K&C-agenda, 12 maart 1969.
De geschiedenis van de moderne architectuur is niets meer dan een stramien, een vrij abstracte en vaak eenzijdige ontwikkelingstendens, waarin bepaalde feiten en figuren meer als illustratie dan als uitgangspunt dienen. Daardoor komt het dat deze geschiedenis zo immuun is voor nieuwe feiten en ontdekkingen. Deze worden ofwel als onbelangrijk afgewezen of als een illustratie te meer toegevoegd. Zelden komt het zo ver dat het gegeven stramien zelf aan een onderzoek wordt onderworpen, herzien en eventueel gecorrigeerd.
Er bestaat nochtans gelegenheid toe. De tentoonstelling te Elsene over Antoine Pompe en de moderne architectuur in België illustreert dit eens te meer: aan de ene kant reveleert ze een zo goed als onbekende figuur, maar aan de andere kant plaatst ze die originele figuur zo goed en zo kwaad als het gaat in het gangbare schema. Op internationaal vlak gebeurt hetzelfde met de figuur van Rudolph Schindler, een naam die in de overzichten van de hedendaagse architectuur met een paar zinnen wordt afgedaan, in het algemeen met een vage verwijzing van zijn overeenkomsten met De Stijl in Nederland. Momenteel wordt door de Riba te Londen de belangrijke tentoonstelling getoond, die een paar jaar geleden voor het eerst te Los Angeles werd gemonteerd.
Schindler werd in 1887 te Wenen geboren en is in 1953 te Los Angeles overleden. Op de Academie te Wenen komt hij sterk onder de indruk van Otto Wagner en Adolf Loos en het is niet onwaarschijnlijk dat deze laatste hem naar Amerika heeft georiënteerd. Men weet dat Loos in de ‘functionele’ architectuur van de Verenigde Staten een uitweg zag voor de impasse waarin de Europese architectuur zich rond 1900 bevond. In 1913 emigreert Schindler en vestigt zich te Chicago. Van 1916 tot 1921 werkt hij bij F.L. Wright. Zijn carrière is dus tot op zekere hoogte te vergelijken met de overbekende van Neutra. Diens werk is verwant met dit van Schindler, maar een vergelijking ermee laat duidelijk de tegenstellingen uitkomen. Neutra's werk heeft succes gekend door zijn charme, zijn luxe, zijn gemaaktheid. Schindler raakte vergeten. Maar zijn werk imponeert door een zeldzame eerlijkheid en directheid, door een ongeëvenaarde kracht, door het tegendeel van mode. Neutra komt echter wel de verdienste toe Schindlers kwaliteiten te hebben herkend. Hij publiceerde diens eerste woningen in zijn boek Wie baut Amerika? (1926), terwijl Gropius het werk in zijn in 1925 gepubliceerde boek Internationale neue Architektur niet kent. Vóór 1925 had Schindler nochtans enkele van zijn merkwaardigste woningen gebouwd o.m. zijn eigen woning te Hollywood (1922) en een woning te La Jolla (1923).
Zijn belangrijkste werk echter bouwt hij in 1926: het Lovell Beach House en de Sachs-appartementen te Los Angeles. Hierin gebruikt hij de taal van de
internationale stijl, het zogenoemde functionalisme, met zoveel vrijheid en fantasie dat hij het een nieuw idioom wordt. Erg geschematiseerd zou men kunnen zeggen dat hij het Europese purisme uit het midden van de twintiger jaren verrijkt en doorbreekt met de organische architectuur à la Wright. Het resultaat is dat de ambigue grenzen van een ‘stijl’ worden opengegooid en dat hij tot een echt vrije houding ten overstaan van het hedendaagse bouwen komt.
De aantrekkingskracht van Schindler op de jongeren is dan ook groot. Hun bewondering voor Schindler steken H. Hollein (die hem nieuw ontdekte) en H. Hertzberger niet onder stoelen of banken. In het Lovell Beach House en in de Sachs-appartementen (een nog niet geëvenaard voorbeeld van terraswoningen) wordt de problematiek van de architectuur van vandaag op een zeldzaam juiste wijze gesitueerd. Daardoor en daardoor alleen onstaat de mogelijkheid een oplossing te vinden voor de eis van alle architectuur een adequate expressie te zijn van de realiteit van vandaag of zoals Banham het noemt een ‘well-tempered environment’ □
Jezus Rafael Soto.
K&C-agenda, 12 maart 1969.
Cremonini en Dewasne.
K&C-agenda, 19 maart 1969.
Museum Horta.
K&C-agenda, 19 maart 1969.
Van Art Nouveau tot Bauhaus.
K&C-agenda, 26 maart 1969.
Evolutie in het denken over kerkbouw.
TABK 6(1969).
De taal van de utopie.
Vlaanderen 104(1969).