Gezangen mijner jeugd


auteur: Jacobus Bellamy


editeur: P.J. Buijnsters


bron: Jacobus Bellamy, Gezangen mijner jeugd. (ed. P.J. Buijnsters). W.J. Thieme & Cie, Zutphen z.j.  


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet

[p. 80]

Bijlage III

Lijst van varianten

Deze opgave geeft geen rekenschap van de - hoofdzakelijk de spelling betreffende - verschillen tussen eerste en tweede druk van Gezangen Mijner Jeugd, aangezien deze laatste editie buiten verantwoordelijkheid van Bellamy is verschenen. Opgenomen zijn daarom alleen afwijkende lezingen van de handschriften in vergelijking met de eerste druk. Voor nr. 15 en 21 baseer ik me daarbij op Aleida Nijland die deze handschriften nog heeft gezien. De andere zes daarentegen waren tot dusver onbekend en berusten thans in de Provinciale Bibliotheek van Zeeland te Middelburg. Het zijn losse, aan weerszijden beschreven blaadjes, formaat 16 × 20 cm. Daar het archief van het Zeeuwsch Genootschap, waartoe zij vermoedelijk behoord hebben, bij de oorlogshandelingen van 1940 voor een deel vernietigd is, valt het moeilijk na te gaan, wanneer deze stukken in de Bellamy-verzameling zijn terecht gekomen.

 

nr. 5
Geen hoofdletter aan het begin van de regel; evenmin in de andere handschriften.

1teerste
7kleine
9bewustheid
11hart gefoolt door ongerustheid
13Liefde tuk
14, zich zelf, te ontveinzen tragt.
15in 't lijên,
17smeken
18schat
19maar om steken
20vrezen

 

nr. 6
Een versregel van het handschrift komt overeen met twee regels van de gedrukte tekst.

4, bij mij, in de struiken niet.
11doch deed al mijn snaren springen. -
12Jongen! riep ik, geef 't mij weêr!
13maar hij zei, ik zal 't herstellen:
14goed;
18aard;
22sprak hij. 'k
24kragt nog zwier
25is dat
29straks zal zij
38teên,
39snaren, welk
42iets, mij, onbegrijpelijks in; (ondertekening:) Bellami

 

nr. 13
titel: ad puellam m. [eam]

4Liefde
6geven
9stel,
10spelen;
16wangen.
17ach! Fillis,
20uw' lezen!

 

nr. 15

2nog klopt mijn angstig hart
3dan
4vreugd?
6zichzelf
7neen:
10Nachtegaal,
11hij zong - maar, welk een droevig lied
12treurgezang!
13wilt
14vergeet?...
17neen:
19ziel,
20Beeld!
21treft
22al te teder
23eêr
24vernietigt

[p. 81]

nr. 21

1‘Fransje’ zegt gij liefste meisje,
2‘zulk een naam bevalt mij niet’,
3maar
4anders gaarne
5Kaatje, Keetje, Mietje, Jansje,
6namen
7mijn meisje,
8zoet?
9noemen?
10Engel? Ja!
11ongeveinsd en
12Gij
13maar, de naam moet meer beteeknen,
14'k noem u liefst dan Hartvriendin!
15doch, die naam geeft nog geen denkbeeld
16van mijne onverwrikbre min.
17Liefste, waardste, lust mijns Levens
18Neen! dat drukt het ook niet uit.
19zagt!
20die
21mijn leven
22Ja: want ware ik van u af;
24in het eeuwig zwijgend graf.
25mijn leven heeten!
26maar - zoo noem ik u alleen
27neen! die lieve naam, mijn meisje!
28blijve slechts aan ons gemeen,
29andren moeten Fransje zeggen
30dat staat voor een ieder vrij,
31maar - mijn leven ... o, mijn leven!
32dat zijt Gij alleen voor mij!

 

nr. 22 (zie afbeelding)

4kraamvertrek,
5overluid;
8staat tussen ( )
9,aan mijn Moeders kroon,
11dunkt,
12bereids een trek
13-14de tekst luidde eerst: ‘men zegt, als had ik 't laatste woord/ der Liefde, met verstand gehoord,’ maar Bellamy heeft dit naderhand doorgestreept.
21kind! gij zijt,
22komst,
26meisjes - zie! daar
27ja jongen! word
28speelgenoot;
29bevalligheên
30leên
33,,kom,
34dan in
 Tussen vs. 34 en 35 staan nog deze twee regels die een reminiscentie bevatten van Anakreons gedicht op een duifje (nr. 15, slotregels) en mogelijk daarom later zijn geschrapt: ‘vaartwel! 'k moet gaan, het wordt al laat!/ 'k heb reeds te lang mijn tijd verpraat!’
35voord. -
36de Bengel hield, aan mij, zijn woord:
41hoorden, hoe de Nagtegaal
43wicht,
44leeren,
45verheft, -
47lier
50hoe men (boven men staat hij geschreven)

[p. 82]

51 maar -
52 toen mij de Liefde Fillis schonk, (met als erboven geschreven variant: toen hij mij schoone Fillis schonk,)

De rest van het gedicht luidt in het handschrift als volgt:

 
verhefte ik, op een' blijden trant,
 
de zagtheid van den ted'ren band,
 
die, door de hand der Min gewrogt,
 
mij, naar mijn Fillis hart, verknogt.
 
nu zing, nu speel ik anders niet
 
dan 't zoet, 't geen mij die Liefde biedt.
 
en zijn eens, door den ouderdom,
 
mijn vlugge vingers stram en krom
 
tog echter zal mijn jongste toon
 
tot glorie zijn van Venus Zoon!

Onderaan staan in het handschrift reeds twee regelparen die later in de gedrukte tekst een plaats kregen, namelijk:

 
kreeg steeds mijn tedre poezij
 
een aangenaamer melodij.

en

 
mijn lied, schoon kragt en jeugd verdwijn
 
zal immer van de Liefde zijn!

 

nr. 27
titel: Aan Filis

10bevend
11armen.
17hechten
18klevend
20'k geloof dat
22lippen,
25lippen,
27o harten -
28elkaar ontmoetten!... (ondertekening:) Bellami

 

nr. 28
geen titel

1mijn waarde
4steund
7zoete Fillis
8kusjes
14mingeluk,
15maar - veel zoeter zijn de kusjes,
18zoet;
19't is om
20slegts, door kusjes, spreken doet
21kusschen
25maar, wanneer mijn mond, o Fillis,
27voel ik dat
28geeft.
29meisje!
30gaan? -
32bied (ondertekening:) Bellami