terug  begin  verderprepost

0.2. Lokaliseerbaarheid van het materiaal

Het uitgangsmateriaal voor taalgeografisch onderzoek dient vanzelfsprekend lokaliseerbaar te zijn. De situering mag echter niet op taalkundige basis plaatsgevonden hebben omdat men anders in een vicieuze cirkel belandt. Om die reden komen teksten uit Reeks II van het CG niet in aanmerking

[p. 14]

Onder lokaliseerbaarheid verstaan we niet dat de vaak toevallige plaats van ontstaan van een document bekend hoort te zijn, maar wel dat vastgesteld moet kunnen worden tot welk schrijfcentrum de kopiist behoorde die het stuk mundeerde en/of de dictator die de tekst opstelde. Dit schrijfcentrum kan vanzelfsprekend met de ontstaansplaats identiek zijn, maar in veel gevallen is het de plaats van herkomst van de uitgever of de ontvanger van een oorkonde omdat deze op hun reizen vaak door een deel van hun eigen kanselarijpersoneel vergezeld werden.

prepostterug  begin  verder