terug  begin  verderprepost
[p. 105]

29
Ons Heren passie

In de eerste helft van de vijftiende eeuw schreef een Amsterdamse dichter een aantal geestelijke gedichten in de voor het Middelnederlands ongebruikelijke jambische versmaat. Ook de prologen bij die teksten getuigen van een eigenzinnige geest van de auteur, die zich afzet tegen de bestaande Dietse literatuur. Zijn meest bekende tekst is Ons Heren passie, een evangeliënharmonie, waarvoor de auteur de Vulgaat als bron gebruikt heeft.
In de proloog kant de dichter zich met name tegen een bekende Middelnederlandse tekst over het leven van Christus, Vanden levene Ons Heren. Hij beschuldigt de auteur van die tekst omwille van het rijm dingen aan het verhaal toegevoegd te hebben die overbodig en soms zelfs pertinent onwaar zijn. Om zijn betoog kracht bij te zetten citeert hij enkele verzen uit Vanden levene Ons Heren om de miskleunen aan te kunnen wijzen. Voor dergelijke fouten heeft de auteur van Ons Heren passie zich gehoed. Hij daagt zijn lezers uit om de Vulgaat ter vergelijking naast zijn tekst te leggen. Vgl. Kienhorst en Sonnemans 1996.
 
O Mensch, o edel creatuer,
 
Die bist ghemaect na Gods figuer
 
Sich an: hoe heeft di God ghemint,3
 
Want Hi Sijn eengheboren kint
5
Woud liever voer di laten sterven
 
Dan di van Sinen rijc onterven.
 
Dunc di dan niet wel reedelic wesen
 
Dattu Hem dancber sijs van desen?
 
Mer, wilste doen na minen raet,
10
Ic sel di segghen waert op staet.
 
Dit ist dat Gode best behaecht:
 
Datmen Sijn pijn int herten draecht
 
End pijnt altoes daer na te wercken.13
 
Daer machmen rechte mijn an mercken.14
15
Hier om so wil ic hier beduden
[p. 106]
 
Sijn passi, om den simpel luden,16
 
Als si int ewangeli staet,17
 
Des mi die Heer wat leven laet.
 
Som dinghen wil ic over slaen,
20
Want si Sijn pijn niet an en gaen.
 
Om cortheit doe ic dat alleen,
 
Dat men nu priset int ghemeen.21-22
 
Al isset eens in rijm ghemaect,23
 
Ten is nochtan so niet gheraect
25
Dat ic daer mede bin te vreden.24-25
 
Ic sel ju scriven bi wat reden:
 
Het dunct mi wesen veel te lanc.
 
Dat ic bewijs in deerst inganc:28
 
‘Doe God in Symons huse was
30
End Hi Sijn jonghers preect end las...’29-30
 
Dit leste vers is slechts gheset,
 
Om dattet rimen sel te bet.
 
Voer die manier wil ic mi hoeden
 
In dit ghedicht, na mijn vermoeden.34
35
Oec meed so stater vele in,35
 
Dat loghen is na minen sin.
 
‘Doe quam Maria Magdaleen,
 
So sondich wijf en was nye gheen.’37-38
 
God wouts, vroe morghen, ditser een,39
40
Want Jezabel, die vule queen,40
 
Ghinc haer in boesheit verre boven,
 
Die bibel leest, wil dijs niet loven.42
 
Int ewangeli staet ghescreven:
 
‘Si was een sondich wijf van leven.’44
[p. 107]
45
End niet dat si die meeste was,
 
Als ic int ander boeke las.46
 
Woud ic van Herodyas spreken,47
 
Veel grover waren haer ghebreken,
 
Want meerre man quam nye van wive,
50
Dan dien si brochte vanden live.49-50
 
Al wil ic opte rijm wat achten,
 
Ic sel mi voer die loghen wachten.
 
Het waer te lang dat wi bezaghen
 
Al die mi in dat boec mishaghen.54
55
Alleen so set ic hier die zaec
 
Waer om dat ic dit boexken maec:
 
Dat is dat het sel hulplic sijn
 
Die gheen die niet verstaen Latijn
 
End oec dystori niet en wisten
60
Na inhout der ewangelisten;
 
Dien wil ic hier materi scencken
 
Dat si wat hebben op te deyncken.
 
Voert meer begheer ic, mochtet wesen,
 
Dat oec die niet en konnen lesen
65
Hem selven hier mit vlijt toe keerden
 
End dat si dit van buten leerden,
 
Op dat si stadelic int hert
 
Hier bi ghedachten Jhesus smert.
 
Waert datmen song een ydel liet,
70
Die som en souden rusten niet,
 
Eer sijt te mael van buten leerden.69-71
 
Twaer beter veel dat si studeerden
 
Die passi ende daer op ghisten,73
 
Dat si se doch van buten wisten
75
End pijnden die int hert te dreghen,
 
Daer alle vrucht is in gheleghen.76
 
Som menschen sijn die rimen laken
 
End segghen dat si niet en raken
[p. 108]
 
Te recht den synne cort end fijn.
80
Dien bid ic dat si doch tLatijn
 
Mit desen rime overlegghen,81
 
End sceel si veel, dat sijt dan segghen.
 
Nu bid ic Dy, o zuete Heer,
 
Verleen mi nu dat ic begheer
85
End laet mi scriven hier Dijn zeer85
 
Na tewangeli, min noch meer.
 
Dijn graci wil mi neder zenden,
 
Dat ict tot Dijnre eer moet enden.

3Sich an: aanschouw.
13pijnt: zijn best doet.
14rechte mijn: ware liefde, namelijk de liefde tot God.
16om den simpel luden: ten behoeve van de eenvoudige mens.
17si: Christus' passie (vgl. vs. 16).
21-22Om ... ghemeen: dat doe ik omwille van de brevitas, die tegenwoordig alom geprezen wordt.
23Al ... ghemaect: dit vers verwijst naar Vanden levene Ons Heren, zoals hieronder blijkt.
24-25Ten ... vreden: dat is echter niet bevredigend gedaan.
28deerst inganc: bedoeld is het begin van het passie-verhaal in Vanden levene Ons Heren (overeenkomend met Matheus 26, 6).
29-30Doe ... las: de auteur citeert hier vs. 1400-1401 van Vanden levene Ons Heren.
34vermoeden: voornemen.
35Oec meed: eveneens.
37-38Doe ... gheen: citaat uit Vanden levene Ons Heren (vs. 1398-1399).
39vroe morghen: morgenvroeg; uitroep van verbazing.
40Jezabel: de vrouw van koning Achab (Koningen 1 en 2).
queen: wijf.
42Die bibel leest: zoals in de bijbel te lezen is.
44Si ... leven: Waarschijnlijk verwijst dit naar Lucas 8, 2.
46int ander boeke: te weten Vanden levene Ons Heren.
47Herodyas: echtgenote van Herodes' broer Filippus.
49-50Want ... live: er is nooit een betere man geboren dan degene die zij ombracht (te weten Johannes de Doper, vgl. Matheus 14, 1-12).
54dat boec: Vanden levene Ons Heren.
69-71Waert ... leerden: er zijn mensen die geen rust hebben, voordat zij een leeg, nutteloos lied helemaal van buiten kennen.
73ghisten: hun zinnen er op zetten.
76Daer: verwijst naar ‘die passie’ (vs. 73).
81overlegghen: vergelijken.
85zeer: pijnen.
prepostterug  begin  verder