[p. 59]
VI Refereyn
+
Die diepe oytmoedicheyt Godts goederthieren,
Waerdeur hij aennam menschelijcke natuere,
Die en hebben cunnen in gheender manieren
Swerelts wyse verstaen, hoe cloeck int versieren.
4
5
Dat Godt hem sou achten soe cleyn van valuere,
Diet al mach breken en maecken met viguere
Naer synen wille en predestinatie,
Dit heeft Paulus geweert met dees woorden puere:
8
Theeft Godt belieft deur soete predicatie
10
Salich te maecken tswerelts generatie,
10
Op dat hy tvernuft der neuswijse doctoren
Sou beschamen en al haer cavillatie,
12
En verheffen dat naer die werelt geboren,
13
Veracht, verworpen en als mensche verloren,
15
Maer recht en slecht wandelen in alle hoecken.
+
Dus geeft Godt de gave des gelooffs als voren
Die Godt simpel oytmoedich met herten soecken /
Dat heeft aen Maria claerlyck gebleken:
Hy heeft aenmerckt doytmoedicheyt synder dienstmaeght,
20
Waerom haer alle geslachten salich spreken.
Die hoveerdige syn vanden stoel gesteken,
21
Doytmoedige verheven, theeft Godt soe behaeght.
Een gebroken geest, vernedert herte versaecht,
Sal Godt nyet versmaden, staet daer gescreven.
25
Den cleynen van herten, inde werelt geplaeght,
Wert van hem cracht, vroomheyt en macht gegeven.
Ghy sult gebenedyt syn, spreeckt Godt verheven,
Die myn looyen bemint int swerelts foreest.
28
Nyet Mammons keruytsel, pharizeeus beseven,
29
30
Maer tversuchten der armen werckt mynen geest;
30
Salich is die arme van geest die Godt vreest,
Al mach hem de werelt bannen en vervloecken.
Dus wert die gave des gelooffs gegeven meest
Die Godt simpel oytmoedich met herten soecken /
[p. 60]
35
Paulus seyt: en soeckt gheen hooger dinghen
35
Dan verdragen en can u gegeven verstant,
Want die de scrift willen herwaerts derwaerts wringen
En deur vremde allegorien dwingen,
Die verwecken secten en twistigen brant.
40
Hierom Godt in doytmoedige tgeloove plant
En gheeft hen gratie, soe Petrus seyt,
En hen verneren onder Godts crachtige hant,
Twoordt Godts gebruycken met vreese in weerdicheyt.
Hierom, ghy cleyn van herten die hier weent en schreyt,
45
Wien veel aenvechtinghen die droeffheyt verveert,
45
En wert deur gheen valssche opinien verleyt /
+
Maer int gebet oytmoedich totten heere keert.
Acht al nyet dat in hooge consten is geleert
En vermetelyck spreken deur tstout vercloecken,
49
50
Want Godt geeft die gave des gelooffs onverzeert
Die Godt simpel oytmoedich met herten soecken /
Prince
Wie ghy syt, wilt u oytmoedich ververen,
52
Verhefft u nyet, slym der eerden van cleynder macht,
Want Godt werdt gevonden sonder faelgeren,
55
Vanden ghenen die hem nyet en tempteren.
Tbleeck aen die herderkens in Christus' nacht,
Wyen die blyde tydinghe wert gebracht
En voor swerelts wyse weerdich gevonden
58
Tgeloove tontfangene, den salighen pacht,
60
En syn totten rechten Christum gesonden
En hebben hem simpel gesocht tot dyen stonden
61
En hem warachtich vonden in bethleem claer,
Sonder murmuratie oft diep deurgronden,
Maer hebben dwonder werck bethuyght vry openbaer.
64
65
Dus al seytmen Christus es hier Christus es daer,
Gelooft alle geesten nyet, scrifften oft boecken,
Want Godt geeft die ghave des gelooffs voerwaer
Die Godt simpel oytmoedich met herten soecken /
Finis
ij
n
prys
per Vanden berghe
+
[258r
o
]
4
versieren
, uitdenken, philosopheren.
8
Dit heeft Paulus geweert
, P. heeft bezwaren daartegen ontzenuwd.
10
tswerelts generatie
, het menselijk geslacht.
12
cavillatie
, spitsvondigheid.
13
dat
...
geboren
, de vleselijke mens (?) misschien ietwat corrupt.
+
[v
o
]
21
stoel
, zetel (der macht); -
gesteken
, gestoten.
28
looyen
,
29
wetten,
keruytsel
, wat uitgekeerd wordt, uitvaagsel (niet in
Mnl. W. en WNT)
; -
beseven
, van gemoed.
30
werckt
, doet werkzaam worden.
35
Paulus seyt
:
Rom. 12 : 16
.
45
die
, lees
tot of in
?
+
[259r
o
]
49
tstout vercloecken
, stoute aanmatiging.
52
u ...ververen
, vreze tonen.
58
en die vóór de wereldse wijzen waardig bevonden werden.
61
simpel
, eenvoudigweg, zonder vragen.
64
bethuyght
, getuigenis gegeven van.