Noordelijk Oostergo. Dongeradelen


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Dongeradelen. Staatsuitgeverij, Den Haag 1983


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 163]

Raard

De plattegrond van het dorp lijkt tussen omstreeks 1690 en 1853 weinig veranderd te zijn, getuige respectievelijk de Schotanus- en de Eekhoffkaart. Het meer gedetailleerde kadastrale minuutplan van omstreeks 1830 laat een dorpsterp zien die voor ongeveer driekwart omgeven is door een ringweg op de voet van de terp, die enigzins langwerpig van vorm is. Het zuidelijk deel van de terp laat een min of meer radiaal ingedeeld terrein zien tussen kerk en ringweg; deze percelering is ook buiten de ringweg herkenbaar. De dan nog schaarse bewoning is vrijwel geheel op de terp binnen de ringweg geconcentreerd.

Na 1850 komt op verschillende wijze verandering in dit beeld. In de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw is een verharde weg aangelegd tussen Dokkum en Ferwerd, grotendeels afwijkend van het oude, vaak bochtige tracé en in verschillende gevallen over een bestaande dorpsterp aangelegd, zoals in het geval van Raard, waar de weg over het noordelijk deel van de terp werd geleid. Hoe sterk het wegenstelsel ten plattelande in de tweede helft van de vorige eeuw veranderd kan zijn, wordt geïllustreerd door de vermelding uit de Tegenwoordige Staat (ii 206) dat Raard bij de ‘rijdweg’ van Dokkum naar Holwerd gelegen is, een route die nadien een veel directer tracé heeft gekregen.

Rond de eeuwwisseling is ook de terp van dit dorp gedeeltelijk afgegraven. Het onbebouwde westelijke deel tot aan het kerkhofterrein is hier verdwenen. Uitbreiding van de bebouwing heeft voornamelijk ten oosten van de terp, aan de buitenzijde van de ringweg en langs de doorgaande verkeersweg plaatsgevonden. Binnen de ringweg is ten oosten en zuiden van de kerk door het overwegend agrarische karakter van bebouwing en grondgebruik alsook door de indeling van het steil oplopende terpterrein de oude situatie nog goed herkenbaar.

[p. 164]



illustratie

Afb. 254. Kopie van het kadastrale minuutplan omstreeks 1832. Schaal 1:7500.




illustratie

Afb. 255. Luchtfoto. Schaal 1:6000. Opname 1971.


[p. 165]

Kerkgebouw

Hervormde kerk

De Hervormde kerk is op een ruim verhoogd kerkhof gelegen, op een beschermd terprestant. De kerk behoort aan de Stichting Alde Fryske Tsjerken, de toren aan de burgerlijke gemeente (afb. 256, 257, 261).

Litteratuur

r.v.a.i 135; Benef. 182; r.v.g.o. 108; Mon. Bat. iii, 96; Wumkes ii, 28, 38, 39.

Bron

Historisch-bouwtechnisch rapport W.J. Berghuis z.j., Archief r.d.m.z., Zeist.

Afbeelding

Tekening van de hand van J. Stellingwerf, verblijfplaats onbekend, zie Het Noorderland i, 1942, 346.

Geschiedenis

Volgens Schoengens Monasticon was de kerk van Raard eigendom van Klaarkamp. Het Beneficiaalboek noemt ‘Landen en renthen S. Jan Baptisten patroen in Rawert’. Bij de opgave van goederen wordt daar bovendien vermeld, dat de goederen van de patroon ‘belastigt’ zijn ‘de Ee te graven, weghen te holden en maecken’ waaruit blijkt dat Raard aan de Ee bedoeld wordt.

In 1807 wordt het bouwen van een nieuwe spitse toren te Raard aanbesteed, nadat de floreenplichtigen in 1805 reeds overlegd hadden, hoe te handelen met de torens van Raard en Ternaard. De toren van Hallum was namelijk kort tevoren ingestort; zie Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Ferwerderadeel, 148.

Beschrijving

De kerk bestaat uit een kort schip en een driezijdig gesloten altaarruimte; aan de westzijde is blijkens een stichtingssteen in 1807 een nieuwe toren gebouwd.

Materiaal

De baksteen aan het schip meet 28-29 × 9 cm, 10 lagen 99 cm, en aan het koor 28-30 × 9 cm, 10 lagen 104 cm. De westelijke vleugelmuren bestaan uit afbraaksteen van het formaat van het schip. De toren is uit kleine steen opgebouwd.

Toren

De toren gaat onversneden en gesloten op, behoudens aan iedere zijde een halfrond gesloten galmgat ter hoogte van de nok van het schipdak. Aan de zuidzijde is een steen ingemetseld met opschrift: ‘Den 29 Meij 1807 Heeft/Saapke Nicolaas van Kleffens/Aan deze Toren/de Eerste Steen gelegd/in den ouderdom van 3 Jaren/Twee Maanden en Tien dagen’.

Schip

De overgang tussen de twee formaten baksteen is aan de zuidzijde waar te nemen op ruim een meter ten westen van het venster in de koortravee (thans wegens klimopbegroeiing onzichtbaar). Het koormuurwerk eindigt daar met een twee steen brede liseen. Aan de noordzijde is iets verder westelijk een aanhechting waar te nemen, zonder dat daar een liseen loopt (afb. 257). De noordzijde van het schip is gesloten; wel ziet men de moeten van twee ingangen (afb. 259). Boven de meest westelijke zal een spitsbogige omlijsting gestaan hebben. Ongeveer een meter ten westen van de aanhechting van koor en schip ziet men een gedicht rondbogig venster. De zuidelijke schipmuur is doorbroken door twee grote ingekapte rondbogig gesloten vensters met kleine baksteen langs de boog; tot de tooggeboorte van de boog is de bakstenen neggesteen nog aanwezig.

Overigens staan er houten ramen in met roedenverdeling. Direct westelijk van het westelijke venster, dat overigens ook langs de opgaande zijden in baksteen verbeterd is, valt een lager staand gedicht venster waar te nemen, segmentbogig gesloten en grenzend aan het tegenwoordige ingangskozijn. Boven dit laatste is een gedeelte van het muurwerk ingeboet, alsof daar een bovenlicht of boogveld gestaan heeft. Ten westen staat een herdenkingssteen met opschrift: ‘De Heer/Reinder van Kleffens/geboren te Dockum den 29/Mei 1760 Oud Burgemeester/van Dockum, overleden den/5 Februarij 1838’.

Koor

Langs de westelijke hoeken van de koorsluiting gaan bakstenen kralen op; die aan de twee overige hoeken zijn verborgen achter zeer diepe steunberen van kleine baksteen die het koormuurwerk tegen verzakking suggereren te behoeden. In de twee schuine zijden van het muurwerk zijn later korte rondboogvensters gebroken, mogelijk ter plaatse van oudere kleinere.

Inwendig

Het muurwerk vertoont een doorgaande versnijding bij de toppen van de grote schipvensters. Wegens zware bepleistering is daarvoor geen verklaring te geven. De ruimte is overdekt door een laag tongewelf op trekbalken zonder sleutelstukken, wijzend op een datum van 1807 of later.

Bouwgeschiedenis

Schip en koor zijn door bouwnaden gescheiden. De baksteen is aan het koor met iets zwaardere voegen verwerkt en vertoont veel strekken. Met de voor dit gebied karakteristieke kralen langs de hoeken van de koorsluiting kan dit koor vroeg gedateerd worden: omstreeks 1200. Het schip zal niet veel later zijn opgetrokken. Aan de noordzijde is uit

[p. 166]



illustratie

Afb. 256. Kerkgebouw van Raard en toren. Plattegrond. Getekend in 1981 naar opmeting uit 1967.


de bouwtijd nog een enkel rondbogig gesloten venster aanwezig in gedichte vorm. De vensters aan de zuidzijde kunnen in de 16e eeuw ontstaan zijn, behoudens de verlaging aan de toppen. Het muurwerk is, mogelijk in 1807, verlaagd en van een nieuwe kap voorzien; ook de vorm van de houten kozijnen wijst op die tijd. De westelijke vleugelmuren zijn bij de herbouw van de toren tevens herbouwd, doch uit bestaand materiaal.

Preekstoel

De kerk bezit een zeszijdige eikehouten preekstoelkuip, waarvan de panelen gevat zijn tussen gegroefde pilasters, verbonden door een geblokte boog naar friese trant (afb. 258). Ook de Ionische pilasters op de hoeken zijn gegroefd en, evenals de pilasters van de panelen, voor het benedenste derde gedeelte gepijpt, xviia. Achterschot, klankbord en trap zijn jonger, evenals waarschijnlijk de kroonlijst van de kuip; dit alles dateert mogelijk uit 1807, toen de preekstoel in de as van het gebouw geplaatst zal zijn en het doophek toegevoegd. Eenvoudige avondmaalstafel, 1807?

Zilver

Zilveren avondmaalsbeker, hoog 17 cm, diameter 11,5 cm (afb. 260). Tussen een lambrequin en gekruiste palmtakken is binnen een rand de voorstelling van de Bruiloft van Cana gegraveerd. Opschrift ‘Hier houd men Bruiloft ook niet Spaa tot cana in Galilea 1789’ en ‘Gelukkig die op t hemels brood en waare Paaslam werd genood’.

Merken: Leeuwarden, jaarletter m van 1789, meesterteken n.s. van Nicolaas Swalve, zie Voet 519.

Klokken

In de toren hangen twee klokken; de oudste diam. 80 cm.

Litteratuur

Fehrmann, Kamper, 295.

Opschrift: ‘Anno dni m ccccc vicesimo tercio hoc opus factū est sub dnō Frederico curato per me Wolterū Scohn̄enborch’ (afb. 261). Van Borssum Waalkens vermeldt bovenstaand opschrift eveneens, maar geeft een afwijkend slot: ‘per mag. Valterum Norimberghe’. Deze mystificatie is in de Voorlopige Lijst overgenomen, zij het met enige restrictie.

De tweede klok, diam. 67,5 cm, draagt het opschrift: ‘Int iaer ons Heeren duysent ses hondert en twintich heeft my Hans Falck van Nueremberg ghegoten.’

Uurwerk

In de toren een smeedijzeren uurwerk in gespied raamwerk, waarschijnlijk 18e-eeuws, in 1978 gerestaureerd en geautomatiseerd.

Overige terpen

Ten noorden van het kerkdorp, direct ten oosten van het punt waar de Dwarsmeer in de Holwerdervaart valt, ligt de beschermde terp Spriens.

Kleffens

Op de terp Kleffens ten westen van Raard staan twee boerderijen, Noord- en Zuid-Kleffens, waarvan de noordelijke thans de oudste is. Het binhús is dwars voor de grote schuur gebouwd en is geheel onderkelderd, xixc (afb. 261).

[p. 167]



illustratie

Afb. 257. Het romaanse kerkgebouw van de noordoostzijde gezien met een ‘kraal’ langs de hoek van het koor. Toren van 1807. Opname 1978.




illustratie

Afb. 258. De 17e-eeuwse preekstoel van Raard. Opname 1974.




illustratie

Afb. 259. De noordgevel van de kerk met sporen van twee ingangen. Opname 1978.


[p. 168]



illustratie

Afb. 260. De avondmaalsbeker van Raard uit 1789. Opname 1976.




illustratie

Afb. 261. Het opschrift langs de bovenrand van de klok, in 1523 gegoten door Wolter Schonenborg. Opname 1943.




illustratie

Afb. 262. Boerderij Noord Kleffens met onderkelderd dwars gebouwd voorhuis. Opname 1965.