De opzet van deze studie is, uitgaande van voor filologische doeleinden verantwoord uitgegeven taalmateriaal dat aan de criteria van lokaliseerbaarheid, dateerbaarheid en oorspronkelijkheid voldoet, controleerbare kaarten samen te stellen en die met inachtname van de inbreng van elke afzonderlijke scribent en de stilistische verschillen binnen het materiaal te commentariëren. De aangehaalde termen lichten we hieronder nader toe.
De kaarten van Heeroma1) en Van den Berg2) zijn, met uitzondering van een serie door de auteurs eigenhandig geëxcerpeerde archivalia, voor het overgrote deel op bronnen gebaseerd, die door en voor historici werden gepubliceerd en zodoende voor taalkundig onderzoek niet helemaal geschikt zijn, daar die uitgevers het met de taalvormen niet altijd even nauw namen3). Edities die het oogmerk specifiek op taalgeografisch onderzoek richten, zoals b.v. die van Moors4), zijn zeldzaamheden. De excerptenlijsten van Vangassen5) waren een belangrijke aanzet, waarvan Goossens voor een aantal kaarten gebruik maakte6). Het corpus van de Duitser Wilhelm7) daarentegen, dat ook het Nederlandse taalgebied bestrijkt en afgezien van een aantal andere tekortkomingen8) slechts een beperkt deel van het beschikbare 13de-eeuwse materiaal bevat, heeft niet tot het ontstaan van nieuwe, specifiek Nederlandse taalkaarten geleid9). Het op initiatief van Van Cleemput begonnen en door Gysseling voltooide Corpus van Middelnederlandse teksten (tot en met het jaar 1300) (CG)10) bezorgde de neerlandici eindelijk een bruikbaar uitgangsmateriaal voor taalgeografisch onderzoek van de oudste fase van het Middelnederlands. Dank zij de kennis van de filoloog, de historicus en de paleograaf, die Gysseling in één persoon verenigt, is deze enorme tekstverzameling dan ook bijzonder geslaagd11) en terecht reeds herhaalde keren als bron voor taalhistorisch onderzoek gebruikt12). Het lag dus voor de hand de onderhavige studie uitsluitend op het CG te baseren.