De Noordnederlandse historiebijbel werd in de eerste helft van de vijftiende eeuw in Holland geschreven. Hij bevat alleen de historische boeken van het Oude Testament, voor het grootste deel nauwgezet vertaald naar de Vulgaat. Voor de boeken Tobit, Daniel, Judith, Esdras en Esther gebruikte de vertaler echter de Historia scolastica van Petrus Comestor en de (Middelnederlandse) Rijmbijbel van Jacob van Maerlant (vgl. Hindman 1977, p. 31-32 en Van den Berg 1993).
Na Koningen IV laat de auteur de bijbelboeken Kronieken, Ezra en Nehemia onvertaald. De Kronieken zijn grotendeels een - vaak letterlijke - herhaling van de heilsgeschiedenis van Adam tot en met de val van Jeruzalem (587 v.Chr.). De boeken Ezra en Nehemia zijn historisch gezien nauw verwant aan de Kronieken. Zij bevatten de voortzetting van de heilsgeschiedenis van het joodse volk. De vertaler van de Noordnederlandse historiebijbel was kennelijk niet van dat laatste op de hoogte, want hij voert als argument voor de weglating van deze boeken aan dat zij - net als de Kronieken - niet veel meer dan een herhaling van de voorgaande bijbelboeken zijn. Opmerkelijk is dat deze weglatingen samenvallen met de overstap van de Vulgaat als bron voor de vertaling naar de Historia Scolastica en de Rijmbijbel.
De onderstaande proloog werd uitgegeven in Ebbinge Wubben 1904 (p. 341-342). Recentelijk is er een complete uitgave van de tekst verschenen (Van den Berg 1998).
1Hieran zoude volgen die twee boken Perlipomenom, mer want die hystorie meest1 2 den sin in die voirscreven boken geruert zijn, daerom laet ic die after te scriven, 3 want die namen ende die toenamen van Adam tot den geslachte van Ysrahel te niet3-4 4 gaet, daerin bescreven sijn, ende tot onser leren niet voel en dienen, daerom laet44-5 5 icse after. Ende daeran soude comen die twee boken Esdras. Ende want den syn5 6 ende die historie meest in der Coninghen boec voirt geruert sijn ende gescreven is,6
7 so laet ict oece after te scriven. Ende daeran soude comen dat boec van Nemye.7 8 Ende want den sin ende die historie eensdeels in der Coninghen boec gescreven is, 9 so laet ict oec after.
10Ende want die goede joden mit de quaden gevangen worden, so gedenct men 11 den gueden haer wereken ende haer leven in der Heyliger Scrift. Mer die quade sijn 12 vergeten ende gedaen uut den boke des levens. Ende daerom so wi eerst seggen van 13 Thobias die mede gevangen was mit die van Israhel van Salmanaser, den coninc13 14 van Assyrien, dat selmen nu hier bescriven, gelijc alst Jheronimus bescreven heeft14 15 uute den Caldeeuschen int Latijn. Ende Maerlant heeftet geset uut den Latijn in15 16 Dietscher talen.