Tussen 1170 en 1184 vertaalde de Maaslandse dichter Hendrik van Veldeke (ca. 1140/50-ca. 1210) een Latijnse levensbeschrijving van St. Servatius. Zijn bron was een tussen 1130 en 1170 tot stand gekomen, sterk bekortende bewerking van de Gesta sancti Servatii van omstreeks 1130. De Middelnederlandse vertaling ontstond op verzoek van gravin Agnes van Loon en van een zekere koster Hessel, die naar alle waarschijnlijkheid verbonden was aan het Servaaskapittel te Maastricht (Vgl. Van Leusden 1986 en Jongen en Schotel 1993).
De geciteerde verzen zijn afkomstig uit de epiloog van het tweede boek (uitgegeven in Van Es 1950, II, vs. 2914-2945). Veldeke onderstreept dat hij in zijn vertaling de waarheid op geen enkele wijze geweld aandoet.