Noordelijk Oostergo. Dantumadeel


auteur: Herma M. van den Berg


bron: Herma M. van den Berg, Noordelijk Oostergo. Dantumadeel. Staatsuitgeverij, Den Haag / Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Zeist 1984


verantwoording

inhoudsopgave

doorzoek de hele tekst


downloads



DBNL vignet


 i.s.m. 
[p. 235]

Zwaagwesteinde

Het dorp ligt in het zuidoostelijk deel van de gemeente aan de rand van hoger gelegen gronden die zich in oostelijke en zuidelijke richting, respectievelijk in Kollumerland en Achtkarspelen voortzetten. Het dorpsgebied wordt aan de noorden westzijde door natuurlijke laagtes van de Dokkumer Wouden en de hogere gronden van Veenwouden gescheiden. Oorspronkelijk strekte Dantumadeel zich verder in oostelijke richting uit. Met de vorming van Kollumerland aan het einde van de 14e eeuw werd de grens ten oosten van Zwaagwesteinde gelegd (Faber/ Obreen, 11, 12).

Het hoofdelement uit de ruimtelijke structuur wordt gevormd door de oost-west lopende ontginningsbasis van de hier oorspronkelijk gelegen veengrond, die ongeveer haaks staat op de strokenverkaveling. Dit patroon zet zich in oostelijke richting in Kollumerland voort en komt in opzet overeen met de andere wouddorpen in de gemeente.

De naam van het dorp duidt op het westelijk einde van de (Kollumer)zwaag, een aanduiding voor weiland (Moerman, 225). In 1564 werd de weg van laatstgenoemd dorp in westelijke richting naar Veenwouden doorgetrokken (Sikkema, 20). Op de kaart van Schotanus is de schaarse bebouwing voornamelijk aan weerszijden van deze weg gelegen. Ten noorden van de weg bevonden zich de wei- en hooilanden, zuidelijk langs de weg lag een strook ontgonnen veengrond die als akkerland in gebruik was.

Voor het overige bestond het zuidelijk deel van het dorpsgebied uit schrale heidegrond, waar het veen ten behoeve van turfwinning was afgegraven. Blijkens de Schotanuskaart lag in het begin van de 18e eeuw nog een restant onvergraven hoogveen tegen de grens met Achtkarspelen. De kaart geeft hier enkele wijken aan, zijsloten van de grensvaart, via welke de turf werd afgevoerd. Van dit wijkenstelsel, dat zuidelijker in de Wouden veel algemener bij de vervening werd toegepast, is op later kaartmateriaal en in de huidige landschappelijke situatie geen spoor meer terug te vinden. In het deel van het dorpsgebied dat na de vervening als heide bleef bestaan, vestigde zich in de 18e eeuw een verarmde bevolkingsgroep, bestaande uit dagloners, veenarbeiders en venters (Sikkema, 38). Tot in deze eeuw stond Zwaagwesteinde ongunstig bekend omdat deze heidebewoners een laag zedelijk peil zouden hebben. Een dergelijke nederzetting, gevormd op de minst aantrekkelijke gronden van een bestaand dorp is het voorbeeld van een heidedorp, waarvan er in de Friese Wouden nog een aantal voorkwamen (Spahr van der Hoek, Samenleven, 143-145). De woningen lagen verspreid over de heide, soms aan een naar de Voorstraat leidend pad, maar vaak ook midden in het veld. De woningen bestonden merendeels uit schamele, kleine hutten, die met behulp van heideplaggen waren opgebouwd en onder de naam spitketen bekend stonden. Het aantal van deze bouwsels heeft de langs de Voorweg bestaande bebouwing snel in aantal overtroffen, zoals op het kadastrale minuutplan van circa 1830 te zien is.

Deze kaart laat verder zien dat de op de heide gelegen hutten aanmerkelijk kleiner waren dan de huizen en boerderijen aan de Voorweg.

In 1866 werd over de heide de spoorweg tussen Leeuwarden en Groningen aangelegd. In 1902 kreeg het dorp een halteplaats aan deze lijn (Sikkema, 59). Na

[p. 236]



illustratie

Afb. 333. Kopie van het kadastrale minuutplan omstreeks 1820.
Schaal 1:7500.


[p. 237]



illustratie

Afb. 334a. Luchtfoto's. Schaal 1:6250. Opname 1977. a. De Voorstraat en bebouwing ten zuiden daarvan.
b. Aansluitend gedeelte ten zuiden van a, met Koopmanslaan en vervolg van de Nieuwe Vaart.




illustratie
Afb. 334b. Luchtfoto's. Schaal 1:6250. Opname 1977. a. De Voorstraat en bebouwing ten zuiden daarvan.
b. Aansluitend gedeelte ten zuiden van a, met Koopmanslaan en vervolg van de Nieuwe Vaart.


[p. 238]

1900 kwam in de huisvestingssituatie op de heide langzaam verbetering, mede door toedoen van de woningbouwvereniging ‘Dantumadeel’. Het aantal plaggenhutten verminderde ten gunste van uit steen opgetrokken woningen, die overigens dikwijls nog van geringe omvang waren (afb. 335, 336). De laatste heidehutten werden in 1939 opgeruimd (Sikkema, 50). De hierboven genoemde handelsactiviteiten van de inwoners hebben gaandeweg een degelijker en bredere basis gekregen, waaruit in de 20e eeuw verscheidene handels- en transportondernemingen zijn voortgekomen. De Koopmanslaan is in dat verband als straatnaam illustratief.

Door de voortdurende groei is na de Tweede Wereldoorlog een dorpskom ten zuiden van de Voorstraat ontstaan. Buiten deze kom is het vroegere karakter van onregelmatig verspreide bewoning hier en daar nog aanwezig.

[p. 239]

Kerkelijke gebouwen

+ In 1838 is een eerste Hervormde kerk gebouwd, die tot 1972 bestaan heeft, toen het gebouw vervangen werd (afb. 337-339).

 

+ Sikkema 216 e.v.

+ Faber en Obreen nr. 780; Archief Waterstaat, r.a. Leeuwarden, ontwerptekeningen 1836.

 

+ In de 16e-eeuwse bronnen komt Zwaagwesteinde slechts voor in 1511; ook daar worden echter geen eigendommen van een pastoor genoemd. Voor 1838 behoorden de Hervormden onder Dantumawoude Driesum-Wouterswoude (Sikkema 216 e.v.). Een tekening van J. Stellingwerf met onderschrift ‘de kerk van Swaagwesteinde’ zal dus niet de kerk in die plaats voorstellen, doch die van Kollumerzwaag. Nadat in 1835 een predikantsplaats was gesticht te Zwaagwesteinde, werden er plannen gemaakt een kerk te bouwen. In het gemeentearchief bevindt zich een rekening door P.C. Oberman te Janum ‘ten laste van Swaagwesteinde op last van den Grietman van Dantumadeel’ over 1835, betaald 30 december 1838. Oberman declareert daarin onder meer: ‘na Swaagwesteinde geweest volgens order om op te nemen tot het bouwen eener Nieuwe Kerk; een tekening gemaakt van een Nieuwe Kerk (f 4.00); bij het bestuur ontboden voor het maken van nog grooter kerk; weer een tekening gemaakt van een nieuwe kerk met koepel daar op (f 4.00); na Swaagwesteinde geweest (f 2.00); weer ontboden om ook een pastorie te maken en te beoordelen’. In het archief van de Waterstaat, welke instantie destijds toezicht moest houden op kerkbouw, bevinden zich tekeningen; ‘ontwerptekening voor een nieuwe kerk voor de Hervormde gemeente van Zwaagwesteinde geschikt voor 450 zitplaatsen, ingezonden bij missive van den 29 februari 1836, nr. 165-166, door den ondergeteekende Hoofd-ingenieur van den Waterstaat in Friesland G. Wellenbergh’ en ‘Ontwerp-tekening van eene Nieuwe Pastorij te Zwaagwesteinde’ met hetzelfde bijschrift omtrent inzending. Voorts een tekening van de kap van de kerk en van die van de pastorie benevens een tekening voor de preekstoel met achterschot en klankbord (afb. 338-341). Volgens het bestek, dat in het gemeentearchief Dantumadeel wordt bewaard heeft de kerkvoogdij in 1837 bij monde van J.J. Bergsma een ‘arbeidershuizinge’ gekocht (c 238a). Ook daar wordt Pieter Carels Oberman te Janum genoemd voor tekeningen der kerk en pastorie, evenals Diede Geerts van der Schaaf. J. Goitsens Hollema was aannemer en J. Meinderts de Rie, opzichter van publieke werken te Sint Nicolaasga, de opzichter.

 

+ Aan de Voorstraat op de hoek met de Sikke Boukesstraat staat een sobere zaalkerk uit 1904 voor de Doopsgezinde gemeente (afb. 340).

+ In de Doopsgezinde Bijdragen van 1903 (blz. 164) schrijft ds. G. Heeringa een artikel over de geschiedenis van de Doopsgezinde gemeente te Zwaagwesteinde: ‘Midden in het dorp, daar waar de weg naar de spoorweghalte en verder naar Twijzel op den hoofdweg uitkomt, wijst men den belangstellende nog de Menniste Vermaning. De vroegere boogramen zijn nog gemakkelijk te herkennen. Thans huisvest zij twee arbeidersgezinnen’. Op deze hoek van de tegenwoordige Voorstraat en de Verlengde Stationsstraat stond volgens deze auteur van 1816 tot 1840 een Vermaning. Vóór 1816 moesten de Doopsgezinden uit Zwaagwesteinde ter kerke in Kollumerzwaag. Volgens Blaupot ten Cate was de gemeente voor of omstreeks 1620 gesticht en had in 1695 veertig niet gealimenteerde leden. Aannemende dat er veel gealimenteerden geweest moeten zijn, blijkt, dat omstreeks 1700 een ‘aanmerkelijk deel der bevolking van de beide kleine dorpen tot haar behoord hebben’. Daar er geen andere kerk te Zwaagwesteinde bestond, besloot men na de godsdienstvrijheid, die het Franse bewind had meegebracht, een eigen kerkgebouw te stichten. Volgens Sikkema kocht men in 1795 reeds een pand, doch de eerste Vermaning werd in 1816 in gebruik genomen door de eerste eigen predikant van de gemeente. Hij woonde aanvankelijk op de eendenkooi te Giekerk, maar kwam in 1823 in Zwaagwesteinde wonen. Nadat in 1834 ook de Hervormden een eigen kerkgebouw hadden gekregen en de Doopsgezinde predikant in 1838 overleed, ging het bergafwaarts met het kerkelijk leven van de Doopsgezinden. Het kerkgebouw werd in 1842 ontruimd en tot smederij ingericht. Ter kerke moest men nu in Dantumawoude of in Veenwouden. Pas in 1897 werd er wederom te Zwaagwesteinde

[p. 240]



illustratie

Afb. 335. Opmetingstekening van een houten keuterijtje op de heide, later 't Skier geheten.
Tekening H. Eldering plm. 1940.


[p. 241]



illustratie

Afb. 336. Opmetingstekening van een keuterijtje met stenen voorgevel in dezelfde buurt.
Tekening H. Eldering, plm. 1940.


[p. 242]

gecatechiseerd en na enige jaren wisten de predikanten van eerstgenoemde plaatsen met medewerking van Vrijzinnigen uit de Hervormde kerk een nieuw gebouw tot stand te brengen, dat in 1904 kon worden ingewijd.

Woningen

Van de in de inleiding tot Zwaagwesteinde genoemde hutten en minimale huisjes zijn slechts aan de Koopmanslaan nog enige exemplaren over. Het verbeteren van de slechte leefomstandigheden heeft hier alles wat daaraan herinnert radicaal doen verdwijnen (afb. 344-346). Zelfs de Hervormde kerk uit 1838 verdween in de jaren zeventig.

Voormalige korenmolen

+ In 1839 werd bij k.b. goedkeuring verleend tot het bouwen van een windmolen te Zwaagwesteinde, die ingericht zou worden als koren- en pelmolen (Verslag Ged. Staten 1839, 7 juni 1840). Dit verzoek moet weer zijn ingetrokken daar in 1840, thans door Oege Paulus van der Meulen, een zelfde verzoek werd ingediend (ib. 1840, 6 juli 1841). De molen werd in de winter van 1840-41 gebouwd door de uit Niezijl afkomstige molenbouwer Aldert Noordewier en kwam op de hoek van de Voorweg en de Korte Laan te staan (Molens in Friesland in oude ansichten, deel i, 76 en deel ii, aanvullingen en verbeteringen). In 1855 verzocht Van der Meulen zijn molen te mogen overplaatsen naar Leeuwarden (Verslag Ged. Staten over 1855) en in 1859 werd een nieuwe vergunning verleend aan R.L. Westra om te Zwaagwesteinde een molen te bouwen (Verslag Ged. Staten 1859). Deze molen kwam ongeveer 250 meter meer oostelijk te staan, doch brandde nog geen jaar later door blikseminslag af. Kort erna werd er opnieuw een windmolen gebouwd, nu aan de nog oostelijker gelegen ‘Hoge Zes’. In 1875 kreeg Jac. Roemers, die reeds sinds circa 1860 molenaar was te Zwaagwesteinde, vergunning om een rog-pelmolen te bouwen. Waarschijnlijk betrof dit een vergunning om zijn bestaande korenmolen ook als rog- en pelmolen te mogen inrichten (Verslag Ged. Staten 1875). Door het heetlopen van de bovenas brandde ook deze molen reeds in 1876 weer af. Opnieuw liet Roemers een windmolen bouwen, nu dichter aan de Voorweg en met gebruikmaking van onderdelen van een elders afgebroken molen, waarschijnlijk inclusief het achtkant (meded. D.M. Bunskoeke). Het werd een achtkante molen met stelling met een taps toelopende gemetselde voet, waartegen een gemetselde schuur was gebouwd. De roeden waren voorzien van zelfzwichting. Tussen 1923 en 1926 (Topogr. Kaart) werden de roeden verwijderd en in 1936 werd de molen met uitzondering van de voet gesloopt. Slechts de straatnaam Molenweg herinnert aan de maalindustrie (afb. 343).

[p. 243]



illustratie

Woudhuisje aan de Koopmanslaan te Zwaagwesteinde. Opname 1984.


[p. 244]



illustratie

Afb. 337. Ontwerptekening voor de Hervormde kerk, 1836.




illustratie

Afb. 338. Ontwerptekening voor de preekstoel in de nieuw te bouwen Hervormde kerk, 1836.




illustratie

Afb. 339. De Hervormde kerk uit 1838 naar prentbriefkaart collectie Oudheidkamer Dantumadeel.


[p. 245]



illustratie

Afb. 340. De Doopsgezinde kerk uit 1904 aan de Voorstraat. Opname 1983.




illustratie

Afb. 341. Ontwerptekening voor de Hervormde pastorie, 1836.




illustratie

Afb. 342. Een paalmolentje bij Zwaagwesteinde naar Ids Wiersma.




illustratie

Afb. 343. De omstreeks 1877 gebouwde korenmolen van Zwaagwesteinde, naar prentbriefkaart collectie Oudheidkamer Dantumadeel.


[p. 246]



illustratie

Afb. 344. Houten met plaggen gedekte woningen bij Zwaagwesteinde naar foto's uit omstreeks 1920 in collectie Oudheidkamer Dantumadeel.




illustratie

Afb. 345. Houten met plaggen gedekte woningen bij Zwaagwesteinde naar foto's uit omstreeks 1920 in collectie Oudheidkamer Dantumadeel.




illustratie

Afb. 346. Houten met plaggen gedekte woningen bij Zwaagwesteinde naar foto's uit omstreeks 1920 in collectie Oudheidkamer Dantumadeel.