[p. 61]
Hanneken Leckertant
[p. 63]
+
Item Hier volcht Een prologe vant naervolgent Esbatement van Hanneken Lecker tant
Prologe
Deerste
Vreucht is ons begeeren.
1
Tweede
Vreucht sijn ons motijven.
Deerste
Vreucht is ons hanteeren.
Tweede
Vreucht is ons begeeren.
Deerste
Vreucht wij nu vermeeren
Tweede
Voor mannen en wijven.
Deerste
Vreucht is ons begeren.
Tweede
Vreucht sijn ons motijven.
1
5
Daerom, goede borgers, om vreucht te verstijven
Sullen wij hier spelen een aerdighe cluyt
2
Die belachelijck is, om vreucht te bedrijven
Tot elckx gerijven, verstaet het besluijt,
1
Van Hanneken Leckertant, een aerdighe guijt,
9
10
En van Lippen Loer || met sijn moêr || die altijt most spinnen.
10
2
Dan creech hij een schottel bonen voor sijn snuijt,
Maer Leckertant haelden de soetemelckx pap binnen.
1
Lippen docht mee altijt met hert en sinnen
Om aende soetemelckx pap te geraecken,
2
15
En hij en wist niet hoe hij dat sou beginnen;
Maer Hanneken gaff hem raet, verstaet die saecken,
1
En seyden: hij most hem seer sieck gaen maecken.
Hij deet oock also nae Hannekens vermeten,
18
[p. 64]
2
Waer door hij oock quam om allerley lekkernij te smaecken;
20
Maer ten laetsten moste hij noch berckenstruijven eeten
1
Van Mr. Jan Luerquack, ten dient niet vergeten,
21
Diese oock coocktten voor Hanneken, so ghij sult hooren.
2
Daerom most hij wesen met vuysten gesmeten
Van Hannekens moeder, die haer daerom ging verstoren.
1
25
Dit sullen wij spelen, om vreucht te orboren,
25
U ter eeren, goede borgers, om vrolijck te wesen.
2
En oft wij ijet faelgierden, ons faulten wilt smoren,
27
So sult ghij doen als die waerdich sijt gepresen.
1
+
Maar eer wij beginnen, hoort wadt wij u voorlesen:
30
Bewaert wel u buijdels voor der pickaerts practijcken,
30
2
So hebt ghij niet voor eenich ongheluck te vresen
Oft dat een ander met u gelt sal gaen strijcken.
1
Wij bidden u altsaemen, armen en rijcken,
Wilt noch niet wech wijcken naer ons vermonden plaen,
34
2
35
Maer staet een weijnich stil, wij beginnen van stonden aen.
Fijnis vanden prologe. Lang 39 regulen.
Volcht spel onder aen.
+
[115r
o
]
1
Vreucht
, de zevenvoudige herhaling van dit woord is misschien een zinspeling op Van den Berghe's spreuk ‘mengt vreucht met sorgen’.
9
Hanneken
, verkleinvorm van
Han(ne)
, uit Johan; -
Leckertant
, met lekkere (op lekkernijen beluste) tanden.
10
Lippen
, uit Philippien; -
Loer
, eert. gewone ben. voor een sukkel.
18
vermeten
, gedachte, plan.
21
Meester
, in de zin van heelmeester; -
Luerquack
, die met kwakken leurt (?); allicht hetzelfde woord als in kwakzalver.
25
orboren
, bedrijven.
27
faelgierden
, te kort schoten; -
smoren
, bedekken.
+
[115v
o
]
30
pickaerts
, zakkenrollers.
34
ons vermonden
, wat wij zeggen.