K&C-agenda, 20 november 1968.
1968 zal voor Christo het jaar van de doorbraak blijven. Na jarenlang grote projecten op kleine schaal te hebben gemaakt, is hij er deze zomer in geslaagd twee van de zorgvuldig voorbereide projecten op de schaal waarop ze gedacht waren uit te voeren: de ‘5450 meter cubic package’, een vijfentachtig meter hoge ballon op de Documenta te Kassel en het inpakken van de Kunsthalle van Bern.
De eerste maal dat ik Kassel bezocht, lag de plastic-hoes levenloos tegen het gras. Herhaalde keren had men geprobeerd het ding de lucht in te krijgen. Het werd een bijna obscene grap. Alleen Christo zette door met een fanatisme van kathedraalbouwers die zich door het instorten van hun hoge gewelven niet lieten ontmoedigen. Het beeld van de kathedraalbouwer is van Christo zelf. Zijn doorzettingsvermogen haalde het tenslotte. Hij stak er wel heel zijn persoonlijk fortuin in, maar de 5450 kubieke meter lucht zweefden boven de Kasselse vlakte.
Toen ik de tweede maal de Documenta zag, was de Documenta Christo geworden. Al het overige verbleekte bij het fantastische, onmonumentale monument. Het kan niet beschreven worden tenzij door zijn afmetingen, zijn hoogte, doorsnede, het aantal meter gebruikte touw, het aantal kubieke meter lucht, het aantal vierkante meter poly-ethyleen en het aantal kubieke meter beton, waarmee de lucht op zijn plaats wordt gehouden. De ballon stond immers op een fundament, stevig genoeg om twintig verdiepingen op te bouwen. Wat kan men er verder van zeggen? Welke betekenis bezit het? Misschien heeft het helemaal geen betekenis meer en kan men alleen maar spreken van het ding van Kassel, een echt ding met echte lucht. Men kan er
vele beschouwingen aan ophangen, maar deze schampen alle af op de betekenisloze waarachtigheid van zijn bestaan.
Hetzelfde moet men zeggen van de Kunsthalle te Bern die Christo deze nazomer van boven tot onder in halfdoorzichtige plastic heeft verpakt en met koorden dichtgebonden. Sinds jaren droomt Christo ervan monumentale gebouwen, bij voorkeur musea, in te pakken zoals hij dat reeds gedaan had met bomen, fietsen, meisjes, beelden, stoelen, kinderwagens, matrassen, boeken, revues, en wat weet ik meer. Van verschillende soortgelijke monumenten had hij zulke nauwkeurige fotomontages gemaakt, dat men aan de realiteit ervan kon geloven. De Kunsthalle van Bern is echter het eerste monument geworden (een kleine toren te Spoleto niet te na gesproken) dat door Christo werkelijk werd verpakt, en dat bij gelegenheid van haar vijftigjarig bestaan. Door H. Szeemann, directeur van de Kunsthalle, werden een aantal kunstenaars uitgenodigd om in het museum een environment te maken, o.m. Warhol, Raysse, Brusse, Lueg, Uecker, Kowalski, Schnyder. Het environment werd door Christo gemaakt. Hij nam het gebouw en al wat het bevatte in zijn geheel in; en niet alleen het gebouw, maar ook de hele stadswijk. Men hoefde het museum niet meer binnen te gaan om met Christo's kunstwerk geconfronteerd te worden. De Helvetiaplatz van Bern was van aangezicht en schaal veranderd.
Christo loopt momenteel met nog andere plannen rond, die binnenkort, als het enigszins meevalt, uitgevoerd zullen worden. In New York gaat hij een wolkenkrabber van ik weet niet hoeveel verdiepingen inpakken en aan het Californische strand is hij van plan een kuststrook van 150 hectaren (20 km lang en meer dan 1 km breed) in te pakken.
Meer commentaar hoeft hier niet bij. Christo zelf weigert elk commentaar op zijn werk. Het kan, geloof ik, maar juist gecommuniceerd worden in een lakoniek krantenbericht: ‘Christo pakt de kunsthalle van Bern in’, of ‘Christo heeft 150 hectaren strand ingepakt’ □