Noordelijk Oostergo. Dongeradelen


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Dongeradelen. Staatsuitgeverij, Den Haag 1983


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 81]

Hantumeruitburen

Ten oosten en zuidoosten van het dorp Hantum bevindt zich een gebied waar voornamelijk verspreide agrarische bewoning voorkomt. De Schotanuskaart van de grietenij verbindt namen aan de boerderijen en noemt Bierum, Raard, Groot en Klein Medent en Nijenhuis. In de Tegenwoordige Staat wordt deze verzameling voor het eerst als Hantumeruitburen betiteld. Bij Eekhoff zijn de meeste individuele namen nog bekend. Raard wordt dan genoemd ‘Raad of Rooderterp’. Deze laatste naam komt nog voor op de jongste editie van de topografische kaart, schaal 1:25000. Met de Hantumeruitburen wordt op deze kaart een veel kleiner gebied aangeduid dan ten tijde van de Tegenwoordige Staat.

Bij Bierum en Rhoderterp zijn de boerderijen op een terp gelegen. In het laatste geval komt buiten de huisterp een radiale indeling voor van het aan de noordzijde grenzend terrein.

[p. 82]



illustratie

Afb. 116. Kopie van het kadastrale minuutplan van Rhoderterp, omstreeks 1832. Schaal 1:7500.




illustratie

Afb. 117. Kopie van het kadastrale minuutplan van de terp Bierum, omstreeks 1832. Schaal 1:7500.


[p. 83]



illustratie

Afb. 118. Luchtfoto van Rhoderterp.
Schaal 1: 6000. Opname 1971.




illustratie

Afb. 119. Luchtfoto van de terp Bierum.
Schaal 1:6000. Opname 1971.


[p. 84]

Terpen

Het gehucht van die naam ligt op de beschermde terp Bierum.

Rhoderterp

Ten zuidwesten van Bierum ligt de beschermde terp Rhoderterp.

Geschiedenis

Een huis te ‘Raerdt’ onder Hantum op een sate van de Dokkumer pastorie wordt in 1624 als volgt beschreven: een huis, dat 15 vak lang is, onderverdeeld in ‘een binnenhuijs, een daegs kuecken, een poskuecken en een langhhuis’, een schuur 4 vak lang ‘ter sijde’ en ‘een clein achteruijt’ (Weesboeken). Mogelijk is dit dezelfde boerderij, die in 1511 bewoond werd door Dowe Retserden (r.v.a. i, 131), daar deze dan de enige is, waarvan het ‘clooster to Dockum als lantheren’ wordt opgegeven.

Boerderij

Thans staat er een boerderij met voorhuis in de baksteen-architectuur van omstreeks 1930.

Jagtlust

Tegen de grens met Oostdongeradeel ten zuiden van de Nijehuisterbrug ligt een grote boerderij, waarvan het voorhuis in 1939 is vernieuwd. In de schuurgevel stichtingssteen met opschrift: ‘Nieuw herbouwd in 1874/Hiervan/De eerste steen gelegd/den 8e juni door Andries A. Mokma./Jagtlust’ (afb. 120, 121).

Geschiedenis

Schotanus en Eekhoff geven op deze plaats de naam Kommerhuis, waarover Van der Aa spreekt als voormalige state (vi, 556). Schotanus geeft slechts één stemmende plaats. In de verzameling opmetingen van boerderijen van de stichting s.h.b.o. te Arnhem berust een veldschets van K. Uilkema uit 1930 van de boerderij met binhús, halsgedeelte en schuur, gelegen op een omgracht terrein aan een opvaart. Het terrein was toegankelijk door een poortgebouw, dat 1651 was gedateerd en waarvan een familiefoto van de tegenwoordige bewoner een beeld geeft. De kadastrale minuutkaart geeft alleen de kop-hals-rompboerderij op omgracht terrein; deze is dan reeds eigendom van een Mokma, namelijk van Anne Andries. In de gracht is vóór 1937 een wapensteen gevonden die geschonken werd aan ds. Van Veldhuizen en ingemetseld is in diens latere woning te Tinaarlo (Hunebedstraat 26). Een ander fragment berust in het Museum Admiraliteitshuis te Dokkum. In de bronnen komt het huis voor als Germerhuijs: in 1511 wonen er Botte en Tjepke, die land gebruiken dat deels bezit is van het klooster Sion onder Niawier (r.v.a. i, 127). Het goed wordt vermeld onder Nijehuijs, waar nu nog een boerderij ligt die Nijehuijs heet. Mogelijk gaat het om een grote kloosterboerderij, die gesplitst is, waarbij het nieuwe huis ontstond. Germerhuijs en ‘Nieuwe Huis’ zijn later beide weer gesplitst; het oorspronkelijke Germerhuijs kan dus zeer groot geweest zijn. In de 17e eeuw worden op Germerhuijsen Sys en Reijn Dircksz genoemd (Berns, 56 Q I, f 72 verso en 83 verso en 6 f 242 verso). In 1640 kocht Wopke Bartholomeus een sate lands te Germerhuijsen uit de kloostergoederen, groot 68 pondemaat; in 1698 is hij nog eigenaar (Stemkohier). In de boedelbeschrijving van de weduwe van Wopke Bartholomeus (Berns, 56 f 220) wordt het goed omschreven als ‘een huis, schuire, clein huis, poort, hoff, gracht ende singel’ en 105 pondemaat eigen land. Pas in de 19e eeuw kennen we dan weer de eigenaars. De boerderij had een lang voorhuis met een huishoudkelder in het midden, waarboven bedsteden. Langs de ‘binnengevel’ van het voorhuis liep een gang. De melkkelder was in het rompgedeelte (opm. tekening archief gem. werken Westdongeradeel).

[p. 85]



illustratie

Afb. 120. De voormalige Statepoort van Jagtlust, die tot ongeveer 1930 het terrein aangaf, waar Kommerhuis of Germerhuis gestaan heeft. Repro 1982 naar familiefoto.




illustratie

Afb. 121a. Gevelsteen met jaartal 1651 en initiaal van Wopke Bartholomeus, bouwheer van de poort. Opname 1982.




illustratie

Afb. 121b. Gevelsteen met wapen van Wopke Bartholomeus(?). Opname 1982.


[p. 86]



illustratie

Boerderij Roderterp te Hantumhuizen.