft, ook al is dit in schijn contradictorisch. Wie kan geloven dat de jichtige Renoir nog bloeiende naakten schilderde? Wie zou het bittere bestaan van Wouters uit zijn kleurrijke doeken afle-

[p. 220]

zen? Ergens in zijn essay noteert Roger Avermaete dat het een vooroordeel is alléén de droefheid als nobel te aanzien, enkel de ernst als waardig te beschouwen. Inderdaad staat over deze onmiskenbare categorieën van het leven heen de positieve menselijke levensgerichtheid, de exaltatie van het bestaan, dat vaak, zoals in het leven van Wouters zelf, een tragische vorm aanneemt, maar daarom zijn diepste werkelijkheid niet opgeeft die altijd iets te maken heeft met jubel, overgave, vreugde en genietende verwondering.

Elie Faure heeft ergens gezegd: ‘Le but de l'art est de nous arracher notre consentiment à la vie’□

 

Lyrische en geconstrueerde abstractie.

De Linie, 11 januari 1963.

 

De onvergetelijke Marcel Aubert.

De Linie, 11 januari 1963.

 

Er is iets dat bekoort in ieder ding.

De Linie, 11 januari 1963.

 

Museumbezoek te Brugge.

De Linie, 11 januari 1963.

 

Vroege christelijke kunst.

De Linie, 11 januari 1963.

 

Bij de foto's van Willy François.

De Linie, 11 januari 1963.

 

Kunstwerken door de staat aangeworven in 1962.

De Linie, 18 januari 1963.

[p. 221]

De aluchromisten bij Isy Brachot.

De Linie, 18 januari 1963.

prepostterug  begin  verder