terug  begin  verderprepost

0.4. Oorspronkelijkheid van het materiaal

Het is voldoende bekend dat middeleeuwse kopiisten met de taal van een af te schrijven tekst vrij onbezorgd omgingen. Ook als dit bij ambtelijke stukken iets minder verregaand is dan bij literaire teksten, zijn er toch voldoende voorbeelden te vinden van afschriften die aanzienlijke verschillen met de originelen vertonen13). Met het oog op het feit dat de oorkonden op zichzelf al geen zuivere weerspiegeling van de gesproken taal zijn14), moeten alle complicaties die uit het gebruik van kopieën voortspruiten, bijgevolg vermeden worden. Alleen originele documenten en z.g. minuten of ontwerpen komen voor ons onderzoek in aanmerking. Van vidimus-oorkonden die een afschrift van een ouder stuk bevatten, kunnen alleen de originele begin- en slotformules bij het onderzoek betrokken worden. Vervalsingen moeten eveneens als onbetrouwbaar van de hand gewezen worden.

13)Zie b.v. de talrijke afschriften uit CG nr. 1809a en in het bijzonder ook het transumpt van CG nr. 117 uit Cambrai.
14)Dit probleem kwam in het Duitse onderzoek ter zake reeds herhaaldelijk ter sprake, zie b.v. Besch 1961 en 1965, Boesch 1946 en 1968, Gleissner 1933, Schützeichel 1956 en 1974, e.a.
prepostterug  begin  verder