Te Winkel, de zelden te hoog geprezen inventarisator van de Nederlandse letterkunde, laat het zesde tijdvak van zijn Geschiedenis der Nederlandsche letterkunde onder het hoofdje Romantiek en realisme aanvangen in 1830.1 Knuvelder wil in zijn Handboek de Doorbraak van de tweede fase der romantiek vijf jaar eerder laten beginnen, maar ook hij ziet de Nederlandse romantiek toch pas daad-werkelijk gestalte krijgen in de historische romans van Van Lennep.2 Er is dus alle reden om het tijdvak 1830-1840 zeer nauwkeurig te bestuderen. Hoe is het in die periode de term romantisch vergaan? Zet de signalering van een nieuwe romantische school in Frankrijk door en welke houding pleegt men daartegenover aan te nemen? Blijft de term in literairhistorische zin ook nu nog vrijwel uitsluitend gebruikt ter karakterisering van stromingen in het buitenland of merkt men nu ook dezelfde tendenties op in het eigen land? Handhaaft men het ‘Van Kampen’-standpunt, dat slechts een vermenging van klassische en romantische elementen bevorderlijk is voor de eigen letterkunde, of laat men dit standpunt nu varen? Ontstaat er zoiets als een Nederlands debat over de romantiek? Worden bepaalde auteurs expliciet romantisch genoemd en/of afficheren ze zichzelf als zodanig? Het zijn vragen, waarop in dit gedeelte van mijn onderzoek een antwoord gegeven dient te worden.
Vooraf wil ik mij bij de lezer verontschuldigen voor het overstelpend materiaal, vaak in uitvoerige citaten verpakt, dat hem in dit hoofdstuk wordt voorgeschoteld. Wil men enig zicht krijgen op de Nederlandse reflectie over de term romantisch en de romantiek in deze kernperiode, dan is een zo uitputtend verslag noodzakelijk. Ik hoop echter in een samenvatting de vele en veelsoortige uitspraken enigszins overzichtelijk te ordenen. Ik heb mij trouwens al in zekere zin beperkt door mijn aandacht te concentreren op de literairhistorische betekenisaspecten van de term romantisch en de niet-literairhistorische slechts op te nemen, wanneer zij voor het totaalbeeld verhelderend waren. Dit beeld wordt in een aantal gevallen ook scherper omlijnd door citaten waarin de term romantisch zelf niét wordt gebezigd, maar waarmee, gezien de gehele context, wel op de romantische stroming wordt gedoeld. Ik heb gemeend de in dit opzicht meest significante uitspraken uit deze periode ook op te moeten nemen.
Ook nu begin ik weer met de tijdschriften, om vervolgens de verhandelingen en de literatuurgeschiedenissen aan de orde te stellen.
| 1831 | De Heer victor hugo, het hoofd der Romantische dichtschool in Frankrijk, is ook niet zonder roem wegens zijne prozaschriften bekend.3 | antiklassicistisch |
| 1831 | Verscheidenheid behaagt. Sommigen zijn meer ingenomen met de dichtschool van feith, anderen met die van bilderdijk, anderen weder met die van tollens. Maar het is in de Dicht- als in de Schilderkunst. De ware schoonheid is niet gebonden aan stijl of manier: zij leeft en ademt in alle vormen. Kracht en verhevenheid, vuur en geestdrift, rijkdom en gloed kenmerken veelal de school van bilderdijk, en in deze school is de Heer van der hoop door de Zanggodinnen zelve gekweekt. [...] Hetgeen van der hoop in de dichtschool, waartoe hij behoort, weder bijzonder kenschetst, is, dat hij blijkbaar de Romantische Poëzïj, meer dan de Classische, beoefent.4 | antiklassicistisch |
Opvallend aan dit citaat is, dat men Van der Hoop niet wil beschouwen als representant van een vierde of romantische school. Kennelijk acht men zijn schatplichtigheid aan Bilderdijk zo groot, dat men zijn romantische gerichtheid subordineert aan deze gebondenheid. Enkele jaren eerder had men in het tijdschrift Apollo (1828, p. 57) bij een bespreking van de Gedichten van Van Lennep dezelfde drie scholen onderscheiden. In beide gevallen wordt de aanleiding tot een dergelijk summier overzicht gevormd door dichters die vanwege hun modernistische tendenties niet zo gemakkelijk te inventariseren zijn. Nog in 1837 kan men in De gids (Boekbeoordeelingen, p. 202) de volgende verwante opmerking lezen:
| Drie zeer onderscheiden vernuften heerschten gedurende het eerste vierde dezer eeuw over het onder hen verdeelde gebied van den Nederlandschen Zangberg - feith, tollens en bilderdijk waren die Koningen in het rijk der Goddelijke kunst. | ||
| 1831 | De hoofdpersonen, wier geschiedenis hier in den romantischen trant wordt behandeld, zijn eigenlijk: [...].5 | in romanvorm? dichterlijk? |
| 1831 | De Venetiaan; een historisch-romantisch tafereel, [...].6 | verdicht, opgesierd |
Reeds in de voorgaande periode kwamen we in de titel van romans de combinatie historisch-romantisch of geschiedkundig-romantisch tegen. In de periode 1830-1840 breekt in Nederland een onafzienbare stroom van oorspronkelijke en vertaalde Scott-navolgingen los, die zeer frequent in titel of ondertitel deze combinatie voeren. In dezelfde periode waarin de literairhistorische betekenis van de term romantisch zijn grootste verbreiding ondergaat, krijgt de niet-literairhistorische in deze combinatie met historisch dus een nieuwe impuls. Het is merkwaardig, dat deze simultane uitbarsting door tijdgenoten eigenlijk nooit als hinderlijk of verwarrend werd ervaren.7
| 1831 | [...] en heeft zoo onder andere te voorschijn doen treden een Romantisch Heldendicht van ernst schulze: die bezanberte Rose betiteld, [...].8 | verdicht, wonderbaarlijk, fantasierijk? |
| 1831 | Voorts geeft hij [= Van der Hoop] ons de bronnen op, waaruit hij, opzigtelijk het ontleende, geput heeft; en onder deze bronnen ook bijzonder den wijduitgestrekten bloemhof der hedendaagsche Romantische poëzij. Aan hen, die geen vreemdelingen in deze laatste zijn, vertrouwt hij, zal het duidelijk blijken, in hoe ver hij zich in het overbrengen van eenige gedichten van de voorstanders en toongevers dier Poëzij, Lord byron, la martine, victor hugo en andere, aan het oorspronkelijke hield, of zijnen eigenen weg bewandelde. Schoon wij nu wel geen vreemdelingen zijn in dien wijduitgestrekten bloemhof, waarin (naar onze botanische kennis in dat vak te oordeelen) ook wel eens distelen, doornstruiken, ja giftige planten ontdekt worden, en ons de voorname bloemisten in die lustperken niet onbekend zijn; willen wij echter gaarne bekennen, dat wij er ons zoo gemeen-zaam niet mede gemaakt hebben als noodig is, om, zonder die kunstgewrochten daartoe opzettelijk na te slaan, te beslissen over hetgeen bij eene naauwkeurige schifting, aan dezen, of aan den Heer v.d.h. toegescheiden zou behooren te worden.9 | antiklassicistisch |
| 1831 | Ossians melancholische Dichttrant, vooral wanneer deze, dus bewerkt [= als bij Van der Hoop in zijn Proeven van Noordsche poëzij], voorgesteld wordt, bewijst ons, dat de thans meer en meer in zwang komende poëzij, niet zoo nieuw is als victor hugo en meer andere toongevers in dat vak zich dit verbeelden. Het somber wonderbare, dat het gevoel voor het schoone in de heldhaftige kindschheid der menschen aanhangt, is niets anders; en openbaart zich zoo wel in de spook-vertellingen der bakers en kindermeiden van onze groot-ouders, als in shakespear, schiller, ossian en homerus met dit verschil alleen, dat het bij de laatste, veredeld en tot dichterlijk kunstgevoel opgetrokken is, bij de eerste slechts natuurlijke opwellingen zijn van eene nog ongeoefende verbeeldingskracht. Maar hetgeen ons in beide aantrekt is hetzelfde, namelijk het wonderbare, tot de bewerking waarvan v.d.h. eenen meer dan gewonen takt bezit. Van daar dan ook dat onze Dichter bijzonder slaagt in het wilde, naargeestige, op het gevoel en de verbeelding krachtig werkende van dien |
| dichttrant, welken men nu eenmaal overeen gekomen is den Romantischen te noemen.10 | antiklassicistisch |
Een bladzijde verder expliciteert de recensent deze dichttrant nog als degene ‘waar het minder op de gedachten zelven, dan op de wijze, waarop zij uitgedrukt worden, aankomt’.11
| 1831 | Huisselijke tafereelen, tot grondslag hebbende een of ander beroemd persoon of merkwaardige gebeurtenis, uit de Geschiedenis ontleend, en in een min of meer Romantisch gewaad gestoken, doch zich het naast aan de waarheid houdende, [...].12 | verdicht, dichterlijk |
| 1831 | De Heer de chateaubriand, [...] heeft vooral in het laatste opzigt [= als schrijver] eenen gevestigden roem verworven, en, hoezeer het niet missen kon, of bij den vurigen Franschman moest zijn dichterlijke, dikwijls wat te veel zwellende en met beelden en bloemrijke uitdrukkingen overladen stijl hem een aantal aanhangers verwerven, daar over het algemeen bij dezen de Romantische school meer dan de klassieke letterkunde begunstiging vindt; zoo heeft zijne schrijfwijze ook dat eigenaardige, wegslepende en het gevoel geheel en al over-meesterende, dat zijne arbeid ook overal elders, waar die wordt overgebragt, door eene zekere soort van lezers met geestdrift ontvangen en toegejuicht zal worden.13 | antiklassicistisch |
| 1831 | Hunne [= Nederlandse] letterkunde staat in het midden tusschen de Fransche klassieke, - en de Engelsche en Duitsche romantische manier, doch veel nader bij de eerste:14 | antiklassicistisch |
| 1832 | Zijn werk [= Jules Janins Barnave] ontsteelt u de uren; het is schilderachtig, dramatisch, bij wijlen klassiek, meest Romantisch.15 | antiklassicistisch |
| 1832 | [...] een ijsselijk tafereel uit tacitus genomen, maar met romantische verschrikkelijkheden omzet.16 | fictief en overdreven? |
| 1832 | Aan den dichter, die napoleon épisch romantisch bezingen wil, raden wij barthelemy en mery, als modellen aan; de dramatist kieze den éénigen shakespeare;17 | in antiklassicistische vorm? |
| 1832 | Eene vergelijking tevens met het engelsche, spaansche en fransche tooneel zou daarbij allezins te pas komen; een en ander in betrekking gebragt tot het grieksche tooneel in het algemeen, opdat men kunne bepalen met welk dier dichtwerken, de tooneelvoortbrengselen van vondel de meeste overeenkomst hebben. Zoodanig onderzoek zoude, verbeeld ik mij, als van zelven, tot de overtuiging voeren dat vondel, even zoo zeer als zijn tijdgenoot shakespear, tot het romantische meer dan tot het zoogenaamde klassische tooneel overhelt. Natuurlijk ware dan ook de gevolgtrekking, dat men vondels tooneelarbeid geheel verkeerd beoordeelt, wanneer men daarop wil toepassen de kunstregelen, welke, vooral bij de Franschen, nopens het wezen en den vorm van het Grieksche treurspel zijn opgevat. Integendeel zou, geloof ik, eene dusdanige uitkomst, de eer van vondel in allen deele vrijpleiten van de hem aangewrevene smet, als hadde hij in zijne tooneelgewrochten zich aan eene verkeerd begrepene opvatting van wezen en vorm schuldig gemaakt, - ja, den valschen smaak gehuldigd. De romantische beginselen zouden dan over zijne verdiensten beslissen; en welligt zoude zijne verhevene grootheid op eene zegepralende wijze ten toon gespreid worden, even als zulks, tot roem onzer eeuw, reeds algemeen het geval is, ten aanzien van calderone de la barca en shakespear, waar omtrent [...] niemand meer zal twijfelen, of hunne stukken zijn geheel in den echt romantischen geest, en moeten dien overeenkomstig beoordeeld worden.18 | antiklassicistische antiklassicistisch antiklassicistisch |
| 1832 | De Kynast, naar het Hoogduitsch van körner door c.g. withuys; kunstig van versbouw, maar al te somber romantisch, te woelig op het gebied onzer Letterkunde [...]. Pygmalion, een romantische Droom, door j. kinker; meer klassisch dan romantisch; wijsbegeerte in het kleed der Gratiën.19 | wonderbaarlijk? antiklassicistisch? fictief, dichterlijk antiklassicistisch |
| 1832 | [...] ver te schatten boven het ledig nederzitten tot het lezen van Romans, die de verbeelding verwilderen, en het hoofd vervullen met romaneske beelden, [...].20 | onwaarschijnlijk |
Ook in de periode 1830-1840 verschijnt nog regelmatig de vorm romanesk. Ik geef slechts dit éne voorbeeld; de betekenis is onveranderlijk weer te geven met onwaarschijnlijk, overdreven.
| 1832 | De Heer van lennep heeft zoo veel talent. Waarom bepaalt hij zich, in zijnen tooneelarbeid, tot stukjes van voorbijgaande waarde? Waarom levert hij ons niet een Blijspel in den smaak |
| van molière, een Tooneelstuk in dien van kotzebue, een Treur- of een Historiespel, het zij in den Klassischen, het zij in den Romantischen smaak? Hij zal zelf wel weten, welke soort en welke manier hem het beste van de hand gaan;21 | antiklassicistisch | |
| 1832 | Het is niet te verwonderen, dat vele Romantische voortbrengselen van onzen tijd ingeweven zijn in de staatkundige gebeurtenissen, die wij beleefd hebben, en die zich daartoe in groote menigte aanbieden.22 | in romanvorm? dichterlijk? |
| 1832 | Hugo en Elvire, romantiesch treurspel.23 | wonderbaarlijk, in de stijl van het Duitse noodlotsdrama, antiklassicistisch |
| 1832 | [...] doch toen verscheen onder den naam van waverley zijn eerste Roman, en van toen af heeft hij zich, bijna bij uitsluiting, aan het Romantische vak gewijd, [...].24 | van de roman |
| 1832 | Zij [= twee schilderijen van A.J. Lamme] hangen nu daar, als eene waarschuwing voor allen, waartoe men vervallen kan, als men eene verkeerde manier in de schilderkunst volgt, en wat de zoogenaamde Romantische schilderwijze wordt, als zij tot een zoo wild uiterste wordt gedreven. Hier is noch teekening, noch uitdrukking, noch waar koloriet te ontmoeten, alles is een woest en bont mengelmoes van kleuren en figuren, zonder eenige tact van schildering, zonder wijking en tusschenlucht. Het Romantische tafereel (No. 68) is nog veel minder dan eene ruwe schets, waarop de figuren meer gekliekt dan geschilderd schijnen. Wij zouden den Heer Lamme welmeenend aanraden, om liever nog eenigen tijd vlijtig naar het naakt en gekleed model en goede Schilderijen, (niet uitsluitend naar Rembrandt), te studeren, alvorens hij in het vervolg weder iets ten toon stelde.25 | zich niet aan de klassieke regels bindend? antiklassicistisch? zich niet aan de klassieke regels bindend? antiklassicistisch? |
Dit citaat - en er zullen er in de loop van mijn overzicht nog een aantal volgen - komt voor in een kritische bespreking van een schilderijententoonstelling. Uitvoerig bronnenonderzoek naar de opkomst, verbreiding en betekenis van de term romantisch binnen de Nederlandse schilderkunst moet helaas nog verricht worden. Voor zover ik dit beoordelen kan, vormt bovenstaand citaat één van de eerste voorbeelden van de toepassing van de term romantisch op de schilderkunst in Nederland. Beter dan dit bij het vaak vrij vage gebruik van de term met betrekking tot de letterkunde gebeurt, worden in deze passage formele afwijkingen van het klassieke schilderkunstideaal aan de kaak gesteld. In hun afwijzing van nieuwe vormprocédés, die onder de term romantisch gevangen worden, vertonen schilderkunst en literatuur een opvallende over-eenkomst.26
| 1832 | Wij vonden echter in zijne Schilderij eene overhelling tot den hierboven reeds aangeduiden Romantischen stijl, waardoor hij ligt zoude gevaar loopen, om de natuur te veel uit het oog te verliezen en in eene wel gemakkelijke doch gemanierde Schilderwijze te vervallen;27 | die zich niet aan de klassieke regels bindt? antiklassicistisch? |
| 1832 | Op het tooneel? doch, wanneer zal men daar de meester-stukken dier poëten opvoeren, aan welke de roem van ware kunst meer ter harte gaat, dan de toejuiching des oogenbliks? Misschien thans minder dan ooit, sedert men den eersten schouwburg des Rijks tot eene rarekiekkas verlaagd heeft: - sedert mannen van verdiensten zich hebben laten cijnsbaar maken, om de gedrogtelijke romantieke school aldus ook hier over te planten. Laat ons hopen, dat zulks eene voorbijgaande gril geweest zij, en dat men zal leeren inzien, dat, bij dergelijke vertooningen, den machinist en schilder meer dan den dichter en tooneelspeler de eer van den bijval des publieks toekomt.28 | Frans antiklassicistisch |
De variant romantiek in plaats van romantisch bewijst, dat men hier doelt op het eigentijdse Franse toneel. Romantiek is immers een vernederlandsing van het Franse romantique. We zullen deze vorm in de periode 1830-1840 nog herhaaldelijk tegenkomen.
| 1832 | Er heerscht namelijk, door het geheele verhaal, maar vooral in den aanvang, in het karakter van hermingard een zeker voorgevoel (Ahnung), dat wij onder de groote gebreken der nieuwe, vooral der Duitsche Romantische School rekenen.29 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1833 | Maar wie is nu de Harpspeler; deze speelt eene der minste rollen in het tafereel, hij is de pleegvader van maria. Het is in den smaak der Romantische school, om het tafereel eenen naam te geven naar een' der figuranten.30 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1833 | Blijkens de voorrede is de schrijver een Hollander, die ontzettend veel op heeft met de nieuwe fransche romantische school, en wiens model Victor Hugo is, terwijl dezelfde geestdrift voor Byron en Daru hem bezielt.31 | antiklassicistisch |
| 1833 | [...], wanneer hij zal zijn genezen van de sentimentaliteit, welke hem thans voor alle poëzij, zoowel romantische als classische, onvatbaar maakt. Een dweeper kan nooit dichter zijn. De poëtische enthusiasmus van Tasso, Shakespeare, Schiller, Byron en Victor Hugo moge, zoo als de Engelschen het heeten, somwijlen wat al te excentrique worden, zij ontaardt nooit in volslagen wartaal of onzin, [...].32 | antiklassicistisch |
| 1833 | Bij de beoordeeling van een kunstvoortbrengsel weegt ook in de schaal tot welke school de vervaardiger behoort; men vraagt bij een Hollandsch schilderstuk naar de onvoorwaardelijke navolging der Natuur, terwijl in de Italiaansche meesterstukken meer poëzij ligt. Met de verhandelingen over de Dichtkunst van aristoteles, horatius, vida en boileau beschouwe men de klassieke werken der Ouden en hunne navolgers; maar shakespeare, schiller, göthe en byron vorderen eenen anderen toetsteen. Dat men zich tegen het genre in het algemeen verzet, dat men alleen ooren en oogen heeft voor het streng regelmatige, en zich met geene voorwerpen inlaat, van welke de auteur verklaart, dat hij eenen anderen weg inslaat, zullen wij niet laken; maar dat men, ter beoordeling van de détails der voortbrengselen van de Romantische school, eenen klassieken maatstaf neemt, houden wij voor onbillijk. De waarheid is het eerste vereischte van den geschiedschrijver; een streng onderzoek gaat zijne beschouwing vooruit, en hij moet den toets doorstaan, zoo in het geheel als in ieder deel zijner behandeling, van geen haarbreedte afgeweken te zijn van de waarheid, en hij moet van elke daadzaak gegronde redenen kunnen geven, met aanwijzing der onwraakbare getuigen en der zuivere bronnen, waaruit hij zijn verhaal geput heeft. Maar die strenge geschiedkundige waarheid vergt men immers van den Dichter niet, en het aantal der klassieke Dichters, welke zich deswegens groote vrijheid veroorloofd hebben, is van virgilius tot vondel, en van vondel tot op onze dagen aanmerkelijk, ja, de Romantische school stoft er bijwijlen op, dat zij in derzelver voortbrengselen de historische waarheid beter huldigt.33 |
antiklassicistisch antiklassicistisch |
| 1833 | In vele opzigten onderscheidt zich deze oorspronkelijk Nederlandsche Roman [= Hermingard van de Eikenterpen], die met dit ééne deel voltallig en met een fraai titelvignet versierd is, boven vele andere schriften van romantischen inhoud.34 | fictief, in het genre van de roman |
| 1833 | De Heer van der hoop stelle zich vooral de nieuwere Fransche en Engelsche Dichters niet als modellen van hetgeen edel en schoon is voor. Wij vreezen, dat hij daartoe maar al te veel neiging heeft! Men behoeft wel niet, met bilderdijk, het werk van byron, bij voorbeeld, tot louteren onzin te verlagen; doch men wachte zich evenzeer, om het wilde en ordelooze, dat alleen om der nieuwigheidswille eene vlugtige bewondering wint, zich ten voorbeeld te kiezen. Daarenboven |
| zijn wij, Hollanders, minder geschikt, om de halsbrekende luchtsprongen van vreemden na te doen. Koorddansers en paardrijders komen meestal van elders. Liever bevelen wij den Heer van der hoop, om zeer vele redenen, de gezette lezing en overpeinzingen van vondel's te weinig behartigde Aenleiding tot de Nederduitsche Dichtkunst met allen nadruk aan.35 | ||
| 1833 | Veel is er getwist over de vereischten van het Heldendicht, even als over die van het Treurspel. Het Treurspel verdeelt bilderdijk in het eigenlijke of Classische Treurspel, het Mysteriespel, en het Historiespel, welk laatste niet anders is dan het Romantische Treurspel der Engelschen, Duitschers, en Franschen van de nieuwe school. Waarom, daar men toch aan dichtwerken, als de Fingal en de Temora van ossiaan, de Geuzen door o.z. van haren, de Abrahma van hoogvliet, enz. eenen naam moet geven, zou men den Fingal, de Temora en de Geuzen geene Romantische Heldendichten, Abraham en soortgelijke eenvoudig Levensbeschrijvingen in dichtmaat mogen noemen, en alle deze soorten onder de klasse van het Heldendicht begrijpen? [...] Maar de Temora in acht Zangen, die ééne hoofddaad ten onderwerp hebben, den laatsten krijgstogt van Fingal tot herstelling zijner Familie op den Troon van Temora - dat dichtwerk mag wel een Heldendicht heeten, en is dat dan van de zoogenaamde Romantische soort, dewijl daartoe gemakshalve gebragt wordt al wat niet doorgaans aan de Grieksche of Classische kunstregelen beantwoordt.36 | antiklassicistisch antiklassicistisch antiklassicistisch |
| 1833 | [...] en de kritiek, [...], mag en moet gestrenger zijn bij eenen man, die bij ons, maar met oneindig meer waardigheid, smaak en beginselen, dan een victor hugo, de romantische school vertegenwoordigt. Hij [= Van Lennep] mag naar de zeldzame eer streven, eenmaal onze walter scott te worden.37 | antiklassicistisch |
| 1833 | Dergelijke te sterk gekleurde tafereelen duiden wederom de zucht tot navolging - en wel hier van een' jules janin, een' victor hugo, een' casimir delavigne en andere meesters der nieuwere Fransche school - kennelijk aan;38 | |
| 1833 | Wij willen ons verslag niet eindigen, zonder bij deze gelegenheid de opmerking te maken, dat er sedert eenigen tijd een poëtische revolutiegeest bij ons schijnt te willen ontstaan. Dank zij den Hemel, dat het slechts een poëtische is! Hij draagt de kenmerken van elken anderen revolutiegeest, namelijk, dat hij meestal in jongere menschen opflikkert en uit den vreemde is aangeblazen, zoodat de poëtische opstandelingen evenzeer navolgers van anderen zijn als hunne politieke verwanten. De Heer van der hoop schijnt ons toe, tot hen te behooren, en zelfs wel zich eenigzins aan hun hoofd te willen |
| plaatsen. Hij heeft daar ongelijk aan; vooreerst, omdat zijn voorbeeld bij ons, die zoo weinig revolutiegezind zijn, nooit diepe wortelen zal schieten, en ten andere, omdat hij er de achting meê waagt, die hem zijn gunstige aanleg, mits goed geleid en gewijzigd, zou kunnen aanbrengen.39 | ||
| 1833 | Eenheid van onderwerp moet men er [= in Van der Hoops Willem Tell] niet in zoeken, zoo als zijn Ed. zich in de aanteekeningen uitdrukt, want een heldendicht konde noch wilde hij schrijven, maar zijn doel was alleen eene herinnering van vorige tijden, vreemd aan die, welke wij thans beleven, en eene schilderij van natuurschoonheden, welke ons Vaderland niet aanbiedt. - Nu over den vorm zullen wij niet twisten; wij willen ons niet rangschikken onder die klassiekers, die niets goedkeuren, wat niet angstvallig is afgemeten naar de voorschriften van horatius, despréaux en hunne, dikwijls beuzelachtige navolgers; zoo men ons slechts wil vergunnen de eeuwige wetten van het schoone en van den goeden smaak te blijven huldigen, en met al ons vermogen te waken tegen de uitspattingen van vele hedendaagsche geesten, vooral bij onze Fransche naburen, die op hunnen vreemden ongebaanden weg, welke alleen waaghalzen en brekebeenen bekoren kan, het graf van alle kunst delven.40 | |
| 1833 | [...] en hoezeer er ook gevonden mogen worden, die de Geschiedkundige Romans, of Romantische Geschiedtafereelen, als misgeboorten veroordeelen, en eenen letterarbeid gispen, waarin, volgens zijne bepaalde strekking, waarheid en verdichting hand aan hand gaan, volgaarne zal men voorzeker zijn zegel hechten aan de hier [= Hermingard van de Eikenterpen] geuitte meening des Schrijvers:41 | verdicht |
| 1833 | Oorspronkelijke Romantische lektuur te leveren begint hoe langer hoe meerder het streven van geachte Letterkundigen te worden.42 | in romanvorm |
| 1833 | Onder de Landschappen waren zeer goede en eenige uitstekende Tafereelen, doch wij misten met leedwezen het werk van een onzer verdienstelijkste Meesters in dit vak [...]. Wij zagen tevens, dat in dit vak, dat zoo geheel op eene getrouwe studie der natuur moest rusten, sommige Kunstenaars meer en meer van dien gulden weg, dien onze oude Meesters met zooveel roem bewandeld hebben, beginnen af te wijken, tot nadeel van hunne voortbrengselen en van de Kunst in het algemeen. Dat was voornamelijk te zien in de Schilderijen van een' jong en zeer veel belovend Kunstenaar, die hoe langer |
| hoe meer tot den verkeerden Romantischen smaak begint over te hellen, en, door den modegeest des tijds meegesleept, liever een gemakkelijk effect zonder waarheid en natuurlijkheid, dan eene krachtige en levendige uitdrukking der voorwerpen schijnt te bedoelen.43 | zich niet aan de klassieke regels bindend? antiklassicistisch? | |
| 1833 | Doch er was er één onder, die in den hedendaagschen Romantischen smaak geschilderd was, maar ons zwaarmoedig en valsch van toon voorkwam, zonder eenige dunheid en natuurlijkheid in de uitvoering, dat echter de voornaamste verdiensten van zoodanige voorstellingen uitmaakt.44 | niet volgens de klassieke regels? antiklassicistisch? |
| 1833 | Het zoude echter voor de Kunst in het algemeen, en voor de talenten van sommige jeugdige Schilders te bejammeren zijn, indien zij op den verkeerden weg, dien zij schijnen te willen inslaan, voortgingen. Deze is niet anders dan eene modemanier, die geen' stand zal houden, maar even als die van Boucher en Charles van Loo verdwijnen; men zal van de zoogenoemde Romantische Schilderwijze even zoo verzadigd zijn, als van deze; schoone voorstellingen, natuurlijk uitgedrukt, en met eene verstandige uitvoerigheid behandeld, zullen in de Kunst alleen eene blijvende waarde behouden.45 | niet volgens de klassieke regels? antiklassicistisch? |
| 1833 | Over het geheel kan ieder Roman uit twee oogpunten behandeld worden. Uit het eene, onderwerpt de Romanschrijver de personen, die hij gekozen heeft aan de omstandigheden; hij stelt eene geheele reeks toevallige gebeurtenissen daar, en onderwerpt de werkzaamheid zijner karakters aan deze toevalligheden; de intrigues worden daardoor uiterst ingewikkeld, de ontknoopingen verrassend, de belangstelling in de gebeurtenis bij den lezer over het geheel grooter dan de belangstelling in den held: zulk eene wijze van voorstelling is gegrond op de meer zinnelijke beschouwing der natuur en maatschappij, als van eene aaneengeschakelde reeks van kleine |
| oorzaken en gevolgen, die in toevallige verbindtenissen zamenloopen. Deze trant, die den Franschen, en over het geheel der Romantieke school, meest eigen is, geeft aan den Roman eene oneindige actie, aan de voorstellingen levendigheid en belangrijkheid, en vormt het geheel tot een bont tooneel van gevoel en avontuurlijkheid.46 | eigentijds antiklassicistisch | |
| 1833 | Het is buiten twijfel, dat de eeuw der wijsgeerige Dichtkunst voorbij is. De klassieke eenvoudigheid, is door sublime bizarrerie; het ongekunstelde, door weelderigheid; het streng vormelijke, door eene vermenging van alle mogelijke vormen vervangen, - waarin geen andere éénheid bestaat, dan die der verscheidenheid. Het effect is het hoofddoel geworden, en het is onverschillig uit welke bestanddeelen het vuurwerk zamengesteld is, wanneer het slechts schittert en gedruisch maakt. De verschillende wijzen, waarop deze strekking der hedendaagsche poëzij zich uit, zoude men misschien tot twee hoofdvormen kunnen terug brengen: de eerste zoude die zijn, welke door schitterende, gevoelige en bevallige tafereelen poogt te behagen, te streelen, te treffen; de andere, die, door eene opeenstapeling van afgrijsselijkheden, en afzigtelijke tafereelen van menschelijke boosheid, poogt te schokken, te verscheuren, te verpletten. Onder duizende maskers en wijzigingen, vinden wij deze twee hoofdsoorten overal terug, en zien dezelve, in den heirvoerder van het Romantische leger victor hugo, tot het schoonste en tevens bizarste geheel vereenigd. Wij gelooven, dat wij de Muze van den Heer van der hoop, gerustelijk als voorstanderesse van het bevallige en schitterende kunnen beschouwen, maar het kan ons bedroeven, dat zij den veelkleurigen tooi, welke haar soms zoo goed staat, op andere tijden zoo achteloos om de leden werpt, en met zoo weinig smaak ordent, dat de kakelbonte opschik, de heerlijke evenredigheden van die schoone gestalte, waarmee de natuur haar bedeeld had, geheel verduistert en bederft.47 |
eigentijds Frans antiklassicistisch |
| 1833 | Ligt dan wanorde en doelloos voorthollen, gelijk dezelve tot den geest der eeuw schijnen te behooren, ook in den aard der Romantische poëzij? vroegen wij: of zijn dezelve, even als bij de menschen, ook daar slechts het gevolg van verkeerd begrepene en verkeerd toegepaste grondstellingen? en wij aarzelden niet om de laatste vraag toestemmend te beantwoorden. De Romantische Muze is geene dochter der willekeur of der ongeregelde verbeelding, maar der bevalligheid en van het gevoel. Zij moge in nieuwe en weelderige vormen een taal spreken, welke meer aan de behoeften van ons menschen-geslacht geëvenredigd is, de grondtrekken van haar wezen moeten met die van haar oudere zuster overeenkomen. Al wat de onveranderlijke wetten van waarheid en orde miskent, | antiklassicistisch antiklassicistisch |
| onverschillig hoe het zich noeme, behoort tot de Piëriden, niet tot de Muzen.48 | ||
| 1834 | [...] en schoon wij met den Heer H.W. toestemmen, dat men Mejuffrouw van den bergh te prijzen hebbe, dat zij de nieuwe fransche, wij zeggen ultra romantique, bokkensprongen niet nagevolgd heeft, zoo blijft hare Muze eene fransche, [...].49 | extreem antiklassicistisch |
| 1834 | Om te begrijpen, wat de Heer wolff met de laatste uitdrukking bedoelt, moet men weten, dat hij een groot bewonderaar is van de tegenwoordige Fransche school, aan wier hoofd victor hugo geacht wordt te staan. Dezen noemt hij een jongen leeuw. Zeker! tegenhangers van Marion de Lorme en le Roi s'amuse hebben wij nog niet opgeleverd, maar de eenvoudige, praktische Hollander is er ook nog zoo stellig niet van overtuigd, dat hetgeen de tegenwoordige Fransche school uitstoot, den goeden smaak en de echte Litteratuur zal doen vooruitgaan:50 | |
| 1834 | De Tooneelpoëzij ligt geheel ter neder en bepaalt zich meest bij navolgingen en vertalingen. In de eerste wordt de stijve Fransche school als een voorbeeld, dat men op het naauwkeurigste moet in acht nemen, beschouwd, en de proeven van mannen van oordeel, om beide de soorten, het romantische en het klassische, met elkander te vereenigen, zijn zonder vrucht gebleven.51 | antiklassicistisch |
| 1834 | Hij is alles behalve krijgsman, maar wordt het ten laatste door eene echt romantische metamorphose.52 | zoals in romans gebruikelijk, dichterlijk? |
| 1834 | Dat de schrijf- en verhaaltrant van w. scott nog zeer lang op de regte waarde zal geschat worden, lijdt geen twijfel, volgens hetgeen over de Romantische werken van dezen ook onder ons beroemd geworden Schrijver gezegd wordt (bl. 49). | in het genre van de roman |
| Blijve de klassieke waarde zijner Romantische gewrochten gevestigd, maar binnen zekere grenzen, en verdringe zij niet zoo veel, hetwelk met niet minder regt klassiek genoemd wordt!53 | in roman-verhaalvorm, verdicht | |
| 1834 | Het invlechten van boertige, gemeenzame en vrolijke tooneelen moge in het klassische Treurspel, waar de eenheid over de verscheidenheid heerscht, verboden zijn; in de Opera is het behoefte: dáár heerscht de verscheidenheid over de eenheid. Het karakter der Opera is noodwendig romantisch;54 | antiklassicistisch |
| 1834 | Eenige situatiën alleen zijn wat overdreven. [... ] De bevrijding van Freule ulrica van den aanval des hofbeers door joan [...], [is] wat heel romantiek - en in het geheel komt het ijzingwekkende beter uit dan het teedere. Wij zijn daarom geene voorstanders van het sentimenteele, maar wij geven ook de voorkeur niet aan de schrik- en moordtooneelen, waarop de radclifes en hoffmans ons onthalen -55 | onwaarschijnlijk, overdreven, al te fantasierijk? te zeer volgens het patroon van een eigentijdse buitenlandse stroming? |
| 1834 | Eenvoudiger, minder romantisch, zoo als de wereld het belieft te noemen, meer overeenkomstig met de verschijnselen in het gemeene leven, zijn de verhalen, die ons ter lezing worden aangeboden;56 | onnatuurlijk, fantasierijk, dichterlijk |
| 1834 | [...] en moet het verdichtsel zoodanig in het wezenlijk gebeurde worden ingeweven, de voorkomende personen zulk een deel aan de gebeurtenissen hebben, dat bij eene afscheiding van het geschiedkundige deel ook het Romantische verloten gaat?57 | verdichte |
| 1834 | De aanleidende oorzaak tot het ontstaan van deze tafereelen is dus romantisch genoeg. En dat zij zelven zeer romantisch zijn, blijkt al spoedig, en wordt hoe langer hoe duidelijker.58 | onwaarschijnlijk, zoals men dat alleen in romans kan aantreffen, fantasierijk? |
| 1834 | Als een reusachtig overblijfsel van vroegere eeuwen, ligt het [= de ruïne van een oud slot] daar hoog tegen de helling der bergen, knoopt, op eene echt Romantische wijze, voor onze verbeelding het vrolijk heden aan het donker verleden, en roept, bij al het lagchende der bekoorlijke Natuur, die ons omringt, ook ernstige beelden voor den geest.59 | dichterlijk, de verbeelding treffend? zoals dat in romans gebruikelijk is? |
| 1834 | maar hij [= Shakespeare] werd door de krachtige pogingen der school van victor hugo, het aantrekkendste voorbeeld voor de Romantische tooneelpoëzij, ook bij de vreemdelingen.60 | antiklassicistisch |
| 1834 | Het is zelfs te vreezen, dat ook voor een tijd het buitensporige, ja zelfs woeste der zoogenaamde Fransche romantieke school, b.v. van een' victor hugo, den smaak regelen zal, doordien het imposante, ofschoon tegennatuurlijke, dadelijk begoochelt en de edele eenvoudige natuur als het ware in de schaduw plaatst.61 | antiklassicistisch |
| 1834 | De Voorrede bevat eene korte apologie van de Historisch-Romantische, of Romantisch-Historische verhalen. Naar ons gevoelen is de zwarigheid, welke uit het oogpunt eener beoefening der geschiedenis daar tegen in 't midden is gebragt meer schijnbaar dan wezenlijk, dewijl een romantisch verhaal, al komen er historische namen en daadzaken in voor, toch wel nimmer als leerboek voor de geschiedenis zal gebruikt worden.62 | -verdicht, -dichterlijk verdicht |
| 1834 | Welke zijn de voor- en nadeelen, die de zoogenaamde Romantische Dichtsoort en Schrijfwijze in deze eeuw, ten aanzien van Kunst en Zedelijkheid hebben gehad?63 | van de roman? antiklassicistisch? |
| 1834 | Wir Vögel singen nicht egal staat als motto op den titel, en wij zijn, op dien grond, overtuigd, dat men den naam van Dichter niet alleen aan enkele excentrische geniën, die in dit Romantische tijdperk daarop bij uitsluiting schijnen te willen aanspraak maken, geven moet; maar ook aan dezulken, wier Muze, wat zachter van aard, niet zoo breidelloos voortholt en door stille weemoedige toonen meer het hart treft en zeker meer nut sticht, dan al die stoute woeste klanken, welke een overdreven en te hoog opgewonden verbeelding, als in zekere razernij, slaakt;64 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1834 | Hij voegt er bij, dit te kunnen, daar onze Vaderlandsche bodem in oorspronkelijke, goede, romantische voortbrengselen niet zeer rijk is.65 | in romanvorm |
| 1834 | De dichter koos in Leydens ontzet, eene onbegrijpelijk rijke en veel omvattende stof. Weinige historische onderwerpen leveren zulk een' overvloed van situatiën en karakters op; inderdaad, verleidelijk is dit beleg voor den voorstander en beoefenaar der Romantische poëzij,66 | fantasievol verhalend? antiklassicistisch? |
| 1834 | De Romantische dichter behoefde zoo stiptelijk de eenheid niet te bewaren, hij had vrijheid het tooneel naar 's-Gravenhage te verplaatsen. [...] Bij ons had hij zich voor dat Romantische niet behoeven te verdedigen.67 | antiklassicistisch antiklassicistische? onhistorische? |
| 1834 | Het is zeker moeijelijk de grenzen te bepalen, welke de Dichter niet overschrijden mag, om tevens poëtisch en natuurlijk te blijven: hij is in gevallen als het bovenstaande ingesloten tusschen het dichterlijke en de waarheid der voorstelling, en mag vooral ook niet al te waar, dat is plat worden, of vervallen in dat overmatige van natuurlijkheid, hetwelk de tegenwoordig Romantieke school aanprijst en handhaven wil, tegen allen zuiveren smaak en het kiesch gevoel van het Schoone in;68 | antiklassicistisch |
| 1834 | Eenzaam en verlaten is de zaal van het Théâtre Français. Zijne klassische tooneelstukken hebben de magneetkracht verloren, en zijne romantische zoeken den steen der wijzen, even als de vlijtige mathematici, vóór eenige jaren de quadratuur van de cirkel. [...] victor hugo heeft een tijdlang met zijnen Hernani, Marion de Lorme, Lukretia Borgia, Marie Tudor, Le roi s'amuse, enz., de menigte in la Porte St. Martin gelokt. Thans hebben zijne stukken ook voor de Parijzenaars hunne grootste bekoorlijkheid verloren. De beide partijen, Romantici en Classici hebben uitgewoed. De Classici sissen niet meer; de Romantici applaudiseren des te meer; het groote publiek komt, uit nieuwsgierigheid en verveling, nu en dan nog eens kijken. Weldra echter zal de nieuwsgierigheid ten volle bevredigd zijn, en ook victor hugo zal kunnen aftrekken.69 | antiklassicistische voorstanders van de antiklassicistische stroming |
| 1834 | De wegen - [...] - langs welke de Harts-rivieren naar het vlakke land, en van hier naar de grooten wateren toestroomen, en de valleijen, die zij vormen, hebben te zamen een zeer aanlokkelijk en romantisch aanzien.70 | bekoorlijk, betoverend (landschappelijk) |
| 1834 | [...] maar wij lezen liever eenen Roman, die geheel romantisch, geheel eigen vinding is, dan dat men de hoofdtrekken uit de geschiedenis ontleent, dewijl deze doorgaans lijdt, en ook lijden moet, wil men haar met het romantische tot een geheel kneden.71 | fictief fictief |
| 1834 | Wij gebruiken het woord fantastiek in eenen ruimeren zin, dan men anders wel gewoon is; wij verstaan door hetzelve eenige der meest in het oog vallende eigenschappen van de tegenwoordige letterkunde en beeldende kunsten in het algemeen; die kenschetsende eigenschappen zijn de volgende: 1o. Wel overlegde verachting van alle kunstregelen, van alle regelmaat, welvoegelijkheid en orde in de theorie. 2o. Stelselmatige navolging van al wat leelijk en ijzingwekkende is in de praktijk. 3o. Neiging tot het wonderlijke, het onbepaalde, het duistere, het monsterachtige, zoo wel in denkbeelden als in gevoelens. 4o. En laatstelijk, in den vorm, die eene terugkaatsing van die verstandelijke en zedelijke richting is, voorbedachte verwaarloozing van de taal, gekunstelde wijze van handelen, gedwon- |
| gen zamenvoegingen, verstandelijke nieuwheidszucht, teekenen van verval en barbaarschheid.72 | ||
| 1835 | [...] de Rijnvaart van Maintz naar Manheim is op verre na zoo romantisch niet, als die tusschen Bonn en Maintz.73 | bekoorlijk, betoverend (landschappelijk) |
| 1835 | Als lyrisch dichter staat la martine tegenwoordig niet alleen aan het hoofd der Fransche school, maar aan die van Europa. Verheven boven de spitsvondigheden van boileau, oneindig meer aangeblazen dan jean baptiste rousseau, geheel vreemd aan het gekunstelde van de lille, vrij van de gezwollenheid van le brun, heeft hij, zonder in de gebreken der romantische school te vervallen, een nieuw tijdvak voor de Fransche kunst daargesteld, [...].74 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1835 | Dan juist toen de oudste tak van het oude Vorstenhuis zich het stevigste gevestigd waande, knakte de Julij omwenteling haar gewelddadiger dan ooit den stam, en een nieuw tijdvak voor de schilderkunst was daar, dat, hetwelk de Franschen thands beleven, en dat men het romantische zou kunnen heeten. Schoon het niet te ontkennen zij, dat dit tijdvak en de daarin bloeiende romantische schilderschool, zoowel in Frankrijk als in ons vaderland veel heeft opgeleverd, hetwelk den stempel draagt van stoutheid van gedachte, oorspronkelijkheid van vinding, en nieuwheid van ordonnantie, zoo is het aan den anderen kant niet te loochenen, dat deze voordeelen door vele nadeelen worden opgewogen, en dat er uit hoofde van het vreemde en het nieuwe, wel eens veel is opgeofferd geworden aan de waarheid der voorstelling. [...] Het zou daarom voor de schilderkunst in ons vaderland, welke zulk een schoon en belangrijk tijdvak is ingetreden, en zoovele waardige zonen telt, een treurig verschijnsel wezen, indien men den weg door het voorgeslacht ingeslagen, verliet, om aan een zoogenoemd romantisch effect, het classische coloriet van de Nestors onzer schildereeuw ten offer te brengen en in plaats van de gelukkige lichtschakeeringen van dou, en de penseelbegoochelingen van terborg en metzu, Phantasmagorische verlichtingen en kakelbonte costumes van eenige uitheemsche schilders beproefde. Het zoude eeuwig jammer wezen, dat men met verzaking van eigene oorspronkelijkheid, zijnen smaak bedierf, en zijn gevoel vermoeide, door dien heros van het licht en bruin, dien shakespeare van het paneel, den stouten, reusachtigen rembrandt, zoo slaafsch als onhandig na te volgen, als dit in de poëzij ten opzichte van den onsterfelijken Brit het geval is geweest.75 | antiklassicistisch, zich niet bindend aan de klassieke regels? niet aan de klassieke regels gebonden, antiklassicistisch? |
| 1835 | De bewonderaars der Zweedsche Muze mogen zich echter wel wachten voor dat heilig donker, hetwelk ook den Zweden, op het voetspoor der Duitschers, schijnt te behagen, maar dat in waarheid de voortbrengselen hunner dichtkunst ontsiert. Mogten zij, die tegenwoordig zoo streven naar het mystieke en het romantische in de Dichtkunst, toch niet vergeten de klassieke voorbeelden der Oudheid te bestuderen! Dan zullen zij het ware van het valsche schoon leeren onderscheiden. Velen dier mystico-romantieken, of hoe men hen noemen wil, vergoden bilderdijk. Waarom volgen zij dan zijne lessen niet beter? Hij was wars van dat onderscheidend Germaansche;76 | wonderbaarlijke? antiklassicistische? navolgers van de mystiek-antiklassicistische stroming |
| 1835 | [...] en, zonder mij te mengen in den twist over het klassieke en romantische, zal ik altijd deze twee groote mannen [= Corneille en Racine] en vooral den eerstgenoemden, voor modellen houden.77 | antiklassicistische |
| 1835 | Blijkbaar is het, dat de Heer V.D.H.[oop] de zucht verraadt om de tegenwoordig algemeen heerschende neiging naar de zoogenoemde Romantische school te huldigen, en wij achten het niet ongepast om over deze zucht, die ongetwijfeld spoedig bij eene menigte jonge dichters navolging zal vinden, een woord in het midden te brengen. - En waarom zou zich het eeuwig schoone, ook niet in dezen vorm behagelijk kunnen voordoen? Integendeel, wij gelooven dat de strenge toepassing van de regels der klassieke school op allerlei onderwerpen, eene koude eentoonigheid te weeg brengt, waarvan zelfs de meesterstukken van vreemden en inlanders niet zijn vrij te pleiten. De Romantische poëzij met haren vluggen, ongedwongen tred, haar lagchen en schreijen, hare scherts en ernst, hare gemeenzaamheid en terughoudendheid, hare zonderlinge wendingen en toonval, hare levendigheid en bedaardheid, hare schijnbare nietigheden, maar die eensklaps tot de verhevenste voorstellingen overgaan, haar zweven zelfs in eene bovenzinnelijke wereld, waaruit zij de geesten met zich troont om hare voorstellingen te versieren of te bezielen, - de Romantische poëzij, bijvoorkeur zingende van liefde, eer, deugd en de diepste en verhevenste gewaarwordingen van het menschelijk hart, heeft iets onwederstaanlijk bekoorlijks en wegslepends; en geen wonder dat zij tegenwoordig, vooral bij het jongere geslacht in Frankrijk, Duitschland, Engeland, enz. zoo vele aanbidders vindt. Maar geen gevaarlijker dienst dan die van deze schoone, die, bij zoo veel schijnbare vrijheid en gemakkelijkheid, echter zóó veel onderwerping, geestdrift, heilige en reine vereering van hare volgelingen verlangt, dat het minste gebrek aan eerbied, of het zuiverst hartsgevoel, | eigentijds antiklassicistisch antiklassicistisch |
| haar doet terugtreden en haren quasi-aanbidder spot en verachting in plaats van roem en genot doet inoogsten. De dweepende Duitschers hebben hare bezielde stem in dilstre Harmoniën, en haar Wezen in louter Sehnsucht opgelost. De ligtzinnige Franschen haar tot eene schaamtelooze coquette gemaakt, wier aanblik sommige Académiciens zelfs bloozen doet. Sommige Engelschen, ongelukkige navolgers van scott, byron en moore hebben haar zoo fantastiek gemaakt, dat zij eer eene schim uit den Tartarus, dan eene Godin van den Parnassus schijnt. De gevoelige en bedaarde Hollander ... maar hier moeten wij meer in bijzonderheden vervallen. Zicn wij daartoe het aan het hoofd dezes aangekondigde dichtwerk van een harer vertegenwoordigers uit ons midden, eenigzins van naderbij.78 | ||
| 1835 | Als wij ons niet bedriegen, is dit toch wat al te prozaïsch, zelfs in een Romantisch dichtstuk.79 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1835 | Zijne zedelijke gevoelens waarborgen hem voor de afdwalingen van velen onzer naburen bij het gebruik van de Romantische poëzij, maar hij mag hun de kunst nog wel wat afzien om zich te gewennen aan die fijne taal, die verscheidenheid en onverwachte wendingen, zonder ooit tot plat proza af te dalen, welke aan de beste meesters in dit vak eigen is. - Vooral wachte hij zich voor de zucht tot beschrijven - alleen om te beschrijven. - Een op zich zelven goed gedeelte, alleen omdat het misplaatst is, kan juist daarom afkeuring verdienen;80 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1835 | Schrijvers als victor hugo, jules janin, alexandre dumas en vele anderen, verlaten geheel het tot heden betredene spoor, zoo als de Heer lulofs te regt opmerkt. Deze nieuwe school is als het ware, nog in hare wording, het is nog niet uitgemaakt wat haar toekomstig lot zal zijn; maar zoo veel is zeker, dat het goede, hetwelk daarin niet te miskennen is, blijven zal; veel, zeer veel zal er echter van wegvallen, en door het onbeneveld oordeel van een jonger geslacht voor valsche munt verklaard worden, hetwelk nu nog door zijn schijn-schoon de oogen verblindt. Maar nu vragen wij, wat goeds het voor onze taal uitwerken kan om voor al die vreemde of verouderde woorden, zonderlinge uitdrukkingen, gewaagde figuren, bonte mengeling van het edele en onedele enz. soortgelijke woorden, uitdrukkingen en wendingen in onze taal te zoeken?81 |
Het betreft hier een bespreking van B.H. Lulofs, Fragment over de doodstraf, naar het Fransch van Victor Hugo, met eene voorrede en eenige korte aanmerkingen vertaald, Groningen 1833. Op pp. iii/iv kan men daar het volgende lezen:
| De genoeg bekende, jaren lang achtereen in Frankrijk gevoerde letterkundige strijd tusschen de zoogenaamde Romantieken en Klassieken (of verkiest men Romantischen en Klassischen te zeggen?) begint echter naar zijn einde te loo- | antiklassicisten |
| pen, want de verstandigen zien in, dat men zoowel in een' Romantieken als in een' Klassieken vorm, beide goed en slecht kan schrijven, en dat zij, die de wel eens wat glad en stijf geschoren, letterkunde der eeuw van lodewijk den xiv voor het model houden, waarvan men tot aan den jongsten dag geen haarbreed af mag wijken, even belagchelijk zijn, als die Romantieke overdrijvers, welke, aan alle grillen eener in vlam gezette verbeelding en van een dweepend, naargeestig gevoel botvierend, op den lijnregten weg naar het dolhuis voorthollen. Intusschen laat zich de geest der eeuw in Frankrijk moeijelijk in de soms wat enge banden der vroegere Fransche letterkunde meer prangen, en een bezadigd Romantismus zal op den duur hoe langer hoe meer veld winnen, te meer, daar Frankrijk zich hierdoor met het overige Europa, bv. met Engeland, Duitschland, Spanje enz., wier letterkunde over het geheel Romantisch is, om het zoo te noemen, waterpas stelt. | antiklassicisme | |
| 1835 | Bij den meer en meer aanwakkerende strijd tusschen de Klassische en Romantische dichtsoorten, heeft er, zoo wel aan de eene als aan de andere zijde overdrijving plaats. En dit schijnt een natuurlijk gevolg van de ijverzuchtige gesteldheid van den menschelijken geest, die ook dáár, waar slechts oefening en streven schijnt te pas te komen, niet zelden naar wapens grijpt om hem, dien men als mededinger alleen moest trachten te overtreffen, als een' vijand te bestrijden. Zoo is het niet te ontkennen dat, bij onze naburen althans, de zoogenaamde Romantiekers de snaren veel te sterk spannen, en met woest, ja niet zelden wangeluid om den boventoon dingen. Aan den anderen kant gaan de strenge klassiekers te ver, die alles wat de tegenwoordige dusgenoemde Romantische school voortbrengt, veroordeelen als wansmaak; vergetende dat het genie alleen de regels van het schoone in zijne voortbrengsels aanschouwelijk en handtastelijk maakt, en niet omgekeerd, de regels de kunstgewrochten voorafgaan. En wat doen de klassiekers anders, wanneer zig alles afkeuren wat niet is afgemeten naar de voorschriften van aristoteles; wanneer zij aan alle geniën, die het ongeluk hadden eenige eeuwen te laat geboren te worden, den toegang tot den Parnassus ontzeggen, en alleen de wetten en regels van het schoone, door Griekenland en Rome ons nagelaten, aannemen, en gebruiken als eene soort van bed van Procrustes, waarop de voortbrengselen van de meest onderscheiden natiën en tijden moeten neêrgevleid worden, en onbarmhartig uitgerekt wat te kort, of afgesneden worden wat te lang is? Neen, zoo ver strekten zich voorzeker de bedoelingen dier vroegere wetgevers in het gebied der Aesthetica niet uit! Het moge den beuzelenden dichterscholen, dichtgenootschappen, of hoe dat goedje van de voorgaande eeuw meer heet, tot eer en genoegen verstrekt hebhen, om op zoodanige wijs, met het ontleedmes der kritiek, de kunst van haar edelste deelen te berooven, en een dor geraamte in de plaats van het bezielde beeld der schoonheid te stellen, - de kritiek van den tegenwoordig en tijd behoort zich op een hooger standpunt te plaatsen, en ook andere Goden in den dichterhemel naast homerus virgilius racine en vondel op te nemen; of wie nog mogt blijven volharden om te veroordeelen, wat niet streng klassiek ware, dien zouden wij, met | antiklassicistisch antiklassicisten antiklassicistisch |
| zekeren geestigen schrijver toevoegen dat, sinds dante shakespeare, lope de véga, calderon, goethe, schiller, byron, walter scott enz. dit lot trof, het geene schande meer is zich te verklaren voor de partij van de galg, tegen den Regter.82 | ||
| 1835 | De stukken van N. Pieneman (de zoon), hoewel verdiensten bezittende, zijn niet vrij van de gebreken die de zoogenoemde Romantischen Schilderwijze eigen zijn, namelijk overdrijving van bontheid in het costuum en in het coloriet, gezochtheid van effect en veronachtzaming der accessoires.83 | zich niet aan de klassieke regels houdend? antiklassicistisch? |
| 1835 | No. 158. het doodelijk verwonden van den Admiraal de Ruyter, is niet meer dan eene uitvoerige schets en het tafereel van Magdalena Moons en Valdez (No. 161) is eer een episode uit eenen Romantieken Historischen Roman van de overdrijvers der manier van walter scott, dan eene echt geschiedkundige voorstelling;84 | fantasierijk? antiklassicistisch? |
| 1835 | Immers sedert het Romantismus onzer dagen de poëzij van hare klassieke vormen ontdaan heeft, om haar in het luchtige gewaad van dichterlijken roman of berijmd verhaal te kleeden, weten wij niet of er eenig dichtgenre is, welks aanwinst der kunst grootere voordeelen heeft aangebragt, dan juist het Dichterlijk Verhaal. Eenheid in Verscheidenheid. Ziedaar het kenmerk dezer belangrijke dichtsoort, welke inzonderheid aan byron's magtig vernuft de onderscheidende plaats te danken heeft, welk hij haar naast hare oudere zuster heeft doen innemen. Zoude het te veel gezegd zijn, wanneer wij de stelling waagden, dat bijna alle genres van dichtkunst onder dezen vorm kunnen worden ineen gesmolten? Is bij voorbeeld niet de tijd der epische poëzij voorbij, zoodat het eene vruchtelooze poging schijnt, de trompet van calliope nog te willen steken? Doch wien het nu niet zoo zeer om den reuzenstal en Enaksuitrusting van derzelver helden, of om de machine harer bovennatuurlijke tusschenkomsten te doen is, dan wel om de schoonheden van beschrijving, het geschiedkundig belang, en wat dit genre meer onderscheidt, kan zich met het Dichterlijk Verhaal, eenigermate ten minste, over het gemis van het grootsche epos troosten. De aanschouwelijkheid en levendigheid van den dramatischen vorm laten zich alweder in deze dichtsoort best teruggeven. De beschrijvende poëzij is er op haar grondgebied. De Lyrische Muze kan er, zoowel in den heldentoon der Ode, als in de liefelijke noten des welluidenden gezangs, hare stem doen hooren - en bovenal die, ‘highest of all poetry (zoo als byron zegt) the ethical poetry,’ de uitspraken der wijsbegeerte en der godsdienst - laten zich in dezen trant van behandeling ligtelijk invlechten, en maken, waar zij voorkomen, om den loop der gebeurtenissen voor een wijl af te breken, van den draad des verhaals ‘Een gouden keten - met parels doorschakeld’ - zoo als bilderdijk zingt. |
antiklassicistische beweging |
| En nu legge de Heer van der hoop ons niet ten laste, dat wij ultra-klassieken zijn, die der nieuwere school geen genoegzaam regt willen doen wedervaren, [...].85 | ||
| 1835 | Eindelijk levert de begeerte tot het wondervolle of Romantische eene rijke bron van verdichting op.86 | fantastische, wonderbaarlijke |
| 1835 | Maar bij de nieuweren is deze soort van verdichting [= de dooreenmenging van waarheid en verdichting] zoo geliefd, en neemt derzelver beoefening zoo zeer toe, dat het hedendaagsche verlichte Frankrijk, ten spijt van waarheid, goede zeden en onbedorven smaak, eene gansche school van Romantieken heeft zien herrijzen. Ik zeg herrijzen, want deze schrijfsoort behoort eigenlijk in Frankrijk te huis, en is een waardig overblijfsel der Middeleeuwen.87 | vertellers van verdichte geschiedenissen met een ongebreidelde fantasie |
| 1835 | De Schrijver [= Sloet van Oldhuis] valt in zijne voorrede den ‘Pseudo-Romantiker victor hugo’ aan; maar inderdaad! van dien kant mogten wij Hollanders den talentvollen Franschman wel eenige degelijkheid afzien. Wij willen ons geenszins voor de nieuwe school, waartoe hugo behoort, in de bres stellen; maar wij ontkennen toch niet, dat wij bij hem even zooveel gloed en verheffing aantreffen, als wij bij de meesten onzer tegenwoordige Dichters deze hoedanigheden in geringe mate ontmoeten. Zijn zij levendig, bruisend wild, poëzij is ook - kan ook geene uitdrukking van rust zijn: zij zijn daarom niet beter, maar toch dichterlijker dan wij: reden waarom wij het er voor meenen te moeten houden, dat de dichterlijke jongeling niet dan zonder nadeel de nadere kennismaking met de nieuw-romantische dichtschool veronachtzamen kan: eene stelling, welker waarheid - de Schrijver vergeve het ons! zijne poëzij ons op nieuw heeft bevestigd.88 | onecht representant van de eigentijdse, antiklassicistische stroming eigentijds antiklassicistisch |
| 1835 | Men vertoont er [= op het Haagse toneel], dank den Heer en Mevrouw stoopendaal, met eenig succes de tooneelspelen van iffland en kotzebue; ils en sont encore à ceux-là; maar men ondersteunt ze door het répertoire van tijd tot tijd met de mismaaktste uitwassen van het nieuwere Romantismus te verrijken: richard darlington, Dertig jaren, of het leven van een dobbelaar, Zestien jaren geleden, en dergelijke stukken worden met welgevallen bezocht. In Amsterdam verbiedt men de opvoering van zulke stukken, maar gaat zelfs in blinden ijver zóó ver, dat men onvoorwaardelijk, al wat van de vormen van het Classicisme afwijkt verwerpt [...].89 | eigentijdse, antiklassicistische stroming |
| 1835 | Wij hopen intusschen dat het hem [= Van Halmael] eenige belooning voor zijne goede bedoelingen wezen zal, indien zijne treurspelen als lektuur, als poëzij, naar waarde worden geschat, wanneer degene onder zijne landgenooten, wier smaak onbedorven is, en die het schoone onder alle vormen erkennen, die onpartijdig genoeg zijn, om een koud, middelmatig treurspel, al heeft de Auteur zich aan geen enkelen regel |
| van aristoteles vergrepen zoowel af te keuren, als het onzinnigste wat een kwalijk begrepen en overdreven Romantismus ooit heeft voortgebragt, wanneer zeggen wij, dezulken genoegen nemen in zijnen arbeid, en hem eene plaats onder de waarachtige Dichters toekennen.90 | antiklassicistische stroming | |
| 1835 | De krachtige invloed der staats-omwentelingen op de letterkunde, is meermalen opgemerkt. Doorgaans gaat de eene revolutie met de andere gepaard. Frankrijk geeft ons een jeugdig voorbeeld: met lodewijk filips is de Parijsche romantiek ten zetel gestegen; de Parijsche romantiek, eene verlorene dochter der poëzij! Wulpschheid heeft haar verstand gekrenkt. 't Is huiveringwekkend zoo als het blanketrood hare door hartstogten ontluisterde schoonheid tracht te herstellen, haar vernuft is dat eener lais, een flaauwe glimlach dwaalt over hare verbleekte lippen, terwijl hare ziel verleiding, echtbreuk, moord, de schandelijkste schandelijkheden, de afgrijselijkste afgrijselijkheden beraamt. Wee, wee! waar zij den beker met den schuimenden wijn van Champagne gevuld heeft, dan omringt zij u met de afschuwelijkste duivels. Maar weet gij het wel, waarom zij hare schoonheid zoo vernietigt, tegen hare bevalligheden woedt en zich beijvert de onzedelijkheid te overdrijven? De Romantiek wil Parijs bekeeren;91 |
eigentijdse, antiklassicistische beweging eigentijdse, antiklassicistische stroming |
| 1835 | Niets is schilderachtiger, dan de hier en ginds verspreidde dorpen en bouwvallen van Ridderburgten, geen fraaijer landschap dan deze valleijen en weiden, welke aan de oorspronkelijke weelderigheid van het woeste bosch onttogen zijn. Zoo verre van verschillende hoogten het oog reiken kan, is de gansche landstreek bedekt met zware en bij groot aantal in elkander gegroeide boomen, wier overdadige verscheidenheid van groen het natuurschoon hult in eene romantische geheimzinnigheid.92 | bekoorlijk, betoverend (landschappelijk) |
| 1835 | in 1805 verscheen ‘het lied des laatsten minnezangers’, ‘The lay of the last Minstrel’, weldra volgde ‘marmion’, vijf jaren later ‘de jonkvrouw van het meer’; drie romantische gedichten, door welke de dichter zich in het rijk der poëzij tot den eerrang hief, op welken hij zich door den ‘Rokeby’ handhaafde.93 | fictief-verhalend? fantasierijk? |
| 1835 | samuel taylor coleridge, de zwager van southey, werd in 1773 geboren, zijne ‘genoveva’, ‘de oude Zeeman’ (Ancient Mariner), ‘Christable’. Brand, Moord en Hongersnood’ (Fire, Famine and Slaughter), getuigen van zijne stoute, wilde en romantische verbeeldingskracht.94 | dichterlijk? wonderbaarlijk? |
| 1835 | Van dezen [De rec. Bakhuizen van den Brink onderscheidt in het voorafgaande een tweetal literaire twisten: a) muggenzifterij, b) waardevolle meningsverschillen die de kunst vooruithelpen. Dezen slaat op de laatste] aard is de strijd die in onze eeuw de letterkundige wereld in klassieken en romantieken verdeeld. Inderdaad de romantiek is niet het gevolg van den gril eens dichters: want welk gezag van een' enkelen zou genoegzaam zijn, om haar zooveel voorspraak en aanhang te bezorgen? Zij is niet het gevolg van den ondergang der klassieke poëzij: want de onsterfelijke modellen liggen nog altoos voor ons gezigt en behouden hunne onbereikbare verhevenheid; wat zou b.v. goethe belet hebben een tweede racine te worden? Ook kan geen voorstander der klassieke poëzij, wanneer hij billijk is, alle verdiensten aan de nieuwere school ontzeggen. ‘Sinds de volken der nieuwere wereld begrepen hebben’, zal de Muze der Romantiek hun toeroepen: ‘dat de goddelijke geestvermogens niet alleen aan Grieken en Romeinen behooren, maar het geschenk der Godheid zijn aan allen die dezelve weten te gebruiken: sinds zij erkennen, dat ook hunne taal en zeden hare oorspronkelijke schoonheid bezitten en zich beijveren deze in volle kracht te ontwikkelen: sinds zij elkander onderling als broeders vereeren en de muur des onderscheids tusschen Hellenen en Barbaren weggevallen is, welk regt hebt gij, ons, die op eigen beenen kunnen staan, aan den band der voorgeslachten te doen loopen? Wij vereeren de mythologie der ouden: maar hebben zij met meer regt de hunne geschapen, dan wij het de onze trachten te doen? Wij bewonderen hunne heroën, maar meenen, dat zij aan den geest uwer dichters een groot deel hunner bewonderenswaardigheid te danken hebben; welnu, wat verhindert ons, om, naast en om ons, naar verhevene karakters te grijpen en die te heiligen door de glorie der dichtkunst? Een goddelijke stem heeft tot de Poëzij gezegd: ‘deze wereld is de uwe!’ en volgens dat regt eigent zij zich den Parnassus en de Hecla, de Styx en den Bloksberg toe’. Karakteristiek is in de romantieke school de zucht tot schijnbaar onpoëtische verhalen naar het werkelijke leven verdicht; het is het gevolg van de overtuiging, dat de wereld bijna tot in hare meest alledaagsche verschijnselen den aanleg heeft, om door de dichtkunst verheerlijkt en geidealiseerd te worden. Doch dit had shakespeare reeds geleerd. Zij maakte nog eene andere ontdekking: deze, dat zwarte karakters en groote ondeugden niet noodzakelijk in den klassieken vorm behoeven gewrongen te worden om het schoonheidsgevoel te bevredigen: maar dichterlijk voorgesteld en dichterlijk in derzelver fijnste nuances gevoeld, zoo als zij daar waren, de stof konden zijn der poëzij. Dit bewees byron, want zoo als hij, verstond geen' dichter de ondeugd. Het is deze uitbreiding van de voorwerpen der dichtkunst, waaraan de Dichterlijke Verhalen vooral haren oorsprong verschuldigd zijn. Welke verpligting rest bij dezen stand van zaken op de Kritiek en de eischen van het dichterlijk gevoel? Hoogst onbillijk zeker handelt zij, indien zij, den voortgang der poëzij miskennende, alles wil afkeuren, dat van den ouden gewonen regel afwijkt. Neen, |
representanten van de antiklassicistische stroming antiklassicistische stroming antiklassicistisch |
| zij is verpligt met iedere aanwinst het publiek bekend te maken en die aanwinsten en nieuwe ontdekkingen aan te moedigen. Slechts dan mag zij afkeuren en, voor de gevaren der romantiek waarschuwen, wanneer de poëzij ondergaat in de gemeene getrouwheid eener dagelijksche schildering. Ach! waarom moest een veelbelovend dichter, in zijne jongste verhalen, haar daartoe zoo ruimschoots aanleiding geven?95 | eigentijdse, antiklassicistische stroming | |
| 1835 | Er ligt over den persoon en het bedrijf van jose, den held des gedichts, een geheimzinnige nevel verspreid, die aan de scheppingen der romantieke letterkunde niet vreemd is - en meestal het gevoel en de fantasie des lezers in eene weldadige spanning brengt, [...].96 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1835 | Wij hebben veel van dichterlijke waarheid, veel van den Deus in nobis hooren spreken. Wij zijn misschien te ondichterlijk om die uitdrukkingen geheel te kunnen bevatten. Maar den phantasten willen wij toegeven, dat het mogelijk zijn kan, dat den dichter, als bij ingeving, een duister denkbeeld voor den geest zweeft, dat zijne Muze (recensent, unus e multis, noemt het zijne fijnere takt, zijn' meer geoefenden schoonheidszin) hem den mengelklomp helpt ontwarren en licht werpt over zijne nieuwe schepping. Maar van welken aard moet dit licht zijn? maan- of zonnelicht, schemering of middag-klaarheid? Wij staan hier, geloof ik, weder op den tweesprong van romantiek en klassiek. Gene beweert het eerste, deze het laatste. Wij willen den strijd niet beslissen, maar den romantieken dichter toestaan, zijnen romantieken lezers dat nevelbeeld voor te stellen, dat aan beiden zoo welgevallig is. [...] Die romantieke nevel ligt onbetwistbaar over den Jose verspreid.97 | antiklassicistisch |
| 1835 | Er is in de romantiek van Byron en ook, deels, schoon anders gewijzigd, bij goethe, dit eigendommelijks, dat zij de doode natuur en stoffe als het ware weet te bezielen en te doen leven.98 | verhalende dichtkunst? antiklassicisme? |
| 1835 | Bewees men vroeger eene onbetamelijke hulde aan Grieksche en Romeinsche Auteuren, thans is die vereering tot ons groot nadeel op eene Göthe, een Lord Byron, een' Victor Hugo overgegaan. De Romantische poëzij zelve, waarvan wij spraken, is bij ons van den vreemden ingevoerd.99 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1835 | Het romantismus is dezer dagen het ware afdruksel van onze vernedering; het onloochenbaar kenmerk eener band- en teugellooze maatschappij zonder beginselen, en die aan al de buitensporigheden eener verhitte, overspannen en dolle verbeeldingskracht bot viert. Tegenwoordig vindt men geen behagen dan in monsters; -gruwelstukken, wangedrochten en de maatschappij ondermijnende boosheid, ziedaar, wat den nieuwerwetschen smaak streelt: het gehemelte moet bij 't proeven wel bezwijken en vernietigd worden.100 | eigentijdse, antiklassicistische cistische stroming |
| 1835 | De Heer van lennep heeft eenen uitmuntenden aanleg tot het romantische en heeft dit zoowel door zijne oorspronkelijke stukken als door zijne vertalingen en navolgingen aangetoond.101 | eigentijds antiklassicistische? verdichte, wonderbaarlijke? |
| 1335 | Over het geheel bevalt ons dit tweede deeltje beter dan het eerste, ofschoon er dan ook geene Romantische Poëzij, in deze dagen aan de orde van den dag, in gevonden wordt, het geen eene zich onlangs opgeworpen hebbende critiek gaarne zoude zien, dat van de naburen gevolgd werd - Dan deze geest, van dus genoemden Romantischen vorm, wordt rijkelijk vergoed in dit nette boekje, door den meer het Vaderland eigenen geest van wijsgeerige levenswijsheid, in den luchtigen tooi van Scherts en Luim gekleed.102 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1836 | De heerlijke gewrochten van ware Poëzij, van verhevene eenvoudigheid, van fijn gevoel en zuiveren smaak, die zij hebben voortgebragt, worden immers nog altijd als modellen aangeprezen en gevolgd, en zelfs de bezadigde voorstander van het Romanticismus stemt in den lof, aan dezelven toegezwaaid, en keurt ze alleen minder geschikt voor onzen tijd.103 | antiklassicisme |
| 1836 | Dat zij het klassische met het romantische vereenigen, maar niet zoo als hij, die gelooft dat het romantische alleen in de voorstelling van het dagelijksche leven, en het klassische in deftige, eentoonige alexandrijnen bestaat. Maar neen; - wat gaat ons ook het klassische en romantische aan? De oordeelkundige kinker heeft het ons nog voor weinige dagen gezegd, hoe romantisch zelf de Grieken waren. De Dichter beschouwe de wereld en volge de natuur, maar huldige ook de kunst;104 | antiklassicistische |
| 1836 | Met des Hoogleeraars [= Van Kampen] oordeel over shakespeare en zijn werken zal men zich doorgaans kunnen vereenigen. Hij bedient zich van deze gelegenheid, tot wijziging zijner, vroeger elders opgegevene, verdeeling der stukken van dezen Dichter, in Treur-, Historie- en Blijspelen; daar nadere overweging hem geleerd heeft, dat het romantische tooneelspel het eenige is, 't welk door hem is beoefend geworden.105 | antiklassicistische |
| 1836 | De Treurspelen, vooral Heraklea, bezitten vele verdiensten; en zoodanige Nederlanders, wier smaak door het zoogenaamde Romantismus nog niet bedorven is, zouden aan die Tragediën, [...] ten minste toereikenden bijval schenken.106 | eigentijdse, antiklassicistische stroming |
| 1836 | Dit [= bijval] zal van wege zoodanige Nederlanders [= ‘wier smaak door het zoogenaamde Romantismus nog niet bedorven is’] geenszins te beurt vallen aan de Jacoba van Beijeren en Frank van Borsselen door den Heer van ray, ofschoon dat romantische Tooneelspel den grooten hoop veelligt meer zal behagen. Doch alwie eenigzins nadenkt, kan geen genoegen | antiklassicistisch |
| vinden in zulk eene jammerlijke verminking eener, wat de voornaamste feiten betreft, zoo algemeen bekende Nederlandsche geschiedenis. Het oorspronkelijke van den romantischen Tooneeldichter noyer week nog al meer van de waarheid af; maar, in weerwil van hetgeen van ray veranderd heeft aan de ontknooping, die in het Fransche stuk, overeenkomstig den tegenwoordigen wansmaak, zoo gruwelijk was, als men het slechts verzinnen kon, [...], is nog de historie zoodanig verknoeid gebleven, dat het allezins stuitend is. Buitendien, hoe is alles in dit stuk er op toegelegd, om vooral door verbijsterende pracht van kostumen, decoratiën, enz. op de verbeelding te werken! terwijl dit slechts ondergeschikt behoort te zijn aan het hoofddoel, den gang, de inwikkeling en de ontknooping van het stuk. - Ook wij willen wel het zoogenaamde klassieke niet onbepaald voorstaan, en veroordeelen dus geenszins de vrijere manier noch het romantische karakter, maar alleen de bandeloosheid en het misbruik. Doch vele romantische Schrijvers meenen, onder dien titel, zich alles te mogen veroorloven, en de ware Tooneelpoëzij gaat er mede te gronde.107 | ||
| 1836 | [...] wij betwisten niemand den zijnen [= smaak], en wie victor hugo, jules janin en alle de Coryphaeën der nieuwe romantische school in een oorspronkelijk Nederlands gewaad wil zien verschijnen, ontbloot echter van hunnen piquanten, wegslependen stijl; wie lust in moord, verraad, krijg, wilde vrolijkheid, woeste uitspattingen, en in al het leven en rumoer heeft, dat de Schrijver goedvindt ons op te disschen, die koope, leze, ja verslinde dezen Roman!108 | antiklassicistisch |
| 1836 | In de voorrede gispt de Dichter [= Sloet van Oldhuis], niet zonder grond, de grove zinnelijkheid in vele stukken der hedendaagsche Franschen; en veroordeelt hij ook hetzelfde gebrek den pseudo-Romantiker Victor Hugo. Wij zijn er verre af om Victor Hngo geheel van deze blaam te willen zuiveren, hoewel het bij ons nog niet uitgemaakt is, dat die Schrijver ter liefde van grove zinnelijkheid zijn vernuft in dat opzigt wel eens te veel den teugel viert. Maar met al die blaam, en met zijne gebreken zelfs zouden wij niet instemmen met het anathema van Pseudo-Romantiker. - Wij gelooven b.v. dat de dichter van de Orientales en Les feuilles d'Automne meerder heeft bijgedragen tot de handhaving van den Franschen letterroem, dan de Heer Mr. b.w.a.g.s.v.o., tot die van den Nederlandschen door zijne Poëzij, [...].109 | onechte representant van de antiklassicistische stroming |
| 1836 | De Legende die den naam van haren held, axel, aan het hoofd draagt, is een gedicht in den vorm, dien men tegenwoordig romantisch verkiest te noemen, maar zonder die gezochte en uitgerafelde beschrijvingen van al of niet vermeldingswaardige zaken, en zonder die fantastische droomen of ijzingwekkende tafereelen, waarmede men thans bij voorkeur deze soort van gedichten overlaadt.110 | antiklassicistisch? |
| 1836 | Ten slotte moeten wij onze blijdschap te kennen geven, dat ook het tegenwoordig dichtstuk [= Kuser] wederom bewijst, dat onze jeugdige dichters, hoewel in den vorm den thans heerschenden smaak voor het dusgenoemde Romantische volgende, toch de eeuwige wetten van waarachtig schoon en van zedelijkheid blijven huldigen. Zóó is de ingeschapen trek van onze Natie, dat zuivre gevoel voor alles wat wèl luidt, niet verbasterd; zoo blijven wij bewaard voor de uitspattingen van het weelderig vernuft der Franschen, dat parelen zoekt in het slijk; en koesteren wij de blijde hoop, dat onze kunstenaars zullen staven, wat de grijze Hoogleeraar kinker zoo treffend heeft aangetoond, in zijne schoone voorlezing over het Romantische111 [...], dat de scherpe grenslijn tusschen het Klassische en Romantische eigentlijk slechts getrokken wordt door de overdrevenheid in het eene en andere kunstvak, maar dat het eigentlijke onderscheid tusschen deze beide soorten slechts zeer gering is, of liever dat beide vormen zich zeer wel laten vereenigen, en reeds bij de oude klassieke schrijvers beurtelings gebezigd werden en als het ware ineen vloeiden.112 | eigentijds antiklassicistisch |
| 1836 | Neen, Romantieke soort van tegenstrijdigheden, Uw harlekijnen kleed, uw wispelturigheden, Uw hallef wit, half zwart gelaat en klapperkin, Ofschoon de wereld U, met wulpschen basterd-zin Vergoodt, uw schijnschoon kan mij 't anker niet ontwringen. Wat schoon is trekt ons op tot meer verheven kringen. Wat 't niet doet is niet schoon - 't verloochent zijn bestaan.113 |
antiklassicistisch |
| 1836 | elise arnoud, of de veroordeelde zonder schuld; is eene ware geschiedenis, en kan dus naar geene regelen der Romantiek beoordeeld worden.114 | van het romangenre? fictionele literatuur? |
| 1836 | Het verhaal is wel niet Gigantesk of ultra-Romanesk, maar loopt geregeld af, en schetst ons dagelijksche menschen in stede van wezens, door eene opgewonden verbeelding geteeld, gelijk er niet bestaan en, hetgene God geve, nooit bestaan zullen. Ook mist men hier die de eerbaarheid kwetsende of met alle welvoegelijkheid strijdende tooneelen, die de Fransche Romantiken kenschetst.115 | extreem-onwaarschijnlijk antiklassicisten |
| 1836 | [...] wanneer onwillekeurig de wensch in hunnen geest moet oprijzen, dat er iemand mogt opstaan, die Fokke's beschouwingen daarheen verplaatsen kon, en alzoo toonen, dat het tegenwoordig ook bij de zoogenaamde Romantische partij bij lang niet alles goud is, wat er blinkt.116 | antiklassicistisch |
| 1836 | Met genoegen zagen wij, dat men van de zoogenoemde Romantische schilderwijze meer en meer begint af te gaan, en zich meer op de juiste en smaakvolle voorstelling der natuur begint toe te leggen.117 | die zich niet aan de klassieke regels houdt? antiklassicistisch? |
| 1836 | Onder de voortreffelijkste Duitsche schrijvers kan ook gewis l. tieck gerangschikt worden, wiens poëtische en letterkundige voortbrengselen bij ons nog naauwelijks bekend schijnen te wezen, ofschoon hij welligt de meest begaafde, de phantasierijkste en liefelijkste dichter is, die men zich kan voorstellen en die, met de twee gebroeders schlegel, eene geheele omwenteling in het rijk der Letterkunde te weeg gebragt en de zoetsappige, vertroetelde teêrhartigheid en dweepende sentimentaliteit heeft uitgeroeid, aan welke zielstering, bijna geheel Duitschland een' geruimen tijd is krank geweest.118 | |
| 1836 | De zoogenaamde Romantische school van tieck en schlegel pronkte daarentegen met het muzikale leven welligt slechts al te veel.119 | antiklassicistisch |
| 1836 | Dichters hebben van de vroegste tijden af veel bijgedragen tot den gang dien de ontwikkeling der menschheid gehouden heeft. Onderworpen aan den invloed, dien klimaat, landaard, instellingen, gebeurtenissen en heerschende denkbeelden, op de vorming van den menschelijken geest uitoefenen, zien zij weêrkeerig tijdgenooten en nakomelingen onder den magtigen invloed gesteld van hun onbegrijpelijk kunstvermogen. Bij den twist over het Klassieke en Romantische in de dichtkunst heeft men dit welligt te veel uit het oog verloren, dat de dichter niet als op zich zelven staande kan beschouwd worden, maar, hoezeer hij ook heerschen mag in het gebied der kunst, in de zedelijke wereld een verschijnsel is van velerlij oorzaken afhankelijk. In onzen tijd kunnen wij bij geen der volken van Europa ons eenen dichter verbeelden gelijk Homerus; even min als in den tijd van Homerus eenen Byron. Zij derhalve, die het klassieke en romantische, woorden, door zoo velen gebezigd maar door zoo weinigen verstaan, beschouwen als met elkander in strijd zijnde gelijk water en vuur, en op het eene smalen om het andere te verheffen, zijn geenszins van bekrompenheid en gebrek aan oordeel vrij te pleiten. Doch wij willen ons met dit geschil nu niet verder inlaten maar ons bepalen tot de belangrijke vraag: wat mag wel in onzen tijd de roeping zijn des dichters?120 |
antiklassicistisch antiklassicistisch |
| 1837 | voorzeker eene zware beschuldiging tegen iemand, die zulk eenen classieken Schrijver, als shakespeare, wil vertalen!121 | |
| 1837 | Toen in Frankrijk de ultra-romantieken, met name victor hugo, sue, janin, dumas en anderen, in hunne romans en tooneelstukken - wie herinnert zich hier niet een le Roi s'amuse, Lucrèce Borgia, Han d'Islande, Atar Gull, La Vigne de Koat-ven enz. enz.? - eenen toon aansloegen, die den niet geheel verbeesten mensch de haren te berge deed rijzen, was het wel te verwachten, dat die toon elders - Gode zij dank, niet in ons vaderland! - weerklank zoude vinden;122 | extreem-antiklassicistische schrijvers |
| 1837 | Konde het geheel doorgaan voor eene satyre op de wilde wanschepsels der Ultra-Romantische school in Frankrijk, dan zouden wij het gekke boek waarlijk een meesterstuk noemen.123 | extreem-antiklassicistisch |
| 1837 | Niets toch schokt meer ons gemoed en gevoel, dan eene harde, wanstaltige, bonte voorstelling. Die het goede daarmede wil aanbevelen, en de waarheid met een hansworsten- of duivels- pak omhangen, is, naar mijn oordeel, verre van den goeden weg afgedwaald. Geene hoog romantische of phantastische, geen ijzingwekkende of helsche voorstellingen zijn hier noodig. Waarheid en deugd behoeven ze niet. Het echte schoon heeft er een walg van. Hij, die wanstaltigheden, hoe menschelijk omkleed, ten tooneele voert, doet te kort aan de achting voor het publiek. Zulke gedrochten, in Duitschland en Engeland gekweekt, in het weelderig en verbasterd Frankrijk, naar zijnen aard, hooger opgevoerd, mogen hier en daar nog sporen van vinding en vernuft vertoonen; wij beklagen het land, waar een victor hugo en dergelijken de corneilles en racines hebben verdrongen. Wij moeten waakzaam zijn, om ons wankelend nationaal tooneel daarvoor te behoeden, om het te schragen en te stutten.124 | wonderbaarlijk? dichterlijk? |
| 1837 | Wij herinneren ons, voor eenigen tijd, in de Revue de Paris eene soort van pennestrijd te hebben aangetroffen, gevoerd door de Heeren nisard, een voorstander van het Klassieke, en jules janin, een der meest bekende schrijvers uit de zoogenoemde Romantische school, over die, vooral in Frankrijk zoo heerschende zucht voor het Romantische, waardoor eene Letterkunde ontstaan is, welke de eerstgenoemde kampvechter, niet onaardig, bestempeld heeft met den naam van: Littérature facile. Wij twijfelen zeer of de Heer nisard eenige kennis heeft aan den tegenwoordigen staat der Letterkunde in ons Land; [...] want, had hij geweten met welk een' vloed van oorspronkelijke historische Romans en Romantische tafereelen wij, in korten tijd, overstroomd zijn, hij zoude met vrij wat meerder voorbeelden uit die Littérature facile zijn voor den dag gekomen.125 | eigentijds antiklassicistisch antiklassicistisch, wonderbaarlijk? fantastisch? wonderbaarlijk, verdicht |
| 1837 | Ondertusschen is de Sardanapalus geen stuk in den smaak van den Engelschen hoofddichter shakespeare, veel min van de ultra-Romantische school (om geen ander woord te bezigen) van den tegenwoordigen tijd; neen, de zoo noodige éénheid, op de eeuwige wetten van het Schoone berustende, wordt er niet in gemist, en men wordt er door geene overdreven voorstellingen of al te ingewikkelde toestanden, geweld aangedaan; maar de edele eenvoudigheid der klassieke treurspelen moet men er niet in zoeken.126 | extreem-antiklassicistisch |
| 1837 | Heeft niet karel de Groote den glans zijner regering door wreede daden bevlekt? Voorzeker is de Schrijver hier meer romantisch of liever romanesk dan historisch.127 | dichterlijk, onwaarschijnlijk, fantasierijk |
| 1837 | doch deze en andere aanmerkingen, die men nog op dit werk zou kunnen maken, doen wéinig af tot de waarde van het geheel, dat geenen lezer van smaak misvallen zal en hoogst voordeelig zich kenmerkt boven de producten der tegenwoordige Romantische school in Frankrijk, waarin alles wordt bijeengebragt, wat door afzigtelijkheid afschuw verwekt, om het in de verleidelijkste vormen van dichterlijke voordragt en wegslepende bevalligheid van stijl aanlokkelijk te maken. Eéne Lettervrucht van cooper als deze, waarin de natuur, maar ook alleen de schoone natuur geheel aanschouwelijk wordt voorgesteld, zal bij den lezer van smaak in Nederland ruim opwegen tegen een aantal romantafereelen van victor hugo, jules janin, alex. dumas, en Consorten; want, terwijl zij hun vernuft spitsen, om ons beulen en geregtelijke strafoefeningen in naakte waarheid voor te stellen en met huivering voor hunne schilderingen te doen terugdeinzen, schetst cooper ons in dezen Scherpregter van Bern en de zijnen een achtenswaardig gezin, [...].128 | antiklassicistisch |
| 1837 | Dat de steller der genoemde bijdrage in het Mengelwerk der Vaderlandsche Letteroefeningen dat beruchte stuk van scribe in deszelfs volle onwaardigheid en verachtelijkheid ten toon stelde, deed mij genoegen, en zal het een ieder doen, die de gedrogtelijke voortbrengselen der zoogenaamde Romantische school van Frankrijk uit het ware oogpunt, met betrekking tot den goeden smaak en het zedelijk gevoel, beschouwt. Maar ik wenschte wel evenzeer te kunnen instemmen met het daarop volgende: ‘Den Hemel zij dank, onze Vaderlandsche Letterkunde en Poëzij bleven van dien gruwel nog onbesmet’. Gave de Hemel, het ware zoo! Maar victor hugo met zijne volgelingen telt ook in Nederland bewonderaars genoeg, die er ruiterlijk voor uitkomen, en bij welke die stemming dan ook op hunne Letterkundige en Poëtische geestvruchten werkt. En hebben wij er de voorbeelden reeds niet van voor oogen? - Zoo wel in de verminkte navolgingen van lucrece borgia, en den Angelo, Tyran de Padoue (in het Hollandsch onder den naam van La Tisbe enz.) van iemand, die nog tot gewoon vertaler zich geheel ongeschikt betoont, - als in de ‘naschetsing naar victor hugo’ in la Esmeralda, van eenen geachten vaderlandschen Dichter, die, bij al het smaak- en zedelooze, waarvan men zich met huivering afwendt, bij al het wanstaltige, dat het rein gevoel en den gekuischten goeden smaak beleedigt, ons dwingt zijn genie en oorspronkelijk vernuft, ook in de navolging eens vreemden Schrijvers, te bewonderen, - zien wij den invloed dier producten op onze Letterkunde en Poëzij. - Een jong mensch, van geen' ongunstigen aanleg, heeft voor eenigen tijd het reeds gewaagd, om opentlijk, in | antiklassicistisch |
| Letterkundige Maatschappijen eene spreekbeurt vervullende, victor hugo's schandelijk stuk ‘le Roi s'amuse’ te verdedigen en als dichterlijk schoon aan te prijzen!! - Men zegge dus geenszins, dat onze Vaderlandsche Letterkunde en Poëzij van dien gruwel onbesmet zijn gebleven; maar men sla de handen ineen, om den invloed dier Romantische - of liever victor hugo's - school tegen te gaan, opdat niet hier jeugdige gemoederen er door worden weggesleept; en men toone hun, op het voetspoor van den steller der meergenoemde Bijdrage, den waren geest dier voortbrengselen van Fransch vernuft, welke zoo zeer aandruischt tegen al wat in waarheid goed en schoon is, zoo zeer alle beginselen van godsvrucht en zedelijkheid ondermijnt, dat men niet genoeg tegen derzelver verspreiding waakzaam wezen kan. Waarheen Franschen ook in de buitensporige spelingen van hun vernuft gedreven worden, zorgen wij, dat hun wansmaak niet bij ons toeneme, en gehuldigd worde, zoodat het onkruid al weliger en weliger opschietende, eindelijk de voedende heilzame planten er door zouden worden verstikt, en gunnen wij hun alléén het niet te benijden voorregt, dat zij, volgens hun eigen zeggen, ‘hunne pennen in de straatgoten doopen, om het Publiek modder en slijk ten beste te geven’.129 | ||
| 1837 | Dat wij hier geene vertaling van de Notre Dame de Paris van victor hugo ontvangen, zal iedereen, die met dit voortbrengsel van den toongever op den Romantischen Parnas van zijn Vaderland bekend is, uit den titel van La Esmeralda van zelf in het oog vallen.130 | antiklassicistisch |
| 1837 | Hij [= V.d. Hoop in zijn voorbericht tot zijn Esmeralda] leert ons victor hugo, zoo wel ten aanzien van zijne gebreken als verdiensten, kennen. Hij bewandelt den gulden middelweg, even als wij in ons oordeel, en behoort niet tot degenen, die, met het eeuwige Klassiek en Romantisch schermende, voorstanders van het laatste zijn, zonder te weten, wat Klassiek is en waarom zij het verwerpen.131 | antiklassicistische |
| 1837 | ‘Ik houde van paarden-middelen. Wilt gij eene aderlating, goed! Ik tap eene geheele steekkan af. Radikaal zijn, is welligt geene deugd; doch het is iets wezen, en dat iets te zijn, was het doel mijner poging, toen ik mij waagde aan het malen van dit tafereel. Romanesk of pittoresk, dit is om het even, maar dat het gigantesk zij. Tragiek, ironiek of komiek, maar vooral romantiek’. Volgens deze redenering, zoo zulk een zamengeflans van onzin, redeneren heeten mag, hebt gij hier iets gigantesk romantieks te wachten, maar als trudesinde daarvan tot een toonbeeld dienen moet, dan roept gewis ieder, wien de eer der Vaderlandsche Letterkunde lief is, uit: ‘De Hemel beware Nederland voor het gigantesk romantieke!’ Eene menigte van onwaarschijnlijkheden, onnatuurlijke handelingen, God en mensch onteerende gruwelen, zijn hier op een gestapeld en quasi in een historisch kleed gestoken; [...] niet gigantesk of romantiek, maar (om ook eens een vreemd |
onwaarschijnlijk? antiklassicistisch? wonderbaarlijk? fantastisch? |
| woord te bezigen) hoogst indecent. Doch wat kan men anders verwachten van een' roman, van welken ontucht, liederlijkheid en echtbreuk, aan wraakzucht, moord en bloeddorstige gruwelen gepaard, de hoofdbestanddeelen uitmaken; [...]. Voorwaar slechts ontstelde hersenen kunnen zulk een wanschepsel het aanzijn schenken, als deze trudesinde van Friesland is, dat, op dezelfde leest geschoeid als vele romans der nieuwere Fransche school, niet ééne der letterkundige verdiensten bezit, op welke de voortbrengselen van de pen van de bibliophile jacob, balzac, sand, victor hugo en janin kunnen bogen.132 | ||
| 1837 | Waarom spreken wij van eene Romantische Natuur, fantastieke rotsgevaarten en dergelijke meer! Waarom hebben wij voor de werken Gods in de Schepping geen andere aanduidingen? daartoe toch verlagen wij deze heerlijke gewrochten tot onze ellendigheid en zonde. Zie hier die koele boschaadje, waarover gindsche geduchte rots en dichtbegroeide bergkant zich verheffen; wijders die rotsklove door welke wij den verder gelegen woudberg henen zien: - herinnert U dit alles aan niets beters dan aan fantastieke beelden, romaneske droomen, verwilderde geaardheid, verwoeste bouwvallen? Wanneer gij het stille weldadig gevoel ondervraagt dat u bij den eersten aanblik vervult, zoo zal dit gezicht u doen gedenken aan liefde en vrede; aan eenen tempel Gods, waar men den nabijzijnden Schepper zoo wel kan aanroepen. Ach! daarvan moesten wij dan ook onze aanduidingen ontleenen; doch wij beginnen zoo spoedig van het Hoogere wederom af te wijken, en onze menschelijke laagheid als de maatstaf bij te brengen, ofschoon zij met zooveel zonden vervuld is!133 | bekoorlijk, betoverend (landschappelijk) overdreven, buitensporig |
We hebben hier een aardig staaltje van anachronistisch denken van de conservatieve recensent A. Bräm van de Nederlandsche stemmen. De toepassing van de term romantisch op het landschap, reeds in de achttiende eeuw een voldongen feit, wordt hier gekritiseerd vanuit een negatieve houding van de recensent ten opzichte van de romantische school. De polysemie van de term heeft hem kennelijk parten gespeeld.
| 1837 | Hij [= F.W.v. Mauvillon, Auswahl von niederländischen Gedichten, Essen 1836] heeft bewezen, zelfs meesterstukken, meesterlijk te kunnen overbrengen. De Legenden van van lennep kunnen wij niet genoeg aanbevelen; wil hij, voor ons belang, verscheidenheid van kleuren en tinten, geest en gloed, hij voege bij de Adegild, den Kuser van beets; den Val van sigeth van withuys, dien van Warschau door v.d. hoop, of eene der Proeven van Romantische Poëzij van vinkeles. - Wil hij tevens stukken geven, niet tot die school behoorende; hij vertale den groet van borger aan den Rijn, [...].134 | fictief-verhalend? antiklassicistisch? |
| 1837 | byrons Sardanapalus is volstrekt zedelijk en gestreng klassiek; zoo klassiek als de klassiekste stukken van vondel of racine; ruim zoo klassiek als de omwerkingen van shakespeare door |
| ducis; [...] Wij moeten evenwel gelooven, dat, òf eene bekrompene vrees voor byrons romantieken naam, of de overtuiging, dat het stuk eigenlijk voor het Amsterdamsche tooneel te goed was, het vonnis van Commissarissen heeft veroorzaakt.135 | antiklassicistisch | |
| 1837 | Het eerste verhaal [...], is een tafereel uit een echt romantisch tijdvak der Grieksche geschiedenis.136 | dichterlijk, bewogen, geschikt voor bewerking in een roman |
| 1837 | In waarheid, ik behoor niet tot de Romantische school, zóó weinig zelfs, dat ik gaarne de schrijver van zeker Gesprek op den Drachenfels zou willen zijn. Maar toch ben ik genoodzaakt te bekennen, dat er eenig leven in hare voortbrengselen is. Het moge dan een ziekelijk, overdreven, monsterachtig, verterend leven zijn, het is iets meer dan de ledeman, dien de middelmatigen der andere partij ons als kunstgewrocht voor oogen stellen.137 | antiklassicistisch |
| 1837 | - moet dan alles vertaald worden wat in Duitschland wordt uitgegeven? O, dat het aan ons stond, wraak op onze Germaansche naburen te nemen, door hen al de voortbrengselen onzer Romantiek te doen slikken;138 | romanproduktie |
| 1837 | [...] immers de Romantische Poëzij discht haren lievelingen zoo vele geregten op, als de wereld eeuwen beleefde, als er volken op den aardbodem zijn, als het menschelljk hart toestanden doet geboren worden; zij plondert te hunnen behoeve de wonden [lees: wouden] en de steden, het land en de zee, de oude en de nieuwe wereld, ja den hemel en de aarde; [...]; wat plondert de Romantiek niet al!139 | in verhaalof romanvorm het genre van de roman? de antiklassicistische dichtkunst? |
| 1837 | Een woord over dat akelige, eer wij voortgaan. Verstaat gij door akelig eene wereld bij toeval ontstaan, met wezens bevolkt, die onderling de grilligste tegenstelling opleveren, als quasimodo, de esmeralda en claude frollo b.v.; - waarin - om een treffende verwarring te doen plaats grijpen, een bruiloftsstoet een lijkstaatsie overrijdt; - waarin, dat erger is, zoowel de tuchtigende roede van de Nemesis der Ouden, als het Alziend oog onzer Voorzienigheid ontbreekt, en even teugellooze als redelooze driften aldus heerschappij voeren; neen, elkander doelloos bestrijden; - en noemt gij die wereld de wereld der Romantiek, ik zal met u uitroepen: horrible, horrible, most horrible140 | eigentijdse, antiklassicistische school |
| 1838 | Rec. eindigt dus met van ganscher harte te wenschen, dat deze naschetsingen in de manier van victor hugo geen verdere vermeerdering of navolging zullen vinden; want voorzeker |
| dit is de weg niet, om de gebreken van de besten onzer voorgangers en voorgangsters in dit vak van Letterkunde, over welke de jongste lieden [...] ook al den neus ophalen, te verbeteren, maar om onze Nederlandsche Romantiek in den grond te bederven.141 | roman- of verhaalkunst | |
| 1838 | Reeds zijn Gesprek op den Drachenfels deed hem als den vijand van het ultra-romantische onzer dagen, vooral van de Fransche School, kennen, en hij blijft in dit geheele boekje aan die beginselen getrouw. [...] De Voorrede (wij erkennen dit gul) is ons onverstaanbaar. Zij heeft met het boekje niets temaken, maar loopt over zeker opstel in den Gids: Vooruitgang. De Heer geel doet den Schrijver daarvan gedurig als een stokoud man voorkomen, waarvoor wij hoegenaamd geene reden zien: in dat opstel worden de legenden en kindervertellingen, als uitdrukkingen van het wonderbare en poëtische, in bescherming genomen; en daar dit een kenmerk is van de Romantiek onzer dagen, zouden wij in dat stuk veeleer een' jongen romantischen Dichter herkennen.142 | extreem-antiklassische eigentijdse, antiklassicistische stroming eigentijds antiklassicistisch |
| 1838 | Daar onze oude Romantische Letterkunde in velerlei opzigt belangrijk is, [...] zoo heeft de ijverige beoefenaar onzer Taal en Literatuur, mr. van den bergh, [...] er een proef van genomen, [...]. |