terug  begin  verderprepost

Utrillo en de schilders van Montmartre.

K&C-agenda, 22 januari 1969.

 

De moderne schilderkunst bezit haar eigen folklore. Ze draagt de naam Montmartre. Larguier heeft ergens geschreven dat Frankrijk heel hoge en heel beroemde bergen heeft, maar dat geen heuveltop zo beroemd is als Montmartre. Grote schilders hebben tot die beroemde folklore het hunne bijgedragen. Ik denk aan Villon, Picasso, Modigliani, Toulouse-Lautrec en zovele andere meer. Maar dezen hebben die folklore achter zich gelaten. Anderen echter zijn ermee en erin gaan leven, hebben er zich mee vereenzelvigd. Ook onder deze laatsten zijn er enkelen van formaat: Utrillo, Van Dongen, Steinlen, Valadon, Willette... maar de meesten zijn kleinere goden: Bottini, Creixams, Pierre Dumony, Gen-Paul, Heuzé, Max Jacob (als schilder dan), Kars, Leprin, Maclet, Quizet, Utter, de man van Valadon en pleegvader van Utrillo, heel de bent die J.P. Crespelle beschreven heeft in zijn Montmartre Vivant.

Aan die groep wijdt het Paleis voor Schone Kunsten van Charleroi een sympathieke tentoonstelling: de folklore komt er tot leven in enkele prachtige schilderijen en in een hele boel pretentieloze maar geladen herinneringen. Het werk van Maurice Utrillo vormt er terecht het centrum van.

Men heeft zich heel veel moeite gegeven om werkelijkheid en legende in het

[p. 309]

leven van deze ‘peintre maudit par excellence’ uit elkaar te halen, maar men vergeet één ding: de werkelijkheid zelf was voor Utrillo legende, op het ogenblik zelf dat ze werd beleefd. Zijn moeder Marie Valadon, het schilders-model, die haar zoon op ergerlijke wijze mishandeld heeft, heeft waarschijnlijk zelf nooit geweten wie zijn vader was. Ze heeft hem alnaargelang het in haar kraam paste verschillende vaders toegekend, van Puvis de Chavanne tot Miguel Utrillo. Maurice Utrillo had overigens trekken van de twee, en misschien van nog veel meer anderen.

Werd hij als alcoholieker geboren? Ook hier laat de mythomanie van Suzanne - het was de naam die Toulouse-Lautrec aan Marie Valadon gaf - ons in het ongewisse. Gaf zij haar Maurice de penselen in handen nadat hij twaalf stielen en dertien ongelukken had doorgemaakt? Of was het Quizet die Utrillo leerde schilderen en heeft zijn moeder niets anders gedaan dan zich ertegen verzet, of later handig gebruik gemaakt van zijn succes, toen ze de straatjongens op zoek stuurde naar de schilderijen die hij hier en daar verloren had gelegd, zoals de kip haar ei? Eén ding is zeker: Maurice Utrillo schilderde zoals hij wijn dronk; beide handelingen hadden even veel betekenis voor hem; het één ging niet zonder het andere.

Van 1902 tot 1904 maakte hij niet minder dan honderdvijftig schilderijen, gezichten van Montmartre, zo gewoon, zo ongezocht, dat ze direct opvielen onder het maniëristische werk van zijn kunstbroeders. Nergens sluit hij bij aan. Nergens is hij te situeren, tenzij op een of andere straathoek van Montmartre, bij een of andere kroeg waar de baas-collectionneur hem een glas wijn had beloofd. Elke hoek, elke straat, elk gezicht op Montmartre is goed zoals elk glas wijn goed is. Het heeft niets bijzonders, maar voor Utrillo is het zijn leven. En dat leven geeft hij zijn schilderijen mee.

Vrij vlug worden zijn schilderijen, die hij zelf ergens tegen een muur achterlaat als hij toevallig geen koper bij de hand heeft, gezocht en voor betrekkelijk hoge bedragen verkocht. Suzanne Valadon en haar man de schilder Utter gaan er zich mee bemoeien en Maurice, die intussen in verschillende verpleeginstellingen had verbleven, in bescherming nemen en hem een vrouw bezorgen in de persoon van Lucie Valore. Die bescherming betekent dan ook vrij vlug het einde van zijn carrière. Ze heeft niet veel langer geduurd dan 10 jaar. De peripetieën van zijn bewogen leven remden aanvankelijk zijn werkkracht niet af. Maar nog voor het einde van de eerste wereldoorlog is zijn naam gevestigd: hij is de gevierde schilder, die zichzelf gaat imiteren en intussen meer en meer wegzinkt in een onbepaalbaar mysticisme.

Hij is niet de enige die zijn werk imiteert. De pastiches op de tentoonstelling te Charleroi zijn met verschillende namen gesigneerd. Niet altijd zonder verdienste. Men kan ook onder die imitaties echte ontdekkingen doen □

[p. 310]

Leven in een ruimtecabine?

K&C-agenda, 22 januari 1969.

prepostterug  begin  verder