K&C-agenda, 26 februari 1969.
Venetië neemt op zijn manier deel aan de evolutie van de moderne architectuur. Het nodigt beroemde architecten, op het ogenblik van hun akmé of er net overheen, uit om een ontwerp te maken en stelt dit dan met het nodige omhaal aan de wereldopinie voor. Een gebouw voor Venetië ontwerpen zal binnenkort kunnen beschouwd worden als de consecratie van wereldfaam. Het is begonnen met F.L. Wright die aan een van de kanalen een nieuw palazzo ontwierp. Er werd hevig over en weer geschreeuwd over de mogelijkheid of de onmogelijkheid van een hedendaags gebouw binnen de oude stad. Wright stierf en het palazzo werd nooit gebouwd.
Daarna kwam Le Corbusier aan de beurt met een ontwerp voor een hospitaal, een even prachtig en belangrijk als onpraktisch ontwerp, dat op zijn beurt de wereldopinie sensibiliseerde. Maar ook Le Corbusier stierf kort nadat hij zijn ontwerp in Venetië had voorgesteld. Het hospitaal kan nog niet als afgeschreven beschouwd worden, maar het is wel enigszins verwonderlijk dat er niet meer over gepraat wordt. De tweede periode van de moderne architectuur in Venetië kan als afgesloten beschouwd worden.
Op 5 februari 11. is de derde periode ingezet met een conferentie voor de wereldpers van Louis Kahn. M. Mazzariol, die ook Le Corbusier uitnodigde, heeft nu op deze Amerikaan van Estlandse oorsprong zijn keuze laten vallen. Kahn is immers de man die momenteel het toneel van de architectuur beheerst. Vraag niet of Venetië een of ander gebouw nodig heeft. Nee, het heeft Kahn nodig om zijn geschiedenis van de architectuur verder te schrijven.
Kahn kreeg een dubbele opdracht: een congresgebouw en een tentoonstellingshal. Zoals voor het hospitaal van Le Corbusier het geval was, zijn deze gebouwen niet in het centrum, maar aan de periferie van de stad gesitueerd. De opdracht van Kahn betreft twee gebouwen in de giardini, de plaats van de biënnale, een stuk Venetië dat nog nauwelijks Venetië is. Kahn wil er een beetje meer Venetië van maken. Hij is immers de man die vervuld is van antieke schoonheid en de traditie ervan in onze tijd wil voortzetten.
Het tentoonstellingspaviljoen is nog niet verder dan een ideeënschets: twee symmetrische vleugels met tentoonstellingsruimten, opslagplaatsen, kantoren, ateliers, begrenzen een binnenhof met een openschuivend dak en aan weerskanten openschuivende wanden.
In het tentoonstellingspaviljoen kan men Kahn direct herkennen, maar toch niet zo evident als in het congresgebouw, dat duidelijke reminiscenties oproept aan F.L. Wrights handelscentrum te Marin County, Californië. Het congresgebouw is opgevat als een enorme brug van meer dan 100 meter overspanning. Ze wordt opgehangen aan twee zware pijlers. In die pijlers is
de verticale circulatie voorzien. Op de persconferentie gaf Kahn een vrij doorzichtige uitleg voor zijn plan. Hij is uitgegaan van het idee van een rond theater. Kahn wilde een rond theater bouwen! Dat is het enige wat hier van belang is. Maar een rond theater scheen niet te kunnen in de landschappelijke situatie, waarvoor Kahn heel gevoelig is. Zijn architectuur is immers een monumentale architectuur die in de eerste plaats naar buiten werkt. Om zijn rond theater aan de situatie aan te passen heeft hij eenvoudigweg twee stukken van zijn cirkel afgesneden, zodat zijn gebouw paste in het perspectief van de laan waarbij het zou aansluiten. Daardoor verkreeg hij een rechthoekig volume, waarin het middenste fragment van het ronde theater bewaard bleef. Rond het open middenvlak stijgen de toeschouwers-(toehoorders!)-tribunes aan twee kanten in een zachte helling naar omhoog. Rond deze zaal heeft Kahn dan een ‘hele menselijke stad’ binnen de strakke grenzen van zijn gebouw uitgewerkt, een verwijzing en herhaling op kleine schaal van de Venetiaanse binnenstad.
Het is echter duidelijk dat de architectuur van Kahn niet door een programma is bepaald, maar door een vormelijke visie. Hijzelf commentarieerde te Venetië: ‘Het was misschien omdat ik geen programma had, dat de zaken voor mij zo duidelijk waren’. Zulk een architectuurbenadering oefent tegenwoordig een grote aantrekkingskracht uit en dit is heel begrijpelijk. Het ziet er immers naar uit dat ze de enige uitweg biedt voor een tegelijk dynamisch, flexibel, én samenhangend, herkenbaar milieu. Nog erger dan bij een Le Corbusier of een Mies van der Rohe, dreigt bij een Louis Kahn het misverstand te ontstaan dat zij die vorm interpreteren als een gesloten stijl, een nieuw academisme, en niet als een handelbare, evoluerende, levende structuur □
Jonge Belgische schilderkunst.
K&C-agenda, 26 februari 1969.