terug  begin  verder

[p. 22]

de andere slaap

[p. 23]
 
Grijs licht, late zwanen in strakke vlucht
 
langs ijle belijning van wijkende bergen
 
 
 
op het hemelse paard uit fergana gekomen
 
en nu aan de rand van verstijfde moerassen
 
 
 
zuidelijk de weg die zich splitst op het herfstig plateau:
 
denkbeeld van damp om bereden nomaden,
 
 
 
flits van een trein roodbestoft uit de bergflanken brekend -
 
en laag, in het westelijke bekken, de gele dooier der zon.
 
 
 
door gidsen gebracht, slecht geoefend maar goed
 
uitgerust zit ik op mos tussen magere berken
 
 
 
ik por in de as van een stokoude stookplaats;
 
vochtige neusvleugels, wenkbrauwen borstelig van rijp
 
 
 
een vroege sneeuwhaas krijgt te laat lucht
 
van de azende vos
[p. 24]
 
Hier tot de maffers gerekend,
 
daar als een grimbek geweerd
 
 
 
beweer ik niets meer te weten
 
dan wat door mijn hand is ontstaan of ontstaat;
 
 
 
door denken onwetend gebleven,
 
in alles beginneling die afleert
 
 
 
en dan weer probeert
 
hoe een vuur van nat hout aan te leggen.
 
 
 
krakend, klagend, niettemin
 
delvend in dromen naar vooroudervormen:
 
 
 
tenslotte de haas toch gebraden! maar toen met spit
 
door nieuwsgierige jagers (die hadden gehoord
 
 
 
dat de tsaar lang geleden zou zijn vermoord)
 
als winkelhaak tentwaarts gedragen
[p. 25]
 
Dat wordt nog wat als straks de revolutie
 
der vervreemden uitbreekt in de stad!
 
 
 
hoewel hersteld hapert het lichaam
 
in immense leegte
 
 
 
en de geest wordt door obscene stilte
 
als een berk geveld;
 
 
 
o koele baarmoeder-
 
aarde, zelfs de buigzame speer van de trage en
 
 
 
verre zon schampt hier je huid als een kiezel
 
die scheert over water,
 
 
 
de kou van eeuwen houdt zomer
 
en winter de aardkorst verdoofd -
 
 
 
alleen het gestorvene dringt in haar door;
 
het ritselen van ratten neemt toe in de struiken
[p. 26]
 
Geplaagd, in zijn tent op de terp
 
ligt de koppige kneus uit het westen
 
 
 
die slaapt om de slaap
 
ooit te vatten,
 
 
 
die denkend aan verzonken levens
 
langzaam verzinkt in het donkere vloedbos beneden.
 
 
 
de soppende vlakten verstarren,
 
de groeiende vorst ontsluit het moeras;
 
 
 
pelsjagers schieten hem wakker: naar welk heden
 
meegesleept? trof men oerbuit in het veen?
 
 
 
(dode mammoeten dragen nog levende
 
kiemen van miltvuur onder hun huid;
 
 
 
vleermuisgrijs en muf als schaap slaat
 
het vlees de grage eters met eeuwige slaap)
[p. 27]
 
Herinner je beelden van mensen,
 
taai en soepel als een ruggegraat:
 
 
 
het meisje van Windeby - zij met de blinddoek,
 
gewurgd in het veen en gelooid
 
 
 
als een runderhuid tussen eikeschors;
 
de rosse venus van Yde, vol lijkvet,
 
 
 
de man van Grauballe - in schrik
 
gevangen, met geschonden strot,
 
 
 
van leven ontdaan
 
als een tekst van betekenis,
 
 
 
maar toch nog door gevorkte stokken neergepend
 
tot op de bodem van het veen
 
 
 
en toen bedekt met wilgetakken,
 
taai en soepel als een ruggegraat
[p. 28]

‘in het bemoste bekken aan de boomgrens’

 
Een graf; het trage graven begint,
 
laag na laag wordt langzaam weggestoken:
 
 
 
een spekstenen kom en sporen van vuur,
 
wij stuiten op tekens -
 
 
 
gestokte taal
 
gekrast in een orakeltand.
 
 
 
dan, uit breuklijnen in de versteende modder
 
breekt het floersen dubbelbeeld van zwarte ogen door
 
 
 
- als van dode geliefden, tijdens de bijslaap
 
verrast en door vrienden niet meer gevonden;
 
 
 
aan tijd en toeval te gronde
 
maar nu ten prooi aan gestolde verrukking -
 
 
 
de geboorte nog verwachtend
 
en al bezig met de dood
[p. 29]
 
Is de raaf al op komst?
 
is de beer nog niet los?
 
 
 
hier, onder de breedgerande hoed
 
van veedrijvers en dominees,
 
 
 
goed in het zadel - de paardevlieg
 
dood op het voorhoofd gedrukt,
 
 
 
langs de weg die zich splitst,
 
tussen wijkend pijnwoud en naderend plateau -
 
 
 
waar het bos uitdunt als dichtershaar,
 
op de grens van hoefslag en hemelvuur
 
 
 
nemen wij afscheid
 
en doven de vonken
 
 
 
en wordt de sluimer gewekt om bewust
 
zijn met tekens van leegte en leven te voeden

terug  begin  verder