terug  begin  verderprepost
[p. 42]

9
Broeder Geraert: Leven van Sinte Christina

In 1224 stierf in het Sint-Catharinaklooster te Mielen bij Sint-Truiden - na reeds tweemaal uit de dood te zijn opgestaan - de heilige Christina de Wonderbare voor de derde en laatste maal, na een leven vol ziektes en ‘geesteleke dronkenscap’. Acht jaar later beschreef Thomas van Cantimpré haar leven in het Latijn en nog diezelfde eeuw werd deze tekst in het Middelnederlands vertaald. De verder onbekende minderbroeder Geraert vertaalde de vita voor de nonnen van het klooster waar Christina gestorven en begraven was. De link tussen dit primaire publiek en het onderwerp van de tekst was kennelijk zo evident, dat Geraert daar niet expliciet op inging. Maar dat Christina's wederwaardigheden interessant zijn voor de nonnen uit dit klooster, ‘die engeen Latijn en connen noch en verstaen’ (vs. 24-25), stond voor hem buiten kijf.
Wèl vond hij het de moeite waard om in zijn proloog te vermelden dat hij een vriendschappelijke relatie onderhield met de bewoonsters van het klooster te Mielen (waaronder zijn zuster). Zijn vertaling is een wederdienst voor de vele goede gaven die de nonnen hem in het verleden hadden gegeven (vs. 31-69). Vgl. Bormans z.j. en Gysseling 1987.
 
De Vader die euwelec es sonder begin,
 
Daer alle dinghe euwelec sijn in,
 
De Sone die dbegin es van den beginne,
 
De Heilighe Geest, dien men de minne
5
Approprieert, verclere mijn sinne5
 
In dit gedichte daer ic ben inne,
 
Dat ic moegh spreken Hen te eren.
 
Want si den minsche wel connen leren.
 
De Vader, Hi vermaght al gader.
10
De Sone, Hi es die wijsheit dies Vader.
 
De Heilighe Geest, Hi es so goet,
 
Wat men Hem werdelec bidt, dat doet
 
Hi sonder twifel altemale.
 
Hem bid ic dat Hi gheweghe mijn tale,14
[p. 43]
15
Dat ic spreken moghe dies Hi15
 
Geloeft si, en oec de maghet vri,16
 
De moeder Ons Heren, sinte Marie.
 
Dies oec geloeft moet werden, de vrie,
 
Die edele maghet Sinte Kerstine,19
20
Dier leven dat ic uten Latine
 
Maken wille in Dietscher spraken
 
Sonderlinghe om tweerhand saken:22
 
Dierste sake es van den tween
 
Dat veel lieden sijn die engeen
25
Latijn en connen noch en verstaen.
 
Daer om so docht mi welgedaen
 
Dat ict Latijn in Dietsche soud keren,27
 
Der goeder sinte Kerstinen teren,
 
Den genen te troeste die niet wale
30
En verstaen Latijnsche tale.
 
Oec heb ict sonderlinghe gedaen, om dat
 
Mi al te ernsteleke bat32
 
Een eersam jonfrou ende een vroede,
 
Een geesteleke ende een goede,
35
Van Hoye, so heet si, jonfrou Femine.
 
Dat ic om haer bestonde de pine,36
 
Si dunckes mi so wale weert
 
Dat ict moet doen, want sijs begeert.
 
Om haren wille heb ict bestaen.
40
Haer bid ic dat sijt wille ontfaen
 
Lieflec, ende datd haer danclec si,
 
Ende dat si bidden wille voer mi,
 
Ende voer mi doe bidden levende ende doet,
 
Want ics sekerleke heb noet.
45
Ende si ind cloester es dach ende nacht,
 
Daer ionfrouwen in sijn die wel de macht
 
Hebben te biddene voer enen man
 
Die selve niet wel gebidden en can.
 
Dies getruwe ic Onsen Here.49
[p. 44]
50
God geve hen allen geluc ende ere
 
Die in dat cloester begeven sijn.51
 
Daer sijn mijn vriende binnen ende mijn
 
Suster ende ander mine vrient,
 
Die dies dicwile hebben verdient
55
Dat ic hen met haven nien can vergelden.
 
Daer om so bid ic Gode den melden,
 
Die alle dinghe vermach wel,
 
Ende ic anders en heb niet el58
 
Dan roc, abijt ende solen ende corde,
60
Dat hi gewegen moet so mijn worde60
 
Dat dit gedichte moet troestelec wesen
 
Den jonfrouwen van Mielen als sijt lesen,
 
Ende ic hen doch moegh doen daer mede
 
In enegher manieren troest ende vrede,
65
Ic brueder Geraert, een minderbroeder.
 
In dien dat ic vander goeder
 
Heiligher, werder Kerstinen dichte,
 
Dat dunct mi de beste gichte68
 
Die ic hen gesinden can.69

5Approprieert: toekent.
verclere: verlichte.
14gheweghe: leidt, stuurt.
15dies: dusdanig dat.
16vri: edele, voortreffelijke.
19Kerstine: Christina.
22Sonderlinghe ... saken: en wel om twee redenen.
27keren: vertalen, omzetten.
32al te ernsteleke: bijzonder dringend.
bat: verzocht.
36Dat ... pine: dat ik om harentwil de moeite van het vertalen nam.
49getruwe: vertrouw.
51begeven: ingetreden.
58Ende: en omdat.
60gewegen: sturen.
68gichte: geschenk.
69gesinden: toezenden.
prepostterug  begin  verder