Noordelijk Oostergo. Ferwerderadeel


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Ferwerderadeel. Staatsuitgeverij, Den Haag 1981


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 51]

Birdaard

De noordelijke bebouwing langs de Dokkumer Ee was tot 1972 bekend onder de naam Wanswerd aan de Streek. De naam Birdaard gold voordien alleen voor de bebouwing aan de zuidzijde van de Ee en voor het nabijgelegen terpdorp, dat al in de oudste Fuldalijst wordt genoemd (Dronke c. 17). De Dokkumer Ee vormt daar de grens tussen de gemeenten Ferwerderadeel en Dantumadeel.

Het deel van Birdaard dat in Ferwerderadeel is gelegen vormt als type nederzetting een uitzondering in de gemeente. Er is aan de noordzijde van de Ee geen sprake van een oorspronkelijke bewoning op een terp waaruit de Streek ontstaan is (afb. 1 en 2).

De ontwikkeling van het dorp hangt nauw samen met de functie van de Dokkumer Ee als vaarweg. Het belang daarvan zal sterk zijn toegenomen na de aanleg van een trekweg langs de Ee in 1647. Schotanus geeft op zijn kaart van de Grietenij uit 1664 nog geen bebouwing aan de noordzijde van het water. Op de kaart van 1682 staat echter al een rijtje naast elkaar gelegen huizen langs het water ingetekend (afb. 395).

De lintbebouwing aan de kaden van de Ee heeft uiteindelijk een lengte van enkele honderden meters gekregen. Pas geruime tijd na de totstandkoming van de bebouwing is hier een kerk gebouwd, n.l. de Chr. Gereformeerde Kerk in 1892 (Van der Veen, 240). De aanleg van een brug over de Ee, die Schotanus reeds tekent, zal de verkeersfunctie van het dorp versterkt hebben. In 1777 wordt er een ‘flapbrug’ gebouwd waaraan tolheffing verbonden was (van Leeuwen) (afb. 3). In 1903 werd deze vervangen door een draaibrug (afb. 4). De opvolger daarvan doet tegenwoordig nog slechts dienst voor het lokale verkeer. De doorgaande routes gaan buiten het dorp om, via een nieuwe brug ten noorden van het dorp.

Op het hoogtepunt van de economische ontwikkeling in de vorige eeuw maken o.a. twee molens en enkele scheepshellingen deel uit van de industriële activiteiten (afb. 6-10).

In de loop van deze eeuw nam het vervoer te water langzaam af door de opkomst van het wegtransport. Daarmee was tevens een eind gekomen aan een verdere ontwikkeling van de industriële activiteiten van het dorp.

Van de twee molens is alleen van de noordelijke nog een restant over plus bijbehorende zaagloods, als voorheen nog aan het einde van de bebouwing gelegen. De bebouwing aan het pad langs de Ee bestaat uit landelijke meest 19e-eeuwse woningen met een klein erf voor de huizen. Alleen op de hoeken bij de brug staan panden met een verdieping waarvan het oostelijke oorspronkelijk als herberg gefunctioneerd zal hebben.

De ijzeren draaibrug was draaibaar op een gemetselde voeting aan de noordelijke oever.

[p. 52]



illustratie

Afb. 1. Copie van het kadastrale minuteplan omstreeks 1832. Schaal 1:7500.


[p. 53]



illustratie

Afb. 2. Luchtfoto schaal 1:6500. Opname april 1973.


[p. 54]

Industriemolen Mounewei 17

Bij Mounewei 17 staat de gemetselde hoge voet van de op 11 november 1972 afgebrande achtkante stellingmolen ‘de Zwaluw’. Bij de brand bleef de vrij van de molen staande houtzagerij gespaard. De molen is eigendom van Mw. B. de Groot te Birdaard (afb. 7-10).

Litteratuur

Molens van Friesland, 144; A. Sipman, Molenbouw, het staande werk van de bovenkruiers, Zutphen 1975, 139 en 390, tekeningen 25:4c en 42; Wijnja, Windmolens, i.v. Wanswerd.

Geschiedenis

De molen werd in 1875 gebouwd als opvolger van een in 1826 gebouwde molen, die kort te voren verbrand was. Op de kadastrale minutekaart komt de molen echter niet voor op de plaats waar deze thans staat. De molen diende als koren- en pelmolen. De zagerij in de belendende loods is volgens Wijnja eerst in 1916 toegevoegd; volgens een aantekening van Sipman echter is deze niet veel jonger dan de herbouw van de molen. Restauraties vonden plaats in 1947 en 1950-'52.

Het staande werk

De gemetselde voet is uitwendig achthoekig met op de hoeken pilasters en inwendig zestienhoekig; de hoeken van de binnenkant behouden van onder af aan hun breedte; de veldmuren lopen naar boven taps toe. In deze hoge voet zijn de stiepen (‘klippen’) en veldmuren in gezamenlijk verband gemetseld. In de voet bevinden zich vier zolders, de stellingzolder inbegrepen. Onder de stellingzolder ligt nog een tussenzolder voor de pelstenen. Om het andere veld bevat enige boven elkaar geplaatste cirkelvormige gietijzeren tuimelramen.

Het achtkant was van grenehout en gebouwd volgens het algemeen in ons land toegepaste systeem. Volgens de noordelijke bouwwijze voor de grote en industriemolens werd het achtkant van drie bintlagen voorzien. De kap was kruibaar op slepers; de staart had een kruilier. De lange spruit was op noordelijke wijze middelbalk en bevond zich boven de ijzerbalk. De molen had in de kap het uitzonderlijk aantal van drie steunders: normaal bevat de kap slechts een steunder.

Het gaande werk

Wieksysteem: zelfzwichting met oud-hollandse voorzoom, vlucht 23,90 m. Roeden van staal. Een doorboorde gietijzeren bovenas voor deze molen is in 1875 door de firma De Prins van Oranje te 's-Gravenhage gegoten. In de molen waren twee koren- en twee pelstenen.

De zagerij

De houtzagerij bestaat uit een rechthoekige schuur met terugvallende wanden en een zadeldak; het geheel staat op gemetselde stiepen. In het midden wordt de kap onderbroken door een piramidaal boven de schuur uitstekend gedeelte, eveneens gedekt door een zadeldak, dat haaks op dat van de schuur staat; daarin bevindt zich op de bovenste zolder de krukas, die de zagerij in beweging bracht. De zaagramen, een schulpraam (aan de zijde van de molen) en twee gewone ramen, werden aangedreven via een horizontale as van de molen uit overgebracht op de krukas. Ieder raam bezit een eigen slede.

De sleephelling

De sleephelling bevindt zich aan de noordwestzijde van de schuur. De te zagen stammen werden aangevoerd via een sloot, waar ze tevens konden uitwateren. De sloot liep parallel aan de Ee en mondde uit in een kom bij de sleephelling.

Zaagmolen de Phoenix

Ten zuiden van het dorp stond langs de Dokkumer Ee een achtkante houtzaagmolen, de Phoenix of Oberman's molen genaamd (afb. 6). De molen was in 1865 gebouwd als houtzaagmolen, d.w.z. dat de houtzaagloods tegen de voet van de molen stond. Daardoor valt het molenachtkant niet op het kadastrale plan aan te wijzen.

De molen verbrandde in 1918 en werd vervangen door een elektrische zagerij die eveneens afbrandde (Wijnja, Windmolens i.v. Wanswerd).

Terpen

Onder Birdaard ten oosten van de weg naar Wanswerd ligt een als archeologisch monument beschermd terprestant uit de voor-Romeinse ijzertijd, Doniaterp geheten (afb. 1). Terp Hikkaard, zie onder Jislum.

Ten noordoosten van Birdaard, tegen de grens met Dantumadeel, geeft Halbertsma een terp aan (Halbertsma, Terpen kaart 6 west).

[p. 55]



illustratie

Ontwerp voor de klapbrug over de Dokkumer Ee door de ingenieur van de Waterstaat L.H.J.J. Mazel 1853. Rijksarchief Leeuwarden, archief Waterstaat inv. 49b, nr 76-77, c 5 121.


[p. 56]



illustratie

Afb. 3. De ophaalbrug over de Dokkumer Ee, eind 18e eeuw naar tekening door J. Bulthuis in prent gebracht door K.F. Bendorp. Van Leeuwarden af gerekend was dit de eerste wegkruising over de Ee.




illustratie

Afb. 4. In 1903 werd ter vervanging van de ophaalbrug over de Ee een ijzeren draaibrug gebouwd, de Steenhuizenbrug genaamd. Tot 1975 is deze in gebruik geweest.


[p. 57]



illustratie

Afb. 5. Overzicht van Birdaard met geopende draaibrug, links de Gereformeerde Kerk uit 1892.




illustratie

Afb. 6. Aan de westzijde van Birdaard stond Oberman's houtzaagmolen de Phoenix uit 1865, afgebrand in 1918. Foto naar prentbriefkaart.


[p. 58]



illustratie

Afb. 8. Aan de achterzijde werden de te zagen boomstammen via een helling in de zaagloods gesleept. Opname 1950.




illustratie

Afb. 9. Het hout werd in een kanaal aangevoerd, dat evenwijdig aan de Ee liep. Opname 1961.




illustratie

Afb. 7. De industriemolen de Zwaluw is in 1875 gebouwd ter vervanging van een korenmolen uit 1826. De molen diende als meel- en pelmolen en dreef tevens de houtzagerij aan in de belendende zaagloods. Het bovenwerk is in 1972 afgebrand. Opname 1950.




illustratie

Afb. 10. Molen de Zwaluw van het zuiden gezien. Opname 1971.