Altaï
Chukchi (Tsjoektsjen): bescherming van het ongeboren kind.
N.O. Siberië
De raaf had de ganzen getreiterd; dit was voorgevallen toen zij juist op het punt stonden ver over zee naar het oosten te trekken. Om te rusten streken zij altijd in een zwerm op het water neer, terwijl de raaf daarboven bleef fladderen omdat hij niet kon blijven drijven, en hij riep dan: Oh, help de arme raaf! Oh, de arme raaf! Daarop zeiden ze fluisterend tegen elkaar: Als we gaan dalen en hij zich op onze rug wil nestelen, moeten we snel een beetje uit elkaar gaan. Aldus gebeurde en de raaf viel schreeuwend in zee:
Een meeuw was op de grond neergestreken. De raaf kwam naderbij met een menselijk dijbeen in zijn snavel en ging dicht in de buurt zitten. De meeuw vloog weg, zocht een plek op het water, zwom in het rond en zei:
Daar de raaf niets wilde afstaan dook de meeuw onder water op zoek naar voedsel; hij kwam met een zalm weer boven. Na de vis aan land te hebben gebracht legde hij hem neer en verslond hem. De raaf zag dat het de meeuw goed smaakte en hij riep hem toe:
Oost-Groenland
Oost-Groenland
Oost-Groenland
gemaakt door de jager, dichter en sjamaan Orpingalik, een Netsilik eskimo; Noord-Canada.
Han Shan, late achtste-vroege negende eeuw; China