Gregorius de Grote (ca. 540-604, paus vanaf 590) is een van de grote kerkvaders. Zijn Homiliae in evangelia (40 preken over het evangelie) was in de Middeleeuwen wijd verbreid. De homiliën (preken) waren bedoeld om in het liturgische jaar op zon-en feestdagen voorgelezen te worden. In de Latijnse tekstoverlevering staan de preken echter niet in die liturgische volgorde, maar in de volgorde waarin Gregorius ze uitgesproken heeft (de eerste twintig preken dicteerde hij aan zijn notarius, de overige werden door snelschrijvers opgetekend uit gesproken preken; van deze afschriften heeft Gregorius zelf later een geautoriseerde versie gemaakt).
In 1380 vertaalde de Bijbelvertaler van 1360 de Homiliae in evangelia in het Middelnederlands. De vertaler rangschikte de preken volgens de liturgische volgorde, zoals hij in zijn proloog aangeeft. Die proloog zelf heeft overigens ook veel weg van een preek. Vgl. De Vooys 1903 (met een uitgave van de proloog op p. 155-156) en Deschamps 1972 (p. 251-253).
1Sinte Jan seet in sijnre epistelen dat al die werelt es gheset ofte staet in quaden,1 2 want al datter in es, dats begheerlijcheit der oghen ende ghenoechte des vleeschs 3 en hoveerdicheit des levens. Onder alle levende creaturen die God in deser werelt 4 sciep, so maecte hi den mensche als die edelste creature gheredent, om dat hi die4 5 drie principale crachte der sielen - dats de memorie, die verstantenisse ende de wille5 6 - bi der redenen beleiden soude; dat si van sinen sceppere niet en doelden in sonden.6
7 Maer, wach arme, alsoet schijnt, so machmen segghen dat stomme beesten badt na7 8 redene leven - die si niet en hebben - dan die mensche, want haer natuerlike zeden8-9 9 houden si sonder af keeren. Maer vele menschen leven meer beestelijc dan ver-10standelijc, om dat si beestelijc hare drie voerseide crachte jeghen redene beleiden10 11 tallen sonden, in abolghentheit Gods, daer si bi der redenen mede waren schuldich11 12 te bedwinghene de vijf sinne van buten, dat si haren sceppere onderdaen waren in 13 goeden werken.
14Want alsoe wy sien, so es kerstelijc volc in drien ghedeilt, dats in weerliken14-15 15 lieden ende in personen der heiligher kerken ende in personen van religiose. Die15 16 weerlike liede inden meesten deele sijn si hoverdich, verweent ende ten doechden16 17 onnutte. Kerkelike persone sijn ghierich ende oncuyschelec levende ende ydelijc. 18 Vele religiose leven in ghevenstheit, in hate ende in nide, ende in eenbaerliken ghe-1818-1919stride van felre herten. In desen zaken houden de duvele dmeeste deel van kersten-20heiden onder haer heerscapie. Maer de ruutste ende de simpelste, ende die men2020-21 21 onnutst rekent, selen meest ende best in hare oetmoedicheit dat rike Gods ghecri-22ghen. Ende die meeste ende die hoechste die hen sleven ofte den anderen begheeren 23 te behaghen, selen worden gheworpen in de uterste donckerheiden, daer gheween 24 wesen sal ende ghecrisel van tanden.24
25Ende om den verdonckerden menschen in sonden te ghevene een verclaren van 26 wat state dat si sijn, so willic in Dietsche maken Sinte Gregorius Omelien die hi in 27 menigherande kerken predicte selve totten volke. Ten stacien dat hi ordineerde.27 28 Daer elc in vinden mach hoe hi in salicheiden dit leven overliden sal ende hem te 29 Gode keeren. Ende dese ommelien en sal ic niet scriven in dordinansie alsi hise 30 predicte, maer na dordinansie vanden tide, beghynnende vanden advente ende alsoe 31 voert. Ende voer elke ommelie sal ic die ewangelie beghynnen te Dietsche, daer hi31-32 32 af spreect. Omelie bediedt goet aen spreken van saligher leeringhen.
33Over mynen arbeit bid ic elken dier sijn profijt in doen sal, dat hi over my bidden 34 wil.