De Theophilus is een Mariamirakel over een in ongenade gevallen geestelijke die zijn ziel aan de duivel verkoopt. Als hij berouw krijgt, roept hij met succes Maria's hulp in. De Latijnse bron gaat terug op een negende eeuws verhaal, terwijl de anonieme Middelnederlandse vertaling waarschijnlijk in de tweede helft van de veertiende eeuw geschreven is.
De vertaler wilde het verhaal toegankelijk maken voor mensen die het Latijn niet machtig waren. Uit de proloog (uitgegeven in Blommaert 1858) blijkt dat hij bang was dat men hem zijn vertaalarbeid kwalijk zou nemen. Daarom houdt hij zijn naam angstvallig verborgen (vgl. vs. 17-20). Voorzover wij weten, is dit motief nergens anders in de Middelnederlandse letterkunde zo expliciet verwoord.