K&C-agenda, 5 februari 1969.
Op de vijfde biënnale van Parijs, in de herfst van 1967, was Frankrijk o.m. vertegenwoordigd door een aantal groepen. Eén ervan bestond uit vier schilders: Buren, Mosset, Parmentier en Toroni, die sinds meer dan een jaar elk één schilderij van dezelfde afmetingen (250 × 250) hadden gemaakt en hermaakt. Ze hielden het bij dit éne schilderij, dat evengoed een ander kon zijn. Als ze nog schilderden, herhaalden ze telkens opnieuw hetzelfde. Enkele maanden tevoren hadden deze ‘kunstenaars’ op een enigszins andere manier hun wil om met de kunst af te rekenen gemanifesteerd. Op het Salon de la Jeune Peinture waren ze dagelijks van elf uur 's morgens tot acht uur 's avonds komen schilderen, om te tonen dat schilderkunst eigenlijk niets om het lijf heeft, behalve datgene wat men er zelf om hangt.
Op 2 juni, steeds in 1967, gaven de vier een avond (entree 5 Ffr.) in het Musée des Arts Décoratifs te Parijs, voor honderdvijftig toeschouwers. Hun vier schilderijen waren naast elkaar tentoongesteld, zodat ze samen één groot vierkant van vijf bij vijf meter vormden. Verder gebeurde er die avond niets. Boven links het schilderij van Buren: negenentwintig gelijke verticale strepen, afwisselend wit en rood. Ernaast het doek van Mosset: een zwart cirkeltje van 9 cm diameter, in het midden op een witte fond. Onder links het werk van Parmentier: gelijke horizontale strepen van achtendertig centimeter breedte, afwisselend grijs en wit, te beginnen met het grijs boven. Tenslotte Toroni's schilderij: vijfentachtig gelijke blauwe stippen op dertig centimeter van elkaar, eveneens op witte fond.
Die schilderijen waren het ook die op de biënnale van Parijs 1967 te zien waren. Daar werden ze echter ook als projectiescherm aangewend. Beelden van St.-Tropez, een dierentuin, een stierengevecht, de fonteinen van Versailles, een striptease, bloemen, wisselden elkaar af op volgende tekstlitanie: ‘Kunst is de illusie ergens elders te zijn. Het is geen schilderij van Buren, Mosset, Parmentier, Toroni / Kunst is de illusie van vrijheid. Het is geen
schilderij.../Kunst is de illusie van de droom. Het is geen.../ Kunst is de illusie van sacraliteit. Het is geen .../ Kunst is de illusie van het wonderlijke. Het is geen.../ Kunst is de illusie van de ontsnapping. Het is geen.../ Kunst is de illusie van de natuur. Het is geen...’
Daar stopte de projectie en klonk alleen de apodictische tekst: Kunst is vermaak. Kunst is vals. Het schilderen begint met Buren, Mosset, Parmentier en Toroni.
Sindsdien heeft de groep van zijn coherentie verloren. Buren, Mosset en Toroni stelden nog samen tentoon en gaven daarbij als commentaar: ‘Een Buren een Buren noemen, een Mosset een Mosset, een Toroni een Toroni is een spraakmisbruik. Buren stelt een Buren, een Mosset en een Toroni tentoon, maar de drie schilderijen werden door Buren geschilderd. Mosset stelt een Buren, een Mosset en een Toroni tentoon, maar alle drie werden ze door Mosset geschilderd. Toroni stelt een Buren, een Toroni en een Mosset tentoon, maar ze werden door Toroni geschilderd. Deze demonstratie voegt niets toe aan de schilderijen van Buren, Mosset of Toroni. Het is een tentoonstelling van drie Burens, drie Mossets, drie Toroni's’. Aan een latere tentoonstelling in Lugano gaven Buren en Toroni de titel: Buren of Toroni of gelijk wie.
Buren blijft op het ogenblik de consequentste. Hij houdt het bij de vooropgestelde principes: kunst is geen illusie, geen zelfexpressie, geen zelfprojectie. Wat hij maakt, kan door iedereen gemaakt worden. Imitatie is een zinloze term geworden. Originaliteit dus evenzeer. Wat door iedereen gemaakt wordt, heeft precies dezelfde waarde als wat hij maakt.
Natuurlijk worden hier dan een paar schakels van onze logica overgeslagen. Maar het is juist de relativiteit van onze logica en ons op deze logica gebaseerde handelen die hier op het spel gezet worden. Door zijn consequente logica bewijst Buren haar absurditeit. Intussen heeft hij nog een stap verder gezet in de promotie van zijn universele schilderkunst. Hij schildert geen rode of groene strepen meer. Hij laat ze drukken. En met deze bedrukte vellen behangt hij beschikbaar gestelde wanden, bijvoorbeeld van galerieën. Op Prospect 68 te Düsseldorf heeft hij de grote mogelijkheden van zijn behangpapier gedemonstreerd. Of hij het wilde of niet, zijn werk was daar misschien het meest aanwezige van allemaal, ook al bestond het niet als werk; het was deel geworden van het milieu. Momenteel is Buren op dezelfde wijze aanwezig in Antwerpen, binnen en buiten de Wide White Space, nu van ver herkenbaar aan de witte en groene strepen. Wanneer u nu om het museum van Antwerpen heenloopt, kunt u zich niet vergissen □
Appels dingen gaan niet meer weg.
K&C-agenda, 5 februari 1969.
De pneu world van Osaka.
K&C-agenda, 5 februari 1969.
Nieuw Nationaal Theater van Londen.
K&C-agenda, 5 februari 1969.