terug  begin  verderprepost
[p. 41]

8
Bouc van seden

Het Bouc van seden is een dertiende-eeuwse vertaling van de Latijnse Facetus, ‘cum nihil utilius’ (twaalfde eeuw). De tekst is een lange opsomming van praktische en sociale leefregels, een etiquetteboek. De lessen staan in de traditie van de hoofsheid. De Middelnederlandse versie was waarschijnlijk bedoeld voor basaal moedertaalonderwijs (Meder 1994).
De geciteerde verzen openen de proloog (vgl. Brinkman en Schenkel 1997, p. 1144). Om het belang van zijn tekst kracht bij te zetten, beklemtoont de auteur dat hij zich gebaseerd heeft op deugdelijke (lees: Latijnse) scrifture en niet op de Franse ridderromans. Die teksten staan ook bol van de leefregels, maar worden door de auteur van het Bouc van seden zowel vanwege hun taal (het leugenachtige Frans) als vanwege hun fictionele aard als bedenkelijke literatuur beschouwd.
 
Nu verstaet, al hier ter steden
 
Beghinne ic den Bouc van seden.
 
Ende wet wel, dat ic hier bediede3
 
Es niet ghetrocken uut Walschen lieden,4
5
Noch uter Walscher aventuren;4-5
 
Soe es ghetrect uter scrifture
 
Harentare, daer ict sochte
 
Ende het mi ghenoeghen mochte.

3dat: hetgeen.
4ghetrocken: vertaald.
4-5uut ... aventuren: uit Franse auteurs of fictionele teksten.
prepostterug  begin  verder