De Heimelicheit der heimelicheden (1266) is een vorstenspiegel waarin naast de zeden en (on)deugden van vorsten, de staatkunde en de krijgkunst, ook gezondheid, hygiëne en natuurwetenschap besproken worden. Er is geopperd dat Jacob van Maerlant de tekst schreef voor de 12-jarige graaf Floris V van Holland (1254-1296), de ‘lieve neve’ uit vers 8 (Van Oostrom 1996).
De tekst is een verkorte vertaling van het Latijnse traktaat Secretum secretorum (ca. 1220-1235), dat op zijn beurt weer een vertaling door Philippus Tripolitanus is van de Arabische tekst Sirr al-Asrar. Die Arabische tekst presenteert zichzelf als een traktaat in briefvorm, geschreven door de bejaarde Griekse filosoof Aristoteles aan zijn leerling Alexander de Grote. In de Middeleeuwen werd niet aan het auteurschap van Aristoteles getwijfeld, maar inmiddels is bewezen dat die toeschrijving onjuist is (Lie 1996).
Interessant in de Middelnederlandse proloog (Brinkman en Schenkel 1997, p. 461, vs. 1-28) is de impliciete parallel die gelegd wordt tussen de leraar-leerling-relatie van Aristoteles en Alexander en die van Maerlant en zijn leerling. Maar Jacob van Maerlant stelt zich bescheiden op: alle goede ideeën in de tekst zijn van Aristoteles, maar dat wat onbruikbaar is, neemt Maerlant voor zijn rekening.