terug  begin  verderprepost
[p. 91]

22
Gielijs van Molhem: Rinclus

In de tweede helft van de twaalfde eeuw schreef een Noord-Franse kluizenaar (de ‘Reclus de Molinens’; de titel Rinclus is afgeleid van dit Franse woord voor kluizenaar) een paar strofische gedichten, waaronder het Miserere, een tekst over geloof en zeden. Gielijs van Molhem vertaalde (waarschijnlijk in de veertiende eeuw) de eerste 96 (van de in totaal ongeveer 300) strofen. Later voltooide een zekere Heinrec de vertaling. Over beide Dietse schrijvers is ons niets bekend, dus ook niet waarom Gielijs zijn vertaalarbeid staakte (Serrure 1859-1860).
In de proloog wordt een bijzonder spel gespeeld met de namen van de oorspronkelijk Franse auteur en diens vertaler: de kluizenaar van Molinens en Gielijs van Molhem. Gielijs verklaart zichzelf in wezen incapabel de tekst te vertalen, maar ziet in de naamsovereenkomst een teken dat hij uitverkoren is om dat werk toch (met Gods hulp) op zich te nemen. De tekst is zo'n goed afweermiddel tegen de aanvallen van de duivel, dat hij hem graag in het Diets vertaalt. Door het ‘spelletje’ met de namen wordt Gielijs wel gedwongen om te goochelen met de persoonlijke voornaamwoorden: nu eens spreekt hij over zichzelf in de derde persoon enkelvoud, dan weer in de eerste persoon enkelvoud (Sonnemans 1995, p. 117 en 125-126).
 
Deus! edel God vanden paradyse,
 
Gheeft gracie van Molhem Gielise,
 
Dat hi uten Walsche vertiere3
 
In Dietsche, woerde die staen in prise4
5
Ende salech sijn oec. Want hise
 
Vant in dboec dat de clusenere
 
Van Molinens maecte; hets sijn gere.7
 
Ute hem dichtic te bat, want here,
 
Bi namen wi voegen in ene wise:
10
Molhem, Molinens, hiers geene were.10
 
Niet dat den goeden man gedere,11
[p. 92]
 
Dat selc dwaes steet in sine assise,12
 
Want Gielijs wert des wel geware
 
Dat hijs herde onwerdech ware,
15
Noemde hi hem inden getale
 
Des goets mans, die sijn lange jare15-16
 
Heilechlec, in pinen sware
 
Heeft geleidt; dats sonder hale.18
 
Mer gerne soude hi, conste hi wale,
20
Translateren in Dietsche tale
 
Sijn boec, want hets ene ware
 
Hem, diere na werct, vor tfiants strale.22
 
Dbeghin des wercs settic te male
 
In Gods gewout, dat hijt beware.

3vertiere: vertaalt.
4die staen in prise: die waardevol, voortreffelijk zijn.
7gere: verlangen.
10hiers geene were: dat is geen toeval.
11gedere: beledigen, kwetsen.
12steet in sine assise: in zijn rechten treedt.
15-16noemde ... mans: als hij zich in de rangen van deze goede man zou scharen.
18sonder hale: zonder twijfel.
22Hem: schild, bescherming.
diere na werct: voor degene die zich aan de lessen van deze tekst houdt.
tfiants strale: de bekoringen van de duivel.
prepostterug  begin  verder