Honnef heet het Duitsche Nizza.
Gelegen te midden der vruchtbare vlakte, die zich tusschen het Siebengebirge en den Rijnvloed uitstrekt, is dit stadje door bergen van duizend voet hoog tegen de koude winden beschut. - De ruwe noordenwind is er onbekend. - De droge oostenwind dringt er niet door.
Daarom wordt het verblijf van Honnef aanbevolen aan zwakke gestellen en arme borstlijders, die nog wat verlenging zoeken voor hun lijden en bescherming voor het levenslampje, dat zoo flauwtjes flikkert, en door het kleinste tochtje zou uitgeblazen worden. Hetgeen niet belet, dat vele gezonden er den zomer doorbrengen, om verre van spoorwegen en stoombooten, van Engelschen en pakkendragers, van cirerone's en koetsiers, de milde en zoele lucht in te ademen en het stille leven te genieten.
Ook zijn er in die streek een groot getal zoogenaamde pensions tot stand gekomen.
Een Duitsch of beter Zwitsersch pension heeft niets gemeens met eene kostschool. - 't Is eene soort van gasthof, bijzonder ingericht voor lang verblijf. - Voorbijgaande reizigers worden opgenomen, doch meestal brengen er de gasten eene of meer weken door, tegen den vastgestelden pensionsprijs van vijf, zes frank per dag, logies, morgen-, middag- en avondeten in begrepen.
Naar zulk eene inrichting werden wij gebracht.
Me dunkt, ik zie ons nog aanlanden voor het houten dek, voorafgegaan door onzen Rolandsecker, geladen als een muilezel, en opgevolgd door Edward, wiens moed in de schoenen hing.
De hooge, witte woning met groene luiken lag aan 't einde
van een lachend voorhof, met oleanders, oranje- en vijgeboomen versierd.
Twee bejaarde dames zaten onder een prieeltje te breien bij eenen vetten en gezonden broeder, die, op twee stoelen uitgestrekt, kunstige rookwolkjes in de lucht blies.
Tegen de huisdeur rustte een vlindernetje en een blauw parasoltje, met keurig amberstokje.
Op het pleintje dansten, speelden en jubelden eenige jeugdige snaken, en vervulden de lucht met hun vroolijk gejuich.
Aanstonds was het akkoord gesloten.
De schipper kreeg zijne zes groschen und das Trinkgeld, en wij namen bezit van twee fraaie kamertjes, met uitzicht op de weelderige landouwen van Honnef aan onze voeten, den frisschen Rijn en de donkere bergen in de verte.
Edward vond er niets op af te wijzen; enkel bemerkte hij, dat het uitzicht van zijn huis op de Schelde en St. Pietersberg voor dit niet moest onderdoen.
Toen wij ons toilet een weinig hersteld hadden, en Edward uitgeklaagd raakte over de wederwaardigheden der reis en het ongemak, dat men buiten huis, ‘waar men het toch zoo goed heeft’ gaat zoeken, begaven wij ons naar de Speisesaal, waar zich het gezelschap bijna geheel vereenigd bevond.
De gastheer, welken men Herr Doctor noemde, en die inderdaad de menschen terzelfder tijd voedde en genas, en de eervolle betrekking van geneesheer met het meer winstgevend stieltje van hôtelier in zijnen persoon vereenigde, stelde ons als Herren... aus Belgiën aan de verschillende vreemden voor.
Ge hadt eerst Frau Stuyp en haar dochtertje, Jetje Stuyp, een lief bakvischje, dat beloofde eene prachtige meid te worden - en wij groetten.
Dan kwam Frau Gerichtsräthinn Rommelsdorff aus Remsberg - en wij bogen.
Daarop volgde gnädige Frau von Spitsstein von dem Herzstem zu dem Rufferstein Rittergutbesitserinn aus Schlesiën, met hare gnädige zuster en nebst haren edelen neef, Baron Dietrich, Freiherr van al de voormelde Steinen - en wij plooiden ons meer dan ooit.
Eindelijk sloot Fräulein Othilie Schmetterling geheel alleen, aus Neuwied, waardiglijk de lijst der voorgestelden.
Wij moesten ons bepalen nog dieper te neigen, alhoewel
wij gaarne op onze knieën zouden gevallen zijn, zoo schitterend schoon was de blondine, zoo aantrekkelijk en bekoorlijk zweefden haar de lange krullen om het frisch en lachend gelaat.
Al de Gerichts- en andere -rathen, al de Steinen, Genadens en Barons zouden wij gegeven hebben voor de eenige Othilie, zonder eerenaam of titel.